40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling voorwaarden deelname examen keurmeester zware (bedrijfs)voertuigen respectievelijk keurmeester zware aanhangwagens | BWBR0023816 | zbo | geldend | 2005-03-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0023816 | Regeling voorwaarden deelname examen keurmeester zware (bedrijfs)voertuigen respectievelijk keurmeester zware aanhangwagens |
Regeling voorwaarden deelname examen keurmeester zware (bedrijfs)voertuigen respectievelijk keurmeester zware aanhangwagens
Artikel 1
1.
Voorwaarde voor deelname aan het examen keurmeester periodieke keuring zware (bedrijfs)voertuigen is het bezit van:
a. a. een resultatenlijst waarop is vermeld dat men geslaagd is voor het examen leerlingwezen voortgezette opleiding onderstellen bedrijfsautomobielen, die ingevolge artikel 19 van de Wet op het leerlingwezen (Stb. 1966, 215) is afgegeven door de centrale examencommissie van de Stichting Beroepsopleiding VAM, of b. b. het diploma Leerlingwezen voortgezette opleiding (Eerste Monteur) bedrijfsautomobielen, dat ingevolge artikel 19 van de Wet op het leerlingwezen (Stb. 1966, 215) is afgegeven door de centrale examencommissie van de Stichting Beroepsopleiding VAM, of c. c. een certificaat dat wordt afgegeven door de Stichting VAM na het met goed gevolg hebben afgelegd van de intredetoets zware (bedrijfs)voertuigen, of d. d. het diploma eerste bedrijfsautotechnicus, afgegeven door het ROC, ondergoedkeuring van de exameninstelling ten behoeve van externe legitimering, ingevolge de artikelen 7.4.2, 7.4.3, 7.4.4 en 7.4.7 van de Wet Educatie Beroepsonderwijs (WEB), of e. e. een door de Algemeen Directeur van de Dienst Wegverkeer (RDW) afgegeven verklaring geldig voor: deelname aan het examen keurmeester zware bedrijfsvoertuigen.
2. Degene die in het bezit is van de in het eerste lid, onder a tot en met e genoemde resultatenlijst, diploma, certificaat of verklaring kan zich voor deelname aan het examen keurmeester periodieke keuring zware (bedrijfs)voertuigen rechtstreeks wenden tot de Stichting VAM.
Artikel 2
1.
Voorwaarde voor deelname aan het examen keurmeester periodieke keuring zware aanhangwagens is het bezit van:
a. a. een resultatenlijst waarop is vermeld dat men geslaagd is voor het examen leerlingwezen voortgezette opleiding onderstellen bedrijfsautomobielen, die ingevolge artikel 19 van de Wet op het leerlingwezen (Stb. 1966, 215) is afgegeven door de centrale examencommissie van de Stichting Beroepsopleiding VAM, of b. b. het diploma Leerlingwezen voortgezette opleiding (Eerste Monteur) bedrijfsautomobielen, dat ingevolge artikel 19 van de Wet op het leerlingwezen (Stb. 1966, 215) is afgegeven door de centrale examencommissie van de Stichting Beroepsopleiding VAM, of c. c. een certificaat dat wordt afgegeven door de Stichting VAM na het met goed gevolg hebben afgelegd van de intredetoets zware (bedrijfs)voertuigen, of d. d. het diploma eerste bedrijfsautotechnicus, afgegeven door het ROC, onder goedkeuring van de exameninstelling ten behoeve van externe legitimering, ingevolge de artikelen 7.4.2, 7.4.3, 7.4.4 en 7.4.7 van de Wet Educatie Beroepsonderwijs (WEB), of e. e. een door de Algemeen Directeur van de Dienst Wegverkeer (RDW) afgegeven verklaring geldig voor deelname aan het examen keurmeester zware aanhangwagens.
2. Degene die in het bezit is van de in het eerste lid, onder a tot en met e, genoemde resultatenlijst, diploma, certificaat of verklaring kan zich voor deelname aan het examen keurmeester periodieke keuring zware aanhangwagens rechtstreeks wenden tot de Stichting VAM.
Artikel 3
1. De in artikel 1, eerste lid, onder e, genoemde verklaring worden slechts afgegeven indien de aanvrager blijk heeft gegeven van voldoende theoretische en praktische kennis.
2.
Degene die een verklaring aanvraagt geeft blijk van theoretische kennis door het overleggen van één van de navolgende diploma’s:
a. a. diploma middelbaar bedrijfstechnicus voor de motorvoertuigenbranche, afgegeven door de Stichting Beroepsopleiding VAM, of b. b. diploma A of B van het Instituut voor de Autohandel B.V., of c. c. diploma HTS werktuigbouwkunde, of d. d. diploma MTS werktuigbouwkunde, of e. e. diploma keurmeester zware (bedrijfs)voertuigen of de daarbij behorende bevoegdheidspas die door het verstrijken van de tijd hun geldigheid hebben verloren, of f. f. een buitenlands diploma dat gelijkwaardig is aan één van de in dit artikel onder a tot en met e of g tot en met i genoemde diploma’s, of g. g. diploma HTS autotechniek, of h. h. diploma MTS autotechniek, of i. i. diploma commercieel bedrijfsleider /ondernemer kleinbedrijf (niveau 4), met differentiatie Bedrijfsautotechniek.
3. Indien een diploma wordt overgelegd zoals genoemd in artikel 3, tweede lid, onder a tot en met f, dient tevens een werkgeversverklaring of getuigschrift te worden overgelegd waaruit blijkt dat in de periode van 10 jaar, direct voorafgaande aan het tijdstip van de aanvraag, gedurende ten minste 4 jaar ervaring is opgedaan in het onderhouden en repareren van zware (bedrijfs)voertuigen.
4. Indien een diploma wordt overgelegd zoals genoemd in artikel 3, tweede lid, onder g tot en met i, dient tevens een werkgeversverklaring of getuigschrift te worden overgelegd waaruit blijkt dat in de periode van 10 jaar, direct voorafgaande aan het tijdstip van de aanvraag, gedurende ten minste 2 jaar ervaring is opgedaan in het onderhouden en repareren van zware (bedrijfs)voertuigen.
Artikel 4
1. De in artikel 2, eerste lid, onder e, genoemde verklaring wordt slechts afgegeven indien de aanvrager blijk heeft gegeven van voldoende theoretische en praktische kennis.
2.
Degene die een verklaring aanvraagt geeft blijk van theoretische kennis door het overleggen van één van de navolgende diploma’s:
a. a. diploma middelbaar bedrijfstechnicus voor de motorvoertuigenbranche, afgegeven door de Stichting Beroepsopleiding VAM, of b. b. diploma A of B van het Instituut voor de Autohandel B.V., of c. c. diploma HTS werktuigbouwkunde, of d. d. diploma MTS werktuigbouwkunde, of e. e. diploma keurmeester zware (bedrijfs)voertuigen of de daarbij behorende bevoegdheidspas die door het verstrijken van de tijd hun geldigheid hebben verloren, of f. f. een buitenlands diploma dat gelijkwaardig is aan één van de in dit artikel onder a tot en met e, of g tot en met i genoemde diploma’s, of g. g. diploma HTS autotechniek, of h. h. diploma MTS autotechniek, of i. i. diploma commercieel bedrijfsleider/ondernemer kleinbedrijf (niveau 4), met differentiatie Bedrijfsautotechniek.
3. Indien een diploma wordt overgelegd zoals genoemd in artikel 4, tweede lid, onder a tot en met f, dient tevens een werkgeversverklaring of getuigschrift te worden overgelegd waaruit blijkt dat in de periode van 10 jaar, direct voorafgaande aan het tijdstip van de aanvraag, gedurende ten minste 4 jaar ervaring is opgedaan in het onderhouden en repareren van zware aanhangwagens.
4. Indien een diploma wordt overgelegd zoals genoemd in artikel 4, tweede lid, onder g tot en met i, dient tevens een werkgeversverklaring of getuigschrift te worden overgelegd waaruit blijkt dat in de periode van 10 jaar, direct voorafgaande aan het tijdstip van de aanvraag, gedurende ten minste 2 jaar ervaring is opgedaan in het onderhouden en repareren van zware aanhangwagens.
Artikel 5
1.
Onder de in artikel 3, derde en vierde lid, en artikel 4, derde en vierde lid, genoemde praktijkervaring wordt niet verstaan de tijd die de aanvrager werkt tijdens:
a. a. de avonduren, of b. b. vakantieperiodes, of c. c. een (dag)opleiding.
2. Relevante stageperiodes worden meegerekend voor de genoemde praktijkervaring, indien de aanvrager een stageverklaring overlegt.
Artikel 6
1. De in artikel 1, eerste lid, onder e, en artikel 2, eerste lid, onder e, genoemde verklaring moet volgens een door de Algemeen Directeur van de Dienst Wegverkeer vastgesteld aanvraagformulier worden ingediend bij de Dienst Wegverkeer.
2. De in artikel 1, eerste lid, onder e, en artikel 2, eerste lid onder e, genoemde verklaring wordt op aanvraag en tegen betaling, op de door de Dienst Wegverkeer vastgestelde wijze, van het door de Dienst Wegverkeer vastgestelde tarief verleend aan de aanvrager die aan de in deze regeling genoemde eisen voldoet.
Artikel 7
1. De bekendmaking vaststelling voorwaarden deelname examen keurmeester zware (bedrijfs)voertuigen van 2 juni 2003, Stcrt. 2003, nr. 115 wordt ingetrokken.
2. Deze bekendmaking treedt in werking met ingang van 1 maart 2005.