40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling Verantwoording bbaz 2024 compartiment 1 | BWBR0051060 | zbo | geldend | 2025-05-24 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0051060 | Regeling Verantwoording bbaz 2024 compartiment 1 |
Regeling Verantwoording bbaz 2024 compartiment 1
1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
Academische patiënt: Patiënten die topreferente zorg ontvangen.
-
Academische zorg: Het uitvoeren van topreferente zorg en innovatieve zorg, en de ontwikkeling van nieuwe vormen van diagnostiek en behandeling. De omschrijving van academische zorg is opgenomen in onderdeel B van de bijlage bij het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG (Stb. 2012, 396).
-
Beschikbaarheidbijdrage: Een bijdrage als bedoeld in artikel 56a van de Wmg.
-
Beschikbaarheidbijdrage academische zorg: Een beschikbaarheidbijdrage zoals bedoeld in de Beleidsregel beschikbaarheidbijdrage academische zorg 2024.
-
Compartiment 1: Dit compartiment is bedoeld voor zorgaanbieders waarbij de topreferente zorg niet volledig bekostigd wordt via prestaties en tarieven.
-
DIS (DBC-Informatiesysteem): Digitale databank zoals omschreven in de ‘Regeling verplichte aanlevering minimale dataset medisch specialistische zorg (MDS)’.
-
Diagnosegroep: Een diagnosegroep is een classificatiesysteem van de combinatie diagnose en specialismecode. Het is een tabel afkomstig van de NFU en veelal gebaseerd op de ICD-10 classificatie. De tabel bevat 3135 regels en onderscheidt 260 unieke groepen. Deze tabel is opgenomen in de bijlage 3 bij deze nadere regel.
-
Meerkosten: Het verschil tussen de instellingsspecifieke kostprijzen van alle subtrajecten behorende bij academische patiënten (zoals geïdentificeerd volgens de patiëntgebonden labelsystematiek) en de referentie kostprijzen. Zowel de positieve als de negatieve verschillen dienen hier te worden meegenomen.
-
Ontvangers: De ontvangers van de bbaz die op basis van de toegangscriteria zoals opgenomen in artikel 5 van de Beleidsregel beschikbaarheidbijdrage academische zorg 2024 recht hebben op een beschikbaarheidbijdrage uit compartiment 1.
-
Ontwikkeling en Innovatie: Ontwikkeling en Innovatie hebben betrekking op het bedenken, uitproberen, systematisch uittesten en verspreiden van nieuwe behandelingen en vormen van diagnostiek. Het betreft uitsluitend die vormen van ontwikkeling en innovatie die steunen op fundamenteel wetenschappelijk onderzoek.
-
Patiëntgebonden labels: Patiëntgebonden labels zijn zeven verschillende labels. Per label zijn variabelen bepaald die van toepassing kunnen zijn op een patiënt; valt een patiënt onder een van deze labels, dan is sprake van een academische patiënt. Dit zijn patiënten die topreferente zorg krijgen. De verdeling van academische patiënten over de ontvangers van de bbaz bepaalt de verdeling van het variabele deel van de bbaz over de ontvangers. Zie de toelichting bij deze regeling voor een omschrijving van de zeven patiëntgebonden labels.
-
Referentie kostprijs: De landelijk gemiddelde kostprijzen berekend over 2022 van de dbc-zorgproducten die gekoppeld zijn aan deze subtrajecten ge(de)ïndexeerd naar het niveau van het jaar waar de ontvangers zich over dienen te verantwoorden. In de referentie kostprijs zijn de kostprijzen van de huidige ontvangers van de bbaz meegewogen. – Topreferente zorg: Topreferente zorg is zeer specialistische patiëntenzorg die:
– gepaard gaat met bijzondere diagnostiek en behandeling waarvoor geen doorverwijzing meer mogelijk is; – vereist een infrastructuur waarbinnen vele disciplines op het hoogste deskundigheidsniveau samenwerken; – is gekoppeld aan fundamenteel patiëntgericht onderzoek.
– – gepaard gaat met bijzondere diagnostiek en behandeling waarvoor geen doorverwijzing meer mogelijk is; – – vereist een infrastructuur waarbinnen vele disciplines op het hoogste deskundigheidsniveau samenwerken; – – is gekoppeld aan fundamenteel patiëntgericht onderzoek. (1) Unieke dbc-zorgproducten: Zorgproducten die vrijwel uitsluitend geleverd worden door de huidige ontvangers van de BBAZ. Zorgproducten worden als uniek beschouwd op grond van een van de volgende vijf redenen:
(1)
als producten voor 95% of meer door BBAZ ontvangers worden uitgevoerd in de periode van 2019 tot en met 2022;
(2)
producten die geen aantallen kennen maar wel wbmv-vergunningen. In dit geval wordt een product als uniek beschouwd als de BBAZ ontvangers alleen een wbmv-vergunning hebben en andere instellingen niet;
(3)
Producten die minder dan 30 keer voorkomen in 2022 en bij de voorgaande bepaling van de unieke zorg als uniek beschouwd zijn;
(4)
Producten die voor tussen de 90% en 95% door BBAZ ontvangers worden uitgevoerd en bij de voorgaande bepaling van de unieke zorg als uniek werden beschouwd op basis van criterium (1);
(5)
Op inhoudelijke argumenten kunnen de unieke producten aangepast worden op basis van expert opinie. De producten die we als uniek definiëren voor de bbaz 2024 zijn in bijlage 3 opgenomen.
(1) (1) als producten voor 95% of meer door BBAZ ontvangers worden uitgevoerd in de periode van 2019 tot en met 2022; (2) (2) producten die geen aantallen kennen maar wel wbmv-vergunningen. In dit geval wordt een product als uniek beschouwd als de BBAZ ontvangers alleen een wbmv-vergunning hebben en andere instellingen niet; (3) (3) Producten die minder dan 30 keer voorkomen in 2022 en bij de voorgaande bepaling van de unieke zorg als uniek beschouwd zijn; (4) (4) Producten die voor tussen de 90% en 95% door BBAZ ontvangers worden uitgevoerd en bij de voorgaande bepaling van de unieke zorg als uniek werden beschouwd op basis van criterium (1); (5) (5) Op inhoudelijke argumenten kunnen de unieke producten aangepast worden op basis van expert opinie. De producten die we als uniek definiëren voor de bbaz 2024 zijn in bijlage 3 opgenomen.
- Variabel deel bbaz: Het variabele deel van de bbaz is het deel van de beschikbaarheidbijdrage dat de kosten van de behandelde academische patiënten dekt. Voor de verantwoording van het variabele deel is daarmee het aantal academische patiënten dat door de ontvangers behandeld werd in voorgaande jaren bepalend.
- Vast deel bbaz: Het vaste deel van de bbaz is het deel van de beschikbaarheidbijdrage dat de kosten dekt voor het in stand houden van de kennis en infrastructuur voor het continue kunnen leveren van academische zorg.
2. Doel van de regeling
Deze regeling beoogt om op transparante wijze vast te leggen welke gegevens de ontvangers van de beschikbaarheidbijdrage academische zorg (bbaz) uit compartiment 1 verstrekken aan de NZa en hoe zij deze gegevens aan de NZa verstrekken.
De regeling legt vast op welke wijze ontvangers van de bbaz zich dienen te verantwoorden over het jaar 2024. Op basis van de verantwoording stelt de NZa het bedrag voor de bbaz ontvangers vast.
3. Reikwijdte
Deze regeling is van toepassing op de ontvangers van de beschikbaarheidbijdrage academische zorg uit compartiment 1.
4. Te verstrekken informatie
4.1. Procedure
De procedure voor het verantwoordingsjaar 2024 is als volgt:
-
- Uiterlijk 1 september 2025: de ontvanger levert de informatie aan de NZa zoals uitgewerkt in artikel 4.2.1 en artikel 4.2.2. Daarbij maakt de ontvanger gebruikt van de door de NZa geleverde data over 2022, exclusief unieke zorg, in csv-format, het toelichtingsdocument en de vulling van de DIS van de top 10 doorverwijzende ziekenhuizen. Tevens maakt de ontvanger gebruik van de door de NZa aangeleverde referentiekostprijzen en indexcijfers om de meerkosten berekenen en te indexeren.
-
- Uiterlijk 1 november 2025: Bij eventuele onderverantwoording in eerste aanleg wordt door de betreffende ontvanger en de NZa onderzocht hoe met maatwerk de vergelijking tussen gerealiseerde kosten 2024 en de ontvangen beschikbaarheidbijdrage voor 2024 kan worden verbeterd.
-
- De NZa stelt vervolgens de bbaz 2024 formeel vast conform de Beleidsregel beschikbaarheidbijdrage academische zorg 2024.
4.2. Verantwoording
De jaarlijkse verantwoording vindt plaats aan de hand van de volgende twee onderdelen:
-
- Patiëntgebonden labels
-
- Ontwikkeling en Innovatie
4.2.1. Verantwoording patiëntgebonden labels:
De systematiek voor de verantwoording van de labels bestaat uit de volgende stappen:
-
- De NZa berekent de score per label per ontvanger
-
- De NZa verstuurt uiterlijk 4 maart 2025 de informatie via het uitwisselportaal naar de ontvanger zoals genoemd in paragraaf 4.1, lid 1.
-
- In de verantwoording worden de unieke dbc-zorgproducten voor de topreferente patiënten niet meegeteld.
-
-
De ontvanger levert uiterlijk 1 september 2025 de volgende gegevens aan: Kwantitatief
a. De kosten voor topreferente zorg betrekking hebbend op 2024, uitgedrukt in meerkosten op instellingsniveau op basis van de topreferente patiënten uit het jaar 2022. b. De meerkosten voor topreferente zorg betrekking hebbend op 2024, voor de vijf diagnosegroepen met de hoogste meerkosten.
-
a. a. De kosten voor topreferente zorg betrekking hebbend op 2024, uitgedrukt in meerkosten op instellingsniveau op basis van de topreferente patiënten uit het jaar 2022. b. b. De meerkosten voor topreferente zorg betrekking hebbend op 2024, voor de vijf diagnosegroepen met de hoogste meerkosten.
In aanvulling op bovenstaande geldt het volgende ten aanzien van de berekening van de meerkosten:
Ad a) De ontvanger berekent de meerkosten op instellingsniveau als volgt:
i. i. Selecteer alle subtrajecten (inclusief zorgtype 51) met bijbehorende zorgproducten en diagnosegroep o.b.v. het bestand zoals de NZa dat uitgeleverd heeft artikel 4 die gekoppeld kunnen worden aan een academische patiënt. ii. ii. Hanteer de instellingsspecifieke kostendragers die binnen het kostprijsmodel 2022 zijn gebruikt. iii. iii. Bereken per subtraject de kostprijs door het zorgprofiel te vermenigvuldigen met de kostendragers (uit stap 2). iv. iv. Verminder de kostprijs van het subtraject (uit stap 3) met de gemiddelde (patiënt-gebonden) opbrengsten zoals verwerkt in het kostprijsmodel exclusief de opbrengsten kolom “Beschikbaarheidsbijdrage academische component -TRF” 2022. v. v. Koppel via de zorgproductcode de referentiekostprijs die de NZa heeft opgeleverd aan de geselecteerde subtrajecten (uit stap 1). vi. vi. Aggregeer de instellingsspecifieke kosten (uit stap 4) en de referentiekosten (uit stap 5) op het niveau van de patiënt tot twee bedragen. Indien er sprake is van IC-activiteiten die al vergoed zijn via een IC-tarief, dienen deze opbrengsten in mindering gebracht te worden bij de patiënt. vii. vii. Aggregeer de meerkosten over alle patiënten tot de totale meerkosten van de instelling. viii. viii. Indexeer de meerkosten op instellingsniveau naar het niveau van 2024 op basis van de door de NZa uitgeleverde indexpercentages.
ad b) De instelling bepaalt de top vijf diagnosegroep als volgt:
i. i. Hanteer het bestand zoals berekend uit stap 5 (in onderdeel b) Bereken de totale instellingsspecifieke kosten en de referentiekosten per diagnosegroep. De subtrajecten zijn gegroepeerd naar diagnosegroep volgens bijlage 3 diagnosegroepentabel. ii. ii. Selecteer de 5 hoogste bedragen om de top 5 van diagnosegroepen te bepalen en neem deze op in de verantwoording. iii. iii. Indexeer de meerkosten op instellingsniveau naar het niveau van 2024 op basis van de door de NZa uitgeleverde indexpercentages.
Scope
Bij het bepalen van de kosten voor de subtrajecten is de volgende scope van toepassing. Het gaat uitsluitend om verzekerde dbc-zorgproductie gerelateerd aan academische patiënten die zijn uitgeleverd door de NZa zoals bedoeld onder artikel 4.1 inclusief zorgtype 51. De volgende zorg is uitgesloten bij het bepalen van meerkosten voor de patiënten:
– – Overig zorgproducten (o.a. kaakchirurgie) – – Psychiatrie – – Klinische genetica – – Zorgprofielklassen dure geneesmiddelen en weesgeneesmiddelen met add-on indicatie en stollingsfactoren.
Kwalitatief
Een inhoudelijke uitwerking op instellingsniveau van de activiteiten van de ontvanger gericht op academische patiëntenzorg.
4.2.2. Verantwoording ontwikkeling en innovatie
De verantwoording van ontwikkeling en innovatie (O&I) ziet er als volgt uit:
-
-
De ontvanger levert uiterlijk 1 september 2025 de volgende gegevens aan: Kwantitatief
a. De kosten voor ontwikkeling en innovatie betrekking hebbend op 2024, onderverdeeld naar de volgende categorieën: i. Innovatie gekoppeld aan de innovatiekalender van het Ministerie van VWS ii. Investeringen ten behoeve van innovatieve apparatuur en fysici iii. (Nog) niet vergoede zorg iv. Klinische research en randvoorwaardelijke voorzieningen v. Beschikbaarheid kennis en voorzieningen bij rampen, infecties en epidemieën vi. Kennisdeling en consultatie vii. Ontwikkeling kwaliteitsbeleid, richtlijnen en normeringen viii. Databank-functie en big data-ontwikkeling ix. Overkoepelende kostenKwalitatief
b. Een inhoudelijke omschrijving van welke activiteiten per kostencategorie zijn uitgevoerd door de instelling in 2024, waarvan in elk geval categorie ix nader gespecificeerd wordt.
-
a. a. De kosten voor ontwikkeling en innovatie betrekking hebbend op 2024, onderverdeeld naar de volgende categorieën:
i.
Innovatie gekoppeld aan de innovatiekalender van het Ministerie van VWS
ii.
Investeringen ten behoeve van innovatieve apparatuur en fysici
iii.
(Nog) niet vergoede zorg
iv.
Klinische research en randvoorwaardelijke voorzieningen
v.
Beschikbaarheid kennis en voorzieningen bij rampen, infecties en epidemieën
vi.
Kennisdeling en consultatie
vii.
Ontwikkeling kwaliteitsbeleid, richtlijnen en normeringen
viii.
Databank-functie en big data-ontwikkeling
ix.
Overkoepelende kosten
i. i. Innovatie gekoppeld aan de innovatiekalender van het Ministerie van VWS ii. ii. Investeringen ten behoeve van innovatieve apparatuur en fysici iii. iii. (Nog) niet vergoede zorg iv. iv. Klinische research en randvoorwaardelijke voorzieningen v. v. Beschikbaarheid kennis en voorzieningen bij rampen, infecties en epidemieën vi. vi. Kennisdeling en consultatie vii. vii. Ontwikkeling kwaliteitsbeleid, richtlijnen en normeringen viii. viii. Databank-functie en big data-ontwikkeling ix. ix. Overkoepelende kosten b. b. Een inhoudelijke omschrijving van welke activiteiten per kostencategorie zijn uitgevoerd door de instelling in 2024, waarvan in elk geval categorie ix nader gespecificeerd wordt. 2. 2. De NZa stelt vast dat elke ontvanger de informatie heeft aangeleverd.
De richtlijnen voor het opstellen van de verantwoording per categorie zoals opgenomen in artikel 4.2.2 lid 1 zijn verder uitgewerkt in de bijlage 2 – formulier huisspecifieke toelichting O&I en TRF 2024.
5. Accountantsrapport
De accountant doet onderzoek of bij het opstellen van de verantwoording van het vaste deel van de beschikbaarheidbijdrage academische zorg, het van toepassing zijnde accountantsprotocol is gevolgd en dat de opgegeven bedragen in de verantwoording voor de beschikbaarheidbijdrage conform dit accountantsprotocol zijn bepaald.
De accountant rapporteert zijn bevindingen via een Rapport van feitelijke bevindingen gericht aan de NZa. Het accountantsprotocol is opgenomen als bijlage bij de nadere regel in bijlage 3 – accountantsprotocol vaste deel bbaz compartiment 1.
6. Intrekken en vervallen oude regeling
Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze regeling wordt de Regeling Verantwoording bbaz 2023 compartiment 1, met kenmerk NR/REG-2321, ingetrokken.
7. Toepasselijkheid voorgaande regeling, bekendmaking, inwerkingtreding en citeertitel
De regeling Verantwoording bbaz 2023 compartiment 1, met kenmerk NR/REG-2321, blijft van toepassing op gedragingen (handelen en nalaten) van zorgaanbieders die onder de werkingssfeer van die regeling vielen en die zijn aangevangen – en al dan niet beëindigd – in de periode dat die regeling gold.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin de regeling ingevolge artikel 5, aanhef en onder d, van de Bekendmakingswet wordt geplaatst.
De regeling ligt ter inzage bij de NZa en is te raadplegen op www.nza.nl
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Verantwoording bbaz 2024 compartiment 1.
Bijlage 1. – Functionele beschrijving labelsystematiek
Functionele beschrijving label systematiek topreferente patiënt
Het DIS (dbc-informatiesysteem) bevat de gegevens die we gebruiken om de aantallen patiënten per label zoals ontwikkeld in project Robijn te berekenen. Voor het bepalen van de labels gebruiken we DIS-data van de ziekenhuizen.
Op de DIS vinden bewerkingen plaats vóór de scores worden berekend. Deze bewerkingen zijn gericht op het verkrijgen van zo geschikt mogelijke data voor de berekening van de label scores. De volgende bewerkingen worden gedaan:
Datavalidatie
Als onderdeel van de datavalidatie worden gegevens gecontroleerd op basis voorwaarden. Dit betreffen controles die gericht zijn op het identificeren van foutieve data. Het gaat hier bijvoorbeeld om verkeerde of ontbrekende codes, onmogelijke aantallen verrichtingen, dubbele registraties en negatieve aantallen. Deze data werkt vervuilend in de berekening van de labelscores en wordt daarom verwijderd.
De NZa voert deze schoning uit voordat de labelscores worden berekend. De schoningsredenen kunnen continu worden aangevuld om de kwaliteit van de gebruikte informatie voor de label berekeningen zo hoog mogelijk te houden. Hiervoor sluit de NZa aan bij de meest recente datavalidatie die is uitgevoerd door het team data. In dit traject worden gegevens teruggeven voor en na schoning. Alle afgekeurde trajecten lopen niet mee in de berekening van de labelscores. Eventueel niet beoordeelde trajecten (inclusief heraangeleverde trajecten) worden geaccepteerd en meegenomen in de label berekening.
Bewerking DIS
Op een aantal punten bewerken we DIS
Referentietabellen dbc-release en Vektis
De dbc-release tabellen van de NZa worden vanuit de bron bitemporaal uitgeleverd, elke versie van de tabel bevat historie met begin- en einddatum per regel.
Voor het bepalen van de juiste referentietabellen wordt de versie gekozen waarvan het actuele peilmoment valt binnen begin- en einddatum van de tabel. Voor zover de Vektis tabellen niet bitemporaal zijn nemen we de laatste versie.
We maken geen aanpassingen aan de referentietabellen met uitzondering van de volgende:
Zorgprofielklasse
De zorgprofielklasse bestaat uit twee posities. Indien de brontabel 1 cijfer bevat dan wordt er een voorloop ‘0’ gecodeerd.
Overige referentietabellen
Scope BBAZ
De scope van de BBAZ betreft niet alle dbc’s. Om de scope af te bakenen wordt DIS geschoond in de volgende omstandigheden:
Bijlage 2. Lijst unieke dbc-zorgproducten
Gepubliceerd op www.nza.nl.
Bijlage 3. DRG tabel
Gepubliceerd op www.nza.nl.
Bijlage 4. Formulier verantwoording OI en TRF 2024
Gepubliceerd op www.nza.nl.
Bijlage 5. Detailinstructie OI-verantwoording
Gepubliceerd op www.nza.nl.
Bijlage 6. Accountantsprotocol BB academische zorg compartiment 1
Gepubliceerd op www.nza.nl.