40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Instellingsbesluit Commissie Nationaal Plan Toekomst Onderwijswetenschappen | BWBR0026650 | ministeriele-regeling | geldend | 2009-11-20 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0026650 | Instellingsbesluit Commissie Nationaal Plan Toekomst Onderwijswetenschappen |
Instellingsbesluit Commissie Nationaal Plan Toekomst Onderwijswetenschappen
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. a.
*minister:* Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
b. b.
*commissie:* de commissie bedoeld in artikel 2.
Artikel 2
1. Er is een Commissie Nationaal Plan Toekomst Onderwijswetenschappen.
2. De commissie heeft tot taak het opstellen van een toekomstgericht nationaal plan waarin de waarde en positie van de onderwijswetenschappen in Nederland, mede in internationaal perspectief, beschreven worden. Daarmee wordt ook een referentiekader geboden voor (bestuurlijke) beslissingen op landelijk, instellings- en facultair niveau ten aanzien van duurzame en hoogwaardige beoefening van de onderwijswetenschappen. De commissie gaat in op de versterking van de bijdrage van de onderwijswetenschappen aan de optimalisering van het Nederlandse onderwijs. De commissie houdt ook rekening met het beleidsprogramma van het kabinet en de strategische agenda voor hoger onderwijs en wetenschap.
Artikel 3
De commissie wordt ingesteld met ingang van 1 november 2009 en wordt opgeheven op 1 maart 2011.
Artikel 4
De commissie verstrekt aan de minister desgevraagd de door hem gewenste inlichtingen.
Artikel 5
1.
Tot leden van de commissie worden benoemd:
a. a. de heer mr. Th.C. de Graaf te Nijmegen, tevens voorzitter b. b. mevrouw drs. M.F. van den Bergh te Leiden c. c. de heer prof. dr. P. Hagoort te Nijmegen d. d. mevrouw drs. F. W. Hengeveld te Eindhoven e. e. de heer G. Hostens te Linden, België f. f. de heer dr. S. Noorda te Amsterdam g. g. de heer mr. drs. J. Staman te Utrecht h. h. de heer prof. dr. A.F.M. van Wieringen te Den Haag
2. De commissie wordt bijgestaan door een secretaris. De secretaris wordt aangewezen door de minister. De secretaris is geen lid van de commissie.
3. De benoeming geschiedt voor de duur van de commissie.
4. Bij tussentijds vertrek van een lid kan de minister een ander lid benoemen.
Artikel 6
1. De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.
2. De commissie kan zich door andere personen doen bijstaan voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is, waaronder, op persoonlijke titel, ambtelijke deskundigen.
Artikel 7
De commissie brengt vóór 1 maart 2011 haar eindrapport uit aan de minister, waarin het nationaal plan wordt vergezeld van een deugdelijke motivering.
Artikel 8
1. De voorzitter en de andere leden van de commissie, voor zover niet vallend onder de uitzondering van artikel 2, derde lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies, ontvangen per vergadering een vergoeding.
2. De vergoeding per vergadering van de leden van de commissie bedraagt 3% van het maximum van salarisschaal 18 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.
3. De vergoeding per vergadering van de voorzitter van de commissie bedraagt 130% van de hoogte van de vergoeding per vergadering die aan de andere leden van de commissie is toegekend.
4. De voorzitter en de andere leden van de commissie ontvangen een vergoeding van reis- en verblijfkosten op basis van het Reisbesluit Binnenland en het Reisbesluit Buitenland. Deze vergoeding wordt door de secretaris van de commissie afgehandeld.
Artikel 9
1. De kosten van de commissie komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van de minister. Onder kosten worden in ieder geval verstaan de kosten voor vergaderingen, secretariële ondersteuning en de productie van het rapport.
2. De commissie biedt zo spoedig mogelijk na haar instelling een begroting en een planning ter goedkeuring aan de minister aan.
Artikel 10
Bij of in het eindrapport biedt de commissie ook een overzicht van de verrichte activiteiten en legt zij rekening en verantwoording af.
Artikel 11
Rapporten, notities, verslagen en andere producten die door of namens de commissie worden vervaardigd, worden niet door de commissie openbaar gemaakt maar uitsluitend aan de minister uitgebracht.
Artikel 12
De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden de bescheiden betreffende deze werkzaamheden over aan het archief van de directie Concernondersteuning van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Artikel 13
1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
2. Dit besluit vervalt met ingang van 1 januari 2012.
Artikel 14
Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Commissie Nationaal Plan Toekomst Onderwijswetenschappen.