rijk/ministeriele-regeling/aanwijzing-buitengewoon-opsporingsambtenaren-landelijk-informatiecentrum-voertui/BWBR0014082
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Aanwijzing buitengewoon opsporingsambtenaren Landelijk Informatiecentrum Voertuigcriminaliteit BWBR0014082 ministeriele-regeling geldend 2002-10-04 https://wetten.overheid.nl/BWBR0014082 Aanwijzing buitengewoon opsporingsambtenaren Landelijk Informatiecentrum Voertuigcriminaliteit

Aanwijzing buitengewoon opsporingsambtenaren Landelijk Informatiecentrum Voertuigcriminaliteit

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel 2

1. Maximaal 30 personen, belast met de opsporing van strafbare feiten bij de LIV, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.

2. Het College van procureurs-generaal is bevoegd tot beëdiging van de buitengewoon opsporingsambtenaar.

Artikel 3

1.

De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van de feiten strafbaar gesteld bij of krachtens:

a. a. de artikelen 225, 227a, 227b, 310, 321, 326, 326a, 327, 328, 337, 416, 417, 417bis, 447c, 447d van het Wetboek van Strafrecht; b. b. de Wegenverkeerswet 1994; c. c. andere wetten, indien en voor zover hij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek door een officier van justitie worden belast, voor de duur van dat onderzoek.

2. De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van Nederland.

Artikel 4

1. Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen het hoofd van het Bureau Verkeershandhaving Openbaar Ministerie.

2. Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef van het regiokorps Groningen.

Artikel 5

De directeur van het LIV brengt jaarlijks, vóór 1 mei over het jaar daaraan voorafgaand aan de Minister van Justitie, de toezichthouder en de direct toezichthouder verslag uit over:

a. a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december van dat jaar werkzaam was bij het LIV; b. b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte opsporingsactiviteiten; c. c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.

Artikel 6

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na publicatie van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van vijf jaar na de datum van inwerkingtreding.

Artikel 7

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar LIV 2002.