rijk/zbo/controlevoorschriften-anw/BWBR0008019
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Controlevoorschriften Anw BWBR0008019 zbo geldend 1996-07-27 https://wetten.overheid.nl/BWBR0008019 Controlevoorschriften Anw

Controlevoorschriften Anw

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. a. de Anw: de Algemene nabestaandenwet; b. b. de Bank: de Sociale Verzekeringsbank; c. c. uitkering: een nabestaandenuitkering, halfwezenuitkering of wezenuitkering als bedoeld in Hoofdstuk 3, Afdeling I, van de Anw; d. d. de uitkeringsgerechtigde: degene aan wie een uitkering is toegekend; e. e. nabestaande: degene die een nabestaandenuitkering of een halfwezenuitkering ontvangt dan wel voor een zodanige uitkering in aanmerking wenst te komen; f. f. kind: het kind van de nabestaande in de zin van artikel 5 Anw, voorzover dit kind ongehuwd is, jonger is dan 18 jaar en niet tot het huishouden van een ander dan de nabestaande behoort; g. g. wees: degene aan wie een wezenuitkering is toegekend, die een zodanige uitkering heeft aangevraagd dan wel voor wie een zodanige uitkering is aangevraagd.

Artikel 2

1.

Dit besluit is van toepassing op:

a. a. de nabestaande; b. b. de wees; c. c. de wettelijke vertegenwoordiger van de nabestaande of de wees; d. d. de instelling waaraan ingevolge artikel 49 of artikel 57 Anw de uitkering wordt uitbetaald.

2. Dit besluit is ook van toepassing als de in het eerste lid bedoelde personen in het buitenland wonen en als de in het eerste lid bedoelde instelling in het buitenland is gevestigd.

Hoofdstuk 2. Algemene verplichtingen

Artikel 3

1. Degene die in aanmerking wil komen voor een uitkering dient een schriftelijke aanvraag, ondertekend en gedateerd in. Hij maakt gebruik van een door de Bank ter beschikking gesteld formulier.

2. Het formulier wordt ingediend op een door de Bank aangegeven adres.

Artikel 4

1. De in artikel 2, eerste lid, bedoelde persoon of instelling stelt de Bank onverwijld in kennis van een wijziging in het adres van de uitkeringsgerechtigde of zijn wettelijke vertegenwoordiger.

2. De kennisgeving bedoeld in het eerste lid kan bij een verhuizing in Nederland achterwege blijven, indien de wijziging in het adres aan de gemeente is gemeld binnen de in de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens gestelde termijn.

Artikel 5

1. Op verzoek van de Bank verstrekt de in artikel 2, eerste lid, bedoelde persoon binnen de door de Bank gestelde termijn en met gebruikmaking van de door de Bank ter beschikking gestelde formulieren informatie welke van belang kan zijn voor het recht op of de hoogte van de uitkering, het geldend maken van het recht op uitkering of de uitbetaling van de uitkering.

2. Op verzoek van de Bank legt de in artikel 2, eerste lid, bedoelde persoon of instelling binnen de door de Bank gestelde termijn bewijsstukken over welke van belang zijn voor de vaststelling van het recht op uitkering of de hoogte van de uitkering, het geldend maken van het recht op uitkering of de uitbetaling van de uitkering.

Artikel 6

1. Op verzoek van de Bank geeft de in artikel 2, eerste lid, bedoelde persoon of instelling op een door de Bank vastgesteld tijdstip aan de Bank boeken, documenten en andere informatiedragers ter inzage en stelt deze voor het maken van een kopie ter beschikking.

2. Op verzoek van de Bank verstrekt de in artikel 2, eerste lid, bedoelde persoon of instelling aan de Bank terstond een geldig identificatiebewijs, zoals bedoeld in de Wet op de Identificatieplicht, ter inzage.

3. Woont de uitkeringsgerechtigde of het kind in het buitenland, dan legt de in artikel 2, eerste lid, bedoelde persoon of instelling op verzoek van de Bank op door de Bank vast te stellen tijdstippen een door een bevoegde autoriteit gewaarmerkt levensbewijs van degene die buiten Nederland woont over.

Artikel 7

1. De in artikel 2, eerste lid, bedoelde persoon verschijnt, indien hij in Nederland woont, na een oproep van de Bank op het kantoor van de Bank en verstrekt de gevraagde gegevens.

2. De in artikel 2, eerste lid, bedoelde persoon verschijnt, indien hij buiten Nederland woont, na een oproep van de Bank op een door de Bank te bepalen kantoor en verstrekt de gevraagde gegevens.

Artikel 8

De in artikel 2, eerste lid, bedoelde persoon of instelling maakt controle mogelijk door personen die daarmee door de Bank zijn belast.

Hoofdstuk 3. Bijzondere verplichtingen bij aanspraak op nabestaandenuitkering

Artikel 9

Op verzoek van de Bank legt de in artikel 2, eerste lid, bedoelde persoon of instelling binnen de door de Bank gestelde termijn over:

    1. een naar waarheid en volledig ingevuld, ondertekend formulier inzake het inkomen van de nabestaande;
    1. bewijsstukken van dit inkomen;
    1. een naar waarheid en volledig ingevuld, ondertekend formulier inzake de leefsituatie van de nabestaande;
    1. indien het in artikel 14, eerste lid, onder a, Anw bedoelde kind geen eigen of aangehuwd kind van de nabestaande is en inkomen heeft: bewijsstukken van dit inkomen;
    1. indien het in artikel 14, eerste lid, onder a, Anw bedoelde kind geen eigen of aangehuwd kind van de nabestaande is en een derde in het onderhoud van dit kind bijdraagt: bewijsstukken van deze bijdrage;
    1. indien het in artikel 14, eerste lid, onder a, Anw bedoelde kind geen eigen of aangehuwd kind van de nabestaande is en niet tot het huishouden van de nabestaande behoort: een opgave van de bijdrage van de nabestaande in het onderhoud van het kind en bewijsstukken van deze bijdrage.

Hoofdstuk 4. Bijzondere verplichtingen bij aanspraak op halfwezenuitkering

Artikel 10

Op verzoek van de Bank legt de in artikel 2, eerste lid, bedoelde persoon of instelling binnen de door de Bank gestelde termijn over:

    1. indien het in artikel 22 Anw bedoelde kind geen eigen of aangehuwd kind van de nabestaande is en inkomen heeft: bewijsstukken van dit inkomen;
    1. indien het in artikel 22 Anw bedoelde kind geen eigen of aangehuwd kind van de nabestaande is en een derde in het onderhoud van dit kind bijdraagt: bewijsstukken van deze bijdrage.

Hoofdstuk 5. Bijzondere verplichtingen bij aanspraak op wezenuitkering

Artikel 11

Als de wees 16 jaar of ouder is en onderwijs volgt, zorgt de in artikel 2, eerste lid, bedoelde persoon ervoor dat, op verzoek van de Bank, een schoolverklaring door de onderwijsinstelling wordt ingevuld en ondertekend. Daarna doet deze persoon de verklaring binnen de door de Bank gestelde termijn aan de Bank toekomen.

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Artikel 12

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 13

Deze regeling wordt aangehaald als: Controlevoorschriften Anw.