rijk/ministeriele-regeling/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-dcmr-milieudienst-rijnmond-2000/BWBR0011516
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar DCMR Milieudienst Rijnmond 2000 BWBR0011516 ministeriele-regeling geldend 2000-08-03 https://wetten.overheid.nl/BWBR0011516 Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar DCMR Milieudienst Rijnmond 2000

Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar DCMR Milieudienst Rijnmond 2000

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. a.

    *de buitengewoon opsporingsambtenaar:* de buitengewoon opsporingsambtenaar bedoeld in artikel 2;

b. b.

    *DCMR:* de DCMR Milieudienst Rijnmond.

Artikel 2

De personen, werkzaam in de functie van medewerker Handhaving van de DCMR, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.

Artikel 3

1. De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van feiten strafbaar gesteld bij verordeningen van gedeputeerde staten van de provincie Zuid-Holland en burgemeesters en wethouders van de gemeenten die deelnemer zijn aan de gemeenschappelijke regeling tot instandhouding en beheer van de DCMR Milieudienst Rijnmond en feiten strafbaar gesteld bij of krachtens de in artikel 1a van de Wet op de economische delicten genoemde wetten met uitzondering van de artikelen 47 en 48, tweede lid Wet vervoer gevaarlijke stoffen en de in artikelen 26, 33 en 34 van de Wet op de economische delicten genoemde strafbare feiten.

2.

De buitengewoon opsporingsambtenaar is tevens bevoegd tot het opsporen van feiten strafbaar gesteld bij:

a. a. de Wet op de ruimtelijke ordening; b. b. de Woningwet; c. c. de Wet milieugevaarlijke stoffen; d. d. het Wetboek van Strafrecht, artt. 161quater, 161quinquies, 173, 173a, 173b, 174, 175, 179, 180, 181, 182, 184, 185, 193, 198, 199, 200, 225, 285, 326, 435, onder ten vierde, en 461; e. e. de bijzondere wetten of verordeningen, waarvoor hij na inwerkingtreding van dit besluit is aangewezen door de bevoegde minister of instantie; f. f. andere wetten, indien en voor zover hij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek door een officier van justitie wordt belast, voor de duur van dat onderzoek.

3. De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van de provincie Zuid-Holland.

Artikel 4

1. De korpschef van het politiekorps Rotterdam-Rijnmond is bevoegd tot de beëdiging van de buitengewoon opsporingsambtenaar.

2. Op grond van dit besluit kunnen maximaal 50 personen als buitengewoon opsporingsambtenaar beëdigd worden.

Artikel 5

1. Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie in het arrondissement Rotterdam.

2. Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef van het politiekorps Rotterdam-Rijnmond.

Artikel 6

1.

De directeur van de DCMR brengt jaarlijks, voor 1 april, met betrekking tot bij de dienst werkzame buitengewoon opsporingsambtenaren aan de hoofdofficier van justitie te Rotterdam verslag uit over:

a. a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren binnen de dienst; b. b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten; c. c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor de CITO-toets en hoeveel personen in dat jaar voor die CITO-toets zijn geslaagd.

2. Dit verslag wordt eveneens toegezonden aan de Minister van Justitie, Directie Bestuurszaken, Postbus 20300 te Den Haag.

Artikel 7

Het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar DCMR Milieudienst Rijnmond 1995 wordt ingetrokken; de akten van beëdiging die op basis van dat besluit zijn afgegeven, worden thans geacht op onderhavig besluit te berusten met inachtneming van het bepaalde in artikel 22 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar.

Artikel 8

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt 5 jaar na de datum van inwerkingtreding.

Artikel 9

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar DCMR Milieudienst Rijnmond 2000.