40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Instellingsbesluit Commissie Beoordeling Verpleegkundige Vervolgopleidingen | BWBR0041168 | ministeriele-regeling | geldend | 2018-08-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0041168 | Instellingsbesluit Commissie Beoordeling Verpleegkundige Vervolgopleidingen |
Instellingsbesluit Commissie Beoordeling Verpleegkundige Vervolgopleidingen
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. a.
*minister:* de Minister voor Medische Zorg;
b. b.
*commissie:* de commissie, als bedoeld in artikel 2;
Artikel 2
1. Er is een Commissie ter Beoordeling van de Verpleegkundige Vervolgopleidingen.
2.
De commissie heeft als taak om de onder sub a genoemde verpleegkundige vervolgopleidingen qua inhoud en niveau te toetsen op gelijkwaardigheid aan het hbo-verpleegkundige opleidingsprofiel, met het oog op de overgangsregeling van het wetsvoorstel Wet BIG II. Met het hbo-verpleegkundige opleidingsprofiel wordt gedoeld op het opleidingsprofiel/eindtermen zoals die golden gelijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van het opleidingsprofiel Bachelor Nursing 2020. In verband daarmee verricht de commissie de volgende werkzaamheden:
a. a. In kaart brengen of en in hoeverre de hieronder genoemde vervolgopleidingen of een combinatie daarvan qua inhoud en niveau gelijkwaardig zijn aan het hbo-verpleegkundige opleidingsprofiel:
–
Wijkverpleging;
–
Sociaal Psychiatrisch Verpleegkundige (SPV);
–
Maatschappelijke Gezondheidszorg – Algemene Gezondheidszorg (MGZ-AGZ);
–
Maatschappelijke Gezondheidszorg – Geestelijke Gezondheidszorg (MGZ-GGZ);
–
CZO-opleidingen, te weten: Ambulance verpleegkundige, Cardiac Care verpleegkundige, Dialyse verpleegkundige, Geriatrie verpleegkundige, Intensive Care verpleegkundige, Intensive Care Kinderverpleegkundige, Intensive Care Neonatologie verpleegkundige, Kinderverpleegkundige, Obstetrie verpleegkundige, Oncologie verpleegkundige, Recovery verpleegkundige en Spoedeisende Hulp verpleegkundige;
–
Categorie overig: indien de commissie gedurende haar werkzaamheden andere opleidingen signaleert die qua inhoud en niveau gelijkgesteld kunnen worden met het voormalige hbo-verpleegkundige opleidingsprofiel, kan de commissie deze opleidingen in haar rapport betrekken.
Tevens wordt de commissie gevraagd na te denken over de wijze waarop een hardheidsclausule zou kunnen worden uitgevoerd voor die aanvullende opleidingen die niet betrokken zijn in de beoordeling.
– – Wijkverpleging; – – Sociaal Psychiatrisch Verpleegkundige (SPV); – – Maatschappelijke Gezondheidszorg – Algemene Gezondheidszorg (MGZ-AGZ); – – Maatschappelijke Gezondheidszorg – Geestelijke Gezondheidszorg (MGZ-GGZ); – – CZO-opleidingen, te weten: Ambulance verpleegkundige, Cardiac Care verpleegkundige, Dialyse verpleegkundige, Geriatrie verpleegkundige, Intensive Care verpleegkundige, Intensive Care Kinderverpleegkundige, Intensive Care Neonatologie verpleegkundige, Kinderverpleegkundige, Obstetrie verpleegkundige, Oncologie verpleegkundige, Recovery verpleegkundige en Spoedeisende Hulp verpleegkundige; – – Categorie overig: indien de commissie gedurende haar werkzaamheden andere opleidingen signaleert die qua inhoud en niveau gelijkgesteld kunnen worden met het voormalige hbo-verpleegkundige opleidingsprofiel, kan de commissie deze opleidingen in haar rapport betrekken. Tevens wordt de commissie gevraagd na te denken over de wijze waarop een hardheidsclausule zou kunnen worden uitgevoerd voor die aanvullende opleidingen die niet betrokken zijn in de beoordeling. b. b. De commissie verkent of het mogelijk is een voorstel te doen over de inrichting van een eventueel aanvullend opleidingsprogramma, in het geval een verpleegkundige vervolgopleiding niet geheel gelijkwaardig is aan het oude hbo-opleidingsprofiel. Hierbij houdt de commissie rekening met de eigenstandige bevoegdheden van hbo-opleidingsinstellingen bij het aanbieden van (verkorte) opleidingen. c. c. Rapporteren aan de minister over de uitkomst van de onder a. en b. bedoelde werkzaamheden. Deze rapportage ontvangt de Minister uiterlijk 31 maart 2019.
Artikel 3
1. De commissie bestaat uit een voorzitter en vijf andere leden.
2. De voorzitter en de andere leden worden door de minister benoemd.
3. De benoeming geschiedt voor de duur van de commissie.
4. Bij tussentijds vertrek van een lid kan de minister een ander lid benoemen.
5. De voorzitter en overige leden kunnen worden geschorst en ontslagen door de minister.
Artikel 4
De commissie wordt ingesteld met ingang van 1 augustus 2018 en wordt opgeheven per 1 april 2019.
Artikel 5
Met ingang van 1 augustus 2018 worden voor de periode van 1 augustus 2018 tot en met 31 maart 2019 tot lid van de commissie benoemd:
a. a. mevrouw prof. dr. P.L. Meurs, te Bilthoven, tevens voorzitter; b. b. mevrouw M.J. Kwast BSc, te Milsbeek; c. c. mevrouw prof. dr. W.J.M. Scholte op Reimer, te Bussum; d. d. mevrouw W.M. Hebbing MANP, te Zetten; e. e. mevrouw T. Schoot PhD, te Sittard; f. f. mevrouw B. Zwartendijk MSc, te Leiderdorp.
Zij worden benoemd op persoonlijke titel en vervullen hun taak zonder last of ruggenspraak.
Artikel 6
1. De commissie wordt ondersteund door een secretariaat.
2. Het secretariaat is voor de inhoudelijke uitvoering van zijn taak verantwoording schuldig aan de voorzitter van de commissie.
3. In het secretariaat wordt voorzien door de minister.
Artikel 7
1. De commissie stelt in overleg met de minister haar werkwijze vast.
2. De commissie kan zich door andere personen doen bijstaan voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is.
Artikel 8
1. De commissie verstrekt aan de Minister desgevraagd de door hem gewenste inlichtingen.
2. De commissie mag inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van haar taak redelijkerwijs nodig is.
Artikel 9
1. De voorzitter en de andere leden (alsmede personen als bedoeld in artikel 7, tweede lid, die de commissie bijstaan) ontvangen per vergadering een vergoeding, voor zover zij niet vallen onder de uitzondering van artikel 2, derde lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies en hiermee niet het in artikel 6, eerste lid, van het Besluit vergoedingen adviescolleges en commissies bedoelde maximumbedrag overschrijden.
2. De vergoeding per vergadering van de leden (alsmede personen als bedoeld in artikel 7, tweede lid, die de commissie bijstaan) bedraagt 3% van het maximum van salarisschaal 18 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.
3. De vergoeding per vergadering van de voorzitter van de commissie bedraagt 130% van de hoogte van de vergoeding die aan de andere leden van de commissie is toegekend.
Artikel 10
1.
De kosten van de commissie komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van de minister. Onder kosten worden in ieder geval verstaan:
a. a. de kosten voor de faciliteiten van vergaderingen en voor secretariële ondersteuning, en b. b. de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid en het laten verrichten van onderzoek.
2. De commissie biedt zo spoedig mogelijk na haar instelling een begroting en een planning aan de minister aan.
Artikel 11
De commissie biedt de bewindspersonen uiterlijk 31 maart 2019 een eindverslag aan waarin verslag wordt gedaan over de activiteiten van de periode waarin de commissie werkzaam is geweest.
Artikel 12
Het rapport, notities, verslagen, adviezen en andere producten die door of namens de commissie worden vervaardigd of vergaard, worden niet door de commissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de minister uitgebracht of overgedragen.
Artikel 13
De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de Directie Macro Economische Vraagstukken en Arbeidsmarkt van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Artikel 14
1. Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 augustus 2018.
2. Dit besluit vervalt met ingang van 1 april 2019.
Artikel 15
Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Commissie Beoordeling Verpleegkundige Vervolgopleidingen.