40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Besluit PT subsidiabiliteit en forfaitaire standaardtarieven medebewind 2011 | BWBR0030706 | pbo | geldend | 2011-11-20 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0030706 | Besluit PT subsidiabiliteit en forfaitaire standaardtarieven medebewind 2011 |
Besluit PT subsidiabiliteit en forfaitaire standaardtarieven medebewind 2011
Paragraaf 1. Subsidiabiliteit
Artikel 1
De criteria die in 2011 worden gehanteerd bij de indiening van operationele programma’s en de voor steun in aanmerking komende uitgaven, zijn opgenomen in de bijlagen bij dit besluit.
Paragraaf 2. Forfaitaire standaardtarieven
Artikel 2
1. In het kader van operationele programma’s kunnen, voor het berekenen van het door het productschap te betalen subsidiebedrag, forfaitaire standaardtarieven worden vastgesteld.
2.
Onder forfaitair standaardtarief wordt verstaan:
een vast (maximum-) bedrag per eenheid dat dient te worden gebruikt om de te declareren bedragen te kunnen vaststellen en waaraan een document ten grondslag ligt waaruit blijkt hoe de percentages tot stand zijn gekomen.
Artikel 3
De volgende forfaitaire standaardtarieven gelden voor 2011:
a) a) 203-17-329: Waskosten voor gebruikte (blauwe) multikratten € 0,056 per krat en voor 4 kg (groene) bakken € 0,0757 per bak; b) b) 703-44-291:
1)
biologisch vermeerderd zaaizaad:
a) glas (vruchtgroenten):
25 % van de (kale) aankoopprijs
b) vollegrond en glas (overige gewassen):
45 % van de (kale) aankoopprijs
c ) industrieteelten:
40 % van de (kale) aankoopprijs
2)
niet-chemisch behandeld zaaizaad
12 % van de (kale) aankoopprijs
exclusief glas (vruchtgroenten)
exclusief industrieteelten
3)
biologisch opgekweekt poot- en plantgoed:
25 % van de (kale) aankoopprijs
exclusief enten
4)
biologisch geteelde witlofpennen:
50 % van de (kale) aankoopprijs.
c) c) 704-45-216:
paprika resistentie tabaksmozaiekvirus TM3 € 70 per 1000 zaden;
komkommer tolerantie echte meeldauw Sf (Sphaerotheca fusca) (Sf fuliginea) € 40 per 1000 zaden;
radijs resistentie Fusarium oxysporum € 50 per 100.000 zaden;
tomaat resistentie echte meeldauw On (Oïdium lycopersicum) € 70 per 1000 zaden;
ijsbergsla resistentie bladluis Nasanovia € 4,50 per 1000 zaden.
-
paprika resistentie tabaksmozaiekvirus TM3 € 70 per 1000 zaden;
-
komkommer tolerantie echte meeldauw Sf (Sphaerotheca fusca) (Sf fuliginea) € 40 per 1000 zaden;
-
radijs resistentie Fusarium oxysporum € 50 per 100.000 zaden;
-
tomaat resistentie echte meeldauw On (Oïdium lycopersicum) € 70 per 1000 zaden;
-
ijsbergsla resistentie bladluis Nasanovia € 4,50 per 1000 zaden. d) d) Begrotingsregel 704-45-217
Uitgaven voor geënt plantmateriaal 1) Voor de geïntegreerde teelt: i) ronde tomaten en vleestomaten (losse tomaten) € 0,30 per plant ii) trosmaten € 0,35 per plant iii) cherrytomaten, cocktailtomaten en aubergines € 0,00 per plant iv) paprika's, courgettes en komkommers € 0,82 per plant 2) voor de biologische teelt i) tomaten (alle soorten), aubergines, paprika's, courgettes en komkommers € 0,82 per plant
Voor de geïntegreerde teelt:
i)
ronde tomaten en vleestomaten (losse tomaten)
€ 0,30 per plant
ii)
trosmaten
€ 0,35 per plant
iii)
cherrytomaten, cocktailtomaten en aubergines
€ 0,00 per plant
iv)
paprika's, courgettes en komkommers
€ 0,82 per plant
voor de biologische teelt
i)
tomaten (alle soorten), aubergines, paprika's, courgettes en komkommers
€ 0,82 per plant
e) e) 709-46-220:
Hergebruik van meermalige verpakkingen en pallets.
Dit betreft de huurkosten met betrekking tot de roulatie van meermalige verpakkingen en pallets. De aanschaf/afschrijving hiervan is niet subsidiabel op grond van punt 1 van bijlage VIII van Verordening (EG) nr. 1580/2007 respectievelijk punt 1 van bijlage IX van Verordening (EG) nr. 543/2011. Op basis van onderzoek is bepaald dat 75% van de totale huurkosten van meermalige verpakkingen (EPS) bestaat uit roulatiekosten en 25% betrekking heeft op de door de verhuurder doorberekende afschrijving/aanschaf. Daarom is 75% van de huurprijs subsidiabel. In navolging van de interpretatieve nota nr. 22-20008 van juli 2008 zal voor dit forfaitaire tarief een nieuwe berekening worden gemaakt. De kosten voor meermalig fust (o.a. EPS, IFCO) kunnen in de declaratie worden opgenomen. Het is echter niet mogelijk om afschrijvings- c.q. aanschafkosten voor meermalig poolfust in de declaratie op te nemen. Daarom heeft het PT een forfaitair standaardtarief van 75% van de huurkosten van meermalig poolfust vastgesteld.
- Hergebruik van meermalige verpakkingen en pallets. Dit betreft de huurkosten met betrekking tot de roulatie van meermalige verpakkingen en pallets. De aanschaf/afschrijving hiervan is niet subsidiabel op grond van punt 1 van bijlage VIII van Verordening (EG) nr. 1580/2007 respectievelijk punt 1 van bijlage IX van Verordening (EG) nr. 543/2011. Op basis van onderzoek is bepaald dat 75% van de totale huurkosten van meermalige verpakkingen (EPS) bestaat uit roulatiekosten en 25% betrekking heeft op de door de verhuurder doorberekende afschrijving/aanschaf. Daarom is 75% van de huurprijs subsidiabel. In navolging van de interpretatieve nota nr. 22-20008 van juli 2008 zal voor dit forfaitaire tarief een nieuwe berekening worden gemaakt. De kosten voor meermalig fust (o.a. EPS, IFCO) kunnen in de declaratie worden opgenomen. Het is echter niet mogelijk om afschrijvings- c.q. aanschafkosten voor meermalig poolfust in de declaratie op te nemen. Daarom heeft het PT een forfaitair standaardtarief van 75% van de huurkosten van meermalig poolfust vastgesteld.
Paragraaf 3. Slotbepalingen
Artikel 4
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit PT subsidiabiliteit en forfaitaire standaardtarieven medebewind 2011.
Artikel 5
Dit besluit wordt gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie, treedt in werking de tweede dag na publicatie en werkt terug tot en met 1 januari 2011.
Bijlage 1. Circulaire criteria 2011
Geachte heer, mevrouw,
In de bijlage van deze circulaire treft u de Criteria voor het in aanmerking nemen van de uitgaven bij de indiening 2011 aan. Deze criteria bevatten meer gedetailleerde informatie omtrent de subsidiabiliteit van uitgaven.
Meer algemene informatie omtrent de indiening van de operationele programma’s 2011 per 15 september 2010 is opgenomen in de separaat reeds verzonden handleiding.
Wij gaan er vanuit u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Met vriendelijke groet,
ing. C.G.M. van Leeuwen
Hoofd afdeling Regelingen
Noot: alleen de wijzigingen in onderdeel B zijn gemarkeerd.
Bijlage 2. Criteria voor het in aanmerking nemen van uitgaven bij de indiening 2011
[afbeelding]
(VERORDENING (EG) NR. 1234/2007 VAN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE EN VERORDENING (EG) NR. 1580/2007 VAN DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN)
Juli 2010
Inhoudsopgave:
De hieronder opgenomen kostensoorten (exclusief BTW) komen (mits niet in strijd met de van toepassing zijnde verordeningen) voor een financiële bijdrage in het kader van de GMO-regeling in aanmerking:
Acties en uitgaven in de hieronder opgenomen (niet limitatieve) lijst (opgenomen in bijlage VIII van Verordening (EG) nr. 1580/2007 zijn niet subsidiabel:
Behoudens de eerder genoemde punten, zijn de volgende uitgaven en investeringen niet subsidiabel:
Doelstelling.
Willen projecten, welke betrekking hebben op het milieu, in aanmerking komen voor GMO-subsidie dan dienen deze bovenwettelijk te zijn. Het programma afvalbeheer vereist dus een extra inspanning en een toegevoegde waarde. De doelstellingen van het project afvalbeheer zijn:
Door deze activiteiten op het niveau van de telersvereniging te organiseren kan een wezenlijke bijdrage worden geleverd aan het milieuvriendelijker maken de productie. De GMO doelstelling B5 is van toepassing.
Wettelijk kader.
Zoals bekend dienen milieuprojecten bovenwettelijk te zijn. Per 1 april 2002 is het Besluit glastuinbouw in werking getreden. Hierin is geregeld dat afvalstoffen gescheiden dienen te worden en gescheiden dienen te worden afgegeven (tenzij dit redelijkerwijs niet kan worden verlangd). Bij tijdelijke opslag op het teeltbedrijf dienen nadelige gevolgen voor het milieu te worden voorkomen en gescheiden afgifte dient mogelijk te blijven.( Voor complete weergave van het betreffende artikel zie Bijlage Gb).
Daarnaast dient het tuinbouwbedrijf regelmatig te worden schoongemaakt en de binnen het glastuinbouwbedrijf vrijkomende afvalstoffen regelmatig te worden afgevoerd.(Hoofdstuk 3 bijzondere voorschriften met betrekking tot de bedrijfsvoering van het glastuinbouwbedrijf , paragraaf 3.1 onderhoud en schoonmaak).
Per 6 december 2006 is het Besluit landbouw milieubeheer van kracht geworden. Dit besluit is o.a. van toepassing voor witloftrekkerijen, teeltbedrijven met eetbare paddenstoelen en tuinbouwbedrijven met open grondteelt. De regelgeving over afvalstoffen is nagenoeg gelijk aan die in het Besluit glastuinbouw.( zie ook Bijlage Gb).
Algemene Opmerking.
De telersverenigingen worden geacht zelf op de hoogte te zijn van de milieu wetgeving en hun Operationele Programma’s daar op af te stemmen.
Voorwaarden.
Verwijzend naar het Besluit glastuinbouw en Besluit landbouw kan worden gesteld dat alleen de verwerkingskosten subsidiabel zijn en dus niet de kosten van het scheiden van de afvalstromen, scheiding op het teeltbedrijf en de kosten van transport. Milieubelastingen en heffingen zijn eveneens niet subsidiabel.
Uitgangspunten.
Het uitgangspunt van de projecten afvalbeheer welke worden ingediend voor GMO subsidie dienen te zijn.
Ad a. scheiden van afvalstromen bij de bron voor zover mogelijk is
In principe dienen afvalstoffen bij de bron gescheiden te worden. Het Besluit glastuinbouw/ landbouw geeft aan dat in sommige gevallen uit technisch of financieel oogpunt gekozen kan worden voor nascheiding in een scheidingsinstallatie. Een van de doelstellingen van het GMO project afvalbeheer is om nagenoeg al het afval op het teeltbedrijf gescheiden aan te bieden
De volgende afvalstromen op het teeltbedrijf worden onderscheiden. In het kader van GMO worden ze onderverdeeld in de categoriën subsidiabel, beperkt subsidiabel en niet subsidiabel.
A. subsidiabel (gerelateerd aan teelt /naoogstbewerking):
Groenafval:
B. niet subsidiabel (gerelateerd aan teelt/naoogstbewerking):
C. niet subsidiabel (niet direct gerelateerd aan teelt/naoogstbewerking):
Ad b. slechts de verwerkingskosten t.b.v. nuttige toepassingen zijn subsidiabel
Het scheiden van de afvalstromen is niet subsidiabel. Ook het gescheiden houden is een verplichting. De huur van containers is daarom niet subsidiabel. Ook de kosten van uitruimen van kassen is niet subsidiabel.
De kosten die een afvalverwerker in rekening brengt bestaan uit:
Onder verwerkingskosten worden verstaan de kosten van recycling en compostering. Verbranden met nuttige toepassing wordt ook als subsidiabel beschouwd. Verbranden als zodanig en storten komen niet in aanmerking. De deelstromen worden als volgt verwerkt:
Versnipperen op het teeltbedrijf.
Loof wordt in sommige gevallen reeds versnipperd op het teeltbedrijf. De kosten hiervan kunnen worden gedeclareerd indien aangetoond kan worden dat het betreffende loof aan een eindverwerker ter compostering is aangeboden. De kosten van in de bodem brengen van versnipperd loof t.b.v. grondverbetering zijn niet subsidiabel. Met dit beleid wordt gestreefd naar een transparante en gesloten keten.
Ad c. afval moet afkomstig zijn of relatie hebben met de teelt.
Het afval hoeft niet alleen afkomstig te zijn van de teeltwisseling. Het mag gedurende het gehele jaar worden aangeboden. Het moet echter wel een directe relatie hebben met de teelt of naoogstbehandeling zoals sorteren en verpakken.
Afval dat vrijkomt bij sloop- en bouwwerkzaamheden kunnen niet worden opgevoerd. De telersvereniging dient ook te waken dat het afval dat aangeboden wordt slechts van eigen bedrijf afkomstig is. Dit kan o.a. op basis van controle van de hoeveelheid aangeboden afval/ha. per teeltbedrijf.
Ad d. Afvalstromen moeten inzichtelijk en controleerbaar zijn.
De telersvereniging is verantwoordelijk voor een duidelijke registratie van de afvalstromen. Afval dient naar hoeveelheid en soort bekend te zijn.
De telersvereniging dient erop toe te zien dat slechts wordt gewerkt met erkende afvalverwerkers. De telersvereniging dient uitsluitend in zee te gaan met afvalverwerkers welke beschikken over een adequate milieuvergunning voor het soort afval dat hij verwerkt. De telersvereniging houdt hiervan een lijst bij.
Tevens dient ook van overige schakels in de keten aangegeven te worden wat hun functie is, b.v. transporteur, loonwerker.
Inzamelaars dienen vermeld te staan op de zogenaamde “VIHB-lijst” (vervoerders, inzamelaars, handelaars en bemiddelaars van afvalstoffen).
Indien gebruik wordt gemaakt van transporteurs / inzamelaar dient ook aangetoond te worden dat het afval bij een „erkende” afvalverwerker is ingeleverd.
Op de factuur dient duidelijk te zijn uitgesplitst welke kosten voor transport, verwerking en evt. heffingen zijn. Bij de factuur dient tevens een transport begeleidingsbrief te worden afgegeven. Het begeleidingsformulier wordt beschouwd als attest van hergebruik. Het formulier dient volledig te zijn ingevuld.
De kosten van steenwolcertificaten voor de verwerking van steenwol zijn ook subsidiabel. De factuur van de certificaten dient aan de telersvereniging gericht te zijn en door de telersvereniging betaald.
Organisatie van projecten afvalbeheer.
Maximalisatie declaratie.
De declaratie van de projectkosten afvalbeheer voor de glasteelt is beperkt tot een maximum per ha.
Het maximum bedrag per ha geldt per teeltbedrijf afzonderlijk en niet voor het gehele deelnemend areaal. De per teeltbedrijf gemaakte subsidiabele kosten mogen worden opgevoerd met in achtneming van onderstaande maxima:
Indien kosten voor stomen van substraten worden gedeclareerd dienen deze te worden meegenomen in de totaaltelling. Het maximum per ha is uitdrukkelijk geen forfait. Slechts werkelijk betaalde uitgaven kunnen worden gedeclareerd.
Voor de vollegrond zullen gezien de aard van de bedrijfsvoering geringe afvalstromen vrijkomen en zullen de kosten per ha laag zijn. Voor de vollegrondsgroenten geldt per teeltbedrijf dat 50 % van de subsidiabele kosten mag worden opgevoerd.
Toepassing.
De bijlage is van toepassing op het operationeel jaarplan 2010 en heeft betrekking op zowel de glastuinbouw als de open teelt, inclusief witloftrekkerijen en eetbare paddenstoelen.
Investeringen door de telersvereniging op locatie van de telersvereniging zelf zoals b.v. inrichting van “vuileilanden” of “milieustraat” vallen buiten het kader deze notitie. De telersverenigingen dienen zelf te bepalen in hoeverre deze projecten bovenwettelijk zijn.
Bijlage Ga. : Positieve – Negatieve lijst Afvalverwerking
Bijlage Gb.: Wettelijk Kader – Besluit glastuinbouw, Bijlage 2, Hoofdstuk 1. Algemene Voorschriften, paragraaf 1.2 Afvalstoffen.
Bijlage Ga. Positieve – Negatieve lijst
Verwerkingskosten ( recycling) glasteelten vallend onder het maximum per ha ( exclusief volle grond)
Investeringen/uitgaven die niet onder het maximum per ha vallen.
Verwerkingskosten ( recycling) vollegronds teelten, witlof en paddestoelen
Negatieve lijst.
Investeringen/uitgaven:
Algemeen.
Milieuprojecten komen slechts voor GMO subsidie in aanmerking indien deze bovenwettelijk zijn.
Glastuinbouw.
Het wettelijk kader voor de glastuinbouw is het Besluit glastuinbouw.
In de toelichting van de paragraaf betreffende afvalstoffen staat samengevat o.a. nog het volgende:
Open Teelt (Vollegrond).
Het wettelijk kader voor de open teelt, eetbare paddestoelen en witlof is het Besluit landbouw en milieu. Voor wetgeving over afvalstoffen zie Bijlage ad B “Voorschriften”Hoofdstuk 1 paragraaf 1.3 Afvalstoffen en afvalwater”. Daarin is t.a.v. afvalstoffen dezelfde wetgeving opgenomen als in het Besluit glastuinbouw.
Alleen is de categorie land- en tuinbouwfolie toegevoegd. In de toelichting staat tevens beschreven wat onder groenafval wordt verstaan.
Artikel 103quater, lid 3 van Raadsverordening (EG) nr. 1234/2007 vereist dat de operationele programma’s twee of meer milieuacties moeten bevatten of dat minimaal 10% van de uitgaven in het kader van de operationele programma’s milieuacties betreft. Op basis van artikel 103septies van de hierboven genoemde Raadsverordening en artikel 58 van Verordening (EG) nr. 1580/2007 dient een nationale kader voor de milieuacties worden vastgesteld, welk bij de Commissie ter goedkeuring moet worden ingediend. Deze richtsnoeren geven op hoofdlijnen aan welke milieumaatregelen kunnen worden genomen. De Commissie toetst deze aan de doelstelling van artikel 174 van het Verdrag en van het Zesde Milieuactieprogramma van de Europese Gemeenschap.
Kenmerken van de Nederlandse tuinbouw in relatie tot het milieu
Voor de tuinbouw en het milieu in Nederland zijn de volgende uitgangspunten belangrijk:
Voor de Nederlandse tuinbouw leidt dit tot de volgende milieuagenda:
Vanwege de relatieve kleinschaligheid (vergeleken met de industrie), kiest de Nederlandse tuinbouw voor een gezamenlijke aanpak. De telersverenigingen moeten hier een belangrijke rol in spelen. Het basis principe is de proactieve verantwoordelijkheid van de bedrijven als een drijfveer om (verplicht) activiteiten te ontwikkelen om inhoud te geven aan deze milieuagenda. In dit kader kan de marktordening voor groenten en fruit hier een belangrijke rol in spelen.
Milieurichtsnoeren
De volgende milieurichtsnoeren zijn belangrijk voor Nederland:
Op grond van bovenstaande kaders en de knelpunten ten aanzien van milieueffecten zoals die opgenomen zijn in het bij Beschikking C(2007)3464 door de Europese Commissie goedgekeurde Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP) 2 2007-2013 voor Nederland van 20 juli 2007 en in hoofdstuk 3 en 4 benoemd zijn, is het nodig om de kaders voor milieumaatregelen verder uit te werken.
Algemene eisen voor in de operationele programma’s opgenomen milieuacties
Er moet op gewezen worden, dat in relatie tot het Nederlandse Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP), agromilieubetalingen gebaseerd op vrijwillige agromilieuverbintenissen, zoals bedoeld in artikel 39 van Verordening (EG) nr. 1698/2005, niet voorkomen in de Nederlandse GMO programma’s. In Nederland zijn deze alleen van toepassing op POP maatregel 214. Dit betreft acties voor de aanleg of het behoud van de biodiversiteit of voor het behoud van het landschap, waaronder het behoud van historische elementen. In Nederland zijn dergelijke maatregelen niet opgenomen in de operationele programma’s. Indien van toepassing en zonder afbreuk te doen aan de voorschriften van de artikelen 103quinquies, leden 1 en 3 en 103sexies van Verordening (EG) nr. 1234/2007, zal het niveau van de steun voor de agromilleubetalingen, opgenomen in deze Nationale Strategie, niet het niveau overschrijden dat van toepassing is op het Plattelandsontwikkelingsprogramma.
De steun voor milieuacties, andere dan de verkrijging van vaste activa, moet worden gelimiteerd tot de maximum bedragen voor agromilieubetalingen die zijn opgenomen in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1698/2005. Om rekening te houden met specifieke omstandigheden die in de Nationale Strategie, als bedoeld in artikel 57 van Verordening (EG) nr. 1580/2007, naar behoren zijn gemotiveerd, mogen deze bedragen worden verhoogd. Indien van toepassing, zijn deze derogaties beschreven en gemotiveerd in onderstaande niet-limitatieve lijst van acties.
Voor alle milieuacties, met uitzondering van de verkrijging van vaste activa, zoals benoemd in onderstaande niet-limitatieve lijst van acties, geldt dat de telersvereniging of haar leden de verplichting hebben om de subsidiabele technische middelen waarvoor steun wordt verleend, te gebruiken voor de doeleinden zoals goedgekeurd in het operationele programma. Conform artikel 39, lid 3 van Verordening (EG) nr. 1698/2005 zullen agromilieuverbintenissen worden uitgevoerd over een vastgestelde periode. In het Nederlandse Plattelandsontwikkelingsprogramma is deze periode vastgesteld op zes jaar (2007-2013, na 2013 is het mogelijk dat nieuwe termijnen worden vastgesteld). In navolging hiervan geldt dat telersverenigingen verplicht zijn om dit soort acties gedurende de gehele looptijd van het operationeel programma te handhaven. Indien dit noodzakelijk is om de looptijd te bereiken die van toepassing is voor soortgelijke agromilieumaatregelen in het Plattelandsontwikkelingsprogramma, dient deze actie eveneens in een volgend operationeel programma opgenomen te worden. Wanneer er naar behoren gemotiveerde redenen zijn en in het bijzonder gebaseerd op de tussentijdse evaluatie van de operationele programma’s, als bedoeld in artikel 127, lid 3 van Commissieverordening (EG) nr. 1580/2007 kan hiervan worden afgeweken. Deze vereisten zijn van toepassing op de volgende acties die in deze Richtsnoeren zijn opgenomen: “biologische productie”, “geïntegreerde productie” en “acties om de bodem te beschermen”.
In het geval van investeringen in vaste activa, dienen deze gebruikt te worden voor de doeleinden waarvoor de investering is gedaan, gedurende de gehele bedrijfseconomische levensduur (afschrijvingsperiode of looptijd leasecontract) van de betreffende activa. Het is wel mogelijk om deze activa gedurende de bedrijfseconomische levensduur te vervangen, mits de voorwaarden van artikel 61, lid 3 van Verordening (EG) nr. 1580/2007 in aanmerking worden genomen en er significante milieuvoordelen zijn.
In het geval personeel wordt ingezet voor de milieuacties, zijn de voorschiften van punt 2, onder b) van bijlage VIII van Verordening (EG) nr. 1580/2007 van toepassing. Dit betekent dat het personeel gekwalificeerd moet zijn. In Nederland geldt als gekwalificeerd een minimum werk- en denkniveau op MBO-niveau, verkregen door opleiding of ervaring of personeel met specifieke professionele kennis om de betreffende functie te kunnen uitoefenen. Het operationeel programma van de telersvereniging moet de specifieke taken van dit personeel gedetailleerd beschrijven. Alleen de additionele werkelijke bestede tijd aan de relevante taken en welke op urenstaten wordt bijgehouden komt in aanmerking voor EU-financiering.
Maatregen die in het kader van de Gemeenschappelijke Marktordening voor Groenten en Fruit met EU-gelden worden gefinancierd kunnen niet worden uitgevoerd indien zij niet in overeenstemming zijn met de nationale voorschriften, waarin de volgende richtlijnen zijn geïmplementeerd:
Waar bij de specifieke voorwaarden om een investering in aanmerking te nemen een percentage energie- of waterbesparing van 25% is genoemd, wordt de startsituatie bepaald aan het begin van de looptijd van het betreffende operationeel programma. De besparing wordt beoordeeld in het kader van de investering en/of actie. De besparing moet worden berekend op het niveau van de investering en/of actie. Dit betekent dat alleen vervangingsinvesteringen betrokken kunnen zijn. Indien de investeringen niet een minimum aan energie- of waterbesparing van ten minste 25% kan genereren, kunnen deze investeringen niet worden gezien als een milieuactie. Wel kan deze investering dan onder andere maatregelen, voorzien in de Nationale Strategie, worden gebracht. In uitzonderlijke gevallen kan een lagere drempel van minimaal 10% kan worden geaccepteerd, mits de actie andere milieuvoordelen waarborgt (bijvoorbeeld vermindering van bodemerosie en/of vermindering van het gebruik van chemicaliën in combinatie met waterbesparing, vermindering van de luchtvervuiling en/of het gebruik van herbruikbare energiebronnen in combinatie met energiebesparing).
Om acties en investeringen in aanmerking te kunnen nemen, zullen de milieumaatregelen ook worden gecontroleerd op mogelijke dubbele financiering. Zie in dit kader ook paragraaf 6.4. van de Nederlandse Nationale Strategie. In het bijzonder voor milieumaatregelen hebben de Nederlandse autoriteiten de volgende maatregelen genomen:
Gebaseerd op paragraaf 6.5. wordt het nationale Nederlandse beleid door middel van circulaires en verordeningen van het Productschap Tuinbouw bepaald en naar de telersverenigingen gecommuniceerd. De uitvoeringsmodaliteiten (checklists, werkinstructies, etc.) garanderen dat de nadere voorwaarden worden nageleefd. Vervolgens wordt de implementatie van de regeling geaudit.
Niet-limitatieve lijst van milieuacties
Indien nadere voorwaarden voor de in de hiernavolgende niet-limitatieve lijst opgenomen acties zijn gesteld, zijn deze in de lijst opgenomen. De motivering van deze acties, zoals bedoeld in artikel 58, lid 2, onder b) van Verordening (EG) nr. 1580/2007 is opgenomen in bijlage 1 bij deze milieurichtsnoeren.
A. Aankoop van vaste activa
Conform artikel 103quater, lid 3 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 betreft de steun voor de investeringen in vaste activa de extra kosten en het inkomensverlies die uit de investering voortvloeien
B. Andere vormen van verwerving van vaste activa, zoals huur en leasing
C. Andere acties
In het algemeen heeft de Nederlandse tuinbouw tot 2020 de volgende ambities op het gebied van milieu:
Voorts blijven de volgende ambities onverkort van kracht:
Alle investeringen en acties zoals opgenomen op de niet-limitatieve lijst, vallen onder bovenstaande ambities. Dit aangevuld met het streven naar een verhoging van het aantal producten dat biologisch, conform Verordening (EG) nr. 2092/91 (Verordening (EG) nr. 834/2007 vanaf 1 januari 2009), wordt geteeld. De betreffende motiveringen zijn in onderstaande lijst aan de betreffende investeringen en acties gekoppeld. Daarnaast moeten de investeringen en de acties worden bezien in relatie tot de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de telersvereniging en haar leden.
Als indicator om de voortgang van de milieuprojecten te monitoren, gelden de indicatoren zoals opgenomen in bijlage XIV van Verordening (EG) nr. 1580/2007.
Bijlage 3. Circulaire wijzigingen criteria 2011
Geachte heer, mevrouw,
In de bijlage Herziene Criteria voor het in aanmerking nemen van uitgaven 2011 treft u aanvullingen en wijzigingen die gelden voor het jaar 2011. Alleen de begrotingsregels met wijzigingen zijn volledig in deze bijlage opgenomen. De wijzigingen zijn in de bijlage gemarkeerd. De niet opgenomen begrotingsregels zijn ongewijzigd gebleven.
Daarnaast vindt u de geactualiseerde versie van de lijst van toegelaten GNO’s, die met ingang van 10 september 2011 van kracht is.
Wij gaan er vanuit u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Met vriendelijke groet,
ing. C.G.M. van Leeuwen
Hoofd afdeling Regelingen
Bijlagen
Herziene Criteria voor het in aanmerking nemen van uitgaven 2011
Toegelaten GNO's geactualiseerde versie PT 31 augustus 2011
Bijlage 4. Herziene criteria voor het in aanmerking nemen van uitgaven 2011
[afbeelding]
(VERORDENING (EG) NR. 1234/2007 VAN DE RAAD EN UITVOERINGSVERORDENING (EU) NR. 543/2011 VAN DE COMMISSIE
9 september 2011
Inhoudsopgave:
n.b.1 Alleen de begrotingsregels en bijlagen met wijzigingen zijn volledig in deze bijlage opgenomen. De wijzigingen zijn in de bijlage gemarkeerd. De niet opgenomen begrotingsregels zijn ongewijzigd gebleven.
n.b. 2 Voor zover nog niet vermeld in de Criteria 2012 zullen onderstaande wijzigingen tevens nog opgenomen worden in de Herziene Criteria 2011).
101-2-2 en 102-5-5 Koelhuizen, koelcellen, koelinstallaties voor lange bewaring, inclusief trafo-voorzieningen (betreft teeltbedrijven en distributiecentra): Investeringen ten behoeve van koeling voor lange bewaring zijn subsidiabel. Hieronder vallen cellenbouw, koel- en electrotechniek, ULO techniek (celtechniek, scrubber en stikstofmachine),heetgasontdooiing, voorzieningen voor highspeed koeling, meet-en regelapparatuur c.q hard- en software voor celsturing, monitoring en bewaking, DCS, ozongenerator etc.
Zie ook 301-20-71 en 302-21-101
101-2-331 en 102-5-6 Aankoop bomen, meerjarige planten (asperge, houtig kleinfruit):
101-3-3 en 102-6-7 Assimilatiebelichting, inclusief trafovoorzieningen:
Investeringen in belichtingsinstallaties (lampen, armaturen, bekabeling, trafovoorzieningen) van glasgroentegewassen zijn subsidiabel (zowel de eerste investering als de vervanging van economisch of technisch afgeschreven installaties). Het onderhoud en het in het kader van onderhoud tussentijds vervangen van lampen of armaturen is niet subsidiabel. Verwijderingsbijdragen moeten in mindering worden gebracht. Eventuele aansluitkosten van een extern trafostation van het energiebedrijf zijn subsidiabel onder regel 102-6-7.
103-8-13 Personeelskosten voor teeltbegeleiding (teeltplan, tactische perceelsplanning, oogstspreiding, nieuwe rassen) zijn subsidiabel.
Hieronder valt ook de begeleiding van teelten voor de verwerkende industrie: Subsidiabel zijn de kosten voor opstellen teeltplan (inclusief aaltjes beheersings strategie), perceelsbeoordeling, perceelsplanning, zaaibegeleiding, monitoring teelt (inclusief proefrooiïngen en bemonstering eindproduct). Nadrukkelijk niet subsidiabel zijn: contracteren, oogstbegeleiding.
201-10- 342 en 202-13-343 Optimalisatie productkwaliteit door precisiebemestingtechnieken:
Hieronder valt fertigatie in de fruitteelt, bestemd voor het gereguleerd doseren van water en meststoffen aan gewassen ter bevordering van een efficiënt mineralengebruik en instandhouding van de productkwaliteit. Subsidiabel zijn een waterafgiftesysteem (inclusief de voor de fertigatie benodigde waterpomp of aanpassingen aan de bestaande pomp, verdeelleidingen op het perceel en de druppelleidingen), een regeleenheid, vochtmeetapparatuur en apparatuur voor het bepalen van het mineralengehalte en pH. Daarnaast komen voorzieningen voor dosering en menging van de meststoffen in aanmerking. Nadrukkelijk uitgesloten van subsidie zijn: kosten in verband met de aanleg van een waterbron of aanvoerleidingen naar het te fertigeren perceel. De kosten voor druppelleidingen worden eenmalig bij de initiële investering in aanmerking genomen. Fertigatie is subsidiabel gesteld voor de fruitteelt in de vollegrond. Systemen los van de grond (bijvoorbeeld containerteelt) worden uitgesloten van subsidie.
201-10-20 en 202-13-38 Investeringen in koelen, conditioneren, ijskoeling, hydrokoeling, conditioneringswanden, luchtgordijnen (korte bewaring/koude keten) (betreft teeltbedrijven en distributiecentra):
Investeringen ten behoeve van koelen / conditioneren voor korte bewaring zijn subsidiabel. Hieronder vallen cellenbouw, koel- en electrotechniek, voorzieningen voor highspeed koeling, ijskoeling, hydrokoeling, vacuümkoeling, evacueerinstallaties (ten behoeve van champignons), meet- en regelapparatuur c.q. hard- en software voor celsturing, monitoring en bewaking, installaties voor klimatisering / conditionering ("koude keten") van sorteer- en expeditieruimten. Onder deze begrotingsregel wordt ook energiebesparende apparatuur ten behoeve van koeling in aanmerking genomen. In geval van meet- en regelapparatuur c.q hard- en software voor celsturing is uitsluitend de eerste aanschaf subsidiabel.
Zie ook 301-20-71 en 302-21-101
201-10-22 en 202-13-275 Sorteer- en verpakkingslijnen / apparatuur, weegunits / weegbruggen voor in en uitgaand product, ontstapelaars, opvoerbanden, ontnesters, ombindmachines etc. zijn subsidiabel (betreft teeltbedrijven en distributiecentra): Onder deze subactiviteit kunnen eveneens worden opgevoerd:
Zie ook 301-20-72 en 302-21-102.
201-11-269 en 202-14-277 Investeringen in en aanpassingen van gebouwen op het gebied van hygiëne zijn subsidiabel (betreft teeltbedrijven en distributiecentra):
Voor sorteer- en pakstations betreft het bouwkundige voorzieningen als vlakke panelen, scheidingswanden, vloeren, breukbestendige lampen / armaturen etc. Ook sanitaire ruimten in het kader van voedselveiligheid, zoals toilet-, kleed- en wasgelegenheid zijn subsidiabel (zie ook de onderdelen E GMO-waardige en niet GMO-waardige ruimte en F Subsidiabele en niet-subsidiabele elementen bij nieuw e/o verbouw). Alleen de eerste aanschaf wordt in aanmerking genomen.
203-17-56 Begeleiding, audits, certificering en membershipfees van kwaliteitszorgsystemen (HACCP, BRC, IFS, ISO e.a waaronder Nature’s Choice) zijn subsidiabel (zowel op het niveau van telersvereniging als teeltbedrijven):
Ter onderbouwing van de activiteiten op het gebied van deze zorgsystemen dienen er bij de jaardeclaratie cijfers met betrekking tot de deelname van centrale telersvereniginglocaties en telers aan dergelijke systemen te worden overlegd, te weten:
Het PT zal voor dit doel een format toesturen.
203-17-338 Tracking & Tracing:
Uitgaven andere dan duurzame productiemiddelen ten behoeve van tracking & tracing die volledig zijn toe te rekenen aan de registratie van productherkomst of registratie van ziekten, plagen, middelen en meststoffen zijn subsidiabel. Uitgaven die betrekking hebben op managementinformatie (bijvoorbeeld opbrengst, arbeid) en keteninformatie andere dan de herkomst zijn niet subsidiabel. Een jaarlijkse update van modules is voor 50% subsidiabel.
Zie ook regel 201-11-30 en 202-14-49.
Activiteit 19 Kwaliteits- en fytosanitaire acties
De monstername is subsidiabel, mits de monsternemers gekwalificeerd zijn (monstername conform de voorschriften van Richtlijn 2002/63/EG). Dit houdt tevens in dat analyses van een onbevoegd genomen monster niet subsidiabel zijn.
203-19-68 Externe diensten voor residu analyses / monsternames / analyses op microbiologische en / of fysische productkwaliteit, alsmede audits en certificering van het residumonitoringsysteem zijn subsidiabel.
Dit is inclusief de extra kosten van het verstrekken van een residucertificaat of een voedselveiligheidscertificaat.
301-20-71 en 302-21-101 Koelhuizen / koelcellen / koelinstallaties inclusief trafovoorzieningen. Investeringen in conditioneren, conditioneringswanden, luchtgordijnen, ijskoeling, hydrokoeling (betreft teeltbedrijven en distributiecentra): Investeringen ten behoeve van koelen / conditioneren zijn subsidiabel. Hieronder vallen cellenbouw, koel- en electrotechniek, ULO techniek (celtechniek, scrubber en stikstofmachine), heetgasontdooiing, voorzieningen voor highspeed koeling, vacuümkoeling, evacueerinstallaties (ten behoeve van champignons), meet-en regelapparatuur c.q hard- en software voor celsturing, monitoring en bewaking, DCS, ozongenerator, installaties voor klimatisering/conditionering ("koude keten") van sorteer- en expeditieruimten, ijskoeling en hydrokoeling. Onder deze begrotingsregel wordt ook energiebesparende apparatuur ten behoeve van koeling in aanmerking genomen.
In geval van meet-en regelapparatuur c.q hard- en software voor celsturing is uitsluitend de eerste aanschaf subsidiabel.
Kosten voor huur van koelcellen of koelkosten (per kg, m3 of pallet) zijn subsidiabel, mits bij de calculatie van het GMO subsidiabele tarief de energie- en overige algemene productiekosten buiten beschouwing blijven. Voorwaarde is, dat er bij de jaardeclaratie een inslag/uitslag registratie wordt overlegd.
301-20-72 en 302-21-102 Sorteer- en verpakkingslijnen en -apparatuur / flowpackmachines / weeg- prijs- en etiketteerapparatuur etc. zijn subsidiabel (betreft teeltbedrijven en distributiecentra).
Onder deze subactiviteit kunnen eveneens worden opgevoerd:
Kosten voor huur van machines of machinekosten (per kg) zijn subsidiabel, mits bij de calculatie van het GMO subsidiabele tarief de energie- en overige algemene productiekosten buiten beschouwing blijven. Voorwaarde is, dat er bij de jaardeclaratie een huurcontract wordt overlegd.
301-20-74 en 302-21-104 Palletiseersystemen en ombindmachines zijn subsidiabel (betreft teeltbedrijven en distributiecentra). Ook stapelaars zijn subsidiabel.
301-20-89 en 302-21-110 Duurzame / strategische investeringen in aandelen van bedrijven:
Onder de duurzame middelen kan ook het, aan de hand van bankstukken aan te tonen, bedrag voor duurzame/strategische investeringen in aandelen van bedrijven (BV’s, NV’s of buitenlandse gelijkwaardige rechtspersonen) worden opgenomen. Deze bedrijven moeten rechtstreeks bijdragen aan de verkoop van producten (denk hierbij aan verpakkingsbedrijven en snijderijen en niet aan laboratoria etc.) van de leden van de telersvereniging in de categorie van de erkenning en bijdragen aan de doelstellingen van het operationeel programma. De bijdrage van het bedrijf aan het operationeel programma mag niet vallen onder de bijlage IX van Uitvoeringsverordening (EU) nr.543/2011. Bepalingen omtrent het gebruik van de investering (bijvoorbeeld niet GMO-product en niet-leden) en de vervreemding zijn onverminderd van toepassing op de investering in aandelen.
Alvorens het overnamebedrag te honoreren zal dit door middel van een accountantsonderzoek onderbouwd moeten worden. Pas daarna zal het subsidiabele bedrag definitief vastgesteld worden.
Zie ook 801-49-228 en 802-50-229 .
303-22-114 Uitgaven voor promotie en promotieartikelen:
Gadgets, uitdelen van product, belettering, deelname aan beurzen, kookdemonstraties, bedrijfsrondleidingen, advertenties e.d. zijn subsidiabel. De bepalingen als genoemd in punt 15 van bijlage IX van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 zijn van toepassing. (Zie ook onder Activiteit: Afzetbevordering en communicatie). De specifieke kosten van reclamedrukwerk op verpakkingen of etiketten, in het kader van een specifieke reclame voor merknamen/handelsmerken van producentenorganisaties en dochterondernemingen en reclame in het kader van algemene verkoopbevordering en verkoopbevordering van kwaliteitsmerken zijn subsidiabel. Steekkaarten en of wikkels die gebruikt worden als reclame en die niet noodzakelijk zijn als verpakking zijn subsidiabel. Niet subsidiabel zijn de verpakkingen, etiketten of wikkelfolie zelf.
In het geval het uitdelen van product onderdeel uitmaakt van promotionele acties, mag de marktprijs van het product in de week van de actie in aanmerking worden genomen. Het uitdelen dient minimaal vier weken voor de actie te zijn gepland en mag in geen geval een interventiemaatregel zijn.
304-23-123 en 304-23-124 Personeelskosten en Externe diensten categoriemanagers, accountmanagers, productmanagers en marketingpersoneel, alsmede marketingactiviteiten door derden:
Ten behoeve van activiteiten die nodig zijn om te komen tot een plan voor afzetbevordering, te weten samenwerking in de keten, promotie, innovatie en planning van het productaanbod zijn de kosten van het inhuren van een externe deskundige subsidiabel onder begrotingsregel 304-23-124. Personeelskosten van eigen medewerkers voor deze activiteit zijn niet subsidiabel. Dat neemt niet weg dat voor de praktische uitvoering van de plannen, zoals tot nu toe gebruikelijk andere begrotingsregels, inclusief eigen personeelskosten kunnen worden opgenomen.
Het opstellen en aanpassen van gedetailleerde accountplannen (geef hierbij de wijzigingen ten opzichte van vorig jaar aan) zijn subsidiabel. Te denken valt hierbij aan een jaarrond offerte voor een retailer.
Categorymanagement c.q. volledig accountmanagement, alsmede activiteiten die daartoe leiden (bijvoorbeeld compleet schapbeheer in de supermarkt) is subsidiabel. Met name bij de inzet van marketingpersoneel is het van het grootste belang om de activiteiten zo concreet mogelijk (inclusief functieprofielen) te beschrijven. Enkel uren van personeel dat zich daadwerkelijk met de bovengenoemde activiteiten bezig houdt, kunnen worden opgevoerd. Van groot belang is dat u hierbij de vernieuwende aspecten aangeeft. Tevens dient u aan te geven welke administratieve bescheiden (rapporten, verslagen, notulen, overzichten enz.) bij de jaardeclaratie zullen worden overgelegd. Voor wat betreft de activiteiten aan de afzetzijde geldt de volgende (niet-limitatieve) lijst van niet subsidiabele activiteiten:
Activiteiten voor producten van niet-leden (inclusief import en niet-GMO product)
403 Andere acties
Algemene opmerkingen:
Bij de indiening dient een onderzoeksvoorstel te worden voorgelegd en bij de jaardeclaratie dient te worden gerapporteerd over de resultaten.
Een onderzoeksvoorstel dient de volgende beschrijvingen te bevatten:
Begrotingsregel, naam onderzoeksproject, looptijd onderzoek, gewas, probleemstelling, doel van het onderzoek, bestaande kennis, zowel binnen als buiten de eigen organisatie, plan van aanpak (onderzoeksopzet, onderzoeksmethode, eventueel fasering), te bereiken resultaten, plan voor kennisoverdracht onder de eigen telers of de gehele sector, uitvoerder(s), begroting, externe advisering, onderbouwing van de kosten (met verwijzing naar overlegde offertes).
Algemene opmerkingen
Bij de jaardeclaratie dienen de kosten ter onderbouwing en ten behoeve van een nadere beoordeling door het PT, op de hierna beschreven wijze te worden uitgesplitst.
Het totaal gedeclareerde bedrag dient per teler/lid te worden uitgesplitst, waarbij de volgende criteria dienen te worden genoemd:
506-40-176 Teeltbegeleiding / teeltvoorlichting / advisering (bijvoorbeeld teeltplan, tactische perceelsplanning, oogstspreiding, nieuwe rassen):
Hieronder valt ook de begeleiding van teelten voor de verwerkende industrie. Subsidiabel zijn de kosten voor opstellen teeltplan (inclusief aaltjes beheersings strategie), perceelsbeoordeling, perceelsplanning, zaaibegeleiding, monitoring teelt (inclusief proefrooiïngen en bemonstering eindproduct). Nadrukkelijk niet subsidiabel zijn: contracteren, oogstbegeleiding.
Algemene opmerkingen
Bij de uitvoering van maatregelen in het kader van een crisis wordt onderscheid gemaakt tussen een incidentele en een structurele crisis. Een structurele crisis is een langdurige periode met lage prijzen, die onder de kostprijs liggen. Een incidentele crisis is een crisis veroorzaakt door een aanwijsbaar incident dat een belangrijke invloed heeft op de prijsvorming gedurende een kortere periode. Het Productschap Tuinbouw stelt vast of er sprake is van een crisis en wat de aard van de crisis is. Voor het jaar 2011 heeft het PT vastgesteld dat de afzet van glasgroenten, witlof en champignons in een structurele crisis verkeren.
Bij een structurele crisis zijn activiteiten subsidiabel die effect op korte en lange termijn kunnen sorteren.
Bij een incidentele crisis zijn onder deze maatregel alleen activiteiten subsidiabel als het effect gericht is op het oplossen van de crisis op korte termijn.
603-58-312 Afzetbevordering en communicatie
Onder dit punt kunnen marktstudies en uitgaven voor reclame worden opgevoerd. In het geval van een incidentele crisis is marktonderzoek subsidiabel wanneer het doel is om inzicht te krijgen welke acties op korte termijn het meest effectief zijn om de crisis op te lossen. Afzetbevorderings- en communicatiemaatregelen zijn subsidiabel voor zover de actie gericht is op het oplossen van de crisis op korte termijn. Ook voorbereidende uitgaven in het operationeel programma, als maatregel van crisispreventie, zijn subsidiabel.
Op grond van artikel 86, lid 2 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 moeten acties die onder dit hoofd in het kader van crisispreventie worden uitgevoerd, aanvullend zijn op acties die reeds door de betrokken telersverenigingen worden uitgevoerd. Dit houdt in dat zowel een uitbreiding van de al geplande activiteiten als nieuwe activiteiten subsidiabel zijn.
In geval van een structurele crisis kunnen marktstudies inzicht geven in de marktsituatie en kunnen daarmee de juiste marketingmaatregelen worden ingezet die de prijsvorming kunnen verbeteren.
Afzetbevorderings- en communicatiemaatregelen, zoals de introductie van een nieuwe verpakkingswijze, een merk, promotie en reclame zijn subsidiabel.
In het geval onder dit hoofd uitgaven voor Afzetbevorderings- en communicatiemaatregelen worden gedaan, gelden de voorwaarden zoals opgenomen in punt 15 van bijlage IX van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011.
604-59-313 Opleidingsacties
De algemene voorwaarden die van toepassing zijn op cursussen en opleidingen, zoals die onder maatregel 5 zijn opgenomen, zijn eveneens van toepassing op opleidingsmaatregelen die in het kader van crisispreventie worden opgenomen.
Opleidingen ten tijde van een structurele crisis zijn subsidiabel en dienen gericht te zijn op het verwerven van inzicht in de mogelijkheden om de marktpositie te verbeteren.
Type acties: 701 Aankoop van vaste activa en 702 Andere vormen van verwerving van vaste activa, zoals huur en leasing
Algemeen voorbehoud - Nederlandse milieurichtsnoeren
(Energiebesparende systemen)
(Energiebesparende systemen) De verwachte besparing per energiesysteem wordt bij de indiening van het operationeel jaarplan (of bij indiening gedurende het operationele jaar) beoordeeld op basis van een technische specificatie van de leverancier van het systeem of een energiedeskundige en dient bij de jaardeclaratie door de telersvereniging te worden onderbouwd. Bij de jaardeclaratie dient voor elk deelnemend teeltbedrijf de jaarafrekening van de energieleverancier (zodra beschikbaar) en een opgave van het historisch energieverbruik te worden overlegd. De energiebesparing c.q. reductie van het energieverbruik uit fossiele brandstoffen moet worden aangetoond door middel van een berekening door een energiedeskundige. Deze berekening mag worden gemaakt op basis van modelberekeningen.
Indien de investering naar verwachting geen 25% energiebesparing oplevert, verdient het aanbeveling deze investeringen onder een andere maatregel te rubriceren. In de meeste gevallen zal dit maatregel 8 (Andere acties, Activiteit Milieuacties niet voorkomende in de milieurichtsnoeren) zijn:
Bij energiebesparende investeringen, zoals WKK en aardwarmte (in maatregelen 7 en 8), geldt dat opbrengsten van netto warmte- en elektriciteitsleveringen aan derden in mindering gebracht moeten worden. De verrekening dient plaats te vinden over een periode van 5 jaar. In het kader van de verrekening is het niet toegestaan om in het eerste begrotingsjaar het volledige investeringsbedrag op te voeren, maar dient het investeringsbedrag in gelijke termijnen over een periode van 5 jaar te worden gedeclareerd onder aftrek van de genoten opbrengsten.
701-42-181 en 702-43-194 Investeringen in innovatieve en emissiebeperkende gewasbeschermingsapparatuur, zoals spuitapparatuur, UV-belichtingswagens ter bestrijding van schimmelziekten, thermische apparatuur en innovatieve mechanische onkruidbestrijding zijn subsidiabel: voor zover deze investeringen tot doel hebben om het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen te verminderen.
In aanmerking komen:
In geval van spuitapparatuur dient de emissiebeperking te worden aangetoond. Bij voorkeur aan de hand van bij het betreffende merk of type spuitapparatuur uitgevoerd onafhankelijk onderzoek. Indien geen onafhankelijk onderzoeksrapport beschikbaar is, mag de reductie ook worden aangetoond door middel van een (meerjarige) spuitregistratie (aantal bespuitingen per teelt en gebruik per middel in kg werkzame stof per hectare bespuiting per jaar). De nulsituatie (gemiddelde over voorgaande jaren) dient dan concreet te worden weergegeven.
In geval van spuitrobots en UV belichtingswagens is het transportsysteem om de apparatuur te verplaatsen naar de volgende rij of afdeling niet subsidiabel. In geval van opgebouwde (zelfrijdende) landbouwspuitmachines wordt uitsluitend het spuitsysteem in aanmerking genomen (drager, motorblok, cabine inclusief accessoires zijn niet subsidiabel).
GPS systemen in het kader van de precisielandbouwtechnieken:
Voorwaarde is dat de inzet van GPS systemen leidt tot positieve effecten op milieu en/of kwaliteit door aantoonbaar toepassen van precisie zaaien en/of planten, precisietoediening van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen en precisie mechanische onkruidbestrijding.
701-42-187 en 701-43-200 Investeringen in rookgasreinigers en bijbehorende meetapparatuur ter reductie van CO2 en Nox emissie zijn subsidiabel:
Rookgasreinigers worden ingezet om emissie van schadelijke stoffen te beperken en CO2 af te vangen ten behoeve van dosering aan het gewas in de kassen. Vanaf 1-04-2010 zijn de wettelijke emissie eisen voor o.a. NOx aangescherpt (Besluit Emissie-eisen Middelgrote Stookinstallaties 21-12-2009). Hierdoor is het gebruik van rookgasreinigers bij nieuwe stookinstallaties noodzakelijk geworden om aan de wettelijke emissie eisen te voldoen en dus voor NOx reductie niet meer bovenwettelijk. Dit heeft gevolgen voor de subsidiabiliteit:
Voorzieningen voor distributie van CO2 in de kas, alsmede voorzieningen voor de CO2 regeling in de kas CO2 units) zijn niet subsidiabel.
Toelichting
Het Besluit Emissie-eisen Middelgrote Stookinstallaties (BEMS) is op 21 december 2009 in Staatsblad 547 gepubliceerd en is in werking getreden op 1 april 2010. De in het besluit vastgestelde emissiegrenswaarden gelden direct voor installaties die na de inwerkingtreding van dit besluit worden geplaatst en in gebruik genomen. De bestaande installaties hebben een overgangstermijn tot 1 januari 2017 waarna zij ook aan de genoemde waarden moeten voldoen.
Voor gasgestookte zuigermotoren is de emissiegrenswaarde voor nieuwe installaties aangescherpt tot 30 gram NOx per gigajoule of 100 gram NOx per normaal kubieke meter.
Uitzonderingen, waarvoor in afwijking hiervan een emissiegrenswaarde van 100 gram NOx per gigajoule of 340 milligram NOx per normaal kubieke meter geldt, zijn:
Voor overige categorieën: zie BEMS artikel 2.1.1 t/m 2.1.5 en de Nota van toelichting.
704-45-216 Meerkosten voor zaaizaad van rassen met extra resistentie(s) (forfait): Uitgaven voor resistent zaad, mits additionele inkomsten en kostenbesparingen van de subsidiabele uitgaven worden afgetrokken.
De volgende forfaitaire tarieven gelden in 2011:
Bij de jaardeclaratie dienen de meerkosten van plantmateriaal en zaden ter onderbouwing en ten behoeve van een nadere beoordeling door het PT, op de hierna beschreven wijze te worden uitgesplitst.
Het totaal gedeclareerde bedrag dient per teler/lid te worden uitgesplitst, waarbij de volgende criteria dienen te worden genoemd:
Het PT zal voor dit doel een format toesturen.
Bij de jaardeclaratie dienen afleverbonnen / plantenpaspoorten ter controle beschikbaar te zijn.
704-45-218 Uitgaven voor biologische gewasbescherming, signaalplaten en - als onderdeel van het totaalpakket - specifieke begeleiding ten behoeve van biologische gewasbescherming.
Uitgaven voor biologische bestrijding zijn subsidiabel, mits additionele inkomsten en kostenbesparingen van de subsidiabele uitgaven worden afgetrokken.
De volgende uitgaven voor biologische gewasbescherming zijn subsidiabel:
Als referentie gebruikt het PT de GNO lijst van maart 2009 (project GENOEG). Deze lijst is geactualiseerd. Zie separaat verstuurde bijlage In aanmerking te nemen toegelaten GNO’s geactualiseerde versie PT 31 augustus 2011. Deze lijst geldt met ingang van 10 september 2011.
Bij de indiening van het jaarplan en bij de declaratie dient van de natuurlijke vijanden en de feromonen in elk geval de wetenschappelijke naam (Latijnse naam) te worden opgegeven.
Bij de jaardeclaratie dienen de kosten van biologische gewasbeschermingsmiddelen ter onderbouwing en ten behoeve van een nadere beoordeling door het PT, op de hierna beschreven wijze te worden uitgesplitst.
Het totaal gedeclareerde bedrag dient per teler/lid te worden uitgesplitst, waarbij de volgende criteria dienen te worden genoemd:
Het PT zal voor dit doel een format toesturen.
Tevens dient een overzicht van de ingezette biologische gewasbeschermingsmiddelen op niveau van de telersvereniging te worden overlegd.
704-45-334 Overige uitgaven voor biologische of geïntegreerde gewasbescherming en voorkomen van ziekten en plagen (Agri Hot Knife messen ter voorkoming van verspreiding van virussen in het komkommergewas, vliegenlampen, sporefilters, afdichtingsmateriaal champignoncellen e.a.)
Deze uitgaven zijn subsidiabel onder dezelfde voorwaarden als gesteld bij begrotingsregel 704-45-218 punt 9. en 10.
Op deze begrotingsregel worden onderstaande uitgaven eveneens subsidiabel gesteld:
709-46-219 Uitgaven voor recycling van afval (inclusief compostering en stomen van substraat), mits bovenwettelijk en biologisch afbreekbaar folie voor onkruidbestrijding:
Recycling van afval (inclusief compostering) in overeenstemming met de voorwaarden van bijlage 2 (is deel G) van de milieurichtsnoeren. De vereisten uit bijlage 2 (is deel G) zijn van toepassing.
Zie verder deel G Afvalbeheer op het teeltbedrijf.
Voor de onderbouwing bij de jaardeclaratie zal het PT een format toesturen.
Bij de jaardeclaratie dienen de transportbegeleidingsbrieven/PMV formulieren behorende bij de gedeclareerde facturen ter controle beschikbaar te zijn.
710-47-223 Teeltbedrijf en 710-47-322 DC: Begeleiding, audits, certificering en membershipfees van (inter)nationaal maatschappelijk aanvaarde milieuzorgsystemen (Teeltbedrijf: GlobalGAP, Milieukeur (AMK) en DC: ISO 14001) zijn subsidiabel:
Ter onderbouwing dienen er bij de jaardeclaratie cijfers met betrekking tot de deelname van telers aan deze systemen te worden overlegd, te weten:
Het PT stelt een format ter beschikking.
801-49-228 en 802-50-229 Duurzame/strategische investeringen in aandelen van bedrijven:
Onder de duurzame middelen kan ook het, aan de hand van bankstukken aan te tonen, bedrag voor duurzame/strategische investeringen in aandelen van bedrijven (BV’s, NV’s of buitenlandse gelijkwaardige rechtspersonen) worden opgenomen. Deze bedrijven moeten rechtstreeks bijdragen aan de verkoop van producten (denk hierbij aan verpakkingsbedrijven en snijderijen en niet aan laboratoria etc.) van de leden van de telersvereniging in de categorie van de erkenning en bijdragen aan de doelstellingen van het operationeel programma.. De bijdrage van het bedrijf aan het operationeel programma mag niet vallen onder de bijlage IX van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011.
Bepalingen omtrent het gebruik van de investering (bijvoorbeeld niet GMO-product en niet-leden) en de vervreemding zijn onverminderd van toepassing op de investering in aandelen.
Alvorens het overnamebedrag te honoreren zal dit door middel van een accountantsonderzoek onderbouwd moeten worden. Pas daarna zal het subsidiabele bedrag definitief vastgesteld worden.
Activiteit: Milieuacties niet voorkomende in de milieurichtsnoeren
Algemene opmerkingen energiebesparende investeringen
Opbrengsten van netto warmte- en elektriciteitsleveringen aan derden dienen in mindering gebracht te worden. De verrekening dient plaats te vinden over een periode van 5 jaar. In het kader van de verrekening is het niet toegestaan om in het eerste begrotingsjaar het volledige investeringsbedrag op te voeren, maar dient het investeringsbedrag in gelijke termijnen over een periode van 5 jaar te worden gedeclareerd onder aftrek van de genoten opbrengsten.
Onderbouwing energiebesparing: De verwachte energiebesparing per energiesysteem wordt bij de indiening van het operationeel jaarplan (of bij indiening gedurende het operationele jaar) beoordeeld op basis van een technische specificatie van de leverancier of een energiedeskundige. Bij de jaardeclaratie dient voor elk deelnemend teeltbedrijf de jaarafrekening van de energieleverancier (zodra beschikbaar) en een opgave van het historisch energieverbruik te worden overlegd. De energiebesparing c.q. reductie van het energieverbruik uit fossiele brandstoffen moet worden aangetoond door middel van een berekening door een energiedeskundige. Deze berekening mag worden gemaakt op basis van modelberekeningen.
Behoudens de eerder genoemde punten, zijn de volgende uitgaven en investeringen niet subsidiabel:
Bijlage 5. In aanmerking te nemen toegelaten GNO's (Project GENOEG maart 2009) geactualiseerde versie PT 31 aug. 2011
-
De expiratiedatum 09-09-9999 betreft een 'van rechtswege toelating' waarvan de duur wordt bepaald door besluitvorming in de EU (artikel 122, lid 1 Wgb).
-
De expiratiedatum 09-09-9999 betreft een 'van rechtswege toelating' waarvan de duur wordt bepaald door besluitvorming in de EU (artikel 122, lid 2 Wgb).
-
De expiratiedatum 09-09-9999 betreft een 'van rechtswege toelating' waarvan de duur wordt bepaald door besluitvorming in de EU (artikel 122, lid 1 Wgb).
-
De expiratiedatum 09-09-9999 betreft een 'van rechtswege toelating' waarvan de duur wordt bepaald door besluitvorming in de EU (artikel 122, lid 1 Wgb).