rijk/beleidsregel/heffing-van-omzetbelasting-ten-aanzien-van-diverse-door-notarissen-berekende-kos/BWBR0005020
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Heffing van omzetbelasting ten aanzien van diverse door notarissen berekende kosten BWBR0005020 beleidsregel geldend 1991-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0005020 Heffing van omzetbelasting ten aanzien van diverse door notarissen berekende kosten

Heffing van omzetbelasting ten aanzien van diverse door notarissen berekende kosten

1. Inleiding

In onderdeel 4 van de aanschrijving van 21 december 1990, nr. WV90/419, BTW-295, is van bepaalde bedragen die door notarissen aan hun cliënten worden berekend aangegeven of deze al dan niet tot de vergoeding in de zin van artikel 8 van de Wet op de omzetbelasting 1968 (verder: de Wet) behoren. Inmiddels is mij gebleken dat naast deze kostenposten nog diverse andere bedragen voorkomen, waarvan het niet in alle gevallen eenvoudig is te bepalen of deze tot de belastbare vergoeding behoren. Teneinde op dit punt meer duidelijkheid te verschaffen bevat deze aanschrijving een overzicht van de desbetreffende kostenposten met de daarop betrekking hebbende BTW-consequenties. Ten behoeve van de overzichtelijkheid zijn de reeds in genoemde aanschrijving vermelde kostenposten ook in dit overzicht opgenomen.

2. Zonder BTW aan de notaris berekende kosten

Voor het verrichten c.q. het vastleggen van diverse rechtshandelingen is de tussenkomst van een (semi-)overheidslichaam voorgeschreven c.q. wenselijk. De verschillende instellingen brengen voor het verrichten van de daarmee gemoeide werkzaamheden bepaalde bedragen in rekening. Het kader waarbinnen de heffing van deze bedragen plaatsvindt is vastgelegd in de ter zake geldende regelgeving. Als voorbeelden van dergelijke bedragen kunnen worden genoemd: de kadastrale rechten die moeten worden betaald aan de Dienst van het Kadaster en Openbare registers, de griffierechten die de verschillende rechtscolleges berekenen, de aan de gemeenten te betalen legeskosten en de bedragen die aan de Kamers van Koophandel worden voldaan.

In de praktijk worden notarissen bij de verschillende procedures voor het verrichten c.q. vastleggen van de rechtshandelingen door hun cliënten ingeschakeld. Het zijn de notarissen die worden geconfronteerd met vorenbedoelde bedragen.

Ten aanzien van deze kostenposten is in de bijgevoegde bijlagen aangegeven, welke kostenposten voorshands geen onderdeel behoeven uit te maken van de belastbare vergoeding (bijlage A) en welke kostenposten steeds tot de vergoeding behoren (bijlage B).

Er zij met nadruk op gewezen dat de in bijlage A genoemde kostenposten alleen buiten de heffing van omzetbelasting blijven indien:

deze kosten door de notaris afzonderlijk en als zodanig op de factuur of rekening worden vermeld en deze kosten worden doorberekend voor het bedrag dat op grond van de van toepassing zijnde bepalingen en voorschriften is verschuldigd ter zake van de verrichte handeling(en). Wanneer het bedrag door de notaris aan zijn cliënt met een winstopslag wordt doorberekend, behoort dit bedrag volledig tot de belastbare vergoeding te worden gerekend.

3. Met BTW aan de notaris berekende kosten

Het is ook mogelijk dat de notaris ten behoeve van zijn cliënt andere ondernemers inschakelt voor het verrichten van bepaalde werkzaamheden. Alsdan komt de vraag naar voren of de door deze ondernemers aan de notaris doorberekende bedragen kunnen worden aangemerkt als een doorlopende post. Als voorbeelden van doorberekende bedragen kunnen worden genoemd:

de nota van de makelaar die door de notaris wordt ingeschakeld om te bemiddelen bij de aan- of verkoop van onroerend goed; de nota van de advocaat die door de notaris wordt ingeschakeld om procureurswerkzaamheden te verrichten (bij voorbeeld in geval van wijziging van de huwelijkse voorwaarden).

Voor deze kostenposten maakt het in BTW-technisch opzicht geen verschil, of zij nu wel of niet tot de belastbare vergoeding behoren.

Als de kostenpost niet tot de vergoeding behoort wordt de post, inclusief de in rekening gebrachte BTW, aan de cliënt berekend. Indien de kostenpost onderdeel vormt van de vergoeding voor de door de notaris verrichte werkzaamheden, trekt de notaris de hem door de andere ondernemer in rekening gebrachte BTW af, en brengt vervolgens zijn cliënt weer BTW in rekening. In beide gevallen wordt voor de toepassing van de BTW derhalve eenzelfde resultaat behaald.

Hierbij dient echter te worden aangetekend, dat het voor de cliënt van de notaris wel degelijk van belang kan zijn, of de desbetreffende kostenpost wel of niet tot de vergoeding wordt gerekend. Als de cliënt de hoedanigheid van aftrekgerechtigde ondernemer bezit, vraagt het niet tot de vergoeding rekenen van de kostenpost om het treffen van bijzondere maatregelen. In dat geval kan de cliënt het hem toekomende aftrekrecht namelijk niet zonder meer realiseren, omdat de op de desbetreffende kostenpost drukkende BTW feitelijk aan de notaris in rekening zal worden gebracht. De factuur dient alsdan op naam te worden gesteld van de cliënt van de notaris.

In verband hiermee ontmoet het bij mij vanuit praktisch oogpunt geen bezwaar dat de notaris de met BTW berekende kostenposten in alle gevallen tot de vergoeding rekent. In dat geval trekt de notaris de hem ter zake van de desbetreffende kostenpost in rekening gebrachte BTW af, waarna hij aan zijn cliënt wederom ter zake van het totaal, inclusief de doorberekende kosten, BTW in rekening brengt.

4. Tarieftoepassing bij advertentiekosten

Het is mogelijk dat de notaris voor rekening van zijn cliënt advertenties laat plaatsen. Dit kan bij voorbeeld het geval zijn bij de verkoop van een onroerend goed via een veiling. Ten aanzien van de tarieftoepassing bij deze kosten merk ik op, dat de in paragraaf 4, punt 1, van de Toelichting op post b4 van de bij de Wet behorende Tabel I beschreven gedragslijn op overeenkomstige wijze kan worden gevolgd. Dit houdt in dat de notaris ter zake van deze advertentiekosten, onder de in genoemde paragraaf vermelde voorwaarden, het verlaagde BTW-tarief kan toepassen.

5. Rente over bij notaris berustende bedragen

In de praktijk komt het veelvuldig voor, dat de notaris gelden van derden gedurende een bepaalde periode op een daartoe openstaande bankrekening onder zich houdt (bijv. de door de koper van een onroerend goed gestorte waarborgsom). De ter zake ontvangen rente wordt door de notaris aan de rechthebbende doorbetaald. Deze door de notaris aan de rechthebbende doorbetaalde rente blijft buiten de BTW-heffing.

6. Verkoop vrij op naam

Bij resolutie van 3 april 1970, nr. B69/18539, OB-BTW-226, is goedgekeurd dat de bij verkoop vrij op naam van onroerend goed ten laste van de verkoper komende overdrachtskosten (notariskosten, kadastrale rechten en eventueel registratierechten) bij de verkoper niet tot de belastbare vergoeding behoren. In verband met het met ingang van 1 januari 1991 in de BTW-heffing betrekken van de ambtelijke werkzaamheden van notarissen is het noodzakelijk deze voorziening aan de aldus gewijzigde situatie aan te passen. In overeenstemming met doel en strekking van genoemde resolutie stem ik er dan mee in, dat de door de notaris bij een verkoop vrij op naam aan de verkoper conform het gestelde in punt 2 zonder BTW doorberekende kosten ( bijv. kadastrale rechten) ook bij de verkoper buiten de heffing van BTW blijven, mits deze kosten afzonderlijk aan de koper in rekening worden gebracht.

7. Slot

Met het vorenstaande, waarover de inspecteurs bevoegd voor de omzetbelasting en de Koninklijke Notariële Broederschap reeds zijn geïnformeerd, kan met ingang van 1 januari 1991 rekening worden gehouden. In verband met het voorgaande hebben de resolutie van 3 april 1970, nr. B69/18539, OB-BTW-226, alsmede onderdeel 4, vanaf letter d, van de resolutie van 21 december 1990, nr. VW90/419, BTW-295, thans hun betekenis verloren.

Bijlage A

Kostenposten die niet tot de vergoeding behoren

Bijlage B

Kostenposten die tot de vergoeding behoren