rijk/zbo/regeling-registratie-en-declaratie-protonentherapie/BWBR0051516
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling registratie en declaratie protonentherapie BWBR0051516 zbo geldend 2026-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0051516 Regeling registratie en declaratie protonentherapie

Regeling registratie en declaratie protonentherapie

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a.

    *beleidsregel:* de Beleidsregel prestaties en tarieven protonentherapie.

b. b.

    *dbc-zorgproduct en overig zorgproduct voor protonentherapie:* een declarabele prestatie in het kader van protonentherapie.

c. c.

    *protonentherapie:* een vorm van radiotherapie, waarbij protonen uit waterstofkernen worden toegepast.

Artikel 2

In deze regeling legt de NZa regels vast die zorgaanbieders als bedoeld in artikel 3 in acht moeten nemen bij het aanbieden en leveren van protonentherapie.

Artikel 3

Deze regeling is van toepassing op zorgaanbieders die op grond van een vergunning ex artikel 2 Wbmv, afgegeven door de Minister van VWS, gerechtigd zijn om protonentherapie aan te bieden en te leveren.

Artikel 4

De Regeling medisch-specialistische zorg is van overeenkomstige toepassing op de aanbieders van protonentherapie, tenzij in de onderhavige regeling anders is bepaald.

Artikel 5

1. Een zorgaanbieder als bedoeld in artikel 3 is slechts gerechtigd tot declaratie van een zorgproduct voor protonentherapie, indien aantoonbaar is voldaan aan voorschrift 1 van Bijlage 3 behorend bij de Regeling protonentherapie d.d. 29 juli 2013, kenmerk 129230-106270-CZ, van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, luidend:

2. Wanneer binnen één bestralingsplan primair sprake is van een behandeling met protonentherapie, maar een combinatie van zowel protonen- als fotonentherapie medisch-inhoudelijk als voorkeursbehandeling wordt gezien, wordt uitsluitend een dbc-zorgproduct voor protonentherapie in rekening gebracht. De zorgactiviteiten behorende bij de fotonenbestraling worden in dat geval vastgelegd in het subtraject dat afleidt naar een dbc-zorgproduct voor protonentherapie.

3. De prestatie planningsvergelijking protonen- en fotonentherapie als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, van de beleidsregel wordt uitsluitend in rekening gebracht wanneer sprake is van een zogenaamde model-based indicatie. Deze prestatie wordt eenmalig per indicatie in rekening gebracht. De planningsvergelijking protonen- en fotonentherapie wordt voorts zowel apart als in combinatie met een van de prestaties genoemd in artikel 5, eerste lid, onderdelen b en d tot en met f, van de beleidsregel in rekening gebracht.

4. De prestatie voorbereiding protonentherapie, niet gevolgd door bestraling als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel b, van de beleidsregel wordt eenmalig per indicatie in rekening gebracht als de voorbereiding niet wordt gevolgd door een protonenbestraling om redenen die ten tijde van de voorbereiding niet bekend waren of konden zijn. Deze prestatie wordt niet in combinatie met een van de prestaties genoemd in artikel 5, eerste lid, onderdelen c tot en met g, van de beleidsregel in rekening gebracht.

5. De prestatie protonentherapie volwassenen oog als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van de beleidsregel wordt eenmalig in rekening gebracht voor een volledige radiotherapeutische behandeling met protonen van een patiënt met een tumor gelokaliseerd in de oogkas.

6. De prestatie protonentherapie volwassenen licht als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel d, van de beleidsregel wordt eenmalig in rekening gebracht voor de volledige radiotherapeutische behandeling met protonen van een patiënt met een indicatie, c.q. tumor lokalisatie, die is ingedeeld in de klasse licht.

7. De prestatie protonentherapie volwassenen middel als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel e, van de beleidsregel wordt eenmalig in rekening gebracht voor de volledige radiotherapeutische behandeling met protonen van een patiënt met een indicatie, c.q. tumorlokalisatie, die is ingedeeld in de klasse middel.

8. De prestatie protonentherapie volwassenen zwaar als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel f, van de beleidsregel wordt eenmalig in rekening gebracht voor de volledige radiotherapeutische behandeling met protonen van een patiënt met een indicatie, c.q. tumorlokalisatie, die is ingedeeld in de klasse zwaar.

9. De prestatie protonentherapie kind als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel g, van de beleidsregel wordt eenmalig in rekening gebracht voor de volledige radiotherapeutische behandeling met protonen van een patiënt die bij de start van de behandeling jonger is dan 18 jaar.

Artikel 6

Declaratie van een dbc-zorgproduct voor protonentherapie is niet toegestaan wanneer deze prestatie voor die specifieke zorgvraag al als overig zorgproduct is gedeclareerd.

Artikel 7

De Regeling registratie en declaratie protonentherapie, kenmerk NR/REG-1911, wordt ingetrokken.

De Regeling registratie en declaratie protonentherapie, kenmerk NR/REG-1911, blijft van toepassing op gedragingen (handelen en nalaten) van zorgaanbieders die onder de werkingssfeer van die regeling vallen en die zijn aangevangen en al dan niet beëindigd in de periode dat die regeling gold.

Artikel 8

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.