rijk/amvb/besluit-vaststelling-premieregeling-reserve-personeel-bij-de-gronddienst-van-de/BWBR0002159
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit vaststelling premieregeling reserve-personeel bij de gronddienst van de Koninklijke Luchtmacht BWBR0002159 AMvB geldend 1954-12-20 https://wetten.overheid.nl/BWBR0002159 Besluit vaststelling premieregeling reserve-personeel bij de gronddienst van de Koninklijke Luchtmacht

Besluit vaststelling premieregeling reserve-personeel bij de gronddienst van de Koninklijke Luchtmacht

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder maand:

de periode, gerekend van een datum tot de overeenkomstige datum van de volgende kalendermaand.

Artikel 2

1. Een militair of gewezen militair, die een verbintenis als bedoeld in artikel 1, in artikel 5, eerste of derde lid - in het laatste geval hetzij voor de eerste maal, hetzij na verlenging voor een tweede maal - of in artikel 6, tweede lid, van het Besluit verbintenissen gronddienst Luchtmacht, ten volle heeft volbracht, dan wel wiens zodanige verbintenis door een niet van zijn handelen of nalaten afhankelijke oorzaak is geëindigd binnen het tijdvak waarvoor zij is aangegaan, heeft voor elke maand welke hij krachtens de bedoelde - eventueel verlengde - verbintenis, anders dan ter voldoening aan de in artikel 1 onder 1° van het vorengenoemde besluit bedoelde verplichting, in werkelijke dienst heeft doorgebracht, aanspraak op een geldelijke uitkering.

2.

De in lid 1 bedoelde geldelijke uitkering bedraagt voor een maand:

a. a. f 166,- indien de militair of gewezen militair op de laatste dag van die maand een officiersrang bekleedde; b. b. f 116,- in alle andere dan de onder a bedoelde gevallen.

3. Indien een verbintenis door de in het eerste lid genoemde oorzaak niet ten volle wordt volbracht, wordt voor de berekening van de in dat lid bedoelde geldelijke uitkering een gedeelte van een maand aangemerkt als een volle maand.

Artikel 3

Een uitkering als bedoeld in artikel 2 wordt uitbetaald binnen twee weken nadat daarop aanspraak is ontstaan, tenzij de belanghebbende te kennen geeft, dat hij aan uitbetaling op een later tijdstip of aan uitbetaling in termijnen de voorkeur geeft, in welk geval zulks kan plaats vinden met toepassing van door Onze Minister van Defensie ter zake gestelde regelen.