rijk/wet/wet-implementatie-richtlijn-markten-voor-financiële-instrumenten/BWBR0022731
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Wet implementatie richtlijn markten voor financiële instrumenten BWBR0022731 wet geldend 2007-11-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0022731 Wet implementatie richtlijn markten voor financiële instrumenten

Wet implementatie richtlijn markten voor financiële instrumenten

Artikel I

Wijzigt de Wet op het financieel toezicht.

Artikel II

Wijzigt de Algemene wet inzake rijksbelastingen, enz.

Artikel III

A. 1. 1. Een marktexploitant die direct voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet beschikt over een erkenning als bedoeld in artikel 5:26, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht, wordt na dat tijdstip geacht als marktexploitant te beschikken over de vergunning voor het exploiteren of beheren van een gereglementeerde markt, bedoeld in artikel 5:26, eerste lid, van die wet. 2. 2. Een beleggingsonderneming die een multilaterale handelsfaciliteit exploiteert en die direct voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet beschikt over een erkenning als bedoeld in artikel 5:26, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht, wordt na dat tijdstip geacht als beleggingsonderneming te beschikken over de vergunning voor het exploiteren of beheren van een multilaterale handelsfaciliteit, bedoeld in artikel 2:96, eerste lid, van die wet. 3. 3. Een houder van een met een multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is en die direct voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet beschikt over een ontheffing als bedoeld in artikel 5:27, tweede lid, van de Wet op het financieel toezicht, wordt na dat tijdstip geacht als beleggingsonderneming te beschikken over de ontheffing, bedoeld in de artikelen 2:96, tweede lid, juncto 4:91e van die wet. 4. 4. Een houder van een met een gereglementeerde markt vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is en die direct voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet beschikt over een ontheffing als bedoeld in artikel 5:27, tweede lid, van de Wet op het financieel toezicht, wordt na dat tijdstip geacht als marktexploitant te beschikken over de ontheffing, bedoeld in artikel 5:26, derde lid, van die wet. 5. 5. Een verklaring van geen bezwaar die is verleend op grond van artikel 5:32, tweede lid, van de Wet op het financieel toezicht, berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet op artikel 3:95, eerste lid, onderdeel c, van die wet indien zij betrekking heeft op een multilaterale handelsfaciliteit, of op artikel 5:32d, tweede lid, van die wet indien zij betrekking heeft op een gereglementeerde markt.

B. 1. 1. Een beleggingsonderneming als bedoeld in de Wet op het financieel toezicht kan een cliënt die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet voldoet aan de definitie van professionele belegger in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, als professionele belegger kwalificeren. De beleggingsonderneming hoeft de cliënt van deze kwalificatie niet in kennis te stellen. 2. 2. Een beleggingsonderneming als bedoeld in de Wet op het financieel toezicht hoeft een cliënt niet in kennis te stellen van de kwalificatie, bedoeld in artikel 4:18a, eerste lid, van die wet, indien die cliënt op het tijdstip van inwerkingtreding van dat artikel door de beleggingsonderneming niet als professionele belegger werd behandeld en na dat tijdstip als niet-professionele belegger wordt gekwalificeerd als bedoeld in dat artikel.

C. Een vergunning als bedoeld in artikel 2:96, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht die voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet is verleend voor het verlenen van een van de beleggingsdiensten, bedoeld in de onderdelen a, b of h van de definitie van verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, zoals die luidden voorafgaand aan dat tijdstip, wordt vanaf dat tijdstip geacht tevens te zijn verleend voor het verlenen van de beleggingsdienst, bedoeld in onderdeel d van de definitie van verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1 van die wet.

D. Een vergunning als bedoeld in artikel 2:96, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht die voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet is verleend voor het verlenen van de beleggingsdienst, bedoeld in onderdeel d van de definitie van verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1, van de Wet op het financieel toezicht, zoals dat luidde voorafgaand aan dat tijdstip, wordt vanaf dat tijdstip geacht te zijn verleend voor het verlenen van de beleggingsdienst, bedoeld in onderdeel a van de definitie van verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1 van die wet.

E. Wijzigt de Wet op het financieel toezicht.

F. 1. 1.

      Wijzigt deze wet.
      Wijzigt deze wet.
      Wijzigt deze wet.

G. Wijzigt deze wet.

Artikel IV

1. Bij ministeriële regeling kunnen, voorzover dit noodzakelijk is voor het herstel van onbedoelde gevolgen van deze wet en zo nodig in afwijking van deze wet, tijdelijke voorzieningen worden getroffen.

2. Na de plaatsing in de Staatscourant van een krachtens het eerste lid vastgestelde ministeriële regeling wordt een voorstel van wet tot regeling van het betrokken onderwerp zo spoedig mogelijk bij de Staten-Generaal ingediend. Indien het voorstel wordt ingetrokken of indien een van beide kamers der Staten-Generaal besluit het voorstel niet aan te nemen, wordt de ministeriële regeling onverwijld ingetrokken. Wordt het voorstel tot wet verheven, dan wordt de ministeriële regeling ingetrokken op het tijdstip van inwerkingtreding van die wet.

Artikel V

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen en onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel VI

Deze wet wordt aangehaald als: Wet implementatie richtlijn markten voor financiële instrumenten.