rijk/ministeriele-regeling/instelling-tijdelijke-commissie-informatievoorziening-in-het-deelgebied-welzijn/BWBR0005425
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Instelling tijdelijke commissie informatievoorziening in het deelgebied welzijn BWBR0005425 ministeriele-regeling geldend 1992-03-11 https://wetten.overheid.nl/BWBR0005425 Instelling tijdelijke commissie informatievoorziening in het deelgebied welzijn

Instelling tijdelijke commissie informatievoorziening in het deelgebied welzijn

Paragraaf 1. Begripsomschrijving

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

Paragraaf 2. Instelling en taak

Artikel 2

1. Er is een tijdelijke Commissie voor de welzijnsinformatievoorziening.

2. De commissie is ingesteld voor een periode van twee jaar.

Artikel 3

1.

De commissie brengt aan de minister desgevraagd of eigener beweging advies uit over vraagstukken op het gebied van de welzijnsinformatievoorziening. Deze adviserende taak heeft ondermeer betrekking op:

  • de (coördinatie van) de inrichting van de welzijnsinformatievoorziening, waartoe mede behoren basisgegevens, de begripsomschrijvingen daarvan inbegrepen, en de normen voor tarieven van gegevensverstrekking,
  • het aangeven van de bestuurlijk-organisatorische consequenties van deze inrichting en
  • het signaleren van ontwikkelingen op dit deelgebied.

2. De commissie heeft als eerste opdracht het ontwerpen van een structuurschets zoals bedoeld in het Besluit informatievoorziening in de rijksdienst 1990.

Paragraaf 4. Samenstelling van de commissie

Artikel 4

De commissie is als volgt samengesteld:

a. a. de voorzitter, tevens lid; b. b. de secretaris, tevens lid; c. c. ten hoogste twee leden die de minister vertegenwoordigen; d. d. ten hoogste twee leden die het Centraal Bureau voor de Statistiek vertegenwoordigen, e. e. ten hoogste twee leden die het Inter-Provinciaal Overleg vertegenwoordigen, f. f. ten hoogste twee leden die het Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn vertegenwoordigen, g. g. ten hoogste twee leden die het Sociaal en Cultureel Planbureau vertegenwoordigen, h. h. ten hoogste twee leden die de Vereniging van Nederlandse Gemeenten vertegenwoordigen, i. i. ten hoogste twee leden die de Vereniging van Ondernemingen in de Gepremieerde en Gesubsidieerde sector vertegenwoordigen, j. j. één lid dat de Minister van Binnenlandse Zaken vertegenwoordigt.

Artikel 5

1. De leden worden benoemd en ontslagen door de minister.

2. De benoeming en het ontslag van de voorzitter en de secretaris geschiedt nadat de organisaties, bedoeld in artikel 4, onder d tot en met i, en de Minister van Binnenlandse Zaken daarmee hebben ingestemd.

3. De leden, bedoeld in artikel 4, onder d tot en met j, worden benoemd op voordracht van de organisatie of de bewindspersoon, die zij in de commissie vertegenwoordigen.

4. De leden van de commissie worden benoemd voor de termijn waarvoor de commissie is ingesteld. Op hun eigen verzoek dan wel op verzoek van de organisatie of de bewindspersoon, die zij in de commissie vertegenwoordigen, wordt aan hen tussentijds ontslag verleend.

Paragraaf 5. Inrichting en werkwijze van de commissie

Artikel 6

1. De adviezen van de commissie worden uitgebracht overeenkomstig het gevoelen van de meerderheid van de leden.

2. Op verzoek van de leden die een standpunt hebben ingenomen dat afwijkt van het gevoelen van de meerderheid van de commissie, wordt hun standpunt in het advies vermeld. Deze leden kunnen omtrent dit standpunt een afzonderlijke nota bij het advies van de commissie voegen.

Artikel 7

1. De commissie regelt haar werkwijze bij een door haar vast te stellen reglement.

2. De leden nemen persoonlijk deel aan de beraadslagingen in de commissie; zij kunnen zich niet laten vervangen.

Artikel 8

De commissie is, ter voorbereiding van de door haar uit te brengen adviezen, bevoegd werkgroepen in te stellen en daarin ook andere personen dan leden te benoemen.

Artikel 9

De commissie brengt jaarlijks een schriftelijk verslag uit aan de minister omtrent de in het daaraan voorafgaande kalenderjaar door de commissie verrichte werkzaamheden.

Artikel 10

De voorzitter ontvangt een vacatiegeld en een vergoeding van reiskosten overeenkomstig de ter zake geldende rijksregelingen.

Paragraaf 6. Secretariaat

Artikel 11

1. De minister voegt aan de commissie een secretariaat toe.

2. De medewerkers van het secretariaat zijn ter zake van hun werkzaamheden verantwoording verschuldigd aan de voorzitter.

Artikel 12

1. Het secretariaat van de commissie beheert het commissie-archief.

2. Aan het einde van de periode, bedoeld in artikel 2, tweede lid, wordt het archief van de commissie overgedragen aan de minister.

Paragraaf 7. Slotbepalingen

Artikel 13

Binnen de periode, bedoeld in artikel 2, tweede lid, evalueert de commissie haar taakvervulling en kan zij bij de minister voorstellen doen over het voortbestaan van de commissie en over gewenste veranderingen.

Artikel 14

Een ieder die betrokken is bij de uitvoering van dit besluit en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding daarvan, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot bekendmaking verplicht of uit zijn taak bij de uitvoering van dit besluit de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit.

Artikel 15

Dit besluit, dat met de daarbij behorende toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst, treedt in werking met ingang van de dag na die van de dagtekening in de Staatscourant en werkt terug tot en met 17 december 1991.