rijk/ministeriele-regeling/besluit-mandaat-volmacht-en-machtiging-dienst-uitvoering-onderwijs-wet-en-regelg/BWBR0032593
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit mandaat, volmacht en machtiging Dienst Uitvoering Onderwijs Wet- en regelgeving inburgering 2013 BWBR0032593 ministeriele-regeling geldend 2013-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0032593 Besluit mandaat, volmacht en machtiging Dienst Uitvoering Onderwijs Wet- en regelgeving inburgering 2013

Besluit mandaat, volmacht en machtiging Dienst Uitvoering Onderwijs Wet- en regelgeving inburgering 2013

Artikel 1

Aan de Directeur-Generaal van de Dienst Uitvoering Onderwijs wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend om de bevoegdheden uit te oefenen die verband houden met:

a. a. het verlenen van gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de inburgeringsplicht op grond van een diploma, certificaat of ander document, bedoeld in de artikelen 2.3 en 2.4 van het Besluit inburgering; b. b. het verlenen van gehele vrijstelling van de inburgeringsplicht op grond van het met goed gevolg afleggen van een toets als bedoeld in artikel 2.5 van het besluit; c. c. het aanwijzen van een onafhankelijke arts, die een advies uitbrengt over ontheffing van de inburgeringsplicht op grond van een psychische of lichamelijke belemmering dan wel verstandelijke handicap, als bedoeld in artikel 2.8, eerste lid van het Besluit inburgering; d. d. het verlenen van een ontheffing van de inburgeringsplicht op grond van een psychische of lichamelijke belemmering dan wel verstandelijke handicap, bedoeld in artikel 2.8 van het Besluit inburgering; e. e. het verlenen van een ontheffing van de inburgeringsplicht aan een inburgeringsplichtige die aantoonbaar voldoende is ingeburgerd, als bedoeld in artikel 2.8a van het Besluit inburgering; f. f. het verlenen van een ontheffing van de inburgeringsplicht aan een inburgeringsplichtige die zich aantoonbaar heeft ingespannen om aan de inburgeringsplicht te voldoen, als bedoeld in artikel 2.8b van het Besluit inburgering g. g. het verlengen van de inburgeringstermijn op grond van artikel 2.11 of artikel 2.12 van het Besluit inburgering; h. h. het verlengen van de inburgeringstermijn op grond van artikel 32 van de Wet inburgering; i. i. het verstrekken van leningen en het innen van schulden uit verstrekte leningen, bedoeld in de artikelen 16 en 17 van de Wet inburgering; j. j. het kwijtschelden van schulden, bedoeld in artikel 4.13 van het Besluit inburgering; k. k. het opleggen van een bestuurlijke boete, bedoeld in de artikel 31 of artikel 33 van de Wet inburgering; l. l. het beheren van het Informatiesysteem Inburgering, bedoeld in artikel 47 van de Wet inburgering; m. m. het verwerken van gegevens uit het Informatiesysteem inburgering, bedoeld in artikel 47, tweede lid, van de Wet inburgering; n. n. het verwerken van gegevens uit het Informatiesysteem Inburgering, bedoeld in artikel 6.2, eerste lid, van het Besluit inburgering; o. o. het afnemen van het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van het Besluit inburgering; p. p. het ongeldig verklaren van het inburgeringsexamen en het bepalen dat de kandidaat het inburgeringsexamen of een onderdeel daarvan opnieuw moet afleggen als bedoeld in artikel 3.6 van het Besluit inburgering; q. q. het uitreiken van het inburgeringsdiploma, bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, van het Besluit inburgering; r. r. het vaststellen van een examenreglement, als bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, van de Regeling inburgering; s. s. het afgeven van een kennisgeving inzake de inburgeringsplicht aan de inburgeringsplichtige.

Artikel 2

1.

In dit artikel wordt verstaan onder:

a. a.

      *Wet inburgering:*
      Wet inburgering zoals die gold op 31 december 2012;

b. b.

      *Besluit inburgering:*
      Besluit inburgering zoals dat gold op 31 december 2012;

2.

Aan de Directeur-Generaal van de Dienst Uitvoering Onderwijs wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend om de bevoegdheden uit te oefenen die verband houden met:

a. a. het uitreiken van het inburgeringsdiploma, bedoeld in artikel 14, tweede lid, van de Wet inburgering; b. b. het afnemen van het praktijkdeel van het inburgeringsexamen in de vorm van het portfolio, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Wet inburgering; c. c. het afnemen van het centraal deel van het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de Wet inburgering; d. d. het verstrekken van leningen en het innen van schulden uit verstrekte leningen, bedoeld in de artikelen 16 en 17 van de Wet inburgering, en het kwijtschelden van schulden, bedoeld in artikel 4.13 van het Besluit inburgering; e. e. het verstrekken van vergoedingen als bedoeld in artikel 18, eerste en vierde lid, van de Wet inburgering; f. f. het beheren van het Informatiesysteem Inburgering, bedoeld in artikel 47 van de Wet inburgering, en het verwerken van gegevens in het Informatiesysteem Inburgering, bedoeld in artikel 6.2, eerste lid, van het Besluit inburgering; g. g. het verstrekken van gegevens uit het Informatiesysteem inburgering, bedoeld in artikel 47, tweede lid, van de Wet inburgering en artikel 13 van de Regeling persoonsvolgend budget voor inburgering in de opvang.

Artikel 3

Aan de Directeur-Generaal van de Dienst Uitvoering Onderwijs wordt mandaat en machtiging verleend met betrekking tot het nemen van besluiten op bezwaar, het voeren van gerechtelijke procedures en het behandelen van klachten voor zover deze verband houden met de uitoefening van de bevoegdheden, genoemd in artikel 1 en 2, en met dien verstande dat hij geen besluit op bezwaar neemt met betrekking tot een bezwaarschrift tegen een besluit dat hij in mandaat heeft genomen.

Artikel 4

De Directeur-Generaal van de Dienst Uitvoering Onderwijs kan met betrekking tot zijn bevoegdheden, genoemd in de artikelen 1 en 2, ondermandaat, volmacht en machtiging in een door hem te bepalen omvang verlenen aan onder hem ressorterende functionarissen, met dien verstande dat hij geen ondermandaat verleent aan de functionaris aan wie door hem ondermandaat tot het nemen van het besluit waartegen het bezwaar zich richt is verleend.

Artikel 5

Indien uitvoering wordt gegeven aan dit besluit, luidt de ondertekening:

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

voor deze,

gevolgd door functieaanduiding, handtekening en naam van de betrokken functionaris.

Artikel 6

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2013.

Artikel 7

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mandaat, volmacht en machtiging Dienst Uitvoering Onderwijs Wet- en regelgeving inburgering 2013.