rijk/ministeriele-regeling/aanwijzing-procescoördinator-agrarisch-voortgezet-onderwijs/BWBR0004269
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Aanwijzing procescoördinator agrarisch voortgezet onderwijs BWBR0004269 ministeriele-regeling geldend 1988-02-02 https://wetten.overheid.nl/BWBR0004269 Aanwijzing procescoördinator agrarisch voortgezet onderwijs

Aanwijzing procescoördinator agrarisch voortgezet onderwijs

Artikel 1

Voor de periode die eindigt uiterlijk op 1 augustus 1991 wordt een procescoördinator agrarisch voortgezet onderwijs aangewezen.

Artikel 2

1. De procescoördinator heeft tot taak de totstandkoming van agrarische opleidingscentra te bevorderen, coördineren en begeleiden. De verantwoordelijkheden van de schoolbesturen blijven hierbij onverkort in stand.

2.

De procescoördinator voert deze taak uit door:

a. a. het geven van voorlichting aan alle betrokkenen; b. b. het toetsen van aanvragen van schoolbesturen om een agrarisch opleidingscentrum te vormen; c. c. het adviseren van de schoolbesturen bij de vorming van een agrarisch opleidingscentrum; d. d. het doen van een voorstel aan de minister van Landbouw en Visserij van een landelijk plan van spreiding en situering van agrarische opleidingscentra. Dit plan is gebaseerd op voornemens uit de regio en omvat tevens een advies over de lagere en middelbare agrarische scholen die niet zullen opgaan in een agrarisch opleidingscentrum; e. e. het jaarlijks aan de minister van Landbouw en Visserij en de Onderwijs-commissie van het Landbouwschap rapport uitbrengen over de stand van zaken bij de vorming van agrarische opleidingscentra.

Artikel 3

1.

Tot de leden van de procescoördinator worden op persoonlijke titel benoemd:

  • ir. A. G. D. M. Vercauteren, tevens voorzitter, te 's-Gravenhage,
  • de heer J. Reidsma te Nieuwegein,
  • mevr. C. I. Karsemeijer te 's-Gravenhage,
  • de heer K. v.d. Woude te Leeuwarden,
  • de heer W. Blacquière te Apeldoorn,
  • drs. W. G. v.d. Fliert te Amsterdam,
  • drs. J. W. E. M. Mares te 's-Gravenhage,
  • ir. G. N. Kok te Bennekom,
  • ir. C. H. Boer te 's-Gravenhage,
  • mr. drs. W. J. Gerstel te 's-Gravenhage.

2. Ten behoeve van de uitvoering van onderdelen van de taak, zoals genoemd in artikel 2 kunnen deskundigen worden ingeschakeld.

3. Ten behoeve van de onderlinge afstemming van landbouwonderwijs, - onderzoek en - voorlichting wordt als vaste deskundige ir. W. J. T. van der Ven te Heijthuijzen aan de procescoördinator toegevoegd.

4. Als ambtelijk secretaris wordt drs. H. J. de Jong te Amsterdam aan de procescoördinator toegevoegd.

Artikel 4

Ten aanzien van de reis- en vacatiegelden zijn het Reisbesluit 1971. Stb. 602 en het Vacatiegeldenbesluit 1970, Stb. 577 van toepassing.

Artikel 5

Deze beschikking wordt geplaatst in de Nederlandse Staatscourant en in afschrift gezonden aan de Algemene Rekenkamer en aan belanghebbenden. Zij werkt terug tot 1 januari 1988.