rijk/ministeriele-regeling/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-inspectie-voor-de-gezondheidszorg-2005/BWBR0018695
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Inspectie voor de Gezondheidszorg 2005 BWBR0018695 ministeriele-regeling geldend 2005-08-22 https://wetten.overheid.nl/BWBR0018695 Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Inspectie voor de Gezondheidszorg 2005

Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Inspectie voor de Gezondheidszorg 2005

Artikel 1

1. In dit besluit wordt verstaan onder buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 2.

2. IGZ: de Inspectie voor de Gezondheidszorg bij het Staatstoezicht op de Volksgezondheid van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Artikel 2

Maximaal 40 personen, werkzaam bij de IGZ, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar, voor zover zij zijn belast met het toezicht op en de handhaving van de naleving van de wet- en regelgeving op het gebied van de volksgezondheid.

Artikel 3

1.

De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van de feiten strafbaar gesteld bij of krachtens:

a. a. de wetten op het gebied van de volksgezondheid; b. b. andere wetten, indien en voor zover hij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek door een officier van justitie wordt belast, voor de duur van dat onderzoek.

2. De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van Nederland.

Artikel 4

1. Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie van het arrondissementsparket waarin de vestigingsplaats is gelegen van de hoofdinspectie of van de regionale inspectie waarbij de buitengewoon opsporingsambtenaar werkzaam is.

2. Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef van het regionale politiekorps van de politieregio waarin de vestigingsplaats is gelegen van de hoofdinspectie of van de regionale inspectie waarbij de buitengewoon opsporingsambtenaar werkzaam is.

Artikel 5

De hoofdinspecteur van de IGZ brengt jaarlijks, voor 1 april over het jaar daaraan voorafgaand aan de Minister van Justitie verslag uit over:

a. a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december in het voorafgaande jaar werkzaam was bij de IGZ; b. b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte opsporingsactiviteiten; c. c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van de buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in elk geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.

Artikel 6

Aan de buitengewoon opsporingsambtenaar, die belast is met het opmaken van technische processen-verbaal, waarbij hij geen verklaringen van verdachten of getuigen behoeft op te nemen, is ontheffing verleend van het bepaalde in artikel 16, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar.

Artikel 7

Ingetrokken wordt het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Inspectie voor de Gezondheidszorg 1995.

Artikel 8

De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging en de overige benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van het in artikel 7 genoemde besluit, worden voor de duur van hun geldigheid of tot daarover nader zal zijn beslist, geacht te zijn akten en overige benoemingsbescheiden afgegeven op basis van het onderhavige besluit.

Artikel 9

Dit besluit treedt in werking met ingang van 22 augustus 2005 en vervalt met ingang van 22 augustus 2010.

Artikel 10

Dit besluit wordt met de toelichting in de Staatscourant geplaatst.