rijk/zbo/regeling-mediakunst-en-erfgoededucatie/BWBR0040525
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling Mediakunst- en Erfgoededucatie BWBR0040525 zbo geldend 2018-01-19 https://wetten.overheid.nl/BWBR0040525 Regeling Mediakunst- en Erfgoededucatie

Regeling Mediakunst- en Erfgoededucatie

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

a. a.

    *Adviescommissie:* een externe adviescommissie als bedoeld in artikel 8 van het Huishoudelijk Reglement van stichting Fonds voor Cultuurparticipatie;

b. b.

    *Algemeen Subsidiereglement:* het Algemeen Subsidiereglement van stichting Fonds voor Cultuurparticipatie;

c. c.

    *Bestuur:* het bestuur van stichting Fonds voor Cultuurparticipatie;

d. d.

    *Curriculum:* een leer- en onderwijsplan; het beschrijft de inhoud en doelen van een opleiding of schoolloopbaan;

e. e.

    *Cultuureducatie:* activiteiten die gericht zijn op de kerndoelen en eindtermen van het leergebied kunstzinnige oriëntatie;

f. f.

    *Erfgoededucatie:* het leren over en door de materiële en immateriële sporen uit het verleden;

g. g.

    *Fonds:* stichting Fonds voor Cultuurparticipatie;

h. h.

    *Mediakunsteducatie:* het leren over en door media als kunstzinnige uiting, zoals recentelijk ontwikkelde technologieën, informatietechnologie, film en fotografie, waarbij kritisch kijken, reflecteren en creatieve vaardigheden een belangrijke rol spelen;

i. i.

    *Nederland:* het koninkrijk der Nederlanden, inclusief de bijzondere gemeenten Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Artikel 2

Met deze regeling stimuleert het Fonds cultuureducatie gericht op mediakunst en/of erfgoed ten behoeve van de culturele ontwikkeling van de leerling. Door samenwerking met basisscholen en culturele instellingen komen projecten tot stand die als voorbeeld kunnen gaan dienen voor andere basisscholen en culturele instellingen.

Artikel 3

Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door het bestuur van een in Nederland gevestigde culturele instelling met rechtspersoonlijkheid zonder winstoogmerk, gericht op mediakunst en/of erfgoededucatie.

Artikel 4

1. De aanvrager kan subsidie aanvragen voor een project op het gebied van mediakunst en/of erfgoed dat inzet op vernieuwing en verbetering van cultuureducatie in samenwerking tussen culturele instellingen en een of meer basisscholen waarbij gebruik wordt gemaakt van elkaars kwaliteiten.

2. Het project start uiterlijk in het schooljaar volgend op toekenning van de subsidie.

3. De duur van het project waarvoor wordt aangevraagd bedraagt maximaal drie schooljaren, waarvan minimaal twee schooljaren worden besteed aan de uitvoering daarvan met leerlingen.

4. Het project start niet eerder dan 13 weken na indiening van de aanvraag.

Artikel 5

1. De subsidie wordt verdeeld in twee aanvraagrondes, namelijk 2018 en in 2019.

2. Het bestuur kan extra aanvraagrondes voor subsidieaanvragen in 2020 en 2021 instellen.

Artikel 6

1.

Het subsidieplafond bedraagt 4.080.000 en wordt als volgt verdeeld:

a. a. Voor de aanvraagronde 2018: € 600.000 voor mediakunsteducatie; € 275.000 voor erfgoededucatie. b. b. Voor de aanvraagronde van 2019: € 700.000 voor mediakunsteducatie; € 850.000 voor erfgoededucatie. c. c. Voor de aanvraagronde van 2020: € 575.000 voor projecten mediakunsteducatie; € 540.000 voor projecten erfgoededucatie. d. d. Voor de aanvraagronde van 2021: € 540.000 voor projecten erfgoededucatie.

2. Het bestuur kan de hoogte van de subsidieplafonds voor de verschillende aanvraagrondes en voor de verdeling tussen de disciplines mediakunst- en erfgoededucatie wijzigen.

3. Een besluit tot het vaststellen, verhogen of verlagen van een subsidieplafond wordt bekendgemaakt via de website van het Fonds.

Artikel 7

1. De subsidie bedraagt minimaal € 10.000 en maximaal € 80.000 per project.

2. De subsidieontvanger draagt aan de kosten van het project minimaal hetzelfde bedrag bij als het gevraagde subsidiebedrag, hetzij uit eigen middelen hetzij door bijdragen van andere financiers.

Artikel 8

1.

Onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:5 en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht wordt subsidie geweigerd als:

a. a. voor dezelfde activiteiten reeds subsidie is of zal worden verleend door het Fonds of door één van de andere publieke cultuurfondsen. b. b. de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd ten tijde van de aanvraag reeds worden uitgevoerd.

2. Het bestuur kan subsidie weigeren als een aanvrager in voorgaande jaren subsidie van het Fonds heeft ontvangen en niet of niet geheel heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

3. Subsidie kan tevens worden geweigerd als het plan niet, of niet voldoende aansluit bij het doel van de regeling.

Artikel 9

1.

Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover:

a. a. er sprake is van een begrotingstekort en de behoefte aan ondersteuning door het Fonds wordt aangetoond, en; b. b. de aanvrager aannemelijk maakt dat de beschikbare financiële middelen, met inbegrip van de subsidie van het Fonds, voldoende zijn om het project uit te voeren.

2. De subsidie bedraagt niet meer dan 50% van de totale voor subsidie in aanmerking komende projectkosten.

3. De hoogte van de subsidie dient in redelijke verhouding te staan tot de activiteiten waarvoor wordt aangevraagd.

4. Slechts direct aan het project gerelateerde kosten komen voor subsidie in aanmerking.

5. De post onvoorzien op de begroting mag niet meer bedragen dan 7% van de totale kosten van het project.

6. Maximaal 10% van de subsidie van het Fonds mag worden ingezet voor materiële investeringen die benodigd zijn voor het project.

Artikel 10

1. De subsidieontvanger werkt overeenkomstig de principes van de Governance Code Cultuur.

2. De subsidieontvanger is verplicht tot kennisdeling van de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt.

Hoofdstuk 2. Aanvraagprocedure

Artikel 11

Aanvragen kunnen worden ingediend:

a. a. voor de aanvraagronde in 2018: van maandag 5 maart 2018 tot en met vrijdag 14 december 2018; b. b. voor de aanvraagronde in 2019: van maandag 14 januari 2019 tot en met vrijdag 13 december 2019; c. c. voor zover toepassing is gegeven aan artikel 5, tweede lid, voor de aanvraagronde in 2020: van maandag 13 januari 2020 tot en met vrijdag 11 december 2020; d. d. voor zover toepassing is gegeven aan artikel 5, tweede lid, voor de aanvraagronde in 2021: van maandag 18 januari 2021 tot en met woensdag 1 december 2021.

Artikel 12

1. Een aanvraag wordt ingediend via de website van het Fonds middels een digitaal aanvraagformulier.

2. De aanvraag gaat ten minste vergezeld van een projectplan, een begroting en een samenwerkingsovereenkomst tussen de onderwijsinstelling en de culturele instellingen.

3. Een onvolledige aanvraag wordt niet in behandeling genomen.

Artikel 13

1.

Aanvragen worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:

a. a. Inhoudelijke kwaliteit van het project in relatie tot het doel van de regeling; b. b. Duurzame samenwerking tussen de partners; c. c. Organisatorische kwaliteit.

2. Om voor subsidie in aanmerking te komen, dient een aanvraag op alle criteria als voldoende te zijn beoordeeld.

Artikel 14

Het bestuur legt de aanvragen die voldoen aan de indieningsvereisten ter advisering voor aan een externe adviescommissie.

Artikel 15

Aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst.

Artikel 16

Het bestuur beslist binnen 13 weken nadat een aanvraag is ontvangen.

Hoofdstuk 3. Slotbepalingen

Artikel 17

Het bestuur kan in uitzonderlijke gevallen ten gunste van een aanvrager van bepalingen in deze regeling afwijken indien toepassing daarvan leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.

Artikel 18

De bepalingen in het Algemeen Subsidiereglement zijn van toepassing, tenzij in deze regeling anders is bepaald.

Artikel 19

Subsidie wordt verleend onder voorbehoud van verstrekking van de bijbehorende middelen door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Artikel 20

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij is geplaatst.

2. Deze regeling vervalt met ingang 1 januari 2026. Op bezwaar- en beroepsprocedures die op dat moment nog niet zijn afgerond blijft het bepaalde in deze regeling van toepassing.

Artikel 21

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Mediakunst- en Erfgoededucatie.