rijk/zbo/regeling-productplaatsing-commerciële-media-instellingen-2014/BWBR0036639
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling productplaatsing commerciële media-instellingen 2014 BWBR0036639 zbo geldend 2015-08-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0036639 Regeling productplaatsing commerciële media-instellingen 2014

Regeling productplaatsing commerciële media-instellingen 2014

Artikel 1

De regels vastgesteld in deze regeling hebben betrekking op de wettelijke voorschriften die zijn opgenomen in de bijlage bij deze regeling.

Artikel 2

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a.

    *de wet:* de Mediawet 2008;

b. b.

    *het besluit:* het Mediabesluit 2008.

Artikel 3

1. Onder duidelijk afgebakend, als bedoeld in de definitie van programma in artikel 1.1, eerste lid, van de wet, wordt verstaan: duidelijk onderscheiden van het voorgaande en volgende programma in het programma-aanbod.

2.

Onder als zodanig herkenbaar, als bedoeld in de definitie van programma in artikel 1.1, eerste lid, van de wet, wordt verstaan:

a. a. voor het gemiddelde publiek als programma herkenbaar; en b. b. zowel inhoudelijk als qua vormgeving verschillend van het voorgaande en volgende programma.

3. Overal waar in deze regeling ten aanzien van productplaatsing wordt verwezen naar een programma dient daaronder mede begrepen te worden een met een programma overeenkomend onderdeel van het media-aanbod.

Artikel 4

Onder opnemen van of het verwijzen naar een product, dienst of (beeld)merk binnen het kader van het programma zoals bedoeld in de definitie van productplaatsing in artikel 1.1, eerste lid, van de wet wordt verstaan: het in ruil voor een geldelijke bijdrage binnen de verhaallijn van een programma vertonen of vermelden van een product, dienst of (beeld)merk.

Artikel 5

Onder (beeld)merk in de definitie van productplaatsing in artikel 1.1, eerste lid, van de wet wordt verstaan de benaming, tekening, afdruk, stempel, letters, cijfers, vorm van waren of van verpakking en alle andere voor grafische voorstelling vatbare tekens, die dienen om de waren of diensten van de productplaatser te onderscheiden.

Artikel 6

1. Lichte amusementsprogrammas, als bedoeld in artikel 3.19a, van de wet, zijn programmas van verstrooiende aard, waarbij geen sprake is van het voorlichten van consumenten, het informeren over en het analyseren van nieuws, actualiteiten en politieke informatie.

2. Onder voorlichten van consumenten, in het eerste lid, wordt verstaan: programma-aanbod dat als doel heeft het objectief en onpartijdig informeren van consumenten over producten en diensten van derden.

3. Onder nieuws of actualiteiten, in het eerste lid, wordt verstaan: programma-aanbod dat frequent, minimaal één keer per week, wordt uitgezonden en dat bericht over gebeurtenissen van maximaal zeven dagen oud.

4. Onder politieke informatie, in het eerste lid, wordt verstaan: programma-aanbod dat bericht over politici, (standpunten van) politieke partijen en het politieke besluitvormingsproces.

Artikel 7

Onder medische behandelingen, als bedoeld in artikel 3.19b, derde lid, onder a, van de wet worden verstaan: behandelingen die worden verricht op grond van een overeenkomst inzake geneeskundige behandeling als bedoeld in artikel 7:446 van het Burgerlijk Wetboek.

Artikel 8

Onder productplaatsing, als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de wet, wordt niet verstaan: het verstrekken van een niet-financiële bijdrage die in het programma niet of niet identificeerbaar wordt getoond of vermeld en:

a. a. die door een derde in bruikleen is gegeven; of, b. b. waarvan de waarde in verhouding tot de totale kosten van de totstandkoming of aankoop van het programma van ondergeschikte betekenis is maar in ieder geval niet hoger is dan € 1.000, per bijdrage voor televisie en € 200, per bijdrage voor radio.

Artikel 9

1. De vermelding als bedoeld in artikel 3.19b, vierde lid, van de wet geschiedt door het plaatsen van de mededeling dit programma bevat productplaatsing. Indien de productplaatser tevens sponsor is, vindt deze vermelding gelijktijdig met de sponsorvermelding plaats.

2. De mededeling als bedoeld in het eerste lid is duidelijk leesbaar dan wel duidelijk hoorbaar.

Artikel 10

1. Het publiek wordt geacht rechtstreeks door middel van specifieke aanprijzingen te zijn aangespoord tot het kopen of huren van producten of tot afname van diensten als bedoeld in artikel 3.19b, tweede lid, onder a, van de wet, indien door subjectieve positieve kwalificaties deze producten of diensten in een wervende context worden geplaatst.

2. De producten of diensten worden in ieder geval geacht overmatige aandacht te krijgen, als bedoeld in artikel 3.19b, tweede lid, onder b, van de wet, indien door het langdurig of frequent onder de aandacht brengen de producten of diensten in een wervende context worden geplaatst.

3. De vertoning of vermelding van de producten of diensten mag niet op onnatuurlijke wijze zijn ingebed in de verhaallijn van het programma.

Artikel 11

1. Deze regeling wordt bekendgemaakt door kennisgeving ervan in de Staatscourant en op de internetsite van het Commissariaat voor de Media (www.cvdm.nl).

2. Deze regeling wordt aangehaald als Regeling productplaatsing commerciële media-instellingen 2014.

3. Deze regeling treedt in werking twee maanden na publicatie in de Staatscourant.

Bijlage . Regeling productplaatsing commerciële media-instellingen 2013