40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Besluit betrouwbaarheid en geschiktheid toezichthouders en bestuurders collectieve beheersorganisaties | BWBR0046567 | AMvB | geldend | 2022-07-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0046567 | Besluit betrouwbaarheid en geschiktheid toezichthouders en bestuurders collectieve beheersorganisaties |
Besluit betrouwbaarheid en geschiktheid toezichthouders en bestuurders collectieve beheersorganisaties
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. a.
*de wet:* de Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten;
b. b.
*grote collectieve beheersorganisatie:* een collectieve beheersorganisatie als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de wet, waarvan het geïnde bedrag aan vergoedingen in een bepaald kalenderjaar meer bedraagt dan € 50.000.000;
c. c.
*persoon:* een persoon die bij een grote collectieve beheersorganisatie is of wordt belast met taken als bedoeld in de artikelen 2e, eerste lid, of 2f, eerste lid, van de wet.
Artikel 2
1. De grote collectieve beheersorganisatie meldt het College van Toezicht een voorgenomen benoeming of herbenoeming van een persoon, voorafgaand aan die benoeming of herbenoeming.
2.
De grote collectieve beheersorganisatie overlegt aan het College van Toezicht bij de melding, bedoeld in het eerste lid, voorafgaand aan de benoeming van een persoon, in ieder geval de volgende informatie:
a. a. het curriculum vitae van die persoon; b. b. het gebruikte functieprofiel; c. c. een beschrijving van de bij de werving van die persoon gevolgde selectieprocedure; d. d. de motivering ten aanzien van de voorgenomen benoeming, waarbij in elk geval wordt ingegaan op de competenties en antecedenten van de persoon en, in geval van een benoeming in een orgaan waarvan meerdere natuurlijke personen deel uitmaken, op zijn geschiktheid, met inachtneming van de samenstelling van dat orgaan en de daarbinnen aanwezige kennis en ervaring en onder gebruikmaking van de door het College van Toezicht beschikbaar gestelde geschiktheidsmatrix; e. e. het door het College van Toezicht beschikbaar gestelde en door de persoon ingevuld formulier betrouwbaarheidsonderzoek; f. f. de door de persoon verkregen verklaring omtrent zijn gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, en g. g. drie referenties.
3. De grote collectieve beheersorganisatie overlegt aan het College van Toezicht bij de melding, bedoeld in het eerste lid, in geval van een voorgenomen herbenoeming van een persoon, de informatie, genoemd in het tweede lid, onderdelen a, b, d, e en f.
4. Nadat de bij de melding behorende informatie door de grote collectieve beheersorganisatie is overgelegd, kan het College van Toezicht binnen vier weken vaststellen of de betrouwbaarheid en geschiktheid van die persoon buiten twijfel staat. Deze termijn kan, onder bijzondere omstandigheden en onder schriftelijke kennisgeving daarvan aan de grote collectieve beheersorganisatie, eenmalig met een door het College van Toezicht te bepalen termijn van ten hoogste vier weken worden verlengd.
5. De betrouwbaarheid en geschiktheid van een persoon staat buiten twijfel wanneer dat door het College van Toezicht is vastgesteld. De betrouwbaarheid en geschiktheid van een persoon wordt geacht buiten twijfel te staan indien het College van Toezicht niet overgaat tot een beoordeling van de betrouwbaarheid en geschiktheid van de persoon of na afloop van de termijnen, genoemd in het vierde lid.
6. Indien de grote collectieve beheersorganisatie verzuimt de bij de melding behorende informatie over te leggen, kan het College van Toezicht besluiten niet over te gaan tot een beoordeling van de betrouwbaarheid en geschiktheid van die persoon. De betrouwbaarheid en geschiktheid van een persoon wordt in dat geval geacht niet buiten twijfel te staan.
Artikel 3
1. De betrouwbaarheid en geschiktheid van een persoon staat buiten twijfel zolang niet een wijziging in de relevante feiten of omstandigheden een redelijke aanleiding geeft tot een nieuwe beoordeling. De grote collectieve beheersorganisatie meldt het College van Toezicht onverwijld feiten of omstandigheden die een redelijke aanleiding kunnen geven tot een nieuwe beoordeling van de betrouwbaarheid en geschiktheid van die persoon.
2. Het College van Toezicht stelt de grote collectieve organisatie in kennis indien het overgaat tot een nieuwe beoordeling van de betrouwbaarheid en geschiktheid van die persoon. Het College van Toezicht stelt vervolgens binnen vier weken vast of de betrouwbaarheid en geschiktheid van die persoon buiten twijfel staat. Deze termijn kan, onder bijzondere omstandigheden en onder schriftelijke kennisgeving daarvan aan de grote collectieve beheersorganisatie, eenmalig met een door het College van Toezicht te bepalen termijn van ten hoogste vier weken worden verlengd.
3. Op verzoek van het College van Toezicht overlegt de grote collectieve beheersorganisatie aan het College van Toezicht opnieuw de informatie, genoemd in artikel 2, tweede lid, onderdelen e en f.
Artikel 4
Op verzoek van het College van Toezicht wordt door het College van Toezicht een gesprek met de persoon gevoerd. De in het gesprek door de persoon gegeven informatie kan door het College van Toezicht worden betrokken bij de vaststelling of de betrouwbaarheid en geschiktheid van die persoon buiten twijfel staat.
Artikel 5
Het College van Toezicht kan de betrouwbaarheid en geschiktheid van de persoon vaststellen door middel van een onderzoek. Het College van Toezicht kan dit onderzoek zelf uitvoeren of doen uitvoeren door een door het College van Toezicht te bepalen derde.
Artikel 6
1. Het College van Toezicht stelt vast of de betrouwbaarheid van een persoon buiten twijfel staat op basis van diens voornemens, handelingen en antecedenten. Deze vaststelling heeft in elk geval betrekking op de antecedenten, genoemd in de bijlage bij dit besluit.
2. Het College van Toezicht stelt vast of de geschiktheid van een persoon buiten twijfel staat op basis van diens kennis, vaardigheden en professioneel gedrag. De geschiktheid van die persoon blijkt in elk geval uit de opleiding, werkervaring en competenties van de persoon en de doorlopende toepassing hiervan.
3.
Het College van Toezicht neemt bij zijn vaststelling, bedoeld in het eerste lid, in aanmerking:
a. a. de zwaarte van het antecedent; b. b. de ouderdom van het antecedent; c. c. de aard van het antecedent; en d. d. het onderlinge verband tussen de aan een antecedent ten grondslag liggende gedraging of gedragingen en de overige omstandigheden van het geval.
4.
Het College van Toezicht betrekt bij zijn vaststelling, bedoeld in het eerste en tweede lid, tevens de volgende omstandigheden en belangen:
a. a. de belangen die de wet beoogt te beschermen; b. b. de aard en zwaarte van de functie waarvoor die persoon in aanmerking wordt gebracht; c. c. de aard en de omvang van de werkzaamheden van de grote collectieve beheersorganisatie; en d. d. de overige belangen van de grote collectieve beheersorganisatie, de persoon, rechthebbenden en organisaties die rechthebbenden vertegenwoordigen.
Artikel 7
Wijzigt het Besluit doorberekening kosten College van Toezicht.
Artikel 8
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2022.
Artikel 9
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit betrouwbaarheid en geschiktheid toezichthouders en bestuurders collectieve beheersorganisaties.