rijk/wet/wijzigingswet-wet-op-de-ruimtelijke-ordening-1999/BWBR0010577
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Wijzigingswet Wet op de Ruimtelijke Ordening (1999) BWBR0010577 wet geldend 2000-04-03 https://wetten.overheid.nl/BWBR0010577 Wijzigingswet Wet op de Ruimtelijke Ordening (1999)

Wijzigingswet Wet op de Ruimtelijke Ordening (1999)

Artikel I

Wijzigt de Wet op de Ruimtelijke Ordening.

Artikel II

Wijzigt de Woningwet.

Artikel III

Wijzigt de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing.

Artikel IV

Wijzigt de onteigeningswet.

Artikel V

Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel VI

1.

Ten aanzien van het nemen van besluiten op een aanvraag om:

a. a. vrijstelling ingevolge artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, b. b. aanlegvergunning, c. c. bouwvergunning of d. d. een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 77, eerste lid, onder 2°, van de onteigeningswet,

die is ingediend voor de datum van inwerkingtreding van de desbetreffende bepalingen van deze wet, blijft het recht zoals dat gold voor dat tijdstip van toepassing tot het tijdstip waarop het betrokken besluit onherroepelijk is geworden.

2. Ten aanzien van ambtshalve te nemen besluiten krachtens de Wet op de Ruimtelijke Ordening waarvan het ontwerp ter inzage is gelegd voor de datum van inwerkingtreding van de desbetreffende bepalingen van deze wet, blijft het recht zoals dat gold voor dat tijdstip van toepassing.

3. Ten aanzien van de mogelijkheid om bezwaar te maken of beroep in te stellen ingevolge artikel 2a, tiende lid, 4a, zevende lid, 9, tweede lid, of 36e, vierde lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, zoals die bepalingen luidden voor de inwerkingtreding van deze wet, tegen een besluit dat voor die datum is bekendgemaakt, blijft het recht zoals dat gold voor dat tijdstip van toepassing.

4. Voor de toepassing van artikel 24 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening gelden de onderdelen van een planologische kernbeslissing, een streekplan of een structuurplan, die zijn aan te merken als een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht, als een concrete beleidsbeslissing, wanneer het ontwerp van een dergelijk plan voor 3 april 2000 ter inzage is gelegd.

Artikel VII

Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer zendt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wijzigingen in de praktijk.

Artikel VIII

De tekst van de Wet op de Ruimtelijke Ordening wordt in het Staatsblad geplaatst. Voor de plaatsing past Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer de aanduiding van de provinciale bestuursorganen aan aan die van de Provinciewet.

Artikel IX

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld.