rijk/ministeriele-regeling/besluit-mandaat-volmacht-en-machtiging-eli-2012/BWBR0030848
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Besluit mandaat, volmacht en machtiging EL&I 2012 BWBR0030848 ministeriele-regeling geldend 2012-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0030848 Besluit mandaat, volmacht en machtiging EL&I 2012

Besluit mandaat, volmacht en machtiging EL&I 2012

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. a.

    *de minister:* de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;

b. b.

    *de secretaris-generaal:* de secretaris-generaal van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;

c. c.

    *de hoofden van dienst:*
  
  
    
      1°.
      de directeur-generaal van Agro;
    
    
      2°.
      de directeur-generaal van Bedrijfsleven en Innovatie;
    
    
      3°.
      de directeur-generaal van Energie, Telecom en Mededinging;
    
    
      4°.
      de directeur-generaal van Internationale Betrekkingen;
    
    
      5°.
      de directeur-generaal van Natuur en Regio;
    
    
      6°.
      de loco secretaris-generaal;
    
    
      7°.
      de directeur Bedrijfsvoering;
    
    
      8°.
      de directeur Bureau Bestuursraad;
    
    
      9°.
      de directeur Communicatie;
    
    
      10°.
      de directeur Financieel-Economische Zaken;
    
    
      11°.
      de directeur Wetgeving en Juridische Zaken;
    
    
      12°.
      de Consumentenautoriteit;
    
    
      13°.
      de directeur van PIANOo;
    
    
      14°.
      de directeur van het Centraal Planbureau;
    
    
      15°.
      de directeur van de Dienst ICT Uitvoering;
    
    
      16°.
      de directeur van de Dienst Landelijk Gebied;
    
    
      17°.
      de inspecteur-generaal der mijnen;
    
    
      18°.
      de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit;
    
    
      19°.
      de directeur-generaal Uitvoering;
    
    
      20°.
      de directeur-hoofdinspecteur van het Agentschap Telecom;

1°. 1°. de directeur-generaal van Agro; 2°. 2°. de directeur-generaal van Bedrijfsleven en Innovatie; 3°. 3°. de directeur-generaal van Energie, Telecom en Mededinging; 4°. 4°. de directeur-generaal van Internationale Betrekkingen; 5°. 5°. de directeur-generaal van Natuur en Regio; 6°. 6°. de loco secretaris-generaal; 7°. 7°. de directeur Bedrijfsvoering; 8°. 8°. de directeur Bureau Bestuursraad; 9°. 9°. de directeur Communicatie; 10°. 10°. de directeur Financieel-Economische Zaken; 11°. 11°. de directeur Wetgeving en Juridische Zaken; 12°. 12°. de Consumentenautoriteit; 13°. 13°. de directeur van PIANOo; 14°. 14°. de directeur van het Centraal Planbureau; 15°. 15°. de directeur van de Dienst ICT Uitvoering; 16°. 16°. de directeur van de Dienst Landelijk Gebied; 17°. 17°. de inspecteur-generaal der mijnen; 18°. 18°. de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit; 19°. 19°. de directeur-generaal Uitvoering; 20°. 20°. de directeur-hoofdinspecteur van het Agentschap Telecom; d. d.

    *P&O-aangelegenheden:* aangelegenheden op het gebied van personeel, organisatie en formatie en het daarmee samenhangende budget;

e. e.

    *BBRA:*
    Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984;

f. f.

    *ARAR:*
    Algemeen Rijksambtenarenreglement.

Artikel 2

De organisatie van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie wordt vastgesteld overeenkomstig de bij dit besluit behorende bijlage.

Artikel 3

Het in dit besluit ten aanzien van de minister bepaalde is van overeenkomstige toepassing voor de Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.

Artikel 4

1.

Mandaat, volmacht en machtiging in de zin van dit besluit heeft geen betrekking op:

a. a. bevoegdheden, privaatrechtelijke rechtshandelingen en andere handelingen dan een besluit of een privaatrechtelijke rechtshandeling met betrekking waartoe een wettelijk voorschrift zich tegen verlening van mandaat, volmacht of machtiging verzet; b. b. bevoegdheden, privaatrechtelijke rechtshandelingen en andere handelingen dan een besluit of een privaatrechtelijke rechtshandeling waarvan de aard zich tegen verlening van mandaat, volmacht of machtiging verzet.

2.

Aangelegenheden waarvan de aard zich tegen verlening van mandaat, volmacht of machtiging verzet zijn in ieder geval:

a. a. beslissingen die belangrijke politieke, bestuurlijke of maatschappelijke gevolgen kunnen hebben; b. b. beslissingen omtrent politieke beleidswijzigingen en omtrent de uitbreiding of beperking van de bemoeienissen van de minister; c. c. beslissingen waaruit belangrijke financiële consequenties voor het rijk voortvloeien, behoudens voor zover een beslissing een rechtstreeks gevolg is van de bestaande aard en omvang van de regeringsbemoeienis op economisch gebied; d. d. het vaststellen van ministeriële regelingen en beleidsregels, met uitzondering van ministeriële regelingen, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel b, en artikel 7, derde lid; e. e. delegatie van bevoegdheden; f. f. het beslissen op een bezwaarschrift tegen een besluit dat door de minister of namens de minister door de secretaris-generaal is genomen; g. g. aangelegenheden met betrekking tot de secretaris-generaal.

3.

Voorts heeft mandaat, volmacht en machtiging in de zin van dit besluit geen betrekking op het afdoen van stukken bestemd voor:

a. a. de Koningin en het Kabinet der Koningin; b. b. de raad van ministers of de daaruit gevormde vaste colleges; c. c. een minister of een staatssecretaris; d. d. de voorzitter van de Eerste of de Tweede Kamer der Staten-Generaal of de voorzitter van een uit een van die kamers gevormde commissie; e. e. de Raad van State, behoudens voor zover het betreft bestuursrechtelijke procedures of het aanbieden van documenten van louter informatieve aard; f. f. de Algemene Rekenkamer behoudens voor zover het betreft gevraagde inlichtingen of gedane verzoeken of het aanbieden van documenten van louter informatieve aard; g. g. een adviescollege in de zin van de Kaderwet adviescolleges, met uitzondering van Actal; h. h. autoriteiten in binnen- of buitenland, in rang gelijk aan of hoger dan een minister of staatssecretaris.

Artikel 5

Bij of krachtens dit besluit verleend mandaat, volmacht en machtiging heeft geen betrekking op:

a. a. het beslissen op een bezwaarschrift door degene die het besluit waartegen het bezwaar zich richt, krachtens mandaat heeft genomen en b. b. aangelegenheden waarbij de gemandateerde belanghebbende is.

Paragraaf 2. Mandaat, volmacht en machtiging

Artikel 6

1.

Aan de secretaris-generaal wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor:

a. a. aangelegenheden op het gebied van de ambtelijke leiding van al hetgeen het ministerie betreft, zoals nader omschreven in de toelichting bij het koninklijk besluit van 18 oktober 1988, houdende regeling van de functie en verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal (Stb. 1988, 499); b. b. het vaststellen van ministeriële regelingen als bedoeld in artikel 31a van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren en het nemen van besluiten die noodzakelijk zijn ter uitvoering van Europese verordeningen op het gebied van het Europese Visserijbeleid; c. c. het vaststellen van circulaires, met uitzondering van circulaires die naar het oordeel van de secretaris-generaal door de minister of een hoofd van dienst moeten worden vastgesteld; d. d. het vaststellen van de werkterreinen van de hoofden van dienst; e. e. aangelegenheden op het werkterrein van de hoofden van dienst:

        1°.
        ten aanzien waarvan de secretaris-generaal in een incidenteel geval aan een hoofd van dienst mededeling heeft gedaan dat zij door hem zullen worden behandeld of
      
      
        2°.
        die door een hoofd van dienst aan de secretaris-generaal ter afhandeling worden voorgelegd, tenzij zij naar het oordeel van de secretaris-generaal door een ander hoofd van dienst moeten worden behandeld;

1°. 1°. ten aanzien waarvan de secretaris-generaal in een incidenteel geval aan een hoofd van dienst mededeling heeft gedaan dat zij door hem zullen worden behandeld of 2°. 2°. die door een hoofd van dienst aan de secretaris-generaal ter afhandeling worden voorgelegd, tenzij zij naar het oordeel van de secretaris-generaal door een ander hoofd van dienst moeten worden behandeld; f. f. aangelegenheden op het gebied van de Wet openbaarheid van bestuur, voor zover niet vallend onder artikel 4, tweede lid, onderdeel a, of behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst; g. g. het uitoefenen van de bevoegdheden van de minister inzake benoeming, schorsing, ontslag en vergoeding van ambtenaren en andere personen in organen van rechtspersonen en colleges, voor zover daarvoor geen mandaat, volmacht en machtiging is verleend aan een hoofd van dienst; h. h. aangelegenheden op het gebied van personeel, financiën, organisatie en bedrijfsvoering, voor zover niet vallend onder het werkterrein van een hoofd van dienst.

2.

Tot de aangelegenheden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, behoren in ieder geval:

a. a. het vaststellen van de organisatie en formatie van de diensten bedoeld in artikel 1, onderdeel c, onder 1° tot en met 13°; b. b. het vaststellen van de apparaatskosten van de diensten; c. c. het vaststellen van interne circulaires; d. d. beslissingen op bezwaarschriften inzake personeelsaangelegenheden voor zover daarvoor geen mandaat, volmacht en machtiging is verleend aan de directeur Bedrijfsvoering; e. e. personeelsaangelegenheden met betrekking tot de hoofden van dienst; f. f. besluiten ten aanzien van medewerkers voor wie salarisschaal 15 of hoger van bijlage B van het BBRA geldt, respectievelijk kandidaten voor functies waarvoor die salarisschalen gelden, inhoudende:

        1°.
        het aanstellen in vaste of tijdelijke dienst en het beëindigen van vaste of tijdelijke aanstellingen;
      
      
        2°.
        het opdragen van een andere functie op basis van artikel 57 van het ARAR;
      
      
        3°.
        het opdragen van tijdelijke andere werkzaamheden op basis van artikel 58 van het ARAR;
      
      
        4°.
        het verlenen van buitengewoon verlof van lange duur ten behoeve van het vervullen van een functie bij een internationale volkenrechtelijke organisatie op grond van artikel 34 van het ARAR;
      
      
        5°.
        het opleggen van disciplinaire straffen op grond van artikel 81 van het ARAR;
      
      
        6°.
        het schorsen van een ambtenaar op basis van artikel 91 van het ARAR;
      
      
        7°.
        het verminderen van de bezoldiging tijdens schorsing op basis van artikel 92 van het ARAR;
      
      
        8°.
        het bevorderen naar een hogere salarisschaal;
      
      
        9°.
        het beslissen omtrent toekennen van een terugkeergarantie;
      
      
        10°.
        het nemen van besluiten omtrent schadeloosstellingen boven een bedrag van € 10 000 op grond van artikel 69 van het ARAR;
      
      
        11°.
        het toekennen van financiële tegemoetkomingen op grond van sociaal flankerend beleid.

1°. 1°. het aanstellen in vaste of tijdelijke dienst en het beëindigen van vaste of tijdelijke aanstellingen; 2°. 2°. het opdragen van een andere functie op basis van artikel 57 van het ARAR; 3°. 3°. het opdragen van tijdelijke andere werkzaamheden op basis van artikel 58 van het ARAR; 4°. 4°. het verlenen van buitengewoon verlof van lange duur ten behoeve van het vervullen van een functie bij een internationale volkenrechtelijke organisatie op grond van artikel 34 van het ARAR; 5°. 5°. het opleggen van disciplinaire straffen op grond van artikel 81 van het ARAR; 6°. 6°. het schorsen van een ambtenaar op basis van artikel 91 van het ARAR; 7°. 7°. het verminderen van de bezoldiging tijdens schorsing op basis van artikel 92 van het ARAR; 8°. 8°. het bevorderen naar een hogere salarisschaal; 9°. 9°. het beslissen omtrent toekennen van een terugkeergarantie; 10°. 10°. het nemen van besluiten omtrent schadeloosstellingen boven een bedrag van € 10 000 op grond van artikel 69 van het ARAR; 11°. 11°. het toekennen van financiële tegemoetkomingen op grond van sociaal flankerend beleid.

Artikel 7

1. Aan de hoofden van dienst wordt, ieder voor zich, mandaat, volmacht en machtiging verleend voor aangelegenheden op zijn werkterrein, als bedoeld in de bijlage van dit besluit, waaronder begrepen de P&O-aangelegenheden van zijn dienst, met uitzondering van aangelegenheden waarvoor mandaat, volmacht en machtiging is verleend aan de secretaris-generaal of aan een ander hoofd van dienst.

2. Aan de hoofden van dienst wordt voorts, ieder voor zijn werkterrein, mandaat en machtiging verleend voor aangelegenheden inzake de benoeming, ontslag en vergoeding van leden van adviescommissies ter zake van subsidieverlening.

3. Aan de directeuren-generaal wordt tevens, ieder voor zich, mandaat en machtiging verleend voor het vaststellen van ministeriële regelingen als bedoeld in artikel 31a van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren en het nemen van besluiten die noodzakelijk zijn ter uitvoering van Europese verordeningen op het gebied van het Europese Visserijbeleid.

Artikel 8

Aan de directeur-generaal van Bedrijfsleven en Innovatie wordt mandaat en machtiging verleend inzake:

a. a. benoeming, ontslag en vergoeding van de leden van de Gemeenschappelijke Raadgevende Commissie; b. b. benoeming, ontslag en vergoeding van de leden van de Adviesraad programmaonderzoek MKB en ondernemerschap; c. c. benoeming, ontslag en vergoeding van de leden van topteams als genoemd in het Instellingsbesluit topteams in de implementatiefase topsectorenbeleid.

Artikel 9

1.

Aan de directeur-generaal van Energie, Telecom en Mededinging wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en verrichten van overige handelingen die verband houden met:

a. a.

      de Mijnbouwwet, het Mijnbouwbesluit en de Mijnbouwregeling, met uitzondering van het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen waarvoor in artikel 14, onderdelen a tot en met c, mandaat, volmacht en machtiging wordt verleend aan de inspecteur-generaal der mijnen;

b. b. benoeming, schorsing, ontslag en vergoeding van de leden van de Mijnraad; c. c. benoeming, schorsing, ontslag en vergoeding van de leden van de Technische commissie bodembeweging; d. d. benoeming en ontslag van de leden van de Raad van Toezicht van de Stichting Energieonderzoek Centrum Nederland; e. e. benoeming en ontslag van de bestuursleden van de stichting Centraal Orgaan Voorraadvorming Aardolieprodukten.

Artikel 10

Aan de directeur-generaal van Internationale Betrekkingen wordt mandaat en machtiging verleend inzake benoeming, ontslag en vergoeding van leden van het Nationaal Contact Punt (NCP) voor de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen.

Artikel 11

Aan de directeur Bedrijfsvoering wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en verrichten van overige handelingen ten aanzien van medewerkers voor wie salarisschaal 1 tot en met 14 van bijlage B van het BBRA geldt, inhoudende:

a. a. beslissingen op bezwaarschriften inzake personeelsaangelegenheden met uitzondering van de beslissingen op bezwaarschriften tegen besluiten die in mandaat zijn genomen door hem of door hem aangewezen ambtenaren; b. b. het verlenen van ontslag op grond van artikel 99 van het ARAR en het verlenen van ontslag in combinatie met een financiële regeling; c. c. het verlenen van buitengewoon verlof van lange duur ten behoeve van het vervullen van een functie bij een internationale volkenrechtelijke organisatie op grond van artikel 34 van het ARAR; d. d. het beslissen omtrent het toekennen van een terugkeergarantie op grond van sociaal flankerend beleid; e. e. het toekennen van financiële tegemoetkomingen op grond van sociaal flankerend beleid.

Artikel 12

1.

Aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het behandelen van verzoeken van de Nationale ombudsman en bezwaar- en beroepschriften, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften en het instellen van (hoger) beroep, met uitzondering van:

a. a. bezwaar- en beroepschriften inzake personeelsaangelegenheden; b. b. bezwaar- en beroepschriften tegen besluiten die in mandaat zijn genomen of behandeld door een functionaris of door die functionaris aangewezen ambtenaren die mandaat, volmacht en machtiging heeft verkregen voor het behandelen van bezwaar- en beroepschriften tegen die besluiten.

2. Aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken wordt voorts volmacht en machtiging verleend voor het aangaan van verplichtingen inzake het verlenen van opdrachten aan externe juridische dienstverleners, met uitzondering van verplichtingen op het werkterrein van de hoofden van dienst, genoemd in artikel 1, onderdeel c, onder 12°, 16, 18°, 19°, en 20°, en het werkterrein van het hoofd van dienst, genoemd in artikel 1, onderdeel c, onder 5°, voor zover het betreft het Programma Juridisch instrumentarium Natuur en Gebiedsinrichting.

Artikel 13

1. Aan de directeur-generaal Uitvoering en aan de directeur-hoofdinspecteur van het Agentschap Telecom wordt, ieder voor zich, mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het behandelen van niet op personeelsaangelegenheden betrekking hebbende bezwaar- en beroepschriften, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften en het instellen van (hoger) beroep, tegen besluiten die in mandaat zijn genomen of behandeld door hem of door hem aangewezen ambtenaren.

2. Aan de directeur-generaal Uitvoering wordt tevens mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het behandelen van bezwaar- en beroepschriften, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften en het instellen van (hoger) beroep tegen besluiten op het terrein van landbouw, natuur en voedselkwaliteit. Dit mandaat, volmacht en machtiging voor het behandelen van bezwaar- en beroepszaken tegen besluiten op Wob-verzoeken is beperkt tot besluiten die zijn genomen of behandeld door een hoofd van dienst of door hem aangewezen ambtenaren als genoemd in artikel 1, onderdeel c, onder 15°, 16°, 18° en 19°.

Artikel 14

Aan de inspecteur-generaal der mijnen wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen die verband houden met:

a. a. de artikelen 50, 51, derde lid, 52, derde lid, en 132 van de Mijnbouwwet; b. b. de artikelen 22, 30, 35, derde lid, 51, vijfde lid, 85, 88, tweede lid, 90, 91, 97, 99, derde en vierde lid, 101, 111, 112 en 113 van het Mijnbouwbesluit; c. c. de Mijnbouwregeling, met uitzondering van artikel 1.2.1 en paragraaf 1.4 en artikel 12.1, tweede lid; d. d.

    artikel 18.2 van de Wet Milieubeheer en artikelen 5.2, 5.14, 5.15, 5.16, 5.17, 5.18, 5.20, derde lid, 5.21, 5.22 en 5.23 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

e. e.

    artikel 119 van het Besluit Stralingsbescherming.

Paragraaf 3. Instructies

Artikel 15

Mandaat en volmacht worden uitgeoefend met inachtneming van:

a. a. ter zake geldende algemeen verbindende voorschriften, beleidsregels, de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, Aanwijzingen voor de rijksdienst en andere van toepassing zijnde regelingen, circulaires en instructies; b. b. de in de beschrijving van de administratieve organisatie voorgeschreven medeparaafprocedures alsmede andere afspraken omtrent afstemming en coördinatie; c. c.

    artikel 2, tweede lid, van het Besluit Taak FEZ.

Artikel 16

Het krachtens mandaat of volmacht ondertekenen van stukken geschiedt als volgt:

Paragraaf 4. Ondermandaat

Artikel 17

1. De secretaris-generaal kan aan een hoofd van dienst binnen diens werkterrein ondermandaat en machtiging verlenen voor benoeming en ontslag van ambtenaren en andere personen in organen van rechtspersonen en colleges.

2. De secretaris-generaal kan aan een hoofd van dienst mandaat, volmacht en machtiging verlenen voor P&O-aangelegenheden van zijn dienst, waarvoor de secretaris-generaal of de directeur Bedrijfsvoering krachtens dit besluit mandaat, volmacht en machtiging heeft verkregen.

Artikel 18

1. De hoofden van dienst kunnen, ieder voor zijn werkterrein, voor aangelegenheden als bedoeld in artikel 7, eerste lid, en voor zover van toepassing voor aangelegenheden als bedoeld in de artikelen 8 tot en met 14, ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen aan hun plaatsvervangers, en wat het werkterrein van ondergeschikte organisatie-onderdelen of functionarissen betreft, aan de hoofden van die onderdelen of aan die functionarissen en aan hun plaatsvervangers.

2.

Voor P&O-aangelegenheden geldt, in afwijking van het eerste lid, dat geen ondermandaat, volmacht en machtiging mag worden verleend voor de volgende aangelegenheden:

a. a. het aanstellen in vaste of tijdelijke dienst en het beëindigen van vaste of tijdelijke aanstellingen; b. b. het opdragen van een andere functie op basis van artikel 57 van het ARAR; c. c. het opdragen van tijdelijke andere werkzaamheden op basis van artikel 58 van het ARAR; d. d. het opleggen van disciplinaire straffen op grond van artikel 81 van het ARAR; e. e. het verlenen van buitengewoon verlof op grond van artikel 34 van het ARAR; f. f. het bevorderen naar een hogere salarisschaal; g. g. het toekennen van beloningen; h. h. het nemen van besluiten omtrent schadeloosstellingen op grond van artikel 69 van het ARAR; i. i. het verlenen van ontslag op grond van de artikelen 49l en 96 van het ARAR; j. j. het schorsen op grond van artikel 91 van het ARAR; k. k. het verminderen van bezoldiging tijdens schorsing; l. l. het beslissen over een terugkeergarantie.

3. De secretaris-generaal kan aan hoofden van dienst schriftelijk toestemming geven voor het, in afwijking van het tweede lid, verlenen van ondermandaat, volmacht en machtiging.

Artikel 19

1. Het verlenen van ondermandaat en volmacht alsmede wijziging daarvan, geschiedt schriftelijk en wat de formulering betreft in overeenstemming met de directeur Wetgeving en Juridische Zaken.

2. Een afschrift van besluiten inzake ondermandaat, volmacht en machtiging als bedoeld in de artikelen 17 en 18 wordt gezonden aan de secretaris-generaal, de directeur Wetgeving en Juridische Zaken, de directeur Financieel-Economische Zaken, de directeur Bedrijfsvoering, de Auditdienst Rijk en de Algemene Rekenkamer.

Paragraaf 5. Vervanging

Artikel 20

1. De uit dit besluit voor de secretaris-generaal voortvloeiende bevoegdheden gaan in geval van afwezigheid over op een door de secretaris-generaal aangewezen directeur-generaal.

2. De uit dit besluit voor de hoofden van dienst voortvloeiende bevoegdheden gaan in geval van afwezigheid over op hun plaatsvervanger, met uitzondering van de bevoegdheid tot het verlenen van ondermandaat, volmacht en machtiging.

Paragraaf 6. Ondertekening bij afwezigheid minister

Artikel 21

1. Indien afwezigheid of ontstentenis van de minister eraan in de weg staat dat een door de minister genomen besluit door hem wordt ondertekend, kan, tenzij een wettelijk voorschrift of de aard van de bevoegdheid zich ertegen verzet, een besluit namens de minister worden ondertekend door de secretaris-generaal.

2.

In het geval bedoeld in het eerste lid geschiedt het ondertekenen als volgt:

De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,
namens deze,
overeenkomstig het door de minister genomen besluit:
(handtekening)
(naam) secretaris-generaal

Paragraaf 7. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 22

1 1 Het Besluit mandaat, volmacht en machtiging EL&I 2011 wordt ingetrokken. 2 2 Het Mandaatbesluit LNV directie Auditdienst wordt ingetrokken. 3 3 De Mandaatregeling hoofd regiebureau POP wordt ingetrokken. 4 4 Het Mandaatbesluit LNV Dienst ICT Uitvoering wordt ingetrokken. 5 5 Het Mandaatbesluit LNV Dienst Landelijk Gebied wordt ingetrokken. 6 6 Het Mandaatbesluit LNV Voedsel en Waren Autoriteit inzake ontheffing Q-koortsmaatregelen wordt ingetrokken. 7 7 Het Mandaatbesluit LNV Algemene Inspectiedienst wordt ingetrokken. 8 8 Het Mandaatbesluit LNV Agentschap NL wordt ingetrokken. 9 9 Het Mandaatbesluit EL&I Dienst Regelingen 2011 wordt ingetrokken. 10 10 Het Mandaatbesluit LNV Voedsel en Waren Autoriteit wordt ingetrokken. 11 11 Het Besluit mandaat, volmacht en machtiging algemeen directeur AgNL betreffende ontheffingen jaarrekeningenplicht wordt ingetrokken. 12 12 Het Besluit mandaat LASER Subsidieregeling breedband Kenniswijk wordt ingetrokken. 13 13 Het Besluit van de Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van 25 januari 2011, nr. 161331 houdende verlening van mandaat ten behoeve van landbouw, natuur- en visserijbeheer op de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba wordt ingetrokken. 14 14 De Regeling volmacht Raad voor dierenaangelegenheden van 23 januari 2003 (Stcr. nr. 2003, 21) wordt ingetrokken.

Artikel 23

Wijzigt het Mandaatbesluit LNV Plantenziektenkundige Dienst en de keuringsdiensten.

Artikel 24

Een afschrift van dit besluit wordt gezonden aan de secretaris-generaal, de hoofden van dienst en de Algemene Rekenkamer.

Artikel 25

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2012.

Artikel 26

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mandaat, volmacht en machtiging EL&I 2012.

Bijlage . Organisatie van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie