rijk/ministeriele-regeling/besluit-handboeien-buitengewoon-opsporingsambtenaar-ret-2004/BWBR0016224
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit handboeien buitengewoon opsporingsambtenaar RET 2004 BWBR0016224 ministeriele-regeling geldend 2004-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0016224 Besluit handboeien buitengewoon opsporingsambtenaar RET 2004

Besluit handboeien buitengewoon opsporingsambtenaar RET 2004

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. a. het gemeentelijk vervoerbedrijf RET: het gemeentelijk vervoerbedrijf Rotterdamse Electrische Tram; b. b. buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar in dienstbetrekking werkzaam bij het gemeentelijk vervoerbedrijf RET; c. c. toezichthouder: de hoofdofficier van justitie in het arrondissement Rotterdam; d. d. direct toezichthouder: de korpschef van het regionaal politiekorps Rotterdam-Rijnmond.

Artikel 2

De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd bij de opsporing van de in artikel 3, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar openbaar vervoersbedrijven 2002 genoemde strafbare feiten, gebruik te maken van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993. Hij gedraagt zich daarbij overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar.

Artikel 3

1. De buitengewoon opsporingsambtenaar kan gedurende de uitoefening van zijn taak als buitengewoon opsporingsambtenaar uitgerust zijn met handboeien van een door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Justitie goedgekeurd merk en type.

2. De buitengewoon opsporingsambtenaar wordt uitgerust met handboeien nadat de direct toezichthouder heeft vastgesteld dat betrokkene beschikt over de vereiste bekwaamheid ten aanzien van het gebruik van en het omgaan met handboeien.

Artikel 4

De directeur van het gemeentelijk vervoerbedrijf RET stelt in overleg met de toezichthouder en de direct toezichthouder op:

a. a. Een instructie, gebaseerd op de artikelen 22 en 23 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar, waarin zo concreet mogelijk beschreven wordt bij welke feiten en omstandigheden het aanleggen van handboeien is toegestaan. De instructie dient aan iedere buitengewoon opsporingsambtenaar, die is uitgerust met handboeien ter hand te worden gesteld. b. b. Een procedure, gebaseerd op de artikelen 17 en 23 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar, voor de melding van het gebruik van handboeien. Over iedere melding dienen de toezichthouder en de direct toezichthouder zo spoedig mogelijk te worden geïnformeerd. c. c. Een procedure, gebaseerd op artikel 42 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar en de circulaire van de Minister van Justitie van 28 juli 2003, inzake de behandeling van klachten over buitengewoon opsporingsambtenaren, betreffende de uitoefening van diens bevoegdheden als buitengewoon opsporingsambtenaar. Een afschrift van de klacht dient terstond aan de toezichthouder en de direct toezichthouder te worden toegezonden. Zij worden eveneens schriftelijk geïnformeerd over de wijze waarop de klacht is afgehandeld.

Artikel 5

De directeur van het gemeentelijk vervoerbedrijf RET verstrekt de toezichthouder en de direct toezichthouder overeenkomstig artikel 41, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar alle door hen gewenste informatie en voert zo nodig en desgevraagd periodiek overleg met hen.

Artikel 6

De directeur van het gemeentelijk vervoerbedrijf RET gaat in het, op basis van artikel 5 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar openbaar vervoersbedrijven 2002, jaarlijks, vóór 1 april over het jaar daaraan voorafgaand, met betrekking tot de buitengewoon opsporingsambtenaren werkzaam bij dit bedrijf aan de Minister van Justitie uit te brengen verslag tevens in op de doeltreffendheid en de effecten van het gebruik van handboeien.

Artikel 7

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2004 en vervalt met ingang van 1 september 2007.

Artikel 8

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit handboeien buitengewoon opsporingsambtenaar RET 2004.