rijk/kb/besluit-luchtemissies-afvalverbranding/BWBR0005836
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit luchtemissies afvalverbranding BWBR0005836 KB geldend 1993-02-21 https://wetten.overheid.nl/BWBR0005836 Besluit luchtemissies afvalverbranding

Besluit luchtemissies afvalverbranding

Artikel 1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. a. inrichting: inrichting die behoort tot een krachtens artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer aangewezen categorie, die in hoofdzaak is bestemd voor het verbranden van huishoudelijke afvalstoffen of van afvalstoffen afkomstig van bedrijven, die te zamen met huishoudelijke afvalstoffen worden verbrand; b. b. bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is een vergunning krachtens artikel 8.1 van de Wet milieubeheer voor de betrokken inrichting te verlenen; c. c. zware metalen: de scheikundige elementen Sb, Pb, Cr, Cu, Mn, V, Sn, As, Co, Ni, Se of Te, alsmede hun verbindingen, berekend als de onderscheidene elementen; d. d. cadmium: het scheikundige element Cd, alsmede de Cd-verbindingen, berekend als Cd; e. e. kwik: het scheikundige element Hg, alsmede de Hg-verbindingen, berekend als Hg.

Artikel 2

Degene die een inrichting drijft:

a. a. voor het oprichten en in werking hebben waarvan een vergunning geldt krachtens artikel 8.1 van de Wet milieubeheer, die op of na 1 april 1990 is verleend, dient met betrekking tot die verbranding te voldoen aan de voorschriften die zijn opgenomen in de bij dit besluit behorende bijlage A, alsmede aan de krachtens deze voorschriften door het bevoegd gezag gestelde nadere eisen; b. b. voor het oprichten en in werking hebben waarvan een vergunning geldt krachtens artikel 8.1 van de Wet milieubeheer, die voor 1 april 1990 is verleend, dient met betrekking tot die verbranding te voldoen aan de voorschriften die zijn opgenomen in de bij dit besluit behorende bijlage B, alsmede aan de krachtens deze voorschriften door het bevoegd gezag gestelde nadere eisen.

Artikel 3

1.

Het bevoegd gezag kan bij het verlenen of het wijzigen van de vergunning voor de inrichtingen, bedoeld in artikel 2, afwijken van de voorschriften, opgenomen in de bij dit besluit behorende:

a. a.

      bijlage A, onder 1, onderdeel *b*, en bijlage B, onder 2, onderdeel *a*, voor zover daardoor per component geen hogere waarden voor de uitworp met de rookgassen worden bereikt dan overeenkomstig deze bijlagen is toegestaan;

b. b.

      bijlage A, onder 3, onderdeel *j*, en bijlage B, onder 1, indien degene die de inrichting drijft, aan het bevoegd gezag aantoont dat de hiertoe behorende installatie voor de reiniging van rookgassen ten minste negentig procent van het in de rookgassen aanwezige kwik verwijdert en emissie naar de lucht van kwik de grenswaarde 0,1 mg/m^3 niet overschrijdt;

c. c.

      bijlage A, onder 4.2, onderdeel *a*, en bijlage B, onder 1, indien het bevoegd gezag na een aantal metingen is gebleken dat aan de emissie-eisen is voldaan, mits in plaats van de in die voorschriften tussen de metingen aangegeven periodes, periodes van ten hoogste een jaar worden voorgeschreven.

2. Het bevoegd gezag kan bij het verlenen of het wijzigen van de vergunning voor de inrichtingen, bedoeld in artikel 2, onder b, tot een maximum van 0,4 ng I-TEQ/m^3 afwijken van het voorschrift, opgenomen in de bij dit besluit behorende bijlage A, onder 3, onderdeel k, en bijlage B, onder 1, voor zover naar zijn oordeel de inrichting, gezien de stand der techniek, niet of alleen tegen extreem hoge kosten zodanig kan worden aangepast of verbouwd dat aan dat voorschrift kan worden voldaan.

Artikel 4

Een beschikking waarin nadere eisen worden gesteld, wordt gezonden aan degene die de inrichting drijft, en aan de inspecteur.

Artikel 5

Onze Minister stelt nadere regels over de wijze waarop en de omstandigheden waaronder degene die de inrichting drijft, de metingen, bedoeld in de bij dit besluit behorende bijlagen, dient te verrichten. Tevens stelt hij nadere regels over de wijze waarop de resultaten van die metingen dienen te worden geregistreerd.

Artikel 6

Het bevoegd gezag stelt de inspecteur jaarlijks op de hoogte van de resultaten van de ingevolge de bij dit besluit behorende bijlagen te verrichten metingen.

Artikel 7

1.

Dit besluit treedt in werking:

a. a. ten aanzien van de inrichtingen, bedoeld in artikel 2, onder a: met ingang van een maand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst; b. b. ten aanzien van de inrichtingen, bedoeld in artikel 2, onder b: met ingang van 1 januari 1995.

2. In afwijking van het eerste lid, onder a en b, treden de voorschriften in de bij dit besluit behorende bijlage A, onder 3, onderdeel g, en bijlage B, onder 2, onderdeel d, in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor die onderdelen verschillend kan worden gesteld.

Artikel 8

Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit luchtemissies afvalverbranding.

Bijlage A. behorende bij het Besluit luchtemissies afvalverbranding Voorschriften voor afvalverbrandingsinrichtingen als bedoeld in

Bijlage B. behorende bij het

Voorschriften voor afvalverbrandingsinrichtingen als bedoeld in artikel 2, onder B