rijk/ministeriele-regeling/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-stichting-veiligheid-en-toezicht-te-gor/BWBR0014645
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Stichting Veiligheid en Toezicht te Gorinchem 2003 BWBR0014645 ministeriele-regeling geldend 2003-01-30 https://wetten.overheid.nl/BWBR0014645 Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Stichting Veiligheid en Toezicht te Gorinchem 2003

Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Stichting Veiligheid en Toezicht te Gorinchem 2003

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel 2

1. De personen, werkzaam bij de Stichting Veiligheid en Toezicht te Gorinchem, aangesteld in de functie van gemeentelijk opsporingsambtenaar zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.

2. De personen, werkzaam bij de Stichting Veiligheid en Toezicht te Gorinchem, aangesteld in de functie van controleur openbare ruimte zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.

Artikel 3

1.

De buitengewoon opsporingsambtenaar, werkzaam als gemeentelijk opsporingsambtenaar, is bevoegd tot de opsporing van feiten strafbaar gesteld bij of krachtens:

a. a. De in artikel 1a van de Wet op de economische delicten (WED) genoemde wetten en alsmede de artikelen 26, 33 en 34 van de WED; de Wet wapens en munitie; de Visserijweg 1963; de Wet op de openluchtrecreatie; de Plantenziektenwet; de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren; de Veewet; het Besluit gebruik meststoffen; artikel 45 luchtverkeersreglement; het Binnenvaartpolitiereglement; de Binnenschepenwet; Wegenverkeerswet 1994 (de toepassing van deze bevoegdheid dient zich te beperken tot stilstaand verkeer met uitzondering van de artikelen 5, 6, 10, 60, 62 en 82 RVV 1990); artikel 2, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (i.v.m. onverzekerd crossen); de Wet op de Ruimtelijke Ordening; de Woningwet; de Monumentenwet 1988; de Huisvestingswet; de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing; de Wet openbare manifestaties; de Zondagswet; b. b. de artikelen 141, 157, 158, 161, 162, 163, 173, 173a, 173b, 174, 175, 177, 179, 180, 181, 182, 184, 185, 198, 199, 225, 239, 266, 267, 310, 311, 314, 315, 350, 351, 351 bis, 352, 424 t/m 429, 430a, 435, onder ten vierde, 447e en 458 t/m 461 van het Wetboek van Strafrecht.

2.

De buitengewoon opsporingsambtenaar, werkzaam als controleur openbare ruimte, is bevoegd tot de opsporing van feiten strafbaar gesteld bij of krachtens:

a. a. De Wet op de openluchtrecreatie; de Wet openbare manifestaties; de Zondagswet; de Monumentenwet; b. b. De artikelen 177, 179, 180, 184, 266, 267, 310, 350, 351, 351bis, 424 t/m 429, 435, onder ten vierde, 461 en 447e van het Wetboek van Strafrecht. c. c. De verordeningen van de gemeenten van het politiedistrict Alblasserwaard/Vijfheerenlanden waarbinnen de buitengewoon opsporingsambtenaar diens functie van gemeentelijk opsporingsambtenaar uitoefent, voor zover betrokkene daarvoor door het bevoegde bestuursorgaan is aangewezen.

3. a. a. De opsporingsbevoegdheid, voor de gemeentelijk opsporingsambtenaar, geldt voor het grondgebied van de gemeenten van het politiedistrict Alblasserwaard/Vijfheerenlanden. b. b. De opsporingsbevoegdheid, voor de functie van controleur openbare ruimte, geldt voor het grondgebied vaan de gemeente Geldermalsen. c. c. De verordeningen van de gemeente Geldermalsen waarbinnen de buitengewoon opsporingsambtenaar diens functie van controleur openbare ruimte uitoefent, voor zover betrokkene daarvoor door het bevoegde bestuursorgaan is aangewezen.

Artikel 4

1. De Minister van Justitie is bevoegd tot de beëdiging van de buitengewoon opsporingsambtenaar.

2. Op grond van dit besluit kunnen maximaal 35 personen als buitengewoon opsporingsambtenaar worden beëdigd.

Artikel 5

1. Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de Hoofdofficier van Justitie bij het arrondissementsparket te Dordrecht.

2. Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef van het politiekorps Zuid-Holland-Zuid.

Artikel 6

De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd bij de opsporing van de in artikel 3, eerste en tweede lid, genoemde strafbare feiten gebruik te maken van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Politiewet 1993. Hij gedraagt zich overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke Marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar.

Artikel 7

1.

De directeur van de Stichting Veiligheid en Toezicht te Gorinchem brengt jaarlijks, voor 1 april, over het jaar daaraan voorafgaand aan de Minister van Justitie verslag uit over:

a. a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was binnen de dienst; b. b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten; c. c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.

2. Dit verslag dient te worden toegezonden aan de toezichthouder en de direct toezichthouder, als bedoeld in artikel 5 van dit besluit, alsmede aan het Ministerie van Justitie, directie Bestuurszaken, afd. IBB/BOA, Postbus 20300, 2500 EH Den Haag.

Artikel 8

Dit besluit treedt in werking met ingang van 30 januari 2003 en vervalt op 30 januari 2008.

Artikel 9

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Stichting Veiligheid en Toezicht te Gorinchem 2003.