40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Besluit taakuitoefening Inspectie Werk en Inkomen | BWBR0013179 | AMvB | geldend | 2002-01-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0013179 | Besluit taakuitoefening Inspectie Werk en Inkomen |
Besluit taakuitoefening Inspectie Werk en Inkomen
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. a. secretaris-generaal: de secretaris-generaal van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; b. b. Inspectie: de Inspectie Werk en Inkomen, genoemd in artikel 36, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen; c. c. inspecteur-generaal: het hoofd van de Inspectie Werk en Inkomen; d. d. Ministerie: het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; e. e. wet: de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen; f. f. apparaatszorg: het geheel van activiteiten, noodzakelijk voor en in samenhang met:
–
het functioneren van de organisatie;
–
de personeelsvoorziening;
–
de toepassing van rechtspositionele regelingen;
–
het treffen van beschikkingen jegens personeelsleden;
–
het welbevinden van individuele personeelsleden;
–
de ontwikkeling van de kwaliteit van het personeelsbestand;
–
de lokatiekeuze en huisvesting van het personeel;
–
de opslag en distributie van goederen;
–
de beveiliging van mensen en goederen;
–
de dagelijkse huishoudelijke gang van zaken;
–
de informatievoorziening, inclusief automatisering, en
–
het beheer van de voor deze activiteiten beschikbaar gestelde middelen.
– – het functioneren van de organisatie; – – de personeelsvoorziening; – – de toepassing van rechtspositionele regelingen; – – het treffen van beschikkingen jegens personeelsleden; – – het welbevinden van individuele personeelsleden; – – de ontwikkeling van de kwaliteit van het personeelsbestand; – – de lokatiekeuze en huisvesting van het personeel; – – de opslag en distributie van goederen; – – de beveiliging van mensen en goederen; – – de dagelijkse huishoudelijke gang van zaken; – – de informatievoorziening, inclusief automatisering, en – – het beheer van de voor deze activiteiten beschikbaar gestelde middelen.
Artikel 2
Op de Inspectie is het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit SZW van toepassing voor zover daarvan in dit besluit niet wordt afgeweken.
Paragraaf 2. Uitvoering van taken
Artikel 3
De Inspectie oefent haar in artikel 37 van de wet bedoelde taken uniform uit, behoudens voor zover de bestuurlijke positie van de betrokken bestuursorganen dan wel bijzondere omstandigheden tot afwijking nopen.
Artikel 4
Het jaarverslag van de Inspectie bevat een integrale rapportage van de bevindingen van de Inspectie over de rechtmatigheid en doelmatigheid, waaronder begrepen de doeltreffendheid, van de uitvoering van wettelijke taken door de in artikel 37 van de wet genoemde bestuursorganen, alsmede van de wijze waarop deze daarbij samenwerken. Het verslag bevat verder de daaraan door de Inspectie verbonden conclusies ten aanzien van de werking van het stelsel voor zover dat samenhangt met het functioneren van en de onderlinge betrekkingen tussen de bedoelde bestuursorganen.
Artikel 5
Vervallen
Paragraaf 3. Beheer Inspectie
Artikel 6
1. De secretaris-generaal draagt, in overeenstemming met het koninklijk besluit van 18 oktober 1988, houdende regeling van de functie en verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal, Stb. 499, zorg voor een zodanige bewerktuiging van de Inspectie dat deze haar wettelijke taken naar behoren en onafhankelijk kan uitvoeren.
2. De departementale voorschriften met betrekking tot de apparaatszorg zijn van toepassing op de werkwijze van de Inspectie voor zover daarvan bij dit besluit of op grond van het eerste lid niet wordt afgeweken.
Artikel 7
1. De inspecteur-generaal fungeert rechtstreeks onder de secretaris-generaal.
2. De inspecteur-generaal neemt deel aan periodiek ambtelijk overleg van de secretaris-generaal en directeuren-generaal van het Ministerie als bedoeld in het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit SZW.
Artikel 8
1. De inspecteur-generaal regelt, met inachtneming van artikel 6, de inrichting en de organisatie van de Inspectie.
2. De inspecteur-generaal oefent, met inachtneming van artikel 6, de bevoegdheden ter zake van de apparaatszorg uit en draagt daarbij zorg voor afstemming met de overige departementsonderdelen.
3. De inspecteur-generaal is bestuurder in de zin van de Wet op de ondernemingsraden en voert het overleg met de op grond van die wet ingestelde medezeggenschapsorganen.
Artikel 9
1. De inspecteur-generaal maakt afspraken met andere departementsonderdelen over de informatie-uitwisseling met betrekking tot de taakverdeling, rapportage, informatievoorziening, voorlichting, informatie- en communicatietechnologie en afstemming van onderzoek en legt deze vast in een protocol.
2. De secretaris-generaal stelt het protocol, bedoeld in het eerste lid, vast.
Paragraaf 4. Informatievoorziening
Artikel 10
1. De inspecteur-generaal verstrekt na iedere periode van vier kalendermaanden informatie aan de secretaris-generaal over de voortgang van de werkzaamheden van de Inspectie in de verstreken periode.
2. De secretaris-generaal en de inspecteur-generaal maken afspraken over de inrichting van de informatie, bedoeld in het eerste lid, en over de tijdstippen waarop deze informatie wordt verstrekt.
Artikel 11
De inspecteur-generaal informeert Onze Minister en de secretaris-generaal onverwijld over bevindingen, ontwikkelingen en gebeurtenissen waarvan de Inspectie bij de uitoefening van haar taken kennis heeft gekregen en die van zodanig maatschappelijk of politiek belang zijn of die anderszins zodanig de aandacht kunnen trekken, dat tijdige kennisneming door hen gewenst is.
Paragraaf 5. Slotbepalingen
Artikel 12
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in werking treedt.
Artikel 13
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit taakuitoefening Inspectie Werk en Inkomen.