rijk/amvb/besluit-vervangingsfonds-2022/BWBR0030106
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit vervangingsfonds 2022 BWBR0030106 AMvB geldend 2012-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0030106 Besluit vervangingsfonds 2022

Besluit vervangingsfonds 2022

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • bestuur: bestuur van het vervangingsfonds;
  • bevoegd gezag: een bij het vervangingsfonds, op grond van artikel 188, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs of artikel 167, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra, aangesloten bevoegd gezag van een school of instelling of bestuur van een samenwerkingsverband;
  • Onze Minister: Onze Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs en Media;
  • vervangingsfonds: de rechtspersoon, bedoeld in artikel 188, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs en artikel 167, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra.

Artikel 2

Vervallen

Artikel 3

1.

Onze Minister stemt in met de statuten alsmede de wijziging daarvan, bedoeld in artikel 194, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs en artikel 173, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra, indien de statuten ten minste de volgende bepalingen bevatten:

a. a. dat het vervangingsfonds zich ten doel stelt de waarborgen te bieden, bedoeld in artikel 188, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs en artikel 167, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra; b. b. de wijze van benoeming, herbenoeming, schorsing en ontslag door het vervangingsfonds van de leden en plaatsvervangend leden van het bestuur; c. c. het aantal leden en plaatsvervangend leden van het bestuur dat wordt benoemd, met dien verstande dat het bestuur ten minste drie en ten hoogste negen leden heeft, waarvan één voorzitter; d. d. dat de leden en plaatsvervangend leden, met uitzondering van de voorzitter, voor de ene helft worden benoemd op bindende voordracht van de daarvoor in aanmerking komende personeelsorganisaties in het onderwijs en voor de andere helft worden benoemd op bindende voordracht van de centrale werkgeversorganisatie primair onderwijs; e. e. dat het vervangingsfonds ten minste eenmaal per jaar overleg voert met Onze Minister of een door Onze Minister aan te wijzen vertegenwoordiger; f. f. dat het bestuur in het kader van zijn taakuitoefening, bedoeld in artikel 188, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs en artikel 167, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra, het bevoegd gezag bij reglement of anderszins verplichtingen van administratieve aard oplegt ten behoeve van:

        1°.
        de controle van de rechtmatigheid van de uitgaven van het vervangingsfonds;
      
      
        2°.
        het verkrijgen door het vervangingsfonds van betrouwbare gegevens met betrekking tot ziekteverzuim, andere vormen van afwezigheid en vervanging;
      
      
        3°.
        de doelmatige uitvoering van de werkzaamheden door het vervangingsfonds;
      
      
        4°.
        het voldoen aan verplichtingen van het vervangingsfonds uit hoofde van de wet of dit besluit, en
      
      
        5°.
        het vaststellen van de bijdrage die het bevoegd gezag aan het vervangingsfonds moet voldoen;

1°. 1°. de controle van de rechtmatigheid van de uitgaven van het vervangingsfonds; 2°. 2°. het verkrijgen door het vervangingsfonds van betrouwbare gegevens met betrekking tot ziekteverzuim, andere vormen van afwezigheid en vervanging; 3°. 3°. de doelmatige uitvoering van de werkzaamheden door het vervangingsfonds; 4°. 4°. het voldoen aan verplichtingen van het vervangingsfonds uit hoofde van de wet of dit besluit, en 5°. 5°. het vaststellen van de bijdrage die het bevoegd gezag aan het vervangingsfonds moet voldoen; g. g. dat bij ontbinding of beëindiging van de werkzaamheden van het vervangingsfonds de bestemming van het bij liquidatie aanwezige vermogen door het bestuur wordt vastgesteld in overeenstemming met Onze Minister; en h. h. dat het vervangingsfonds een van het bestuur onafhankelijke commissie instelt die is belast met het interne toezicht en waarvan de taken zijn vastgelegd in de statuten.

2. Onze Minister stemt in ieder geval niet in met een door het Vervangingsfonds voorgestelde wijziging van de statuten, indien een dergelijk besluit in strijd is met de wet of met dit besluit, dan wel in strijd is met het algemeen belang of met een op grond van artikel 21 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen door Onze Minister vastgestelde beleidsregel, dan wel niet is te verenigen met de waarborgen welke het Vervangingsfonds zich ten doel stelt te bieden.

Artikel 4

Bij de intrekking van de aanwijzing van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 188, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs en artikel 167, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra:

a. a. wendt het vervangingsfonds de onder zijn beheer staande middelen, bestemd voor het verschaffen van de waarborgen, bedoeld in artikel 188, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs en artikel 167, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra, aan voor het doel waartoe die middelen aan het vervangingsfonds ter beschikking zijn gesteld; of b. b. draagt het vervangingsfonds de in onderdeel a bedoelde middelen over aan een andere, door Onze Minister op grond van de in de aanhef genoemde artikelen, aan te wijzen rechtspersoon.

Artikel 5

Vervallen

Artikel 6

Vervallen

Artikel 7

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip en vervalt op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel E, en artikel II, onderdeel D, van de Wet van 11 oktober 2021 tot wijziging van de Wet op het primair onderwijs en de Wet op de expertisecentra in verband met beëindiging van de verplichte aansluiting bij een rechtspersoon in verband met kosten van vervanging en in verband met wijziging van de wijze waarop de werkloosheidsuitkeringen worden verevend (beëindiging vervangingsfonds en modernisering participatiefonds) (Stb. 2021, 538) in werking treden.

Artikel 8

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit vervangingsfonds, met vermelding van het jaartal van het Staatsblad waarin het zal worden geplaatst.