rijk/wet/wijzigingswet-grondwaterwet-algemene-regels-voor-het-onttrekken-van-grondwater/BWBR0007366
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Wijzigingswet Grondwaterwet (algemene regels voor het onttrekken van grondwater) BWBR0007366 wet geldend 1995-07-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0007366 Wijzigingswet Grondwaterwet (algemene regels voor het onttrekken van grondwater)

Wijzigingswet Grondwaterwet (algemene regels voor het onttrekken van grondwater)

Artikel I

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel II

1. Bepalingen in provinciale verordeningen die op het tijdstip waarop deze wet in werking treedt, in strijd zijn met artikel 15, eerste lid, van de Grondwaterwet, blijven gedurende twee jaar na de inwerkingtreding van deze wet van kracht, tenzij zij eerder met die bepaling in overeenstemming zijn gebracht.

2. Bepalingen in provinciale verordeningen die op het tijdstip waarop deze wet in werking treedt, in strijd zijn met artikel 15, eerste lid, van de Grondwaterwet, blijven buiten toepassing voor onttrekkingen als bedoeld in artikel 15a, tweede lid, onder a, c en d, van de Grondwaterwet, die de in die onderdelen genoemde grenzen overschrijden en die na de datum van inwerkingtreding van deze wet zijn aangevangen.

3. Indien als gevolg van het in overeenstemming brengen van bepalingen in provinciale verordeningen met artikel 15, eerste lid, en artikel 15a, tweede lid, van de Grondwaterwet op het tijdstip van inwerkingtreding van de desbetreffende verordening een vergunning als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van die wet wordt vereist voor een onttrekking die voordien geregeld heeft plaatsgevonden met gebruikmaking van een vrijstelling ingevolge artikel 15, eerste lid, van de Grondwaterwet, kan binnen een bij die verordening te bepalen termijn een vergunning worden aangevraagd overeenkomstig artikel 16 van die wet. Een zodanige onttrekking kan, op dezelfde wijze en in dezelfde mate, worden voortgezet gedurende een bij de verordening te bepalen termijn dan wel, indien een vergunning is aangevraagd, tot het tijdstip waarop de op de aanvraag gegeven beschikking onherroepelijk wordt. De in dit lid bedoelde termijnen kunnen verschillen naar gelang de omvang van de onttrekkingen.

4. Artikel 14b, eerste lid, onder c, van de Grondwaterwet blijft buiten toepassing ten aanzien van een beschikking op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 14 van die wet, welke wordt gegeven met toepassing van artikel II, onder B, van de wet van 23 december 1988, houdende enige wijzigingen van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren en de Grondwaterwet (Stb. 658).

Artikel III

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.