rijk/zbo/regeling-prudentieel-toezicht-financiële-groepen-wft/BWBR0020705
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling prudentieel toezicht financiële groepen Wft BWBR0020705 zbo geldend 2007-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0020705 Regeling prudentieel toezicht financiële groepen Wft

Regeling prudentieel toezicht financiële groepen Wft

Paragraaf 1. Inleidende bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a. Besluit: Besluit prudentieel toezicht financiële groepen Wft; b. b. DNB: De Nederlandsche Bank N.V.; c. c. individuele intragroepsovereenkomst of -positie: intragroepsovereenkomst tussen een kredietinstelling, beleggingsonderneming, levensverzekeraar, schadeverzekeraar of herverzekeraar, die deel uit maakt van een groep of een financieel conglomeraat, met een andere onderneming van de groep of het financieel conglomeraat; d. d. retrocessie: overeenkomst waarbij een verzekeraar een gedeelte van het door hem herverzekerde risico, tegen betaling van herverzekeringspremie, overdraagt aan een andere verzekeraar; e. e. totale positie: totale positie van overeenkomsten tussen een kredietinstelling, beleggingsonderneming, levensverzekeraar, schadeverzekeraar of herverzekeraar, die deel uit maakt van een groep, met een andere onderneming van de groep of het financieel conglomeraat; f. f. wet: Wet op het financieel toezicht.

Paragraaf 2. Intragroepovereenkomsten en posities kredietinstellingen met een gemengde holding

Paragraaf . Bepalingen ter uitvoering van

Artikel 2

1. Een kredietinstelling als bedoeld in artikel 3:280, eerste lid, van de wet rapporteert alle significante intragroepovereenkomsten en -posities met de gemengde holding en haar dochterondernemingen met gebruikmaking van blad 1 van het rapportageformulier opgenomen in de bijlage behorende bij deze regeling. De rapportage wordt uiterlijk twee maanden na afloop van het boekjaar bij DNB ingediend.

2. Van een significante individuele intragroepovereenkomst is sprake wanneer het bedrag van de hieruit voortvloeiende positie meer bedraagt dan twintig procent van de kapitaaltoereikendheidsvereiste van de kredietinstelling, die de overeenkomst is aangegaan. Van een significante totale positie is sprake indien deze positie meer bedraagt dan twintig procent van de kapitaaltoereikendheidsvereiste van de kredietinstelling.

3. Een kredietinstelling, die tevens is onderworpen aan het toezicht als bedoeld in artikel 3:298 van de wet, kan in plaats van de in het eerste lid bedoelde rapportage volstaan met de rapportage als bedoeld in paragraaf 7 van deze regeling.

4. Op verzoek van de kredietinstelling en na overleg met relevante toezichthoudende instanties kan DNB afwijken van het eerste en tweede lid.

Artikel 3

1.

Voor de toepassing van artikel 2, eerste lid, wordt ten aanzien van elke significante individuele intragroepovereenkomst aangegeven:

a. a. het bedrag van de vordering: de financiële verhouding die uit de overeenkomst voortvloeit. Alleen actiefposten en daarmee vergelijkbare off balance sheet instrumenten worden gerapporteerd; b. b. met welke onderneming van de groep de intragroepovereenkomst is aangegaan.

2.

Voor de toepassing van het eerste lid, wordt ten aanzien van elke significante totale positie aangegeven:

a. a. het bedrag van de totale positie; b. b. met welke onderneming van de groep de intragroepovereenkomsten zijn aangegaan.

3. Voor de toepassing van het eerste lid wordt elke significante intragroepvordering ondergebracht in één van de in de tabel genoemde categorieën voor lopende overeenkomsten of posities.

Paragraaf 3. Intragroepovereenkomsten en posities verzekeraars in een verzekeringsgroep

Paragraaf . Bepalingen ter uitvoering van

Artikel 4

1. Een verzekeraar als bedoeld in artikel 3:284, tweede lid, aanhef, van de wet rapporteert alle significante intragroepovereenkomsten en -posities met ondernemingen, bedoeld in artikel 3:284, eerste lid, onderdelen a tot en met d, van de wet met gebruikmaking van blad 2 van het rapportageformulier opgenomen in de bijlage behorende bij deze regeling. De rapportage wordt uiterlijk vier maanden na afloop van het boekjaar bij DNB ingediend.

2. Van een significante individuele intragroepovereenkomst is sprake wanneer het bedrag van de hieruit voortvloeiende positie meer bedraagt dan twintig procent van de vereiste solvabiliteitsmarge van de verzekeraar. Van een significante totale positie is sprake indien deze positie meer bedraagt dan twintig procent van de vereiste solvabiliteitsmarge van de verzekeraar.

3. Een verzekeraar, die tevens is onderworpen aan het toezicht als bedoeld in artikel 3:298 van de wet, kan in plaats van de in het eerste lid bedoelde rapportage volstaan met de rapportage, bedoeld in paragraaf 7 van deze regeling, aangevuld met een rapportage over significantie intragroepposities met betrekking tot de in artikel 5, derde lid, onder e tot en met g, van deze regeling bedoelde categorieën van intragroepovereenkomsten en -posities, zoals opgenomen in blad 2 van het rapportageformulier.

4. Op verzoek van de verzekeraar en na overleg met relevante toezichthoudende instanties kan DNB afwijken van het eerste en tweede lid.

Artikel 5

1.

Voor de toepassing van artikel 4, eerste lid, wordt ten aanzien van elke significante individuele intragroepovereenkomst aangegeven:

a. a. het bedrag van de vordering: de financiële verhouding die uit de overeenkomst voortvloeit. Alleen actiefposten en daarmee vergelijkbare off balance sheet instrumenten worden gerapporteerd. b. b. met welke onderneming van de groep de intragroepovereenkomst is aangegaan.

2.

Voor de toepassing van artikel 4, eerste lid, wordt ten aanzien van elke significante totale positie aangegeven:

a. a. het bedrag van de totale positie; b. b. met welke onderneming van de groep de intragroepovereenkomst is aangegaan.

3.

Voor de toepassing van artikel 4, eerste lid, worden de significante intragroepovereenkomsten en -posities ondergebracht in één van de volgende categorieën:

a. a. beleggingen; b. b. rekening courant vorderingen; c. c. leningen; d. d. overige vorderingen; e. e. garanties en posten buiten de balans; f. f. herverzekeringstransacties en retrocessie; g. g. overeenkomsten met betrekking tot kostentoedeling.

De gerapporteerde overige vorderingen, bedoeld in onderdeel d, gaan vergezeld van een toelichting betreffende de aard van de vordering.

Paragraaf 4. Aangepaste solvabiliteit verzekeraars in een verzekeringsgroep

Paragraaf . Bepalingen ter uitvoering van

Artikel 6

1.

Een verzekeraar als bedoeld in de artikelen 3:285, eerste lid, en 3:286, eerste lid, van de wet, rapporteert de aangepaste solvabiliteit, bedoeld in de artikelen 6 en 21, van het Besluit:

a. a. met gebruikmaking van blad 3 van het rapportageformulier, zoals opgenomen in de bijlage behorende bij deze regeling, indien de verzekeraar de aangepaste solvabiliteit rapporteert op basis van methode 1 van bijlage A bij het Besluit; b. b. met gebruikmaking van blad 4 van het rapportageformulier, zoals opgenomen in de bijlage behorende bij deze regeling, indien de verzekeraar de aangepaste solvabiliteit rapporteert op basis van methode 2 van bijlage A bij het Besluit; c. c. met gebruikmaking van blad 5 van het rapportageformulier, zoals opgenomen in de bijlage behorende bij deze regeling, indien de verzekeraar de aangepaste solvabiliteit rapporteert op basis van methode 3 van bijlage A bij het Besluit.

2. De rapportage, bedoeld in het eerste lid, wordt uiterlijk vier maanden na afloop van het boekjaar bij DNB ingediend.

Paragraaf 5. Aanvullende kapitaaltoereikendheid kredietinstellingen, levensverzekeraars, schadeverzekeraars, herverzekeraars en beleggingsondernemingen in een financieel conglomeraat

Paragraaf . Bepalingen ter uitvoering van

Artikel 7

1. Een onderneming als bedoeld in artikel 3:296, eerste lid, van de wet dient de berekening, bedoeld in artikel 24, eerste lid, van het Besluit uiterlijk vier maanden na afloop van het boekjaar bij DNB in.

2. Indien de onderneming rapporteert volgens de in Bijlage B van het Besluit opgenomen methode 1, rapporteert zij de berekening met gebruikmaking van blad 6 van het rapportageformulier opgenomen in de bijlage bij deze regeling.

3. Indien de onderneming geen gebruik maakt van de in Bijlage B van het Besluit opgenomen methode 1 stelt zij DNB daarvan direct na afloop van het boekjaar op de hoogte. Tenzij DNB anderszins heeft besloten op basis van artikel 23, vierde lid, van het Besluit, zal DNB het rapportageformulier vaststellen met inachtneming van artikel 24, tweede lid, van het Besluit.

Paragraaf 6. Risicoconcentraties kredietinstellingen, levensverzekeraars, schadeverzekeraars, herverzekeraars en beleggingsondernemingen in een financieel conglomeraat

Paragraaf . Bepalingen ter uitvoering van

Artikel 8

1. Een onderneming als bedoeld in artikel 3:297, eerste lid, van de wet, rapporteert alle significante risicoconcentraties op het niveau van het financiële conglomeraat, met uitzondering van risicos uit hoofde van verzekeringsovereenkomsten en van uitzettingen bij of gegarandeerd door de Nederlandse Staat of Nederlandse lagere overheden, betreffende één individu of instelling dan wel een groep van onderling verbonden individuen of instellingen.

2. De rapportage, bedoeld in artikel 26, eerste lid, eerste zin, van het Besluit geschiedt met gebruikmaking van blad 7 van het rapportageformulier opgenomen in de bijlage behorende bij deze regeling. De rapportage wordt uiterlijk vier maanden na afloop van het boekjaar bij DNB ingediend.

3. Van een significante risicoconcentratie is sprake indien de betreffende risicoconcentratie méér bedraagt dan twintig procent van het toetsingsvermogen van het conglomeraat.

4. Op verzoek van de onderneming en na overleg met relevante toezichthoudende instanties kan DNB afwijken van het eerste en tweede lid.

Artikel 9

1.

Voor de toepassing van artikel 8 wordt ten aanzien van elke significante risicoconcentratie aangegeven:

a. a. de naam van het individu of instelling dan wel de naam van de groep van onderling verbonden individuen of instellingen; b. b. een uitsplitsing van het bedrag van de risicoconcentratie in de volgende categorieën:

        1°.
        leningen;
      
      
        2°.
        afgegeven garanties, inclusief financiële derivaten;
      
      
        3°.
        overige verstrekkingen.

1°. 1°. leningen; 2°. 2°. afgegeven garanties, inclusief financiële derivaten; 3°. 3°. overige verstrekkingen.

De gerapporteerde afgegeven garanties, inclusief financiële derivaten, en overige verstrekkingen gaan vergezeld van een toelichting betreffende de aard van de transactie.

2. Op verzoek van de onderneming en na overleg met relevante toezichthoudende instanties, kan DNB een van het eerste lid afwijkende rapportage vaststellen en de onderneming toestaan om te rapporteren met een ander rapportageformulier dan blad 7 van het rapportageformulier opgenomen in de bijlage behorende bij deze regeling.

Paragraaf 7. Intragroepovereenkomsten en -posities kredietinstellingen, levensverzekeraars, schadeverzekeraars, herverzekeraars en beleggingsondernemingen in een financieel conglomeraat

Paragraaf . Bepalingen ter uitvoering van

Artikel 10

1. Een onderneming als bedoeld in artikel 3:298, eerste lid van de wet rapporteert alle significante intragroepovereenkomsten en -posities van gereglementeerde entiteiten van het financieel conglomeraat. Hieronder vallen zowel de significante individuele intragroepovereenkomsten met één onderneming van de groep als de significante totale positie ten opzichte van één onderneming van het financieel conglomeraat.

2. De rapportage als bedoeld in artikel 27, eerste lid, eerste zin, van het Besluit geschiedt met gebruikmaking van blad 1 van het rapportageformulier opgenomen in de bijlage behorende bij deze regeling. De rapportage wordt uiterlijk vier maanden na afloop van het boekjaar bij DNB ingediend.

3. Van een significante individuele intragroepovereenkomst is sprake wanneer het bedrag van de hieruit voortvloeiende positie meer bedraagt dan twintig procent van de kapitaaltoereikendheidsvereisten van de gereglementeerde entiteit die de overeenkomst is aangegaan. Van een significante totale positie is sprake indien deze positie meer bedraagt dan twintig procent van de kapitaaltoereikendheidsvereisten van de gereglementeerde entiteit die de positie is aangegaan.

4. Op verzoek van de onderneming en na overleg met relevante toezichthoudende instanties kan DNB afwijken van het eerste tot en met het derde lid.

Artikel 11

1.

Voor de toepassing van artikel 10, eerste lid, wordt ten aanzien van elke significante individuele intragroepovereenkomst aangegeven:

a. a. het bedrag van de vordering; de financiële verhouding die uit de overeenkomst voortvloeit. Alleen actiefposten en daarmee vergelijkbare off balance sheet instrumenten worden gerapporteerd; b. b. met welke onderneming van het financieel conglomeraat de intragroepovereenkomst is aangegaan.

2.

Voor de toepassing van artikel 10, eerste lid, wordt ten aanzien van elke significante totale positie aangegeven:

a. a. het bedrag van de totale positie; b. b. met welke onderneming van het financieel conglomeraat de intragroepovereenkomst is aangegaan.

3.

Voor de toepassing van artikel 10, eerste lid, wordt elke significante intragroepvordering ondergebracht in één van de volgende categorieën:

a. a. beleggingen; b. b. rekening courant vorderingen; c. c. leningen; d. d. overige vorderingen.

De gerapporteerde overige vorderingen, bedoeld in onderdeel d, gaan vergezeld van een toelichting betreffende de aard van de vordering.

4. Op verzoek van de onderneming en na overleg met relevante toezichthoudende instanties, kan DNB een van het eerste, tweede of derde lid afwijkende rapportage vaststellen en de onderneming toestaan om te rapporteren met een ander rapportageformulier dan blad 3 van het rapportageformulier opgenomen in de bijlage behorende bij deze regeling.

Paragraaf 8. Slotbepalingen

Artikel 12

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit in werking treedt.

Artikel 13

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling prudentieel toezicht financiële groepen Wft.

Bijlage

Ligt ter inzage bij de Nederlandsche Bank N.V.