rijk/zbo/regeling-gespecialiseerde-ggz/BWBR0036169
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling gespecialiseerde GGZ BWBR0036169 zbo geldend 2015-01-21 https://wetten.overheid.nl/BWBR0036169 Regeling gespecialiseerde GGZ

Regeling gespecialiseerde GGZ

Ingevolge artikel 27, 36, 37 en 38 van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), is de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) bevoegd tot het stellen van regels op het gebied van de gespecialiseerde GGZ.

1. Inleiding

1.1. Reikwijdte

Deze regeling is van toepassing op geneeskundige geestelijke gezondheidszorg (GGZ) als omschreven bij of krachtens de Zorgverzekeringswet (Zvw), niet zijnde generalistische basis GGZ, hierna verder aangeduid als gespecialiseerde GGZ.

1.2. Doel van de regeling

Het doel van deze regeling is het stellen van voorschriften voor de gespecialiseerde GGZ op het gebied van registratie, declaratie, informatie en validatie die zorgaanbieders in acht moeten nemen bij én voorafgaand aan het declareren van DBCs, ZZPs GGZ en OVPs.

1.3. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a.

    *afwezigheidsdagen:* dagen waarop een patiënt die verblijft bij een instelling, op basis van DBC of ZZP GGZ, afwezig is;

b. b.

    *AGB-code:* unieke code die aan een zorgaanbieder is toegekend. Met deze code kan de zorgaanbieder en de praktijk of de instelling worden geïdentificeerd;

c. c.

    *algemeen indirecte tijd:* patiëntgebonden tijd, maar de tijd heeft geen betrekking op de uitvoering van een directe behandelactiviteit. Algemeen indirecte tijd wordt geregistreerd bij een multidisciplinair overleg of bij de eindverslaglegging van een behandeltraject;

d. d.

    *audit-trail:* zodanige vastlegging van gegevens dat het spoor van basisgegeven naar eindgegeven en omgekeerd achteraf door een externe accountant of, afhankelijk van de aard van de gegevens door de medisch adviseur, kan worden gevolgd en gecontroleerd;

e. e.

    *basispakket:* de zorg behorend tot het verplicht verzekerd pakket op grond van de Zvw;

f. f.

    *behandelaar DBC:* zorgaanbieder die op de DBC-beroepentabel voorkomt en activiteiten, verrichtingen en verblijfsprestaties kan registreren. Een behandelaar kan tevens een hoofdbehandelaar zijn;

g. g.

    *crisis-DBC:* een crisis-DBC wordt geopend in een acute situatie die direct ingrijpen noodzakelijk maakt teneinde direct gevaar voor de persoon of de omgeving af te wenden, dan wel om ernstige overlast te beëindigen. De acute situatie kan het gevolg zijn van een geestesstoornis d.w.z. een ernstige stoornis van het oordeelsvermogen, in het bijzonder een psychotische toestand waarbij het handelen voortkomt uit hallucinaties of waanvoorstellingen, acute dreiging van suïcide of ernstige verwardheid als gevolg van een organische hersenaandoening;

h. h.

    *dagbesteding:* het bevorderen, behouden of compenseren van de zelfredzaamheid van de patiënt. Dagbesteding vindt altijd plaats in het kader van de (psychiatrische) behandeling en is terug te vinden in het behandelplan van de patiënt. Onder dagbesteding wordt niet verstaan:
  
    
      
      een reguliere dagstructurering die in de woon-/verblijfssituatie wordt geboden;
    
    
      
      een welzijnsactiviteit zoals zang, bingo, uitstapjes en dergelijke.

een reguliere dagstructurering die in de woon-/verblijfssituatie wordt geboden; een welzijnsactiviteit zoals zang, bingo, uitstapjes en dergelijke. i. i.

    *DBC:* Diagnose Behandeling Combinatie;

j. j.

    *DBC-dataset:* de gegevens die verzameld en aangeleverd moeten worden conform de Regeling Verplichte aanlevering minimale dataset gespecialiseerde GGZ;

k. k.

    *DBC-tarief:* het bedrag dat per DBC in rekening wordt gebracht conform de algemene tariefbeschikking DBC GGZ;

l. l.

    *DBC-traject:* de gehele periode waarin alle activiteiten (openen/typeren/registreren/sluiten van één DBC) in het kader van de behandeling van een patiënt worden uitgevoerd;

m. m.

    *DBC-zorgproduct:* een DBC omvat het traject dat een patiënt doorloopt als hij zorg nodig heeft voor een specifieke diagnose, vanaf het eerste contact bij een gespecialiseerde GGZ-aanbieder tot en met de behandeling die hier eventueel uit volgt. De DBC vormt de basis voor de declaratie van deze geleverde zorg;

n. n.

    *deze regeling:* de voorliggende regeling gespecialiseerde GGZ;

o. o.

    *direct patiëntgebonden tijd:* de tijd waarin een behandelaar, in het kader van de diagnostiek of behandeling, contact heeft met de patiënt of met familieleden, gezinsleden, ouders, partner of andere naasten (het systeem) van de patiënt. Hier valt face-to-face, telefonisch en elektronisch contact via e-mail of internet onder (chatten, Skype etc.);

p. p.

    *hoofdbehandelaar:* de hoofdbehandelaars in de gespecialiseerde GGZ zijn BIG-geregistreerd en hebben een GGZ-specifieke opleiding gevolgd te weten: psychiater, klinisch psycholoog, klinisch neuropsycholoog, psychotherapeut, specialist ouderengeneeskunde, verslavingsarts in profielregister KNMG, klinisch geriater, verpleegkundig specialist GGZ en GZ-psycholoog. De Minister heeft deze beroepen aangewezen als hoofdbehandelaar;

q. q.

    *hoofdgroepen:* DSM-IV diagnosetyperingen zijn ingedeeld in hoofdgroepen. Er zijn in totaal 14 hoofdgroepen;

r. r.

    *indirect patiëntgebonden reistijd:* de tijd die de behandelaar besteedt aan het reizen van en naar de patiënt die buiten de instelling behandeling, begeleiding of verpleging ontvangt;

s. s.

    *indirect patiëntgebonden tijd:* de tijd die de behandelaar besteedt aan zaken rondom een contactmoment (de direct patiëntgebonden tijd), maar waarbij de patiënt (of het systeem van de patiënt) zelf niet aanwezig is. Onder indirect patiëntgebonden tijd valt bijvoorbeeld: het voorbereiden van een activiteit, verslaglegging in het kader van een activiteit of hersteltijd na een intensieve behandelsessie;

t. t.

    *initiële DBC:* een DBC die wordt geopend voor een eerste of nieuwe primaire zorgvraag van een patiënt. De initiële DBC is altijd de eerste DBC in een zorgtraject;

u. u.

    *lekenomschrijving:* ten behoeve van patiënten in niet-medische terminologie verklarende omschrijving van het in rekening gebrachte DBC-tarief;

v. v.

    *nevendiagnose:* als overige stoornissen zorgverzwarend werken kunnen deze worden geregistreerd als nevendiagnosen;

w. w.

    *niet-patiëntgebonden activiteiten:* activiteiten zoals scholing, algemene vergaderingen, intervisies over het functioneren van collegas, productontwikkeling en het lezen van vakliteratuur;

x. x.

    *onderlinge dienstverlening:* de zorg als bedoeld in artikel 1 van de Wmg, die door een zorgaanbieder wordt verleend als onderdeel van een door een andere zorgaanbieder uit te voeren prestatie op het gebied van gespecialiseerde GGZ. De eerstgenoemde zorgaanbieder wordt in dit kader aangeduid als uitvoerende zorgaanbieder. De laatstgenoemde zorgaanbieder wordt in dit kader aangeduid als de opdrachtgevende zorgaanbieder;

y. y.

    *opeenvolgende zorgtrajecten:* er is sprake van verschillende diagnoses waarvan één diagnose het meest dringend is. Er is dan sprake van één primaire diagnose en meerdere nevendiagnoses in een opeenvolgend zorgtraject;

z. z.

    *overige prestatie:* een deelprestatie binnen de DBC-systematiek. Een overige prestatie is niet hetzelfde als een overig product;

aa. aa.

    *overig product (OVP):* vormen van zorg die onder de reikwijdte van de Wmg vallen, maar die zich (nog) niet lenen voor onderbrenging in de reguliere DBC-productstructuur of de ZZP GGZ-zorgproducten. Een overig product is niet hetzelfde als een overige prestatie;

bb. bb.

    *parallelle DBC zorgtrajecten:* hier is sprake van als er verschillende diagnoses zijn met een gelijkwaardig belang waarbij de hoofdbehandelaar substantieel verschillende behandelingen in moet zetten. De hoofdbehandelaar dient te kunnen verantwoorden dat er substantieel verschillende behandelingen ingezet worden;

cc. cc.

    *patiëntgebonden activiteiten:* activiteiten die een behandelaar uitvoert in het kader van de diagnostiek en behandeling van een patiënt;

dd. dd.

    *prestatiebeschrijving:* een prestatiebeschrijving is een gedetailleerde beschrijving van de prestatie die geleverd wordt. De prestatiebeschrijvingen van de DBCs, ZZPs GGZ en OVPs zijn opgenomen in de bijlage van de beleidsregel Prestaties en tarieven gespecialiseerde GGZ;

ee. ee.

    *primaire diagnose:* de hoofdbehandelaar geeft per zorgtraject aan welke van de geregistreerde stoornissen op as I en/of as II de reden voor behandeling is. Dit wordt de primaire diagnose genoemd;

ff. ff.

    *toeslagen:* een toeslag die in combinatie met een ZZP GGZ afgesproken kan worden;

gg. gg.

    *verblijfsdag DBC:* hierbij gaat het om een kale verblijfsdag. In het tarief van de verblijfprestatie is wel de verpleging en verzorging meegenomen, maar niet de behandeling;

hh. hh.

    *vervolg-DBC:* een DBC die volgt op een initiële DBC of een voorgaande vervolg-DBC. Een vervolg-DBC vindt altijd plaats in het kader van dezelfde primaire diagnose als de eerder afgesloten initiële DBC of vervolg-DBC;

ii. ii.

    *zorgtraject:* een initiële DBC, met eventueel één of meerdere vervolg-DBCs, vormt het zorgtraject. Een zorgtraject omvat de totale zorg die wordt geleverd in het kader van de behandeling van één primaire diagnose;

jj. jj.

    *zorgtype:* het zorgtype beschrijft de reden van het (eerste) contact tussen de zorgaanbieder en de patiënt;

kk. kk.

    *zorgvraagzwaarte (DBC):* de patiëntkenmerken die bij aanmelding/intake voorspellend zijn voor wat betreft de zorgzwaarte in termen van behandelinzet (duur, setting, behandelminuten) en zorgkosten;

ll. ll.

    *zorgvraagzwaarte-indicator (DBC):* indicator van de zorgvraagzwaarte van een patiënt. Deze indicator bestaat uit zeven items van 001 tot en met 007. Daarbij is 000 de code indien er geen zorgvraagzwaarte afgeleid kan worden, bijvoorbeeld wanneer de diagnose niet is ingevuld. De laagste complexiteit van zorgvraagzwaarte wordt aangegeven met code 001. De hoogste complexiteit van de zorgvraag wordt weergegeven met 007;

mm. mm.

    *ZZP:* zorgzwaartepakket;

nn. nn.

    *ZZP GGZ-zorgproduct (ZZP GGZ):* Een ZZP GGZ is een volledig pakket van intramurale geestelijke gezondheidszorg met behandeling dat aansluit op de kenmerken van de patiënt en de soort zorg die de patiënt nodig heeft. Een ZZP GGZ bestaat uit een beschrijving van het type patiënt (een patiëntprofiel), het aantal uren zorg dat bij dit patiëntprofiel beschikbaar wordt gesteld en een beschrijving van die zorg. Het betreffen de volgende prestaties: ZZPs GGZ B3 t/m B7 inclusief en exclusief dagbesteding en ZZP GGZ Klinische Intensieve Behandeling (KIB).

1.4. Opbouw regeling

Er bestaan drie typen zorgprestaties in de gespecialiseerde GGZ:

a. a. DBC-zorgproducten (DBC); b. b. ZZP GGZ-zorgproducten (ZZP GGZ) en c. c. Overige producten (OVP).

In deze regeling wordt per type zorgprestatie beschreven welke voorschriften gelden. In hoofdstuk 2: Algemene bepalingen wordt beschreven hoe de samenloop en afbakening tussen de verschillende typen prestaties is. Verder staan hier alle voorschriften die voor alle zorgprestaties gelden. In hoofdstuk 3, 4 en 5 staan per type zorgproduct specifieke voorschriften.

2. Algemene bepalingen

2.1. Afbakening

Gespecialiseerde GGZ omvat geneeskundige geestelijke gezondheidszorg als omschreven bij of krachtens de Zvw. Dit omvat behandeling al dan niet gepaard met verblijf.

De gespecialiseerde GGZ die geleverd wordt en valt binnen de kaders van het basispakket wordt in beginsel bekostigd middels een DBC of ZZP GGZ. In enkele specifieke gevallen, en op het moment dat GGZ wordt geleverd die niet binnen het basispakket valt, kan een OVP voor de geleverde zorg in rekening worden gebracht.

Verblijf gericht op behandeling valt onder het basispakket totdat sprake is van totaal 1.095 dagen aaneengesloten verblijf met behandeling. Voor de berekening of sprake is van 1.095 dagen gaat het zowel om verblijf gericht op GGZ (onder de Zorgverzekeringswet)1Voor de telling van de 1.095 dagen telt het aantal dagen verblijf gericht op behandeling die onder andere bekostigingsregimes zijn ontvangen, niet mee. als om verblijf in het kader van een somatische behandeling.

Na deze 1.095 dagen intramurale behandeling met verblijf wordt de zorg niet verder bekostigd onder het regime van de Zvw.

Bij de telling van aaneengesloten verblijf wordt een onderbreking van ten hoogste 30 dagen niet als onderbreking beschouwd, maar deze dagen tellen niet mee voor de berekening van de 1.095 dagen. In afwijking van het voorgaande geldt dat onderbrekingen wegens weekend- en vakantieverlof wel mee tellen voor de berekening van de 1.095 dagen. Voor enkele specifieke bepalingen over de telling, in het bijzonder ten aanzien van het registreren en in rekening brengen van deze dagen, wordt verwezen naar paragraaf 4.1 en 4.2 (registratie- en declaratiebepalingen zorgzwaartepakketten) van deze regeling.

2.2. Bekostigingsonderscheid DBC versus ZZP GGZ

Op het moment dat een patiënt wordt doorverwezen naar de gespecialiseerde GGZ en hier in behandeling wordt genomen, wordt een DBC GGZ-zorgproduct geopend. Op het moment dat er sprake is van 365 aaneengesloten dagen verblijf gericht op behandeling, wordt vanaf de 366e dag tot en met de 1095e dag de langdurige intramurale op behandeling gerichte GGZ bekostigd middels een ZZP GGZ.

2.3. Samenloop DBC, ZZP GGZ en OVP

Een zorgaanbieder mag niet tegelijkertijd een ZZP GGZ en een DBC GGZ registreren en in rekening brengen voor één en dezelfde patiënt. Na 365 dagen aaneengesloten verblijf met behandeling worden dus alle DBCs GGZ gesloten. Dit geldt alleen voor de DBC GGZ. Een zorgaanbieder mag wel een DBC in het kader van medisch specialistische zorg gelijktijdig met een DBC GGZ of een ZZP GGZ registreren en in rekening brengen.

Een zorgaanbieder mag wel een OVP in combinatie met zowel een DBC GGZ als een ZZP GGZ registreren en in rekening brengen. Uitzondering hierop zijn de OVPs Beeldvormend onderzoek/klinisch-chemische en microbiologische laboratoriumonderzoeken in opdracht van een GGZ-aanbieder voor patiënten die extramurale gespecialiseerde GGZ ontvangen. Deze OVPs kunnen alleen in rekening worden gebracht als sprake is van een extramurale behandeling. Dit OVP kan dus nooit in rekening worden gebracht in combinatie met een ZZP GGZ.

2.4. Overgang

Zorgverzekeraars worden vanaf 2015 op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw) verantwoordelijk voor de eerste 1.095 dagen op behandeling gerichte intramurale GGZ voor volwassenen. Dit geldt niet voor mensen die op 31 december 2014 al een ZZP GGZ B hebben in de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). Deze patienten gaan op 1 januari 2015 rechtstreeks over naar de Wet langdurige zorg (Wlz).

3. DBC-zorgproducten

3.1. Registratieproces DBCs

Dit hoofdstuk is gericht op het registreren van een DBC. Hierbinnen valt een onderscheid te maken in (1) algemene registratiebepalingen; (2) openen van een DBC; (3) het typeren van een DBC; (4) het registreren van patiëntgebonden activiteiten, verblijfsdagen, dagbesteding en verrichtingen en (5) het sluiten van een DBC. Om goed en volledig te kunnen registreren, moeten de stappen van het registratieproces als volgorde worden aangehouden.

3.1.1. Algemene registratiebepalingen

    1. De registratie van het zorgtraject start op het moment dat een patiënt zich (met een nieuwe zorgvraag) aanmeldt. Bij één zorgaanbieder kunnen maximaal drie zorgtrajecten per patiënt open staan. Het is alleen mogelijk om een vierde zorgtraject te openen, wanneer dit een crisis-DBC is.2Een vrijgevestigde zorgaanbieder mag ook maximaal drie zorgtrajecten openen. Het is voor een vrijgevestigde zorgaanbieder echter niet mogelijk om een vierde zorgtraject te openen, omdat dit alleen mag voor een crisis-DBC. Het openen van een crisis-DBC is alleen toegestaan aan instellingen met een 24-uurs dienst onder bepaalde voorwaarden. Zie voor meer informatie paragraaf 3.1.5 crisis.
    1. De registratie van de geleverde zorg in de administratie van de zorgaanbieder is volledig, juist en actueel. De hoofdbehandelaar is verantwoordelijk voor de vastlegging van de daadwerkelijk verleende zorg in de door de NZa vastgestelde activiteiten. Daarnaast is de hoofdbehandelaar verantwoordelijk voor de juistheid van het gehele DBC-traject.3In de toelichting zijn de verantwoordelijkheden van de hoofdbehandelaar uiteengezet.
    1. DBCs met alleen indirecte tijd zijn niet toegestaan.
    1. Zorgaanbieders mogen op hun eigen manier invulling geven aan het registreren van de werkelijk bestede tijd. Het is ook toegestaan om standaardtijden of normtijden4De zorgaanbieder is verantwoordelijk voor de normtijden en het herijken/updaten hiervan. per activiteit vast te stellen.

3.1.2. Openen DBCs

    1. Iedereen onder verantwoordelijkheid van de hoofdbehandelaar kan een initiële DBC en een vervolg-DBC openen.5Het openen van een DBC is een administratieve handeling waarvoor de hoofdbehandelaar verantwoordelijk is.
    1. De openingsdatum van een DBC is gelijk aan de datum waarop de eerst(volgende) directe of indirecte patiëntgebonden activiteit plaatsvindt. Een uitzondering hierop is het openen van vervolg-DBCs met onderstaande zorgtypes. Hierbij hoeft de openingsdatum niet gelijk te zijn aan de datum van het eerste contact, maar altijd de dag na het sluiten van de voorgaande DBC:

      a.
      (langdurig periodieke) controle (201);
      
      
      b.
      voortgezette behandeling (202);
      
      
      c.
      uitloop (203).
      

a. a. (langdurig periodieke) controle (201); b. b. voortgezette behandeling (202); c. c. uitloop (203).

    1. In de volgende gevallen moet de hoofdbehandelaar een initiële DBC openen:

      a.
      indien een nieuwe patiënt zich aanmeldt. Indien een zorgaanbieder over meerdere locaties beschikt en een patiënt alleen van locatie verandert, maar niet van primaire diagnose, dan is er in dat geval géén sprake van een nieuwe patiënt. De hoofdbehandelaar op de andere locatie mag dan geen initiële DBC openen. Alle geboden zorg op de andere locatie voor dezelfde primaire diagnose moet op de reeds geopende DBC worden geregistreerd.
      
      
      b.
      indien een bekende patiënt voor een andere primaire diagnose in zorg komt dan de diagnose waarvoor de patiënt reeds in behandeling is.
      
      
      c.
      indien een bekende patiënt voor dezelfde diagnose terug in zorg komt, waarbij er al meer dan 365 dagen zijn verstreken sinds het sluiten van de vorige DBC.
      
      
      d.
      indien een patiënt in behandeling is en deze behandeling wordt bekostigd vanuit een bekostigingsregime en de bekostiging overgaat naar de Zvw.6Te denken valt aan de behandeling van een minderjarige patient en de patient tijdens de behandeling de 18 jarige leeftijd bereikt. De patient gaat dan over van de Jeugdwet naar de Zorgverzekeringswet. Of als er sprake is van forensische zorg met strafrechtelijke titel waarbij de strafrechtelijke titel vervalt maar de behandeling wordt voorgezet onder de Zvw. De openingsdatum van een DBC is gelijk aan de datum waarop de eerst(volgend)e directe of indirecte patiëntgebonden activiteit plaatsvindt.
      

a. a. indien een nieuwe patiënt zich aanmeldt. Indien een zorgaanbieder over meerdere locaties beschikt en een patiënt alleen van locatie verandert, maar niet van primaire diagnose, dan is er in dat geval géén sprake van een nieuwe patiënt. De hoofdbehandelaar op de andere locatie mag dan geen initiële DBC openen. Alle geboden zorg op de andere locatie voor dezelfde primaire diagnose moet op de reeds geopende DBC worden geregistreerd. b. b. indien een bekende patiënt voor een andere primaire diagnose in zorg komt dan de diagnose waarvoor de patiënt reeds in behandeling is. c. c. indien een bekende patiënt voor dezelfde diagnose terug in zorg komt, waarbij er al meer dan 365 dagen zijn verstreken sinds het sluiten van de vorige DBC. d. d. indien een patiënt in behandeling is en deze behandeling wordt bekostigd vanuit een bekostigingsregime en de bekostiging overgaat naar de Zvw.6Te denken valt aan de behandeling van een minderjarige patient en de patient tijdens de behandeling de 18 jarige leeftijd bereikt. De patient gaat dan over van de Jeugdwet naar de Zorgverzekeringswet. Of als er sprake is van forensische zorg met strafrechtelijke titel waarbij de strafrechtelijke titel vervalt maar de behandeling wordt voorgezet onder de Zvw. De openingsdatum van een DBC is gelijk aan de datum waarop de eerst(volgend)e directe of indirecte patiëntgebonden activiteit plaatsvindt.

    1. Indien een patiënt voor dezelfde zorgvraag voor een vervolgbehandeling in aanmerking komt en voldoet aan één van de patiëntprofielen in de Basis GGZ, dan wordt deze patiënt verwezen naar de Basis GGZ. In deze situatie wordt geen vervolg-DBC geopend.
    1. Bij het openen van een vervolg-DBC is altijd sprake van een bekende patiënt en dezelfde primaire diagnose. Een vervolg-DBC valt altijd onder hetzelfde zorgtraject waaronder de bijbehorende initiële DBC en eventuele eerdere vervolg-DBCs vallen.
    1. In de volgende gevallen moet een vervolg-DBC geopend worden:

      a.
      indien een (initiële of vervolg-)DBC 365 dagen openstaat en de behandeling nog niet afgerond is. Een vervolg-DBC met één van de volgende zorgtypen kan worden geopend:
      
      
          
          (langdurig periodieke) controle (201);
      
      
          
          voortgezette behandeling (202);
      
      
          
          uitloop (203).
      
      
      
      
      b.
      indien een patiënt weer terug in zorg komt voor dezelfde diagnose binnen 365 dagen na afsluiting van de voorgaande DBC, dient er een vervolg-DBC geopend te worden.
      
      
      c.
      als een zorgaanbieder de behandeling van een patiënt overneemt van een andere zorgaanbieder, nadat de nieuwe behandelaar een second opinion heeft uitgevoerd en hiervoor een DBC met het zorgtype second opinion (106) heeft geopend en gesloten. In dat geval moet de nieuwe hoofdbehandelaar een vervolg-DBC openen volgend op deze second opinion DBC. Een voorwaarde hiervoor is wel dat de afgesloten second opinion DBC exact dezelfde primaire diagnose bevat. Een vervolg-DBC met één van de volgende zorgtypen kan worden geopend:
      
      
          
          (langdurig periodieke) controle (201);
      
      
          
          voortgezette behandeling (202);
      
      
          
          uitloop (203).
      

a. a. indien een (initiële of vervolg-)DBC 365 dagen openstaat en de behandeling nog niet afgerond is. Een vervolg-DBC met één van de volgende zorgtypen kan worden geopend:

          
          (langdurig periodieke) controle (201);
        
        
          
          voortgezette behandeling (202);
        
        
          
          uitloop (203).

(langdurig periodieke) controle (201); voortgezette behandeling (202); uitloop (203). b. b. indien een patiënt weer terug in zorg komt voor dezelfde diagnose binnen 365 dagen na afsluiting van de voorgaande DBC, dient er een vervolg-DBC geopend te worden. c. c. als een zorgaanbieder de behandeling van een patiënt overneemt van een andere zorgaanbieder, nadat de nieuwe behandelaar een second opinion heeft uitgevoerd en hiervoor een DBC met het zorgtype second opinion (106) heeft geopend en gesloten. In dat geval moet de nieuwe hoofdbehandelaar een vervolg-DBC openen volgend op deze second opinion DBC. Een voorwaarde hiervoor is wel dat de afgesloten second opinion DBC exact dezelfde primaire diagnose bevat. Een vervolg-DBC met één van de volgende zorgtypen kan worden geopend:

          
          (langdurig periodieke) controle (201);
        
        
          
          voortgezette behandeling (202);
        
        
          
          uitloop (203).

(langdurig periodieke) controle (201); voortgezette behandeling (202); uitloop (203).

3.1.3. Typeren

Het typeren van een DBC bestaat uit verschillende onderdelen: het vastleggen van de identificatiegegevens van de patiënt, het vastleggen van het zorgtype en het classificeren van de (primaire) diagnose van de patiënt.

    1. Uitsluitend de hoofdbehandelaar mag typeren. De DBC moet bij het sluiten volledig en juist getypeerd zijn.
    1. De volgende identificatiegegevens van de patiënt dienen vastgelegd te worden bij het eerste onderdeel van de typering: 7De identificatiegegevens zijn gebaseerd op de Regeling verplichte aanlevering minimale dataset gespecialiseerde GGZ.

      a.
      naam patiënt;
      
      
      b.
      geboortedatum;
      
      
      c.
      geslacht;
      
      
      d.
      postcode;
      
      
      e.
      burgerservicenummer;
      
      
      f.
      unieke identificatie zorgverzekeraar (conform UZOVI-register).
      

a. a. naam patiënt; b. b. geboortedatum; c. c. geslacht; d. d. postcode; e. e. burgerservicenummer; f. f. unieke identificatie zorgverzekeraar (conform UZOVI-register).

    1. De hoofdbehandelaar noteert slechts één zorgtype voor een initiële of een vervolg-DBC die het beste de aanleiding tot zorg beschrijft.8Zie bijlage II voor de verschillende zorgtypen.
    1. De hoofdbehandelaar registreert de feitelijke diagnoseclassificatie conform de integrale DSM-IV-TR.9Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders. De bijbehorende codes van As 1 en As 2 sluiten aan bij de ICD-9-CM. De diagnose moet geregistreerd worden op vijf assen: 10Zie bijlage III voor een toelichting op de verschillende assen.

      a.
      as 1 klinische stoornissen: op deze as kunnen één of meerdere stoornissen worden geselecteerd. Bij het registreren van klinische stoornissen dient Niet Anderszins Omschreven (NAO) zoveel mogelijk te worden vermeden.
      
      
      b.
      as 2 persoonlijkheidsstoornissen: op deze as kunnen één of meerdere stoornissen worden geselecteerd. Per stoornis moet aangegeven worden of een stoornis aanwezig is óf dat er trekken van deze stoornis aanwezig zijn. Naast de registratie van de persoonlijkheidsstoornissen kan maximaal één code voor zwakzinnigheid of zwakbegaafdheid worden geregistreerd.
      
      
      c.
      as 3 somatische aandoeningen: op deze as dienen alleen somatische diagnoses geregistreerd te worden die een directe relatie hebben met de As 1- of As 2-stoornis en die van invloed zijn op de behandeling.
      
      
      d.
      as 4 psychosociale factoren: op deze as dienen psychosociale en omgevingsfactoren geregistreerd te worden die een duidelijke zorgverzwarende factor vormen bij de behandeling van de primaire diagnose.
      
      
      e.
      as 5 GAF-score: op deze as registreert de hoofdbehandelaar de Global Assessment of Functioning-score (GAF-score) driemaal:
      
      
          i.
          bij openen → de hoogste GAF-score van de voorgaande 365 dagen. Indien deze er niet is, dient de GAF-score genoteerd te worden van het begin van de behandeling of een inschatting gemaakt te worden van de hoogste GAF-score van het afgelopen jaar.
      
      
          ii.
          bij openen → de GAF-score op het moment van openen van de DBC.
      
      
          iii.
          bij sluiten → de GAF-score op de einddatum van de DBC.
      

a. a. as 1 klinische stoornissen: op deze as kunnen één of meerdere stoornissen worden geselecteerd. Bij het registreren van klinische stoornissen dient Niet Anderszins Omschreven (NAO) zoveel mogelijk te worden vermeden. b. b. as 2 persoonlijkheidsstoornissen: op deze as kunnen één of meerdere stoornissen worden geselecteerd. Per stoornis moet aangegeven worden of een stoornis aanwezig is óf dat er trekken van deze stoornis aanwezig zijn. Naast de registratie van de persoonlijkheidsstoornissen kan maximaal één code voor zwakzinnigheid of zwakbegaafdheid worden geregistreerd. c. c. as 3 somatische aandoeningen: op deze as dienen alleen somatische diagnoses geregistreerd te worden die een directe relatie hebben met de As 1- of As 2-stoornis en die van invloed zijn op de behandeling. d. d. as 4 psychosociale factoren: op deze as dienen psychosociale en omgevingsfactoren geregistreerd te worden die een duidelijke zorgverzwarende factor vormen bij de behandeling van de primaire diagnose. e. e. as 5 GAF-score: op deze as registreert de hoofdbehandelaar de Global Assessment of Functioning-score (GAF-score) driemaal:

          i.
          bij openen → de hoogste GAF-score van de voorgaande 365 dagen. Indien deze er niet is, dient de GAF-score genoteerd te worden van het begin van de behandeling of een inschatting gemaakt te worden van de hoogste GAF-score van het afgelopen jaar.
        
        
          ii.
          bij openen → de GAF-score op het moment van openen van de DBC.
        
        
          iii.
          bij sluiten → de GAF-score op de einddatum van de DBC.

i. i. bij openen → de hoogste GAF-score van de voorgaande 365 dagen. Indien deze er niet is, dient de GAF-score genoteerd te worden van het begin van de behandeling of een inschatting gemaakt te worden van de hoogste GAF-score van het afgelopen jaar. ii. ii. bij openen → de GAF-score op het moment van openen van de DBC. iii. iii. bij sluiten → de GAF-score op de einddatum van de DBC.

    1. Nadat de diagnose op alle assen is geregistreerd kan de hoofdbehandelaar aangeven wat de primaire diagnose is. De primaire diagnose is de belangrijkste reden voor behandeling. De primaire diagnose kan alleen uit een diagnose van As 1 of As 2 worden geselecteerd. Uitzonderingen:

      a.
      code 799.9 Diagnose/aandoening uitgesteld kan niet de primaire diagnose zijn.
      
      
      b.
      code V71.09 Geen diagnose of aandoening op As 2 aanwezig kan niet de primaire diagnose zijn, tenzij er bij een diagnose op As 2 trekken van .. wordt gescoord, kan deze wel dienen als primaire diagnose.
      
      
      c.
      de code op As 2 voor zwakzinnigheid of zwakbegaafdheid kan niet als primaire diagnose geregistreerd worden (hieronder vallen ook de codes voor stoornissen in de kindertijd op As 2).
      

a. a. code 799.9 Diagnose/aandoening uitgesteld kan niet de primaire diagnose zijn. b. b. code V71.09 Geen diagnose of aandoening op As 2 aanwezig kan niet de primaire diagnose zijn, tenzij er bij een diagnose op As 2 trekken van .. wordt gescoord, kan deze wel dienen als primaire diagnose. c. c. de code op As 2 voor zwakzinnigheid of zwakbegaafdheid kan niet als primaire diagnose geregistreerd worden (hieronder vallen ook de codes voor stoornissen in de kindertijd op As 2). 6. 6. Als de primaire diagnose van een openstaande initiële DBC wijzigt en de nieuwe diagnose valt in een andere hoofdgroep, dan moet het zorgtraject en bijbehorende DBC worden gesloten en wordt opnieuw een initiële DBC geopend.

    1. In sommige gevallen kan er sprake zijn van meerdere (primaire) diagnoses:

      a.
      parallelle zorgtrajecten: bij initiële parallelle DBCs moeten de primaire diagnoses in verschillende hoofdgroepen van de diagnosetabel vallen. Er kunnen dan meerdere initiële DBCs en bijbehorende zorgtrajecten geopend worden. De hoofdbehandelaar moet bij het openen van parallelle DBCs onder andere kunnen verantwoorden dat er substantieel verschillende behandelingen ingezet moeten worden.
      
      
      b.
      opeenvolgende zorgtrajecten: wanneer er sprake is van meerdere diagnoses waarvan één diagnose het meest dringend is, opent de hoofdbehandelaar eerst een initiële DBC en een zorgtraject voor de primaire diagnose. Als de patiënt voor de primaire diagnose is uitbehandeld, sluit de hoofdbehandelaar het zorgtraject en opent een nieuwe initiële DBC en een nieuw zorgtraject, waarbij de eerdere nevendiagnose de nieuwe primaire diagnose wordt. De voorwaarde voor opeenvolgende DBCs en bijbehorende zorgtrajecten is dat de primaire diagnoses van elkaar verschillen.
      

a. a. parallelle zorgtrajecten: bij initiële parallelle DBCs moeten de primaire diagnoses in verschillende hoofdgroepen van de diagnosetabel vallen. Er kunnen dan meerdere initiële DBCs en bijbehorende zorgtrajecten geopend worden. De hoofdbehandelaar moet bij het openen van parallelle DBCs onder andere kunnen verantwoorden dat er substantieel verschillende behandelingen ingezet moeten worden. b. b. opeenvolgende zorgtrajecten: wanneer er sprake is van meerdere diagnoses waarvan één diagnose het meest dringend is, opent de hoofdbehandelaar eerst een initiële DBC en een zorgtraject voor de primaire diagnose. Als de patiënt voor de primaire diagnose is uitbehandeld, sluit de hoofdbehandelaar het zorgtraject en opent een nieuwe initiële DBC en een nieuw zorgtraject, waarbij de eerdere nevendiagnose de nieuwe primaire diagnose wordt. De voorwaarde voor opeenvolgende DBCs en bijbehorende zorgtrajecten is dat de primaire diagnoses van elkaar verschillen.

3.1.4. Registreren

Zodra een DBC geopend is kunnen activiteiten en verrichtingen op verschillende categorieën geregistreerd worden: diagnostiek en behandeling, dagbesteding, verblijf en verrichtingen. Activiteiten en verrichtingen worden bijgehouden volgens de lijst van activiteiten en verrichtingen.11De activiteiten- en verrichtingenlijst is te vinden in bijlage IV.

    1. Een behandelaar mag alleen de patiëntgebonden tijd registreren die hij daadwerkelijk heeft besteed aan die activiteit. Niet-patiëntgebonden activiteiten, zoals scholing, het lezen van vakliteratuur, algemene vergaderingen en intervisiebijeenkomsten, mag de (hoofd)behandelaar niet op een DBC registreren.
    1. Behandelaren moeten bij het registreren gebruik maken van de codes die op de registratiedatum in de activiteiten- en verrichtingenlijst staan. Daarnaast moeten behandelaren bij het registreren van patiëntgebonden activiteiten aangeven of het om directe of indirecte (reis)tijd gaat. In de activiteiten- en verrichtingenlijst staat per activiteit aangegeven welke vormen van tijd geregistreerd mogen worden.
    1. De behandelaar mag alleen reistijd registreren als de reistijd in het teken staat van direct patiëntgebonden activiteiten. Als de patiënt niet verschijnt (no-show), dan mag de behandelaar de reistijd alsnog registreren. Er mag géén reistijd geregistreerd worden indien er gereisd moet worden naar een andere locatie binnen de eigen organisatie (AGB-code).
    1. De behandelaar verdeelt, in geval van meerdere behandelvormen tijdens één sessie met een patiënt, de bestede tijd naar verhouding over deze behandelvormen.
    1. Wanneer een patiënt groepstherapie krijgt waarbij meerdere mensen tegelijkertijd behandeld worden, deelt de behandelaar zijn bestede tijd door het aantal deelnemers. Het maakt daarbij niet uit op grond van welke bekostiging (Zvw, Wlz, Jeugdwet etc.) de behandelingen van die patiënten gefinancierd worden.
    1. Wanneer de behandelaar behandeltijd aan het systeem van de patiënt12Met de systeem van de patiënt wordt de tijd bedoeld die de behandelaar, in het kader van de diagnostiek of behandeling, contact heeft met de familieleden, gezinsleden, ouders, partner of andere naasten van de patiënt. besteedt, moet de behandelaar deze bestede tijd, in het kader van de behandeling van diagnose/aandoening van de patiënt, op de DBC van de betreffende patiënt registreren.
    1. In het geval van een open inloopspreekuur verdeelt de behandelaar de tijd die hij in totaal besteedt aan de patiënten evenredig over het aantal patiënten die hij tijdens het spreekuur heeft gezien.
    1. In het geval van onderlinge dienstverlening registreert de opdrachtgevende zorgaanbieder de activiteiten die de uitvoerende zorgaanbieder heeft uitgevoerd op de bestaande DBC. De opdrachtgever betaalt de opdrachtnemer vervolgens buiten de DBC-systematiek om.
    1. Alle behandelaren waarvan het beroep op de openingsdatum van de DBC is opgenomen in de DBC-beroepentabel, kunnen op de DBC diagnostiek en behandeling registreren.13De DBC-beroepentabel is te vinden in bijlage VI.

    In het kader van een behandeling moeten beroepen die onder het beroepencluster somatische beroepen vallen, hun tijd ook verantwoorden via activiteiten die het best passen bij de behandeling en die opgenomen zijn in de activiteiten- en verrichtingenlijst.

    Als behandelaren nog bezig zijn met een vervolgopleiding registreren zij onder het beroep van de opleiding die zij op het moment van behandelen hebben afgerond. Indien er nog géén opleiding is afgerond, mag er niet geregistreerd worden op het beroep waarvoor iemand nog in opleiding is.

    Beroepen die 24-uurscontinuïteitszorg leveren, registreren hun bestede tijd tijdens het verblijf van een patiënt niet, omdat deze tijd is verwerkt in het tarief voor verblijf:

      a.
      wanneer medische, psychotherapeutische, agogische, psychologische, vaktherapeutische en somatische beroepen worden ingezet als (mede)behandelaar, moet hun bestede tijd geregistreerd worden aan de hand van de activiteiten- en verrichtingenlijst;
    
    
      b.
      de uitgevoerde activiteiten en verrichtingen van aanwezigheid- en beschikbaarheiddiensten van medische of andere beroepen moeten ook met behulp van de registratielijst geregistreerd worden.
    

a. a. wanneer medische, psychotherapeutische, agogische, psychologische, vaktherapeutische en somatische beroepen worden ingezet als (mede)behandelaar, moet hun bestede tijd geregistreerd worden aan de hand van de activiteiten- en verrichtingenlijst; b. b. de uitgevoerde activiteiten en verrichtingen van aanwezigheid- en beschikbaarheiddiensten van medische of andere beroepen moeten ook met behulp van de registratielijst geregistreerd worden.

    Iedereen, onder verantwoordelijkheid van de hoofdbehandelaar, kan binnen de DBC dagbesteding registreren.

    Er wordt alleen dagbesteding geregistreerd als:

      a.
      de patiënt daadwerkelijk aanwezig is. Hierbij registreert de behandelaar het aantal uren dat de patiënt dagbesteding krijgt14Dagbesteding wordt geregistreerd in uren, diagnostiek en behandeling in minuten.;
    
    
      b.
      dagbesteding in het kader van de (psychiatrische) behandeling is;
    
    
      c.
      dagbesteding terug te vinden is in het behandelplan dat opgesteld is door de behandelaar.
    

a. a. de patiënt daadwerkelijk aanwezig is. Hierbij registreert de behandelaar het aantal uren dat de patiënt dagbesteding krijgt14Dagbesteding wordt geregistreerd in uren, diagnostiek en behandeling in minuten.; b. b. dagbesteding in het kader van de (psychiatrische) behandeling is; c. c. dagbesteding terug te vinden is in het behandelplan dat opgesteld is door de behandelaar. 15. 15. De volgende vormen van dagbesteding zijn te onderscheiden:

      a.
      dagbesteding sociaal;
    
    
      b.
      dagbesteding activering;
    
    
      c.
      dagbesteding educatie;
    
    
      d.
      dagbesteding arbeidsmatig;
    
    
      e.
      dagbesteding overig.

a. a. dagbesteding sociaal; b. b. dagbesteding activering; c. c. dagbesteding educatie; d. d. dagbesteding arbeidsmatig; e. e. dagbesteding overig. 16. 16. Tijdens dagbesteding mag de behandelaar geen direct patiëntgebonden behandelactiviteiten registreren. 17. 17. Dagbesteding mag niet geregistreerd worden in combinatie met de prestatie verblijf zonder overnachting.

Bij de registratie van verblijf wordt onderscheid gemaakt tussen verblijf met overnachting en verblijf zonder overnachting. Verblijf wordt altijd geregistreerd op basis van dagen aanwezigheid middels verblijfsprestaties.

    Alle behandelaren waarvan het beroep op de openingsdatum van de DBC is opgenomen in de DBC-beroepentabel mogen verblijfsdagen registreren.

    Een verblijfsdag met overnachting kan alleen geregistreerd worden als de patiënt voor 20:00 uur is opgenomen (zowel bij eerste opname als bij heropname) en s nachts in de instelling verblijft. De dag van opname en de daarop volgende nacht gelden als één verblijfsdag.

    Dagen dat de patiënt afwezig is, mogen niet worden geregistreerd als verblijfsprestatie.

    Voor de keuze van de deelprestatie van verblijf is de zorgvraag van de patiënt leidend. Op basis van de zorgvraag van de patiënt is een van de zeven prestaties van verblijf van toepassing welke het meest overeenkomt met de beschreven verblijfszorg. Declaratie vindt plaats overeenkomstig de verblijfsdagen die telkens, volgens de zorgvraag van de patiënt, van toepassing zijn.

Een verblijfsdag zonder overnachting wordt geregistreerd, indien er sprake is van de aanwezigheid van een patiënt gedurende een groot deel van de dag (gemiddeld tussen 09.00 en 17.00 uur), omdat de patiënt behandeling dan wel diagnostiek ontvangt.

    Verblijf zonder overnachting mag alleen geregistreerd worden indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

      a.
      er is niet meer dan 4 uur direct patiëntgebonden activiteiten geleverd;
    
    
      b.
      ondersteuning van personeel met een VOV-functie is noodzakelijk voor een goed verloop van de diverse behandel- en/of diagnostiekactiviteiten;
    
    
      c.
      er is geen sprake van een aaneenschakeling van behandelingen in één dagdeel en;
    
    
      d.
      er zijn minimaal twee direct patiëntgebonden activiteiten geleverd op dezelfde kalenderdag, die onder de hoofdgroep diagnostiek en/of behandeling of in combinatie met de verrichting ECT geregistreerd worden.
    

a. a. er is niet meer dan 4 uur direct patiëntgebonden activiteiten geleverd; b. b. ondersteuning van personeel met een VOV-functie is noodzakelijk voor een goed verloop van de diverse behandel- en/of diagnostiekactiviteiten; c. c. er is geen sprake van een aaneenschakeling van behandelingen in één dagdeel en; d. d. er zijn minimaal twee direct patiëntgebonden activiteiten geleverd op dezelfde kalenderdag, die onder de hoofdgroep diagnostiek en/of behandeling of in combinatie met de verrichting ECT geregistreerd worden. 23. 23. De op de dag uitgevoerde behandel- en/of diagnostiekactiviteiten maken geen onderdeel uit van de verblijfsdag zonder overnachting en moeten ook geregistreerd worden op de DBC.

Binnen de zorgcategorie verrichtingen wordt een onderscheid gemaakt tussen electroconvulsietherapie (ECT) en de ambulante Methadon verstrekking (AMV).

    Verrichtingen mogen alleen geregistreerd worden door behandelaren van wie het beroep op de openingsdatum van de DBC is opgenomen in de DBC-beroepentabel. Dit kan direct nadat de patiënt de behandeling ECT of ambulante Methadon heeft ontvangen.

    Bij ECT moet de behandelaar de tijd én het aantal behandelingen ECT registreren. Dit betekent dat de DBC twee zaken bevat:

      a.
      verrichting ECT: het aantal behandelingen ECT wordt geregistreerd volgens de activiteiten- en verrichtingenlijst en;
    
    
      b.
      activiteit ECT: beroepen die voorkomen op de DBC-beroepentabel registreren de bestede tijd met behulp van de activiteitcode voor ECT.
    

a. a. verrichting ECT: het aantal behandelingen ECT wordt geregistreerd volgens de activiteiten- en verrichtingenlijst en; b. b. activiteit ECT: beroepen die voorkomen op de DBC-beroepentabel registreren de bestede tijd met behulp van de activiteitcode voor ECT. 26. 26. Bij de verstrekking van Methadon aan ambulante patiënten moet de behandelaar de tijd én het aantal verstrekkingen van Methadon per kalendermaand registreren. Dit betekent dat de DBC twee zaken bevat:

      a.
      verrichting AMV: de behandelaar moet het aantal verstrekkingen AMV registreren. Dit is één verrichting per maand ongeacht de hoeveelheid Methadon en frequentie van de verstrekkingen;
    
    
      b.
      activiteit Farmacotherapie: bij de ambulante verstrekking van Methadon moet de behandelaar de bestede tijd registreren op de activiteit farmacotherapie.

a. a. verrichting AMV: de behandelaar moet het aantal verstrekkingen AMV registreren. Dit is één verrichting per maand ongeacht de hoeveelheid Methadon en frequentie van de verstrekkingen; b. b. activiteit Farmacotherapie: bij de ambulante verstrekking van Methadon moet de behandelaar de bestede tijd registreren op de activiteit farmacotherapie.

3.1.5. Crisis-DBC

Een crisis-DBC heeft een looptijd van maximaal 28 dagen. De 24-uurs-crisiszorg die de crisisdiensten leveren wordt onder andere gekenmerkt door de niet planbaarheid van zorg. Alleen instellingen met een 24-uurs crisisdienst met een regionale functie mogen in het geval van een crisisinterventie een DBC openen waarop crisisactiviteiten geschreven kunnen worden.

De geleverde crisiszorg heeft als doel de crisissituatie van de patiënt zo spoedig mogelijk te stabiliseren. Een patiënt kan vervolgens (1) geen zorg meer nodig hebben; (2) een regulier zorgtraject starten of (3) een regulier zorgtraject vervolgen.

    1. Alle behandelaren waarvan het beroep op de openingsdatum van de DBC is opgenomen in de DBC-beroepentabel mogen op de DBC-crisisactiviteiten registreren.

In het geval van een crisiscontact wordt een (nieuwe) crisis-DBC geopend of een al gesloten crisis-DBC wordt heropend. De keuze voor het openen van een crisis-DBC of het heropenen van een crisis-DBC is afhankelijk van de opening- en sluitdatum van voorgaande crisis-DBC.

    1. In de volgende gevallen dient er een nieuwe crisis-DBC geopend te worden:

      a.
      Wanneer er sprake is van een nieuwe patiënt.
      
      
      b.
      Wanneer er sprake is van een bekende patiënt die voor een nieuwe primaire diagnose voor de eerste keer crisiszorg nodig heeft. De primaire diagnose komt dus niet overeen met eventueel voorgaande geopende crisis-DBCs.
      
      
      c.
      Wanneer een crisis-DBC de maximale looptijd van 28 dagen heeft bereikt en de crisisinterventie nog niet is afgerond en de behandelaar hiervoor directe en indirecte tijd wil registreren. De openingsdatum van de nieuwe crisis-DBC is dag 29 en heeft dezelfde primaire diagnose en hetzelfde zorgtype.
      
      
      d.
      Wanneer de patiënt terug in crisiszorg komt voor eenzelfde diagnose, maar er meer dan 28 dagen zijn verstreken sinds het openen van de vorige crisis-DBC.
      
      
      e.
      Wanneer het niet duidelijk is dat de crisiszorg in het kader van de primaire diagnose van een al geopende crisis-DBC is.
      

a. a. Wanneer er sprake is van een nieuwe patiënt. b. b. Wanneer er sprake is van een bekende patiënt die voor een nieuwe primaire diagnose voor de eerste keer crisiszorg nodig heeft. De primaire diagnose komt dus niet overeen met eventueel voorgaande geopende crisis-DBCs. c. c. Wanneer een crisis-DBC de maximale looptijd van 28 dagen heeft bereikt en de crisisinterventie nog niet is afgerond en de behandelaar hiervoor directe en indirecte tijd wil registreren. De openingsdatum van de nieuwe crisis-DBC is dag 29 en heeft dezelfde primaire diagnose en hetzelfde zorgtype. d. d. Wanneer de patiënt terug in crisiszorg komt voor eenzelfde diagnose, maar er meer dan 28 dagen zijn verstreken sinds het openen van de vorige crisis-DBC. e. e. Wanneer het niet duidelijk is dat de crisiszorg in het kader van de primaire diagnose van een al geopende crisis-DBC is. 3. 3. In de volgende gevallen dient er een crisis-DBC heropend te worden:

      a.
      Wanneer de DBC gesloten is, maar de behandelaar nog indirecte tijd wil registreren op de crisis-DBC. Dit kan alleen als er minder dan 28 dagen zijn verstreken sinds het openen van de crisis-DBC.
    
    
      b.
      Wanneer de crisis-DBC is gesloten, maar de patiënt binnen 28 dagen na het openen van de crisis-DBC terug in crisis komt.

a. a. Wanneer de DBC gesloten is, maar de behandelaar nog indirecte tijd wil registreren op de crisis-DBC. Dit kan alleen als er minder dan 28 dagen zijn verstreken sinds het openen van de crisis-DBC. b. b. Wanneer de crisis-DBC is gesloten, maar de patiënt binnen 28 dagen na het openen van de crisis-DBC terug in crisis komt.

    1. In het geval van een crisisinterventie, heeft een behandelaar de keuze uit twee zorgtypen:15Zie bijlage II voor de verschillende zorgtypen.

      a.
      Crisisinterventie zonder opname.
      
      
      b.
      Crisisinterventie met opname.
      

a. a. Crisisinterventie zonder opname. b. b. Crisisinterventie met opname. 5. 5. Gedurende de looptijd van de DBC mag het zorgtype gewijzigd worden. Het zorgtype moet echter bij het sluiten van de DBC volledig en juist geregistreerd zijn. 6. 6. De diagnose van de crisis-DBC en een gelijktijdig zorgtraject mogen overeenkomen.

    1. Behandelaren van een 24-uurs crisisdienst mogen binnen de DBC-systematiek crisiszorg leveren. Ook behandelaren die de crisisdienst inschakelen om de crisissituatie van een patiënt te stabiliseren, mogen deze tijd als crisiszorg registreren. Voor alle behandelaren geldt dat hun beroep moet zijn opgenomen in de DBC-beroepentabel.
    1. Er mogen alleen activiteiten geregistreerd worden op een crisis-DBC die in verband staan met crisiszorg. Er moeten dan twee zaken geregistreerd worden:

      a.
      Beschikbaarheidscomponent voor een 24-uurs crisisdienst (buiten kantooruren). Deze beschikbaarheidscomponent mag maar één keer per crisis-DBC geregistreerd worden.
      
      
      b.
      Crisisactiviteiten tijdens de crisisdienst, waarbij een behandelaar alleen patiëntgebonden crisiscontacten mag registreren die hij daadwerkelijk heeft besteed.
      

a. a. Beschikbaarheidscomponent voor een 24-uurs crisisdienst (buiten kantooruren). Deze beschikbaarheidscomponent mag maar één keer per crisis-DBC geregistreerd worden. b. b. Crisisactiviteiten tijdens de crisisdienst, waarbij een behandelaar alleen patiëntgebonden crisiscontacten mag registreren die hij daadwerkelijk heeft besteed. 9. 9. Er mogen geen verblijfsdagen (met of zonder overnachting) geregistreerd worden op een crisis-DBC met het zorgtype crisisinterventie zonder opname. 10. 10. Er moet op een crisis-DBC altijd directe tijd worden geregistreerd. 11. 11. Indien er sprake is van parallelle zorgtrajecten, moet de behandelaar de geboden zorg registreren op de DBC waarop deze betrekking heeft.

3.1.6. Sluiten

    1. De hoofdbehandelaar is verantwoordelijk voor het sluiten van de DBC, waarbij de hoofdbehandelaar (of diegene die onder zijn of haar verantwoordelijkheid valt) de volgende punten controleert:

      a.
      de DBC is ingevuld conform deze regeling;
      
      
      b.
      de DBC bevat de juiste informatie;
      
      
      c.
      de typering is juist en volledig ingevuld;
      
      
      d.
      de diagnose is juist ingevuld; 16Indien er op een DBC alleen pré-intake/intake/diagnostiek en/of crisisopvang is geregistreerd, kan de DBC gesloten worden zonder weergave van een diagnoseclassificatie.
      
      
      e.
      de GAF-score is ingevuld.
      

a. a. de DBC is ingevuld conform deze regeling; b. b. de DBC bevat de juiste informatie; c. c. de typering is juist en volledig ingevuld; d. d. de diagnose is juist ingevuld; 16Indien er op een DBC alleen pré-intake/intake/diagnostiek en/of crisisopvang is geregistreerd, kan de DBC gesloten worden zonder weergave van een diagnoseclassificatie. e. e. de GAF-score is ingevuld. 2. 2. Als één van de punten in artikel 3.1.6.1 niet of niet juist is ingevoerd, mag de DBC niet afgesloten worden. 3. 3. In de volgende gevallen moet de DBC gesloten worden:

      a.
      als de maximale looptijd van 365 dagen is bereikt (ongeacht of de patiënt gedurende die looptijd wel of niet zorg heeft ontvangen). Er dient een vervolg-DBC te worden geopend met één van de volgende zorgtypen:
      
        
          i.
          (langdurige periodieke) Controle (201);
        
        
          ii.
          voortgezette behandeling (202);
        
        
          iii.
          uitloop (203).
        
      
    
    
      b.
      als de patiënt:
      
        
          i.
          is overleden. In dit geval moet de DBC gesloten worden op de dag van overlijden. Het is niet toegestaan om nog patiëntgebonden activiteiten te registreren na de overlijdensdatum.
        
        
          ii.
          is verhuisd en niet meer bereid is om te reizen voor de behandeling.
        
        
          iii.
          langdurig niet meer op is komen dagen.
        
        
          iv.
          365 dagen geen zorg heeft ontvangen.
        
      
    
    
      c.
      als de patiënt voor de behandeling van de primaire diagnose wordt terug- of doorverwezen naar een andere instelling/praktijk.
    
    
      d.
      als de behandelaar en patiënt in overleg besluiten dat het behandeltraject voor de desbetreffende primaire diagnose is beëindigd.
    
    
      e.
      als de patiënt na de pré-intake, intake of diagnostiek niet in zorg terug komt of als de patiënt in crisis raakt en daarna in reguliere behandeling of uit zorg gaat.
    
    
      f.
      als de patiënt overgaat naar de ZZP-systematiek binnen de Zvw. Hiervan is sprake wanneer de patiënt langer dan 365 dagen aaneengesloten verblijft.
    
    
      g.
      als de zorg voor een patiënt over gaat naar een andere vorm van bekostiging.

a. a. als de maximale looptijd van 365 dagen is bereikt (ongeacht of de patiënt gedurende die looptijd wel of niet zorg heeft ontvangen). Er dient een vervolg-DBC te worden geopend met één van de volgende zorgtypen:

          i.
          (langdurige periodieke) Controle (201);
        
        
          ii.
          voortgezette behandeling (202);
        
        
          iii.
          uitloop (203).

i. i. (langdurige periodieke) Controle (201); ii. ii. voortgezette behandeling (202); iii. iii. uitloop (203). b. b. als de patiënt:

          i.
          is overleden. In dit geval moet de DBC gesloten worden op de dag van overlijden. Het is niet toegestaan om nog patiëntgebonden activiteiten te registreren na de overlijdensdatum.
        
        
          ii.
          is verhuisd en niet meer bereid is om te reizen voor de behandeling.
        
        
          iii.
          langdurig niet meer op is komen dagen.
        
        
          iv.
          365 dagen geen zorg heeft ontvangen.

i. i. is overleden. In dit geval moet de DBC gesloten worden op de dag van overlijden. Het is niet toegestaan om nog patiëntgebonden activiteiten te registreren na de overlijdensdatum. ii. ii. is verhuisd en niet meer bereid is om te reizen voor de behandeling. iii. iii. langdurig niet meer op is komen dagen. iv. iv. 365 dagen geen zorg heeft ontvangen. c. c. als de patiënt voor de behandeling van de primaire diagnose wordt terug- of doorverwezen naar een andere instelling/praktijk. d. d. als de behandelaar en patiënt in overleg besluiten dat het behandeltraject voor de desbetreffende primaire diagnose is beëindigd. e. e. als de patiënt na de pré-intake, intake of diagnostiek niet in zorg terug komt of als de patiënt in crisis raakt en daarna in reguliere behandeling of uit zorg gaat. f. f. als de patiënt overgaat naar de ZZP-systematiek binnen de Zvw. Hiervan is sprake wanneer de patiënt langer dan 365 dagen aaneengesloten verblijft. g. g. als de zorg voor een patiënt over gaat naar een andere vorm van bekostiging. 4. 4. Bij het sluiten van een DBC moet één van de volgende redenen van afsluiting worden geregistreerd:

      a.
      reden voor afsluiting bij patiënt/niet bij behandelaar.
    
    
      b.
      reden voor afsluiting bij behandelaar/om inhoudelijke redenen.
    
    
      c.
      in onderling overleg beëindigd zorgtraject/ patiënt uitbehandeld.
    
    
      d.
      afsluiting na alleen pré-intake/intake/diagnostiek/crisisopvang.
    
    
      e.
      afsluiten vanwege openen vervolg-DBC.
    
    
      f.
      afsluiten vanwege overgang naar andere bekostiging.
    
    
      g.
      afsluiten vanwege overgang naar ZZP GGZ prestaties.

a. a. reden voor afsluiting bij patiënt/niet bij behandelaar. b. b. reden voor afsluiting bij behandelaar/om inhoudelijke redenen. c. c. in onderling overleg beëindigd zorgtraject/ patiënt uitbehandeld. d. d. afsluiting na alleen pré-intake/intake/diagnostiek/crisisopvang. e. e. afsluiten vanwege openen vervolg-DBC. f. f. afsluiten vanwege overgang naar andere bekostiging. g. g. afsluiten vanwege overgang naar ZZP GGZ prestaties.

3.2. Bepalingen validatie DBCs

    1. De administratieve organisatie is zodanig ingericht dat een audit-trail mogelijk is. De NZa en de zorgverzekeraar moeten te allen tijde de mogelijkheid hebben om DBC-registratie op juistheid te controleren.
    1. De zorgaanbieder neemt ten behoeve van de DBC-registratie en declaratie van DBC's in hun registratie- en declaratiesoftware een validatiemodule op. Het document Validatieregels GGZ, dat integraal onderdeel uitmaakt van deze regeling, bevat de specificaties waaraan de validatiemodule moet voldoen. Dit document is te downloaden van de website van de NZa (www.nza.nl). De validatiemodule dient zodanig te zijn ingericht dat uitsluitend DBCs in rekening kunnen worden gebracht die niet strijdig zijn met de inhoud van deze regeling.
    1. De zorgaanbieder hanteert de validatiemodule als instrument om de betrouwbaarheid van DBC's te toetsen en de juistheid van de registratie te verifiëren. Verificatie geschiedt op basis van gegevens in bronbestanden.

3.3. Declaratiebepalingen DBCs

Deze regeling stelt voorschriften, voorwaarden of beperkingen met betrekking tot het declaratieproces in de gespecialiseerde GGZ.

    1. Voor het leveren van zorg aan een patiënt kan de zorgaanbieder een bij deze zorg behorend DBC-tarief declareren indien voldaan is aan de volgende voorwaarden:

      a.
      het gehele DBC-traject is afgesloten overeenkomstig deze regeling;
      
      
      b.
      de stappen die het DBC-traject omvatten, te weten: openen, typeren, registreren, sluiten en valideren, zijn volledig doorlopen;
      
      
      c.
      de onder b genoemde stappen, met uitzondering van valideren, vinden plaats door of onder verantwoordelijkheid van de hoofdbehandelaar;
      
      
      d.
      de hoofdbehandelaar heeft voor het stellen van een diagnose direct patiëntgebonden tijd besteed aan de patiënt waarvoor wordt gedeclareerd. Indien er sprake is van een vervolg-DBC, dan geldt de NZa-regelgeving van verplicht directe tijd van de hoofdbehandelaar niet. Voor crisis-DBCs zonder verblijf geldt een uitzondering op deze bepaling: de directe tijd hoeft niet door de hoofdbehandelaar besteed te zijn;
      
      
      e.
      het aantal geleverde minuten direct patiëntgebonden tijd is geregistreerd op een dusdanige manier dat effectieve controle door de zorgverzekeraar mogelijk is.
      

a. a. het gehele DBC-traject is afgesloten overeenkomstig deze regeling; b. b. de stappen die het DBC-traject omvatten, te weten: openen, typeren, registreren, sluiten en valideren, zijn volledig doorlopen; c. c. de onder b genoemde stappen, met uitzondering van valideren, vinden plaats door of onder verantwoordelijkheid van de hoofdbehandelaar; d. d. de hoofdbehandelaar heeft voor het stellen van een diagnose direct patiëntgebonden tijd besteed aan de patiënt waarvoor wordt gedeclareerd. Indien er sprake is van een vervolg-DBC, dan geldt de NZa-regelgeving van verplicht directe tijd van de hoofdbehandelaar niet. Voor crisis-DBCs zonder verblijf geldt een uitzondering op deze bepaling: de directe tijd hoeft niet door de hoofdbehandelaar besteed te zijn; e. e. het aantal geleverde minuten direct patiëntgebonden tijd is geregistreerd op een dusdanige manier dat effectieve controle door de zorgverzekeraar mogelijk is. 2. 2. De zorgaanbieder kan het DBC-tarief in rekening brengen voor alle afgesloten DBC's die zijn gevalideerd door middel van de validatiemodule. Het DBC-tarief dat wordt gedeclareerd is het tarief dat van toepassing was op de datum van openen van de DBC. 3. 3. Het DBC-tarief wordt gedeclareerd aan de patiënt of aan de zorgverzekeraar. Wanneer de patiënt gedurende het DBC-traject is veranderd van zorgverzekeraar, moet het DBC-tarief worden gedeclareerd bij de zorgverzekeraar bij wie de patiënt verzekerd was op de datum van het openen van de DBC.

    1. Indien er sprake is van onderlinge dienstverlening, kan de uitvoerende zorgaanbieder de vergoeding daarvoor uitsluitend in rekening brengen aan de zorgaanbieder die de prestatie bij de uitvoerder heeft aangevraagd. Er mag door de uitvoerende zorgaanbieder geen DBC gedeclareerd worden.
    1. Een zorgaanbieder heeft bepaalde verplichtingen als het gaat om transparantie richting de patiënt. Voor wat betreft deze verplichtingen verwijzen we naar de beleidsregel Transparantie zorgaanbieders.

3.4. Informatiebepalingen DBCs

Elke factuur dient in ieder geval de volgende gegevens te bevatten als onderdeel van de prestatiebeschrijving:

    *DBC-traject startdatum*
  
  Bij initiële DBC's is dit de datum waarop het eerste directe of indirecte patiëntgebonden contact plaatsvindt. Bij vervolg DBC's is dit de startdatum van het vervolg DBC-traject.
    *DBC-traject einddatum*
  
  De DBC wordt afgesloten zodra de laatste activiteit (direct of indirect patiëntgebonden) voor een patiënt is geleverd.17In enkele gevallen hoeft de laatste activiteit niet de einddatum van de DBC te zijn. Dit is bijvoorbeeld wanneer de patiënt overlijdt. In dat geval dient de overlijdensdatum de einddatum van het DBC-traject te zijn.
    *Declaratiecode*
  
  Dit is de zescijferige code die op basis van de prestatiecode kan worden afgeleid. De declaratiecode is gekoppeld aan de prestatiecode. Meerdere prestatiecodes kunnen afleiden op dezelfde declaratiecode. Aan elke declaratiecode is ook een tarief gekoppeld.
    *Gedeclareerde tarief*
  
  Op de factuur wordt het te declareren DBC-tarief vermeld. Het te betalen bedrag wordt rekenkundig afgerond op twee decimalen.
    *AGB-code*
  
  Voor zelfstandig gevestigde zorgaanbieders: de AGB-zorgverlenerscode en  indien van toepassing  de AGB-praktijkcode.
  Voor instellingen: de AGB-instellingscode en  indien van toepassing  de AGB-zorgverlenerscode.
    *De AGB-code en het beroep van de hoofdbehandelaar*
  
  Naast bovenstaande AGB-code moet ook de AGB-code en het beroep van de hoofdbehandelaar op de factuur vermeld worden. Indien de hoofdbehandelaar in de fase van behandeling een andere hoofdbehandelaar is dan in de fase van de diagnose, dan moet ook de AGB-code van de tweede hoofdbehandelaar en diens beroep op de factuur vermeld worden.
    *Directe en indirecte tijd*
  
  Op de factuur dient ook de volgende informatie met betrekking tot de bestede tijd vermeld te worden:
  
    
      a.
      directe en indirecte tijd van de hoofdbehandelaar(s);
    
    
      b.
      directe en indirecte tijd van iedere medebehandelaar en vermelding van diens beroep;
    
    
      c.
      de totaal bestede directe en indirecte tijd van de gehele DBC (optelsom van a en b).

a. a. directe en indirecte tijd van de hoofdbehandelaar(s); b. b. directe en indirecte tijd van iedere medebehandelaar en vermelding van diens beroep; c. c. de totaal bestede directe en indirecte tijd van de gehele DBC (optelsom van a en b). 8. 8.

    *Het type verwijzer*
  
  Op de declaratie dient het type verwijzer vermeld te worden naar onderstaande classificatie:
  
    
      1.
      verwezen patiënt vanuit de eerste lijn (o.a. huisarts, bedrijfsarts);
    
    
      2.
      verwezen patiënt vanuit een (andere) GGZ-instelling, instelling voor medisch specialistische zorg of GGZ-praktijk;
    
    
      3.
      verwezen patiënt vanuit de crisis zorg of S.E.H.;
    
    
      4.
      eigen patiënt (bijvoorbeeld in geval van een vervolg-DBC);
    
    
      5.
      verwezen patiënt, maar verwijzer heeft geen AGB-code (bijvoorbeeld in geval van een verwijzing naar de crisiszorg, buitenlandse zorgaanbieder);
    
    
      6.
      zelfverwijzer;
    
    
      7.
      bemoeizorg.
    1. verwezen patiënt vanuit de eerste lijn (o.a. huisarts, bedrijfsarts);
      
    1. verwezen patiënt vanuit een (andere) GGZ-instelling, instelling voor medisch specialistische zorg of GGZ-praktijk;
      
    1. verwezen patiënt vanuit de crisis zorg of S.E.H.;
      
    1. eigen patiënt (bijvoorbeeld in geval van een vervolg-DBC);
      
    1. verwezen patiënt, maar verwijzer heeft geen AGB-code (bijvoorbeeld in geval van een verwijzing naar de crisiszorg, buitenlandse zorgaanbieder);
      
    1. zelfverwijzer;
      
    1. bemoeizorg.
      
    *AGB-code van de verwijzer*
  
  Indien er sprake is van type verwijzer genoemd onder 3.4.8.1 tot en met 3.4.8.4 moet op de factuur de AGB-code van de verwijzende zorgverlener (natuurlijk persoon) vermeld worden. Dit moet de AGB-code op persoonsniveau zijn.
    *Dagbesteding*
  
  Op de factuur dient de activiteitencode waarmee dagbesteding bij de aanbieder wordt geregistreerd en het aantal uren dagbesteding per DBC te worden vermeld.
    *DBC-prestatiecode*
  
  De specificatie van het geleverde zorgproduct. De DBC-prestatiecode wordt afgeleid van de gevalideerde DBC-dataset. Deze code bestaat uit 12 alfanumerieke posities, gevuld volgens vier 3-cijferige DBC-componenten en in onderstaande volgorde:
  
    
      a.
      zorgtype;
    
    
      b.
      diagnoseclassificatie;
    
    
      c.
      zorgvraagzwaarte (000);
    
    
      d.
      productgroep voor behandeling van de DBC-dataset.
    
  
  De diagnose-informatie op de factuur dient zich te beperken tot de 14 diagnosehoofdgroepen in uitsluitend de langdurende of intensieve behandelgroepen overeenkomstig de productstructuur. Voor de behandelgroepen diagnostiek, crisis en kortdurend is vermelding van diagnose-informatie op de factuur niet toegestaan. Evenmin is het toegestaan dat uit de factuur blijkt of er ten aanzien van het zorgtype sprake is van een rechterlijke uitspraak.
  
    
      
      
        
          
            De verplichting tot het verstrekken van de zorgvraagzwaarte op defactuur zoals opgenomen in deze regeling is, tot en met 31 december 2015, niet van toepassing op zorg die vanaf het moment van inwerkingtreding van deze regeling in het jaar 2015 door de zorgaanbieder wordt gedeclareerd. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing voor zorg die in het jaar 2015 door een zorgaanbieder is geleverd en welke zorg nog niet is gedeclareerd op het moment van inwerkingtreding van deze regeling.
          
        
        
          
        
        
          
            Voor zorg waarop het gestelde in de twee voorgaande volzinnen van toepassing is geldt dat de component zorgvraagzwaarte op de factuur dient te worden aangeduid met 000.
          
        
        
          
        
        
          
            De zorgaanbieder is verplicht de brongegevens waaruit de zorgvraagzwaarte-indicator is af te leiden te blijven registreren.
          
        
        
          
            In een nieuwe versie van deze regeling neemt de NZa op hoe de zorgvraagzwaarte met ingang van 1 januari 2016 aangeleverd moet worden aan de zorgverzekeraar. In die versie van de regeling zal ook staan hoe de zorgvraagzwaarte-gegevens over de periode tot 31 december 2015 aangeleverd moeten worden bij de zorgverzekeraars.

a. a. zorgtype; b. b. diagnoseclassificatie; c. c. zorgvraagzwaarte (000); d. d. productgroep voor behandeling van de DBC-dataset. 12. 12.

    *Deelprestaties*
  
  De volgende deelprestaties worden onderscheiden:
  
    
      a.
      verblijf: in totaal worden zeven deelprestaties verblijf onderscheiden (deelprestatie verblijf A t/m G). Deze deelprestaties worden per dag geregistreerd;
    
    
      b.
      electroconvulsietherapie (ECT);
    
    
      c.
      ambulante methadon verstrekking (AMV);
    
    
      d.
      beschikbaarheidcomponent crisis (BCC);
    
    
      e.
      verblijf zonder overnachting (VZO).
    
  
  Alle deelprestaties worden altijd in combinatie met een productgroep voor behandeling in rekening gebracht. Op de factuur wordt vermeld welke deelprestaties op welke datum geleverd zijn.

a. a. verblijf: in totaal worden zeven deelprestaties verblijf onderscheiden (deelprestatie verblijf A t/m G). Deze deelprestaties worden per dag geregistreerd; b. b. electroconvulsietherapie (ECT); c. c. ambulante methadon verstrekking (AMV); d. d. beschikbaarheidcomponent crisis (BCC); e. e. verblijf zonder overnachting (VZO). 13. 13.

    *Lekenomschrijving*
  
  Indien een zorgaanbieder aan de patiënt factureert, voegt hij op de factuur een lekenomschrijving met betrekking tot de geleverde zorg toe. Vermelding van de lekenomschrijving blijft achterwege, indien de zorgaanbieder de factuur rechtstreeks aan de zorgverzekeraar zendt.

3.5. Uitzondering in geval van privacybezwaren

    * Privacyverklaring*
  
  De artikelen 3.4.3, 3.4.11 en 3.4.13, voor zover betrekking hebbend op tot de diagnose herleidbare gegevens, blijven buiten toepassing indien de patiënt en de zorgaanbieder gezamenlijk een verklaring hebben ondertekend overeenkomstig bijlage 1.
    * Inzenden verklaring*
  
  De verklaring bedoeld in artikel 3.5.1 dient vóór, doch uiterlijk op het moment van indiening van de factuur bij de zorgverzekeraar in het bezit te worden gesteld van de zorgverzekeraar van de patiënt.
    * Bewaren afschrift*
  
  De zorgaanbieder houdt in zijn administratie een afschrift van de in artikel 3.5.1 bedoelde verklaring.
    * Aanpassen tarief*
  
  In aanvulling op de uitzonderingsbepaling van artikel 3.5.1 en zo nodig in afwijking van artikel 3.4.4 zijn patiënt en zorgaanbieder gerechtigd om een tarief, niet hoger dan het geldende maximumtarief, te declareren zodanig dat dit afwijkende tarief niet herleidbaar is naar de diagnose. De zorgaanbieder, al dan niet in gezamenlijkheid met de patiënt, dient in dit geval in overleg met de zorgverzekeraar tot een afwijkende, doch voor beide partijen aanvaardbare betalingsprocedure te komen. De zorgverzekeraar is gehouden om binnen redelijke grenzen medewerking te verlenen aan de totstandkoming van zon betalingsprocedure.
    * Controle door medisch adviseur*
  
  Controle door de zorgverzekeraar op de rechtmatigheid van facturen, die op grond van artikel 3.5.1 door een zorgaanbieder, dan wel een patiënt, ter betaling aan die zorgverzekeraar zijn aangeboden, vindt plaats door of onder verantwoordelijkheid van een medisch adviseur.
    * Uitzondering voor zelfbetalers*
  
  De artikelen 3.4.3, 3.4.11 en 3.4.13, voor zover betrekking hebbend op tot de diagnose herleidbare gegevens, blijven buiten toepassing indien een patiënt aan de zorgaanbieder te kennen geeft de factuur, resp. facturen, met betrekking tot de door hem genoten behandeling(en) zelf te zullen betalen, althans niet ter betaling bij zijn zorgverzekeraar aan te bieden.
    * Factuur alsnog ter betaling indienen*
  
  Indien een patiënt bedoeld in artikel 3.5.6 zich bedenkt en de factuur op een later moment alsnog ter betaling wil indienen bij zijn zorgverzekeraar, dan dient alsnog een verklaring als bedoeld in artikel 3.5.1 te worden ingevuld en ondertekend. De artikelen 3.5.2 tot en met 3.5.5 zijn in dat geval van overeenkomstige toepassing.

4. ZZP GGZ-zorgproducten

In dit hoofdstuk worden de registratie-, declaratie- en informatiebepalingen van de prestaties en toeslagen in het kader van de langdurige GGZ met behandeling beschreven.

Met prestaties wordt in dit hoofdstuk bedoeld:

ZZP GGZ B 3 t/m 7 inclusief dagbesteding; ZZP GGZ B 3 t/m 7 exclusief dagbesteding; ZZP GGZ Klinisch Intensieve Behandeling.

Met toeslagen wordt in dit hoofdstuk bedoeld:

Toeslag Niet-strafrechtelijke forensische psychiatrie; Toeslag Vervoer dagbesteding.

4.1. Algemene registratiebepalingen

    1. De registratie van de prestaties en toeslagen in de administratie van de zorgaanbieder is volledig, juist en actueel.
    1. De registratie van de prestaties en toeslagen start wanneer de patiënt langer dan 365 aaneengesloten dagen behandeling inclusief verblijf heeft ontvangen. Voor patiënten met behandeling en verblijf wordt vanaf dag 366 een ZZP GGZ geregistreerd in plaats van een DBC.
    1. De registratie van de prestaties en toeslagen eindigt wanneer de patiënt niet langer verblijft in de instelling.
    1. In uitzondering op artikel 4.1.3 geldt dat de zorgaanbieder, in verband met het beschikbaar houden van de verblijfsplaats, gedurende de tijdelijke afwezigheid van de patiënt het ZZP GGZ mag blijven registreren dat ook geregistreerd wordt bij aanwezigheid. Voor registratie bij tijdelijke afwezigheid geldt een maximum van veertien dagen afwezigheid per keer, tellend vanaf de eerste dag na vertrek van de instelling. Dit maximum geldt niet in het geval van ziekenhuisopname. In aanvulling op het gestelde in de vorige alinea geldt voor de registratie bij tijdelijke afwezigheid van patiënten die als leerling voor dagonderwijs staan ingeschreven en die dit onderwijs ook daadwerkelijk volgen, per keer een maximum afwezigheid berekend vanaf de eerste dag van afwezigheid van de patiënt tot de maximale wettelijke vakantieduur.
    1. De uitzondering als bedoeld in artikel 4.1.4 is niet van toepassing op de toeslagen.
    1. Er kunnen niet meerdere ZZPs GGZ voor één patiënt voor dezelfde datum worden geregistreerd.
    1. De administratieve organisatie is zodanig ingericht dat een audit-trail mogelijk is. De NZa en de zorgverzekeraar moeten te allen tijde de mogelijkheid hebben om vastlegging van de uitgevoerde behandeltrajecten op juistheid te controleren.

4.2. Declaratiebepalingen

    1. De zorgaanbieder declareert de prestatie met het profiel dat overeenkomt met het profiel van de patiënt (zie Bijlage VIII). De declaratie vindt plaats op patiëntniveau.
    1. Er kunnen niet meerdere ZZPs GGZ voor één patiënt voor dezelfde datum worden gedeclareerd.
    1. De toeslagen worden altijd in combinatie met een ZZP GGZ in rekening gebracht.
    1. De declaratieperiode voor de prestaties en toeslagen is een kalendermaand.
    1. Wanneer er een verandering in de zorgvraag van de patiënt optreedt, kan een ander (hoger of lager) ZZP GGZ worden gedeclareerd.
    1. De prestaties en toeslagen worden na het einde van de declaratieperiode in rekening gebracht.
    1. De declaratie bestaat uit het aan de patiënt geleverde aantal ZZP dagen en eventuele toeslagen binnen de declaratieperiode.
    1. In uitzondering op artikel 4.2.7 geldt dat de zorgaanbieder, in verband met het beschikbaar houden van de verblijfsplaats, gedurende de tijdelijke afwezigheid van de patiënt het ZZP GGZ mag declareren wat ook gedeclareerd wordt bij aanwezigheid. Voor declaratie bij tijdelijke afwezigheid geldt een maximum van veertien dagen afwezigheid per keer, tellend vanaf de eerste dag na vertrek van de instelling. Dit maximum geldt niet in het geval van ziekenhuisopname. In aanvulling op het in de vorige alinea gestelde, geldt voor de declaratie bij tijdelijke afwezigheid van patiënten die als leerling voor dagonderwijs staan ingeschreven en die dit onderwijs ook daadwerkelijk volgen, per keer een maximum afwezigheid van de eerste dag van afwezigheid van de patiënt tot de maximale wettelijke vakantieduur.
    1. De bepalingen als beschreven in artikel 4.2.8 hebben geen betrekking op de toeslagen.
    Een zorgaanbieder heeft bepaalde verplichtingen als het gaat om transparantie richting de patiënt. Voor wat betreft deze verplichtingen verwijzen we naar de beleidsregel Transparantie zorgaanbieders.

4.3. Informatiebepalingen

Elke factuur bevat in ieder geval de volgende gegevens:

    *Begindatum declaratieperiode*
  
  Het gaat hier om de datum van de eerste dag in de betreffende declaratieperiode.
    *Einddatum declaratieperiode*
  
  Het gaat hier om de datum van de laatste dag die onderdeel uitmaakt van de betreffende declaratieperiode.
    *Gedeclareerde prestatie(s)*
  
  Het gaat hier om de in rekening te brengen ZZPs GGZ. Het moet duidelijk zijn welk(e) ZZPs GGZ gedeclareerd (prestatiecode) worden en in welk aantal.
    *Toeslagen*
  
  De volgende toeslagen worden onderscheiden:
  
    
      a.
      Niet-strafrechtelijke forensische psychiatrie;
    
    
      b.
      Vervoer dagbesteding.
    
  
  Alle toeslagen worden altijd in combinatie met een ZZP GGZ in rekening gebracht. Op de factuur wordt vermeld welke toeslagen op welke datum geleverd zijn en tegen welk tarief.

a. a. Niet-strafrechtelijke forensische psychiatrie; b. b. Vervoer dagbesteding. 5. 5.

    *Gedeclareerde tarief*
  
  Het gaat hier om de tarieven die in rekening worden gebracht voor de ZZPs GGZ en toeslagen en het in totaal gedeclareerde bedrag (pxq).
    *AGB-code*
  
  De AGB-instellingscode en  indien van toepassing  de AGB-zorgverlenerscode.
    *Lekenomschrijving*
  
  Indien een zorgaanbieder aan de patiënt factureert, voegt hij op de factuur een lekenomschrijving met betrekking tot de geleverde zorg toe. Vermelding van de lekenomschrijving blijft achterwege, indien de zorgaanbieder de factuur rechtstreeks aan de zorgverzekeraar zendt.

5. Overige producten (OVPs)

De categorie overige producten (OVPs) heeft geen relatie met het DBC- of ZZP GGZ-traject van een patiënt. De registratieprocessen voor de DBCs en ZZPs GGZ gelden dus ook niet voor de OVPs. De integrale tarieven voor de overige producten kunnen daarom afzonderlijk gedeclareerd worden aan de patiënt, zorgverzekeraar of aan de opdrachtgever. Voor meer informatie over overige producten wordt verwezen naar de beleidsregel Prestaties en tarieven gespecialiseerde ggz.

Als er aan een patiënt zowel basispakketzorg als niet basispakketzorg wordt geleverd, dan declareert de zorgaanbieder zowel een DBC/ZZP GGZ als een OVP.

    1. Het is zorgaanbieders niet toegestaan om zorg die niet tot het basispakket behoort, in rekening te brengen als zorg die tot het basispakket behoort.
    1. Voor het declareren van zorg die niet onder het basispakket valt, maar wel zorg is zoals omschreven in de Wmg, brengt de zorgaanbieder één van de voor deze zorg vastgestelde OVPs18Zie beleidsregel Prestaties en tarieven gespecialiseerde GGZ. in rekening. Indien er geen aparte prestatie bestaat voor de niet-basispakketzorg, dan kunnen de volgende algemene prestaties gebruikt worden:

      
      OVP niet-basispakketzorg consult;
      
      
      
      OVP niet-basispakketzorg verblijf.
      

OVP niet-basispakketzorg consult; OVP niet-basispakketzorg verblijf. 3. 3. Activiteiten en verrichtingen die niet onder de reikwijdte van het begrip zorg als omschreven in artikel 1, onder b, Wmg behoren, worden niet via prestaties of OVPs gedeclareerd. 4. 4. Bij keuringen, rapporten en informatieverstrekkingen kunnen aanbieders bij levering van specifieke prestaties een prestatie (toeslag) in rekening brengen voor additionele directe of indirecte tijd. De zorgverlener dient de patiënt vooraf te informeren wanneer hij verwacht gebruik te maken van deze toeslag bovenop de standaardprestatie.

6. Intrekking oude regels

Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze regeling wordt de regeling Gespecialiseerde GGZ, met kenmerk NR/CU-554 en de nog niet in werking getreden maar al wel gepubliceerde regelingen Gespecialiseerde GGZ met kenmerk NR/CU-548 en kenmerk NR/CU-553, ingetrokken.

7. Overgangsbepaling

De regeling Gespecialiseerde GGZ, met kenmerk NR/CU-554, blijft van toepassing op gedragingen (handelen en nalaten) van zorgaanbieders die onder de werkingssfeer van die regeling vielen en die zijn aangevangen en al dan niet beëindigd in de periode dat die regeling gold. Dit betekent dat voor overlopende DBCs (DBCs gestart in 2014 en doorlopend in 2015) de op het moment van opening van het DBC-zorgproduct geldende nadere regel van toepassing is.

8. Inwerkingtreding en citeerregel

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2015.

Indien de Staatscourant waarin de mededeling als bedoeld in artikel 20, tweede lid, onderdeel b, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 2014, treedt de regeling in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin de mededeling wordt geplaatst en werkt zij terug tot en met 1 januari 2015.

Bijlage I. privacyverklaring

verklaren:

PLAATS: ................................................

DATUM: ...................................................

Bijlage II. zorgtypen

Bijlage III. feitelijke classificatie van DSM-IV-TR

Bijlage IV. activiteiten- en verrichtingenlijst

Bijlage V. definities activiteiten en verrichtingen

In deze bijlage zijn de definities opgenomen van de activiteiten en verrichtingen. In bijlage I is een lijst met activiteiten en verrichtingen opgenomen.

Bijlage VI. beroepentabel

Bijlage VII. deelprestaties verblijf (met en zonder overnachting)

^1Onder begeleiding is mede begrepen: verzorging en bescherming/structurering

^2VOV personeel staat voor Verzorgend Opvoedkundig en Verplegend personeel en is in deze context uitwisselbaar met de term 24-uurscontinuïteitsdienst.

^3ADL staat voor Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen (bv. wassen, aankleden, eten, toiletgang).

^4BDL staat voor Bijzondere Dagelijkse Levensverrichtingen (bv. huishoudelijk werk, koken, administratie doen, gebruikmaken van het openbaar vervoer).

^5Netto staat voor: ingeroosterd zorgverlenend VOV-personeel.

^6Fte staat voor fulltime-equivalent en staat gelijk aan 1 volledige werkweek.

^1VZO wordt gezien als een vorm van begeleiding. Het is hierdoor niet toegestaan om VZO in combinatie met specifieke begeleidingsactiviteiten (code 4.x) te registreren. Ook kan VZO, op één kalenderdag, niet met de volgende activiteiten geregistreerd worden: verpleging (code 5.x), prestatie verblijf met overnachting (code 8.8.x), dagbesteding (code 9.x) en een verrichting beschikbaarheidcomponent 24-uurs crisiszorg (code10.3).

^2Per kalenderdag kan maximaal 1 deelprestatie VZO worden geregistreerd.

Bijlage VIII. profielen zorgzwaartepakketten GGZ