rijk/zbo/beleidsregel-prestatiebeschrijvingen-en-tarieven-zorgzwaartepakketten-en-volledi/BWBR0045896
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven zorgzwaartepakketten en volledig pakket thuis 2021 BWBR0045896 zbo geldend 2021-11-25 https://wetten.overheid.nl/BWBR0045896 Beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven zorgzwaartepakketten en volledig pakket thuis 2021

Beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven zorgzwaartepakketten en volledig pakket thuis 2021

Artikel 1

In deze beleidsregel wordt, tenzij anders vermeld, verstaan onder:

  • zorgzwaartepakket (zzp): een zzp bestaande uit een volledig pakket van verblijfszorg dat aansluit op de kenmerken van de cliënt en het soort zorg dat die cliënt nodig heeft. volledig pakket thuis (vpt): vpt omvat de vormen van zorg zoals bedoeld in artikel 3.1.1 van de Wet langdurige zorg (Wlz):

        
        verpleging;
    
    
        
        persoonlijke verzorging;
    
    
        
        begeleiding;
    
    
        
        behandeling;
    
    
        
        vervoer naar begeleiding en/of behandeling;
    
    
        
        het verstrekken van eten en drinken;
    
    
        
        het schoonhouden van de woonruimte;
    
    
        
        logeeropvang.
    

verpleging; persoonlijke verzorging; begeleiding; behandeling; vervoer naar begeleiding en/of behandeling; het verstrekken van eten en drinken; het schoonhouden van de woonruimte; logeeropvang. woonzorg: woonzorg omvat omvat de vromen van zorg zoals bedoeld in artikel 3.1.1 lid a en b van de Wlz:

      
      verblijf;
    
    
      
      persoonlijke verzorging;
    
    
      
      begeleiding;
    
    
      
      verpleging;
    
    
      
      dagbesteding.

verblijf; persoonlijke verzorging; begeleiding; verpleging; dagbesteding.

  • specifieke behandeling: specifieke behandeling omvat geneeskundige zorg van specifiek medische, specifiek gedragswetenschappelijke of specifiek paramedische aard die noodzakelijk is in verband met de aandoening, beperking, stoornis of handicap van de cliënt.

  • ggz-behandeling: geneeskundige zorg zoals klinisch-psychologen en psychiaters plegen te bieden in verband met de psychische stoornis van de cliënt. algemeen medische zorg: algemeen medische zorg omvat de vormen van zorg zoals bedoeld in artikel 3.1.1 lid d van de Wlz:

        
        geneeskundige zorg zorg van algemeen medische aard, niet zijnde paramedische zorg;
    
    
        
        behandeling van een psychische stoornis indien de behandeling integraal onderdeel uitmaakt van de behandeling van een somatische of psychogeriatrische aandoening of beperking of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap;
    
    
        
        het gebruik van hulpmiddelen, noodzakelijk in verband met de in de instelling gegeven zorg;
    
    
        
        tandheelkundige zorg;
    
    
        
        kleding, verband houdende met het karakter en de doelstelling van de instelling.
    

geneeskundige zorg zorg van algemeen medische aard, niet zijnde paramedische zorg; behandeling van een psychische stoornis indien de behandeling integraal onderdeel uitmaakt van de behandeling van een somatische of psychogeriatrische aandoening of beperking of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap; het gebruik van hulpmiddelen, noodzakelijk in verband met de in de instelling gegeven zorg; tandheelkundige zorg; kleding, verband houdende met het karakter en de doelstelling van de instelling.

  • ggz wonen: ggz wonen betreft ggz-zorg aan cliënten met een psychische stoornis die op basis van zorginhoudelijke toegangscriteria aanspraak hebben op zorg vanuit de Wlz. De zorg wordt geleverd in de leveringsvormen verblijf (zzp), vpt en mpt.

  • crisisregisseur ghz: een als crisisregisseur ghz aangewezen zorgprofessional die verantwoordelijk is voor de beoordeling of crisiszorg nodig is. Deze zorgprofessional wordt aangesteld door het zorgkantoor, maar voert zijn werkzaamheden onafhankelijk van zorgkantoor en zorgaanbieders uit. Hij voert de regie over alle activiteiten om ervoor te zorgen dat cliënten met een verstandelijke beperking die crisiszorg behoeven op een passende crisiszorgplek geplaatst worden waar ze de juiste zorg krijgen. Hiervoor maakt de crisisregisseur ghz een inschatting over de complexiteit van de zorgvraag en de benodigde zorginzet.

  • crisiszorg: zorg voor cliënten bij een plotselinge, ernstige ontregeling (in fysieke, sociale en psychische gesteldheid van de cliënt of van de omgeving) met als gevolg het ontstaan van een acuut onhoudbare situatie in het thuismilieu of de woonsituatie van de cliënt. Het is hierbij noodzakelijk om opname binnen 24 tot 48 uur in te zetten om onaanvaardbare gezondheidsrisicos, medische complicaties en/of ernstig nadeel voor de cliënt en/of zijn gezin en/of woonomgeving te voorkomen.

  • crisiszorgaanbieder: zorgaanbieder die over één of meer crisiszorgbedden beschikt.

  • dag logeeropvang: een dag logeeropvang is een kalenderdag, die deel uitmaakt van een periode van opname voor logeren. De opname omvat minimaal één overnachting. De dag van aanvang van de logeeropvang en de dag van beëindiging van de logeeropvang gelden als een te declareren dag logeeropvang, waarbij geldt voor de dag van opname dat deze enkel gedeclareerd kan worden indien de opname heeft plaats gevonden vóór 20:00 uur. In het geval de dag van opname samenvalt met de dag van overlijden is eveneens sprake van een te declareren (verblijfs)dag logeeropvang.

  • deeltijdverblijf (dtv): verblijf in de instelling zonder behandeling gedurende gemiddeld 3½, 4, of 4½ etmalen per week via een vast patroon binnen een tijdspanne van 14 etmalen. modulair pakket thuis (mpt): één of meer losse vormen van zorg als bedoeld in artikel 3.1.1 van de Wlz:

        
        het schoonhouden van de woonruimte van de cliënt;
    
    
        
        persoonlijke verzorging;
    
    
        
        begeleiding;
    
    
        
        verpleging;
    
    
        
        behandeling, omvattende geneeskundige zorg van specifiek medische, specifiek gedragswetenschappelijke of specifiek paramedische aard die noodzakelijk is in verband met de aandoening, beperking, stoornis of handicap van de cliënt;
    
    
        
        vervoer naar een plaats waar de cliënt gedurende een dagdeel begeleiding of behandeling ontvangt;
    
    
        
        logeeropvang.
    

het schoonhouden van de woonruimte van de cliënt; persoonlijke verzorging; begeleiding; verpleging; behandeling, omvattende geneeskundige zorg van specifiek medische, specifiek gedragswetenschappelijke of specifiek paramedische aard die noodzakelijk is in verband met de aandoening, beperking, stoornis of handicap van de cliënt; vervoer naar een plaats waar de cliënt gedurende een dagdeel begeleiding of behandeling ontvangt; logeeropvang. niet-beïnvloedbare factoren (nbf): kostenverhogende omstandigheden waarop de zorgaanbieder geen invloed kan uitoefenen. Voor 2020 is vastgesteld dat het hierbij gaat om bovengemiddeld voorspeld verzuim van personeel van een zorgaanbieder dat in relatie staat met:

      
      het feit dat een locatie van een zorgaanbieder is gelegen in (groot)stedelijk gebied;
    
    
      
      de sociaaleconomische status van de geografische wijk waarin een locatie van een zorgaanbieder is gelegen.

het feit dat een locatie van een zorgaanbieder is gelegen in (groot)stedelijk gebied; de sociaaleconomische status van de geografische wijk waarin een locatie van een zorgaanbieder is gelegen.

  • normatieve huisvestingscomponent (nhc): een integraal onderdeel van het tarief dat dient als normatieve vergoeding voor (vervangende) (nieuw)bouw en instandhouding. Deze vergoeding bestaat uit een geïndexeerde jaarlijkse bijdrage die voldoende is om, over de gehele levenscyclus van een nieuwbouw voorziening, de rente-, afschrijvings- en instandhoudingsuitgaven te dekken.
  • normatieve inventariscomponent (nic): een integraal onderdeel van het tarief dat dient als normatieve vergoeding voor investeringen in inventaris. Deze normatieve vergoeding bestaat uit een jaarlijkse bijdrage die voldoende is om, over de gehele levenscyclus van inventaris, de rente en afschrijvingskosten te dekken.
  • prestatiebeschrijving: een prestatiebeschrijving is een gedetailleerde beschrijving van de prestatie die geleverd wordt tegen een bepaald tarief.
  • productieafspraak: het totaalbedrag van de afspraken met betrekking tot de prestaties en tarieven ten laste van de contracteerruimte die door de zorgaanbieder en het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder zijn overeengekomen in de budgetronde of herschikkingsronde.
  • wooncomponent: terrein- en gebouwgebonden kosten. De wooncomponent is onderdeel van de uurprijzen per zorgvorm van de zzps.

Voor overige begrippen die in deze beleidsregel gebruikt worden, maar niet hierboven vermeld staan, wordt verwezen naar de Beleidsregel definities Wlz.

Artikel 2

Het doel van deze beleidsregel is om vast te leggen op welke wijze de NZa gebruik maakt van haar bevoegdheid om tarieven en prestatiebeschrijvingen vast te stellen op het gebied van:

zorgzwaartepakketten voor cliënten die verblijven in een instelling (inclusief nhc en nic); deeltijdverblijf voor cliënten die middels een gemiddeld vast patroon afwisselend thuis en in een instelling wonen; overige basisprestaties voor cliënten die verblijven in een instelling; de zorg bij een vpt; logeerprestaties voor cliënten met een zzp; toeslagen die bovenop het zzp of vpt van toepassing zijn; afzonderlijke dagbestedings- en vervoersprestaties; transitiemiddelen verpleeghuiszorg 2020; overbruggingsregeling bij doorstroom sglvg en lvg1In artikel 11 staat overbruggingszorg bij instroom naar sglvg en lvg beschreven.

Artikel 3

Deze beleidsregel is van toepassing op de zorg of dienst als omschreven bij of krachtens de Wlz die wordt geleverd door zorgaanbieders.

Artikel 4

De loon- en materiële kosten van de beleidsregelwaarden bevatten de definitieve percentages 2020 en de voorschotpercentages 2021.

Indien binnen de beleidsregelwaarde een nhc is opgenomen (zie bijlage 5), dan bevat de nhc de jaarlijkse index van 2,5%.

Indien binnen de beleidsregelwaarde een nic is opgenomen (zie bijlage 5), dan bevat de nic de index voor materiële kosten.

Artikel 5

De NZa stelt de tarieven in een tariefbeschikking vast op de bedragen zoals vermeld in artikel 14, 15 en 16 (beleidsregelwaarden).

De tarieven die de NZa vaststelt op basis van deze beleidsregel zijn maximumtarieven. Een maximumtarief is een tarief dat ten hoogste in rekening mag worden gebracht. Bij het maken van productieafspraken kunnen de Wlz-uitvoerder/het zorgkantoor en de zorgaanbieder lagere tarieven afspreken.

Een uitzondering betreft de prestaties voor bepaalde postcodegebieden waarin zorglevering duurder is dan in andere gebieden. Die prestaties zijn beschreven in artikel 6, derde lid. Daarvoor geldt een bandbreedtetarief: een bedrag dat ligt tussen of gelijk is aan het bedrag dat ten minste en het bedrag dat ten hoogste als tarief in rekening mag worden gebracht. Het gedeelte van 0 tot en met de laagste bandbreedte, het minimumtarief, is dus niet onderhandelbaar. Het gedeelte van het minimum tot de hoogste bandbreedte, het maximumtarief, is wel onderhandelbaar. De Wlz-uitvoerder/het zorgkantoor en de zorgaanbieder kunnen in zoverre dus lagere tarieven afspreken.

Een andere uitzondering zijn de transitiemiddelen verpleeghuiszorg 2021 (zie artikel 5, negende lid). Hiervoor geldt een vrije beleidsregelwaarde. Dit betekent dat partijen bij hun onderhandelingen niet gebonden zijn aan een concrete beleidsregelwaarde/bedrag van de NZa. Na toetsing van de onderhandelde bedragen aan de macro beschikbare ruimte stelt de NZa vaste tarieven vast. Van een vast tarief in de beschikking mag niet worden afgeweken.

Voor zover de aanvaardbare kosten bestaan uit zzps of vpts, dan worden die bepaald door de gehonoreerde productieafspraak met betrekking tot de prestaties en beleidsregelwaarden zoals vermeld in deze beleidsregel.

Voor de opbouw van de zzp- en vpt-beleidsregelwaarden wordt verwezen naar het Verantwoordingsdocument Prestaties en tarieven langdurige zorg Fase 2: van kosten naar tarieven (zie bijlage 6). Voor de opbouw van de zzp- en vpt-beleidsregelwaarden voor vv4 t/m 10 wordt verwezen naar de bijlage 4 van deze beleidsregel Tariefberekening zzp en vpt 4 t/m 10 Beleidsregelwaarden 2020 en indicatieve berekening kwaliteitstoeslagen 2021.

Het is mogelijk om een vpt, zzp vv of zzp ghz exclusief behandeling af te spreken en in rekening te brengen in combinatie met de behandelprestaties die vermeld zijn in de Beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven modulaire zorg. Deze behandelprestaties kunnen worden toegekend voor zover de totale kosten (beleidsregelwaarde zzp exclusief behandeling + uitgaven afzonderlijke behandelprestaties) daarvan niet de maximale beleidsregelwaarde voor zzp inclusief behandeling overschrijdt. Voor de zzps en vpts 1 en 2 is er geen prestatie inclusief behandeling. Voor deze zzps/vpts kunnen de behandelprestaties uit de Beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven modulaire zorg worden toegekend tot maximaal het verschil tussen zzp-/vpt-3 inclusief behandeling en zzp-/vpt-3 exclusief behandeling.

Voor ggz wonen is het mogelijk een zzp integraal of modulair af te spreken. Een vpt kan enkel modulair worden afgesproken. Bij een zzp integraal zijn alle onderdelen van zorg opgenomen in de prestaties en daarbij behorende beleidsregelwaarden: woonzorg, specifieke behandeling, ggz-behandeling en algemeen medische zorg. De prestaties met daarbij behorende beleidsregelwaarden van een zzp modulair of vpt modulair betreffen de woonzorg. Het is mogelijk een zzp of vpt modulair af te spreken en in rekening te brengen in combinatie met de behandelprestaties voor specifieke behandeling die vermeld zijn in de Beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven modulaire zorg. Behandelprestaties voor ggz-behandeling en algemeen medische zorg gaan bij een zzp modulair of vpt modulair ten laste van de Zorgverzekeringswet (Zvw).

Bij sommige vpts en zzps is sprake van een integraal pakket waarbij de dagbesteding niet afzonderlijk kan worden afgesproken. Bij andere vpts en zzps is het mogelijk om de componenten dagbesteding en woonzorg afzonderlijk af te spreken.

Voor de cliënten die zijn aangewezen op een zzp vv, zzp lvg of zzp sglvg-1 is de component dagbesteding een onlosmakelijk onderdeel van het zzp. De dagbesteding kan voor deze prestaties niet apart afgesproken worden.

Voor cliënten die zijn aangewezen op een zzp ggz-b inclusief dagbesteding geldt dat de component dagbesteding een onlosmakelijk onderdeel is van het zzp. De dagbesteding voor deze cliëntengroep kan niet apart afgesproken worden. Cliënten kunnen ook aangewezen zijn op een zzp ggz exclusief dagbesteding indien ze geen dagbesteding behoeven.

Voor cliënten die zijn aangewezen zijn op een zzp ggz-wonen, zzp vg, zzp lg of zzp zg is de component dagbesteding niet een onlosmakelijk onderdeel van de zzp-prestatie. Er is sprake van:

zzps exclusief dagbesteding waarvan de tarieven in artikel 14, derde lid staan; zzps inclusief dagbesteding waarvan de tarieven in artikel 14, derde lid staan; afzonderlijke dagbestedingsprestaties waarvan de tarieven in artikel 14, vijfde lid staan. Het aantal afzonderlijke dagdelen dagbesteding dat wordt afgesproken moet passen binnen de zzp-prestatie of vpt-prestatie die past bij de indicatie van de cliënt.

Een toeslag op de dagbesteding van kinderen mag tot een kalenderleeftijd van 18 jaar worden afgesproken.

Een cliënt heeft op grond van de Wlz aanspraak op vervoer naar en van de dagbesteding/dagbehandeling wanneer deze cliënt hier redelijkerwijs op is aangewezen. In dat geval kan per aanwezigheidsdag waarop vervoer naar dagbesteding (begeleiding in groepsverband)/dagbehandeling plaatsvindt, een vergoeding voor vervoer worden afgesproken. Deze vergoeding per dag is voor het vervoer van en naar de locatie waar de dagbesteding of dagbehandeling wordt aangeboden. Dit onderdeel is van toepassing op de volgende cliëntgroepen:

a. a. Cliënten die zijn geïndiceerd voor of aangewezen op een zzp vg, lg, zg of een bij deze zzps passend profiel op grond van de Regeling langdurige zorg en die dagbesteding/dagbehandeling ontvangen; b. b. Cliënten die zijn geïndiceerd voor of aangewezen op een zzp lvg of sglvg of een bij deze zzps passend profiel op grond van de Regeling langdurige zorg en die dagbesteding /dagbehandeling ontvangen; c. c. Cliënten die zijn geïndiceerd voor of aangewezen op een zzp ggz-b of ggz wonen of een bij deze zzps passend profiel op grond van de Regeling langdurige zorg en die dagbesteding/dagbehandeling ontvangen; d. d. Cliënten die zijn geïndiceerd voor of aangewezen op een zzp vv of een bij deze zzps passend profiel op grond van de Regeling langdurige zorg én die dagbesteding/dagbehandeling behoeven op afstand van de verblijfslocatie waarbij het vervoer om medische redenen noodzakelijk is.

De beleidsregelwaarden behorend bij vervoer bij dagbesteding/dagbehandeling zijn opgenomen in artikel 14, zesde lid (zzp) en artikel 16, vijfde lid (vpt) van deze beleidsregel. Hierbij wordt ook een onderscheid gemaakt in de verblijfsplaats van de cliënt. Voor het vervoer van cliënten met een zzp die de dagbesteding van dezelfde aanbieder krijgen als het verblijf gelden Z-codes. Voor het vervoer van cliënten die de dagbesteding niet van dezelfde aanbieder krijgen als het verblijf gelden H-codes.

De prestatiebeschrijving vervoer is opgenomen in artikel 6, vierde lid, onder h.

Er zijn aparte prestaties voor het vervoer van:

cliënten met een zzp/vpt vg, lg, zg, lvg en sglvg; cliënten met een zzp/vpt vv; cliënten met een zzp ggz-b; cliënten met een zzp ggz wonen.

De vervoersprestaties voor cliënten in de gehandicaptenzorg zijn gebaseerd op een aantal cliëntkenmerken (het onderscheid tussen individueel vervoer en vervoer in groep, kind en volwassene, rolstoelgebonden en niet-rolstoelgebonden cliënten,) en een aantal vervoerskenmerken (gecontracteerd vervoer, eigen vervoermiddel zorgaanbieder/ouder/vrijwilliger, eigen vervoermiddel cliënt, openbaar vervoer).Daarnaast is in de prestatie-indeling rekening gehouden met de postcode-afstand tussen de verblijfplaats van de cliënt en de plek waar de cliënt de dagbesteding/behandeling ontvangt. De tabel in artikel 6, vierde lid, onder h geeft aan in welke prestatiecategorie een cliënt valt.

Het gecontracteerde vervoer betreft het vervoer dat wordt geleverd door een professionele vervoerder (taxi-vervoer) waarmee de zorgaanbieder een contract heeft afgesloten. Het niet-gecontracteerde vervoer betreft alle overige vormen van vervoer, waaronder vervoer met vervoersmiddelen die eigendom zijn van de zorgaanbieder of een aan de zorgaanbieder gelieerde onderneming.

Zorgaanbieders in de gehandicaptenzorg en zorgkantoor hebben de mogelijkheid om in individuele gevallen af te wijken van de van toepassing zijnde categorie. Dit kan om twee redenen:

    1. Meer maatwerk In de praktijk blijkt dat de vervoerskosten per instelling sterk verschillen. Met de huidige indeling in zeven prestatiecategorieën wordt beter aangesloten bij de verschillen. Er kunnen echter situaties zijn dat het tarief voor de toepasbare categorie te hoog of te laag is. Indien er een structurele noodzaak is, kunnen zorgaanbieder en zorgkantoor in gezamenlijk overleg afwijken van de vastgestelde categorie-indeling zoals in bovengenoemde tabel staat weergegeven. Met deze vrijheid om in afstemming met het zorgkantoor cliënten in een andere categorie te plaatsen, kan de vergoeding nog beter aansluiten bij de situatie van individuele zorgaanbieders. Een overeengekomen afwijking moet beargumenteerd worden vastgelegd.
    1. Minder administratie bij wisselende afstanden of vervoermiddelen Om tegemoet te komen aan zorgaanbieders die administratieve last ervaren bij wisselende vervoersafstanden of wisselend gebruik van verschillende vervoermiddelen, kunnen zorgaanbieders de volgende werkwijze hanteren:

      
      bij wisselende vervoersafstanden het adres waar de cliënt geregistreerd staat (als verblijfsadres), of de dagbestedingslocatie waar de cliënt in de meeste gevallen naar toe gaat, of een gemiddelde afstand als uitgangspunt te nemen, en de categorie die daarbij hoort standaard te declareren, in plaats van de verschillen in afstanden tussen dagen/weken steeds in de administratie bij te houden;
      
      
      
      bij wisselende manieren van vervoer als uitgangspunt voor declaratie de wijze van vervoer te nemen zoals cliënt in de meeste gevallen reist, in plaats van de wijze van vervoer steeds in de administratie te moeten aanpassen.
      

bij wisselende vervoersafstanden het adres waar de cliënt geregistreerd staat (als verblijfsadres), of de dagbestedingslocatie waar de cliënt in de meeste gevallen naar toe gaat, of een gemiddelde afstand als uitgangspunt te nemen, en de categorie die daarbij hoort standaard te declareren, in plaats van de verschillen in afstanden tussen dagen/weken steeds in de administratie bij te houden; bij wisselende manieren van vervoer als uitgangspunt voor declaratie de wijze van vervoer te nemen zoals cliënt in de meeste gevallen reist, in plaats van de wijze van vervoer steeds in de administratie te moeten aanpassen.

Een zorgaanbieder moet het wel vastleggen wanneer hij deze werkwijze hanteert.

Voor het vervoer van cliënten in de sector vv wordt aangesloten bij twee prestatiecategorieën uit de tabel in artikel 6, vierde lid, onder h. Er zijn aparte prestatiecodes voor vervoer in de vv. In de vv zijn de categorieën C0 en C1 van toepassing. C0 is voor niet-gecontracteerd vervoer. Hieronder vallen bijvoorbeeld eigen vervoermiddel en openbaar vervoer. C1 is in de vv voor alle gecontracteerd vervoer, zowel voor niet-rolstoelgebonden als rolstoelgebonden cliënten.

De vervoersprestaties voor cliënten ggz wonen sluiten aan bij de vervoersprestaties voor cliënten in de gehandicaptenzorg, zoals hierboven beschreven. Wel zijn er aparte prestatiecodes voor de vervoersprestaties voor cliënten ggz wonen. Op basis van de tabel Prestatiecategoriën vervoer dagbesteding/dagbehandeling ghz/ggz wonen in artikel 6, vierde lid, onder h, kan ook voor de doelgroep ggz Wonen bepaald worden in welke prestatiecategorie een cliënt valt.

a. a. Het is mogelijk om een logeerprestatie te combineren met behandelprestaties, voor zover behandeling niet is meegenomen in de logeerprestatie. Ook is het mogelijk dagbestedingsprestaties te leveren in combinatie met een logeerprestatie wanneer de cliënt behoefte heeft aan dagbesteding gedurende het logeren. De behandel- en dagbestedingsprestaties zijn vermeld in de Beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven modulaire zorg. b. b. Geen van de toeslagen genoemd in artikel 7 van deze beleidsregel mag in combinatie met een logeerprestatie in rekening worden gebracht.

Om extra kwaliteitsmaatregelen te nemen in de ingroeifase van het kwaliteitskader zijn voor 2021 incidentele middelen beschikbaar gesteld. Dit moet bijdragen aan betere zorg voor de cliënten. De variëteit aan mogelijke maatregelen is groot. Het kan gaan om verbeteringen op het gebied van ICT, vastgoed, begeleiding van leerlingen/stagiaires en van nieuwe zorg- en opleidingsconcepten binnen een zorginstelling.

De middelen zijn gericht op een aanpak die het meest bijdraagt aan het behartigen van de zorgplicht van Wlz-uitvoerders jegens hun verzekerden. Deze aanpak bevordert een efficiënte inzet van de beschikbare middelen.

Voor 2021 gelden twee vergelijkbare prestaties: één prestatie transitiemiddelen verpleeghuiszorg 2021 (TM001) voor de eerste tranche in de budgetronde en één prestatie transitiemiddelen verpleeghuiszorg 2021 (TM002) voor de tweede tranche in de herschikkingsronde. De prestaties kennen een vrije beleidsregelwaarde. Er is voor deze prestaties € 50 miljoen per jaar beschikbaar in de periode 2018-2021. Deze middelen zijn beschikbaar voor zorgaanbieders die Wlz-zorg leveren op basis van intramuraal verblijf of volledig pakket thuis (zzp vv-4 en hoger). Voor de prestatie kan een lump sum bedrag worden aangevraagd, zowel in de budgetronde als in de herschikkingsronde, met een tweezijdige aanvraag van zorgaanbieder en zorgkantoor/Wlz-uitvoerder.

Met een tweezijdige aanvraag bedoelt de NZa dat:

zorgaanbieder en zorgkantoor/Wlz-uitvoerder gezamenlijk eensluidend indienen; zorgaanbieder en zorgkantoor/Wlz-uitvoerder hebben overeenstemming; zorgaanbieder en zorgkantoor/Wlz-uitvoerder ieder afzonderlijk indienen en de indieningen eensluidend zijn; zorgaanbieder en zorgkantoor/Wlz-uitvoerder hebben overeenstemming.

Aanvragen anders dan tweezijdig beschouwt de NZa als eenzijdig.

Tweezijdige indiening is van belang om de volgende redenen. De zorgkantoren/Wlz-uitvoerders kopen met de transitiemiddelen extra kwaliteitsmaatregelen in bij zorgaanbieders die Wlz-zorg leveren op basis van intramuraal verblijf of volledig pakket thuis (zzp en vpt vv-4 en hoger). Dit moet bijdragen aan betere zorg voor de cliënten. De variëteit aan mogelijke maatregelen is groot. Het kan gaan om verbeteringen op het gebied van ICT, vastgoed, begeleiding van leerlingen/stagiares en van nieuwe zorg- en opleidingsconcepten binnen een zorginstelling. De zorgkantoren/Wlz-uitvoerders richten zich bij hun inkoop op een aanpak van de specifieke problematiek in de zorgkantoorregio die het meest bijdraagt aan het behartigen van de zorgplicht jegens hun verzekerden. Deze aanpak bevordert een efficiënte inzet van de beschikbare middelen. Zorgaanbieders en zorgkantoren/Wlz-uitvoerders wordt veel meer vrijheid gelaten bij de inzet van de transitiemiddelen verpleeghuiszorg dan bij andere prestaties/tarieven. Dit vanuit de gedachte dat maatwerk nodig is tussen zorgaanbieders en zorgkantoren/Wlz-uitvoerders, partijen die zelf het beste weten wat nodig is. Door tweezijdige indiening kan enige balans worden bereikt tussen wensen van partijen, nut, noodzakelijkheid, rechtmatigheid en doelmatigheid van de inzet van transitiemiddelen verpleeghuiszorg. In de brief van VWS aan de NZa Transitiemiddelen verpleeghuiszorg 2018-2021 d.d. 20 april 2018, kenmerk 1322146- 174970-LZ is de voorwaarde dat de aanvraag voor een tariefbeschikking wordt ingediend door de zorgaanbieder en Wlz-uitvoerder gezamenlijk ook letterlijk benoemd.

Waar de NZa tweezijdige indiening tot uitgangspunt neemt, kunnen zorgaanbieder en zorgkantoor/Wlz-uitvoerder niet volstaan met eenzijdige indiening.

Indien een eenzijdige aanvraag wordt ingediend, vergewist de NZa zich van de grondslag van de weigering van het zorgkantoor/Wlz-uitvoerder of de zorgaanbieder om de aanvraag mede te ondertekenen. Een eenzijdige aanvraag wijst de NZa af tenzij de NZa de weigering van het zorgkantoor/Wlz-uitvoerder of de zorgaanbieder kennelijk onredelijk acht.

Artikel 6

De NZa stelt de prestatiebeschrijvingen van de zzps vast op de zorgprofielen zoals vastgesteld in bijlage A en F van de Regeling langdurige zorg. In bijlage 1 bij de voorliggende beleidsregel is een tabel opgenomen waarin de zorgprofielen worden omgezet naar zzps.

De prestatiebeschrijving van zzp vv-10 Beschermd verblijf met intensieve palliatief-terminale zorg stelt de NZa vast als opgenomen in bijlage 1.

De NZa stelt de prestatiebeschrijvingen van de vpts vast op de zzps, verminderd met de component verblijf.

De NZa stelt de prestaties inclusief niet-beïnvloedbare factoren vast op dezelfde inhoud als de reguliere prestaties:

a) a) zzp vv 4 t/m vv 10 met of zonder behandeling (zie artikel 6, eerste lid); b) b) vpt vv 4 t/m vv 10 met of zonder behandeling (zie artikel 6, tweede lid;

met deze aanvulling dat het gaat om zorg die wordt verleend aan een cliënt die feitelijk verblijft op een (postcode)locatie als bedoeld in bijlage 2 bij deze beleidsregel.

Voor de gevallen waarin een zorgaanbieder zorg verleent aan een cliënt die op een (postcode)locatie verblijft, waarvan de postcode in bijlage 2 bij deze beleidsregel is vermeld, gelden de hiervoor genoemde prestaties inclusief niet-beïnvloedbare factoren in plaats van de reguliere prestaties. Voor de postcodes die niet in bijlage 2 staan vermeld, gelden de reguliere prestaties, dus exclusief niet-beïnvloedbare factoren.

Doorslaggevend voor de vraag of een prestatie inclusief niet-beïnvloedbare factoren van toepassing is, is de door de zorgaanbieder geregistreerde verblijfplaats van de individuele cliënt. Op die locatie wordt immers de zorg verleend of wordt geacht daar te zijn verleend omdat de cliënt daar verblijft.

Bij het ontbreken van een dergelijke administratie van een zorgaanbieder over de locatie van verblijf van de individuele cliënt en van zorglevering, zijn de prestatiebeschrijvingen en tarieven exclusief niet-beïnvloedbare factoren van toepassing. Hetzelfde geldt voor het geval dat in de administratie van de zorgaanbieder geen verband wordt gelegd tussen de locatie van verblijf en de declaratie van zorg.

De NZa stelt de navolgende prestatiebeschrijvingen vast. Deze prestaties zijn alleen van toepassing indien is voldaan aan de voorwaarden als weergegeven in de onderstaande overzichten.

^2 overige vervoermiddelen die als vervoermiddel zijn bedoeld (bijv. fiets, OV, elektrokar)

Hoe het declareren van vervoer in zijn werk gaat in geval van deeltijdverblijf staat beschreven in artikel 13.

Artikel 7

De NZa stelt de volgende prestatiebeschrijvingen voor toeslagen vast die aanvullend op een basisprestatie kunnen worden geleverd. Deze toeslagen zijn alleen van toepassing indien is voldaan aan de voorwaarden die voor alle toeslagen gelden en aan de specifieke voorwaarden per afzonderlijke toeslag zoals genoemd in dit hoofdstuk.

Om voor extra bekostiging bovenop de zzp in aanmerking te komen gelden de volgende voorwaarden voor alle in dit hoofdstuk vermelde toeslagen:

De zorgaanbieder heeft geoordeeld dat de cliënt op de toeslag voor zorg is aangewezen; De Wlz-uitvoerder heeft de voorwaarden verbonden aan de toeslag, zoals vermeld in betreffende artikelen over de toeslagen, getoetst; De toeslag, met uitzondering van de prestatiecodes Z913, Z914, Z915 en Z919 en V913, V914, V915 en V919, mag per cliënt per dag eenmaal worden gedeclareerd. Het aantal afgesproken dagen per toeslag is niet groter dan het aantal afgesproken vpt- of zzp-dagen voor die cliënt. De toeslagen met prestatiecodes Z913, Z914, Z915 en Z919 en V913, V914, V915 en V919 mogen per cliënt tweemaal per dag gedeclareerd worden; In de Matrix samenhangende toeslagen is weergegeven welke toeslagen wel en niet in combinatie met elkaar gedeclareerd kunnen worden. De matrix is opgenomen als bijlage 3. Deze bijlage maakt onlosmakelijk deel uit van deze beleidsregel.

Artikel 8

(O513, O523, O533, O543, O553 en O573)

Artikel 9

Artikel 10

Voor de bekostiging van de prestaties zzp, verblijfscomponent-niet geïndiceerde partner, logeren, kib en alle toeslagen als bedoeld in artikel 7, vallende onder deze beleidsregel geldt als voorwaarde dat de cliënt aanwezig is in de instelling.

In afwijking van artikel 10, eerste lid, geldt voor afwezigheid het volgende:

Voor cliënten waarvoor een zzp-prestatie wordt afgenomen, komen de volgende dagen in aanmerking voor bekostiging ter hoogte van het afgesproken tarief met ingang van de eerste volledige dag van afwezigheid van de cliënt:

a) a) De dagen dat een cliënt tijdelijk is opgenomen bij een andere zorgaanbieder of op een andere locatie van de zorgaanbieder binnen dezelfde rechtspersoon, en daar verblijft voor:

      
      Wlz-zorg met behandeling (zzp inclusief behandeling) waarbij de cliënt eerder alleen Wlz-verblijf zonder behandeling ontving (zzp exclusief behandeling);
    
    
      
      Revalidatiezorg waaronder ook wordt verstaan geriatrische revalidatiezorg zoals omschreven in de Zvw2Cliënten die verblijven in een instelling met behandeling komen hiervoor niet in aanmerking en vv herstelgerichte behandeling met verpleging en verzorging zoals omschreven in de Wlz (vv-9b);
    
    
      
      Gespecialiseerde ggz;
    
    
      
      Medisch specialistische zorg.
    
  
  Indien de cliënt waarop een situatie van toepassing is zoals bedoeld onder a. naar verwachting langer dan 91 dagen afwezig is moet de Wlz-uitvoerder binnen de periode van 91 dagen toestemming hebben verleend voor een verlenging van de periode waarin afwezigheid wordt bekostigd.

Wlz-zorg met behandeling (zzp inclusief behandeling) waarbij de cliënt eerder alleen Wlz-verblijf zonder behandeling ontving (zzp exclusief behandeling); Revalidatiezorg waaronder ook wordt verstaan geriatrische revalidatiezorg zoals omschreven in de Zvw2Cliënten die verblijven in een instelling met behandeling komen hiervoor niet in aanmerking en vv herstelgerichte behandeling met verpleging en verzorging zoals omschreven in de Wlz (vv-9b); Gespecialiseerde ggz; Medisch specialistische zorg. b) b) De dagen dat een cliënt tijdelijk afwezig is door vakantie of detentie met een maximum van 14 aaneengesloten dagen per keer. Het aantal weekenddagen in de aaneengesloten vakantieperiode tellen hierin mee. De dagen worden alleen bekostigd indien de cliënt voor de vakantie of detentie reeds 14 dagen verbleef bij de instelling. Per kalenderjaar kunnen niet meer dan 42 afwezigheidsdagen als gevolg van vakantie of detentie worden bekostigd. c) c) De dagen dat een cliënt die als leerling voor dagonderwijs staat ingeschreven en dit onderwijs ook daadwerkelijk volgt, tijdelijk afwezig is door vakantie. Er worden niet meer afwezigheidsdagen bekostigd dan de wettelijke vakantieduur. d) d) De maximaal twee aaneengesloten dagen dat een cliënt afwezig is in een periode van zeven dagen (maandag tot en met zondag), voorheen weekendverlof.

De in artikel 10, tweede lid, genoemde uitzonderingen hebben geen betrekking op de toeslagen die zijn vermeld in artikel 7, met uitzondering van de toeslagen woonzorg ghz (Z978, Z979 en Z980) en de toeslag gespecialiseerde epilepsiezorg laag (Z975).

De in artikel 10, tweede lid, genoemde uitzonderingen hebben ook geen betrekking op:

afzonderlijk afgesproken dagbesteding; vervoer naar en van dagbesteding/dagbehandeling; afzonderlijk afgesproken behandeling; deeltijdverblijf (dtv).

Voor de bekostiging van de prestaties vpt, dagbesteding, behandeling en alle toeslagen als genoemd in deze beleidsregel geldt als voorwaarde dat de prestatie daadwerkelijk geleverd is. Dit houdt in dat afwezigheid niet wordt bekostigd. Onder afwezigheid wordt verstaan dat de cliënt niet verblijft op zijn/haar woonadres.

In afwijking van artikel 10, derde lid, geldt voor afwezigheid het volgende:

Voor cliënten waarvoor een vpt wordt afgenomen of die als leveringsvorm hebben gekozen voor een vpt-prestatie komen de volgende dagen in aanmerking voor bekostiging ter hoogte van het afgesproken vpt-tarief met ingang van de eerste volledige dag van afwezigheid van de cliënt:

a) a) De dagen dat een cliënt tijdelijk is opgenomen bij een zorgaanbieder en daar verblijft voor:

      
      Wlz-zorg met behandeling (zzp inclusief behandeling);
    
    
      
      revalidatiezorg waaronder ook wordt verstaan geriatrische revalidatiezorg zoals omschreven in de Zvw en vv herstelgerichte behandeling met verpleging en verzorging (vv-9b) zoals omschreven in de Wlz;
    
    
      
      gespecialiseerde ggz of
    
    
      
      medisch specialistische zorg.
    
  
  Indien de cliënt waarop een situatie van toepassing is als bedoeld onder a. naar verwachting langer dan 91 dagen afwezig is, moet de Wlz-uitvoerder binnen de periode van 91 dagen toestemming hebben verleend voor een verlenging van de periode waarin afwezigheid wordt bekostigd.

Wlz-zorg met behandeling (zzp inclusief behandeling); revalidatiezorg waaronder ook wordt verstaan geriatrische revalidatiezorg zoals omschreven in de Zvw en vv herstelgerichte behandeling met verpleging en verzorging (vv-9b) zoals omschreven in de Wlz; gespecialiseerde ggz of medisch specialistische zorg. b) b) De dagen dat een cliënt tijdelijk afwezig is door vakantie, tijdelijk verblijf bij familie, logeren in verband met het ontlasten van de mantelzorger3Zoals genoemd in de Wet langdurige zorg artikel 3.1.1., eerste lid, onderdeel g, of detentie met een maximum van 14 aaneengesloten dagen per keer. Het aantal weekenddagen in de aaneengesloten afwezigheidsperiode telt hierin mee. De dagen worden alleen bekostigd indien de cliënt voorafgaand aan de afwezigheidsperiode reeds 14 dagen zijn vpt-dagen ontving.

Per kalenderjaar kunnen niet meer dan 42 afwezigheidsdagen als gevolg van bovengenoemde worden bekostigd, met uitzondering van verblijf bij familie in de weekenden.

De in artikel 10, vierde lid, genoemde uitzonderingen hebben geen betrekking op de toeslagen die zijn vermeld in artikel 7, met uitzondering van de toeslagen woonzorg ghz (V978, V979 en V980) en de toeslag gespecialiseerde epilepsiezorg laag (V975).

De in artikel 10, vierde lid, genoemde uitzonderingen hebben ook geen betrekking op:

afzonderlijk afgesproken dagbesteding; vervoer naar en van dagbesteding/dagbehandeling; afzonderlijk afgesproken behandeling.

Artikel 11

Indien een cliënt geïndiceerd wordt voor een sglvg- of lvg-indicatie, maar er nog geen plaats is in een instelling die de bij dat profiel benodigde zorg kan leveren, kan volgens artikel 2.5, tweede lid, van de Regeling langdurige zorg (Rlz)4Onder voorbehoud van inwerkingtreding van de wijziging van de Regeling langdurige zorg waarbij met ingang van 2020 een overbruggingsregeling mogelijk wordt gemaakt omtrent de instroom van lvg- en sglvg-cliënten., tijdelijk zorg geleverd worden middels een vpt, mpt, of via een intramurale zorgaanbieder. Deze vorm van overbruggingszorg geldt gedurende een periode van maximaal dertien weken. Op grond van artikel 3.3.6, derde lid, van de Wlz, kan die termijn van dertien weken worden verlengd indien er zicht op is dat binnen afzienbare tijd na het aflopen van die termijn zorg geboden kan worden in een instelling voor sglvg- of lvg-cliënten.

Artikel 12

    1. Aanvullende voorwaarden voor prestatie zzp en vpt vv-10 (palliatief terminale zorg) Voor zorg aan cliënten met een Wlz-indicatie die lijden aan een ziekte/aandoening en zich in de terminale levensfase bevinden dat wil zeggen een levensverwachting van niet langer dan drie maanden en die intensieve palliatieve terminale zorg nodig hebben is een aparte bekostiging. De zorgvraag dient dan aan alle onderstaande criteria te voldoen:

      
      de extra zorginzet is onderbouwd en de levensverwachting is ingeschat;
      
      
      
      de cliënt moet beschikken over een geldige Wlz-indicatie;
      
      
      
      Voor prestatie zzp vv-10 gelden daarnaast nog aanvullend de volgende criteria:
      
      
          ○
          er is noodzaak tot zeer intensieve 24-uurszorg, die in het reeds geïndiceerde zorgprofiel niet mogelijk is;
      
      
          ○
          er is noodzaak tot bestrijding van zware pijn en/of verwardheid en/of benauwdheid en/of onrust;
      
      
          ○
          er is sprake van complexe zorg en inzet van verschillende disciplines en noodzaak van continue nabijheid van zorg.
      

      De onderbouwing van de extra zorginzet, de inschatting van de levensverwachting, de geldige Wlz-indicatie en de vaststelling dat aan de laatste drie voorwaarden is voldaan, worden opgenomen in het cliëntdossier van de zorgaanbieder. Dit ter toetsing bij de materiële controle. de extra zorginzet is onderbouwd en de levensverwachting is ingeschat; de cliënt moet beschikken over een geldige Wlz-indicatie; Voor prestatie zzp vv-10 gelden daarnaast nog aanvullend de volgende criteria:

          ○
          er is noodzaak tot zeer intensieve 24-uurszorg, die in het reeds geïndiceerde zorgprofiel niet mogelijk is;
      
      
          ○
          er is noodzaak tot bestrijding van zware pijn en/of verwardheid en/of benauwdheid en/of onrust;
      
      
          ○
          er is sprake van complexe zorg en inzet van verschillende disciplines en noodzaak van continue nabijheid van zorg.
      

○ ○ er is noodzaak tot zeer intensieve 24-uurszorg, die in het reeds geïndiceerde zorgprofiel niet mogelijk is; ○ ○ er is noodzaak tot bestrijding van zware pijn en/of verwardheid en/of benauwdheid en/of onrust; ○ ○ er is sprake van complexe zorg en inzet van verschillende disciplines en noodzaak van continue nabijheid van zorg. 2. 2. Geen indicatiebesluit voor zorgprofiel Beschermd verblijf met intensieve palliatief-terminale zorg Het CIZ indiceert met ingang van 1-1-2018 niet meer voor bovengenoemd zorgprofiel. Wanneer in een beleidsregel of nadere regel gesproken wordt over geïndiceerd voor, aangewezen op of indicatiebesluit wordt hiermee tevens bedoeld de cliënt waarvoor vpt of zzp vv-10 in rekening wordt gebracht en voldoet aan de voorwaarden die gesteld worden in artikel 12, eerste lid. 3. 3. Palliatief terminale zorg voor Wlz-cliënten met een zorgprofiel gehandicaptenzorg (ghz) of geestelijke gezondheidszorg (ggz) Wlz-cliënten met een zorgprofiel gehandicaptenzorg (ghz) of geestelijke gezondheidszorg (ggz) die terminale zorg behoeven, hebben toegang tot de prestatie vpt of zzp vv-10 wanneer de dominante grondslag een somatische en/of psychogeriatrische ziekte/aandoening wordt en wanneer zij voldoen aan de gestelde criteria in artikel 12, eerste lid.

Artikel 13

Het doel van dtv is dat cliënten, middels een gemiddeld vast patroon, van verblijfplaats kunnen wisselen: ze wonen deels thuis en deels in een instelling. Hierdoor kunnen cliënten wennen aan het verblijf in een instelling en/of worden mantelzorgers ontzien.

Voor dtv geldt het volgende:

Dtv is mogelijk voor cliënten met een Wlz-indicatie vv-4 t/m vv-8, vg-3 t/m vg-8, lg-2, lg-4 t/m lg-7, zg-aud-2 t/m zg-aud-4, zg-vis-2 t/m zg-vis-5, ggz-wonen 1 t/m ggz wonen 5. Een cliënt kan alleen zorg ontvangen via dtv indien er sprake is van een gemiddeld vast en structureel patroon van verblijf in een instelling en thuis. Hierbij moet ook de tijdspanne benoemd worden waarin het patroon zich moet voordoen. De toegestane omvang van dtv is 3½, 4 of 4½ etmalen per week. De bekostigingssystematiek in de langdurige zorg kent geen halve etmalen. Daarom wordt dtv bezien over een periode van 14 etmalen (in een periode van 14 etmalen gaat het dan om gemiddeld 7, 8 of 9 etmalen). Dtv omvat zzp-prestaties exclusief behandeling. Om declaratie van dtv mogelijk te maken, zijn aparte codes beschikbaar gesteld. Als dtv wordt gedeclareerd, moeten die codes worden gebruikt/vermeld. De specifieke behandeling kan via de mpt-prestaties gedeclareerd worden indien nodig. Dtv kan niet gecombineerd worden met afwezigheidsdagen en mutatiedagen. In de ghz-sector en de sector ggz Wonen wordt dagbesteding zowel tijdens het dtv als tijdens de mpt-etmalen thuis bekostigd uit het mpt via de H8xx-codes (ghz) en de codes H001G-H005G voor dagbesteding en de codes H410-H416 voor vervoer van en naar de dagbesteding (ggz wonen). In de vv-sector wordt dagbesteding bekostigd via een combinatie van zzps inclusief dagbesteding en mpt:

      ○
      De dagbesteding die de cliënt tijdens het dtv ontvangt, wordt bekostigd uit het zzp inclusief dagbesteding.
    
    
      ○
      De dagbesteding die de cliënt tijdens het verblijf in de thuissituatie ontvangt, wordt vanuit het mpt bekostigd.

○ ○ De dagbesteding die de cliënt tijdens het dtv ontvangt, wordt bekostigd uit het zzp inclusief dagbesteding. ○ ○ De dagbesteding die de cliënt tijdens het verblijf in de thuissituatie ontvangt, wordt vanuit het mpt bekostigd.

Het bekostigen van dagbesteding en vervoer in geval van dtv gaat via de volgende prestaties:

^1 Het betreft hier de dagbestedings- en vervoersprestaties voor de gehandicaptenzorg uit de Beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven modulaire zorg.

^2 Het betreft hier de dagbestedings- en vervoersprestaties vv uit de Beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven modulaire zorg.

^3 Het betreft hier de dagbestedings- en vervoersprestaties vv uit de Beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven modulaire zorg.

Artikel 14

De in artikel 5 beschreven beleidsregelwaarden voor tariefvaststelling zijn:

Artikel 15

Artikel 16

De in artikel 5 beschreven beleidsregelwaarden voor tariefvaststelling zijn:

Ggz wonen modulair

Artikel 17

Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze beleidsregel wordt de Beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven zorgzwaartepakketten en volledig pakket thuis 2021, met kenmerk BR/REG-21118c, ingetrokken.

Artikel 18

De Beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven zorgzwaartepakketten en volledig pakket thuis 2020, met kenmerk BR/REG-20124c blijft van toepassing op besluiten en aangelegenheden die hun grondslag vinden in die beleidsregel en die betrekking hebben op de periode waarvoor die beleidsregel gold.

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin de mededeling als bedoeld in artikel 20, tweede lid, onderdeel b, van de Wmg, wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2021.

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven zorgzwaartepakketten en volledig pakket thuis 2021.