rijk/zbo/tijdelijke-deelregeling-programmeringsbijdrage-drenthe-flevoland-en-zeeland/BWBR0045292
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Tijdelijke deelregeling programmeringsbijdrage Drenthe, Flevoland en Zeeland BWBR0045292 zbo geldend 2021-06-29 https://wetten.overheid.nl/BWBR0045292 Tijdelijke deelregeling programmeringsbijdrage Drenthe, Flevoland en Zeeland

Tijdelijke deelregeling programmeringsbijdrage Drenthe, Flevoland en Zeeland

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • bestuur: de raad van bestuur van de stichting Nederlands Fonds voor Podiumkunsten.

Artikel 1.2

1. De aanvraag wordt digitaal ingediend.

2. De aanvrager maakt gebruik van door het bestuur opgestelde formulieren.

3. Een aanvraag wordt alleen in behandeling genomen als het volledig ingevulde aanvraagformulier tijdig is ontvangen door het Fonds Podiumkunsten en vergezeld gaat van de op het formulier vermelde bijlagen.

Artikel 1.3

1. Het bestuur kan advies vragen over ingediende aanvragen. Adviseurs beoordelen de aan hen voorgelegde aanvragen en verzoeken met inachtneming van het bepaalde in deze regeling.

2. Het bestuur informeert de aanvrager binnen 13 weken na de uiterlijke indiendatum schriftelijk over zijn besluit. Als voor de motivering van het besluit wordt verwezen naar een over de aanvraag uitgebracht advies wordt de tekst van het advies aan de aanvrager toegezonden.

Artikel 1.4

1. Het bestuur kan een of meer subsidieplafonds vaststellen.

2. Het bestuur kan eerder vastgestelde subsidieplafonds verhogen of verlagen.

3. Besluiten als bedoeld in het eerste en tweede lid worden bekendgemaakt via de website van het Fonds Podiumkunsten.

Artikel 1.5

Op basis van de criteria worden per provincie maximaal twee aanvragen gehonoreerd.

Artikel 1.6

Het bestuur kan, onverminderd het bepaalde in artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht, subsidie weigeren:

a. a. als de aanvraag onvoldoende concreet is met betrekking tot de uit te voeren activiteiten; b. b. als de aanvrager reeds subsidie ontvangt van het Fonds Podiumkunsten voor de uit te voeren activiteiten; c. c. als de aanvrager geen rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid is; d. d. als de aanvrager in de voorgaande twee jaar niet heeft voldaan aan een of meer aan een subsidie verbonden voorwaarden of verplichtingen, waaronder in elk geval ook vallen het juist en tijdig afronden van de gesubsidieerde activiteiten, het tijdig melden van relevante veranderingen in de uitvoering en het juist en tijdig verantwoorden van de activiteiten; e. e. als de aanvrager reeds een instellingssubsidie van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of een meerjarige activiteitensubsidie van het Fonds Podiumkunsten ontvangt; f. f. als de aanvrager niet voldoet aan de voor de betreffende instelling gebruikelijke normen met betrekking tot good governance op het terrein van goed bestuur, adequaat toezicht en transparante verantwoording.

Paragraaf 2. Programmeringsbijdrage Drenthe, Flevoland en Zeeland

Artikel 2.1

Het bestuur verstrekt de programmeringsbijdrage voor voorstellingen in theaters om bij te dragen aan een kwalitatief goed en veelzijdig podiumkunstenaanbod in delen van het land waar het Fonds nog geen of weinig theaters voor dit doel ondersteunt.

Artikel 2.2

Een aanvraag kan worden gedaan door een rechtspersoon die artistiek en financieel eindverantwoordelijk is voor de programmering van een of meer theaterzalen in Drenthe, Flevoland of Zeeland.

Artikel 2.3

1. Een aanvraag kan worden gedaan voor het programmeren van een of meer theaterzalen waarin dans, theater of muziektheater wordt getoond, eventueel in combinatie met muziek.

2.

Het indienen van een aanvraag is alleen mogelijk als de aanvrager kan aantonen dat

• • minimaal een van de zalen waarvoor wordt aangevraagd een capaciteit van meer dan 200 bezoekers heeft en • • in de zalen waarvoor wordt aangevraagd minimaal 80 professionele voorstellingen per jaar plaatsvinden.

3. Het bestuur kan besluiten om een aanvraag in behandeling te nemen die niet voldoet aan de vereisten uit lid 2 als de aanvrager slechts in zeer beperkte mate niet voldoet aan die vereisten.

4. Als peiljaar geldt het kalenderjaar 2019.

5. Een aanvraag heeft betrekking op het kalenderjaar 2022.

6. Aanvragen worden in één gezamenlijke ronde behandeld.

Artikel 2.4

Aanvragen worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:

a) a) programmeringsambitie; b) b) publiekspotentieel; c) c) inbedding.

Artikel 2.5

1. De subsidie bedraagt minimaal € 26.250 en maximaal € 52.500 per jaar.

2. De hoogte van de subsidie wordt vastgesteld op basis van de aard en omvang van de activiteiten.

Paragraaf 3. Overige bepalingen

Artikel 3.1

1.

De ontvanger van de subsidie meldt onverwijld aan het bestuur van het Fonds Podiumkunsten als:

a. a. de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt niet of niet geheel zullen doorgaan; b. b. niet of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan; of c. c. er aanzienlijke wijzigingen zijn ten opzichte van het plan op basis waarvan subsidie is verstrekt.

2. De ontvanger van de subsidie plaatst het logo of de naam van het Fonds Podiumkunsten op alle publiciteitsuitingen die betrekking hebben op de gesubsidieerde activiteiten en stuurt exemplaren van drukwerk dat betrekking heeft op de officiële programmagegevens aan het Fonds Podiumkunsten.

3. Het bestuur kan bij beschikking andere dan de in het eerste en tweede lid opgenomen verplichtingen aan de subsidie verbinden.

Artikel 3.2

1. Als op enig moment blijkt dat niet is voldaan aan een enige verplichting, kan het bestuur de subsidie lager vaststellen of intrekken.

2. De instelling wordt vooraf geïnformeerd over een voornemen tot lagere vaststelling of intrekking van de subsidie.

Artikel 3.3

Subsidie wordt verleend onder voorbehoud van verstrekking van de bijbehorende middelen door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Artikel 3.4

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 3.5

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke deelregeling programmeringsbijdrage Drenthe, Flevoland en Zeeland.