rijk/ministeriele-regeling/instellingsbesluit-commissie-onderzoek-duurzame-energie/BWBR0022992
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Instellingsbesluit Commissie Onderzoek Duurzame Energie BWBR0022992 ministeriele-regeling geldend 2007-12-13 https://wetten.overheid.nl/BWBR0022992 Instellingsbesluit Commissie Onderzoek Duurzame Energie

Instellingsbesluit Commissie Onderzoek Duurzame Energie

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. a. Minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, b. b. commissie: de commissie, bedoeld in artikel 2, c. c. de initiatieven op het gebied van onderzoek naar een duurzame energievoorziening: de bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de Minister van Economische Zaken en de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer onder de aandacht gebrachte rapporten Advanced Dutch Energy Materials (ADEM, opgesteld door de drie TU federatie en het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN)) en Nederlandse sterktes in het funderend energieonderzoek een voorstel voor een onderzoeksagenda (opgesteld door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO)).

Artikel 2

1. Er is een Commissie Onderzoek Duurzame Energie.

2. De commissie heeft tot taak de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Minister van Economische Zaken te adviseren over de vraag hoe de initiatieven op het gebied van onderzoek naar een duurzame energievoorziening met elkaar in overeenstemming gebracht kunnen worden,

3.

De commissie houdt hierbij rekening met:

a. a. de aanbevelingen uit het rapport Duurzaamheid duurt het langst Onderzoeksuitdagingen voor een duurzame energievoorziening van de Verkenningscommissie Energieconversieonderzoek, dat is uitgebracht onder auspiciën van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW); b. b. de bestaande nationale en internationale onderzoeksstructuren op het gebied van onderzoek naar een duurzame energievoorziening; c. c. de wens tot het verwerven van een zo breed mogelijk draagvlak om te komen tot nieuwe samenwerkingsverbanden die zoveel mogelijk blijvend zijn. d. d. de voorwaarden voor een goed werkende en effectieve onderzoeksinfrastructuur: topkwaliteit (geen uitsluiting van topwetenschappers in Nederland), focus en massa (aansluiting bij de energie-innovatieketen, samenhangend programma), versterking van het energieonderzoeks- en energietransitiebeleid in Nederland (maatschappelijke innovatie) en vraagsturing door het bedrijfsleven (versterking Nederlandse concurrentiekracht).

Artikel 3

De commissie wordt ingesteld met ingang van 1 oktober 2007 en wordt opgeheven per 1 februari 2008.

Artikel 4

De commissie verstrekt aan de Minister desgevraagd de door hem gewenste inlichtingen.

Artikel 5

1.

Tot leden van de commissie worden benoemd:

a. a. Prof. dr. J.H.W. de Wit, hoogleraar Technische Universiteit Delft, tevens voorzitter, b. b. Prof. dr. E.C. Klasen, lid van de Raad van Bestuur Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC), c. c. Prof. dr. E.M. Meijer, senior vice-president Foods R&D Unilever, d. d. Prof. dr. ir. W.P.M. van Swaaij, emeritus hoogleraar Universiteit Twente.

2. De commissie wordt bijgestaan door een secretaris, en zonodig een of meer deskundigen. De secretaris en de deskundigen zijn geen lid van de commissie.

3. De benoeming geschiedt voor de duur van de commissie. Bij tussentijds vertrek van een lid kan de Minister in overleg met de Minister van Economische Zaken een ander lid benoemen.

Artikel 6

1. De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.

2. De commissie kan zich door andere personen doen bijstaan voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is, waaronder, op persoonlijke titel, ambtelijke deskundigen.

Artikel 7

De commissie brengt vóór 1 februari 2008 haar eindrapport uit aan de Minister, waarin het advies voor het in overeenstemming brengen van de verschillende initiatieven op het gebied van onderzoek naar duurzame energie wordt vergezeld van een deugdelijke motivering.

Artikel 8

1. De voorzitter en de andere leden van de commissie, voor zover geen ambtenaar, ontvangen per vergadering een vergoeding op basis van het Vacatiegeldenbesluit 1988 en de daarop gebaseerde voor het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap geldende bepalingen, waarbij de commissie als algemene commissie in de zin van het Vacatiegeldenbesluit 1988 wordt aangemerkt. De vergoeding bedraagt het maximum dat geldt voor een algemene commissie.

2. In aanvulling op de in het eerste lid genoemde vergoeding, ontvangen de leden die buiten Nederland woonachtig zijn een vergoeding voor daadwerkelijk gemaakte reis- en verblijfskosten. Hierbij dient als richtlijn het Reisbesluit buitenland en de Reisregeling buitenland genomen te worden.

Artikel 9

1.

De kosten van de commissie komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van de Minister. Onder kosten worden in ieder geval verstaan:

a. a. de kosten voor vergaderingen en voor secretariële ondersteuning; b. b. de kosten voor het inschakelen van externe deskundigheid en het laten verrichten van onderzoek, en c. c. de kosten voor publicatie van rapportages.

2. De commissie biedt zo spoedig mogelijk na haar instelling een begroting en een planning aan de Minister aan.

Artikel 10

1. De commissie biedt de Minister en de Minister van Economische Zaken vóór 1 februari 2008 een eindverslag aan waarin verslag wordt gedaan over de activiteiten van de periode dat de commissie werkzaam is geweest. Dit eindverslag kan deel uitmaken van het eindrapport van de commissie.

2. Bij het eindverslag legt de commissie rekening en verantwoording af.

Artikel 11

Een ieder die betrokken is geweest bij de werkzaamheden van de commissie en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijk karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding daarvan, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot bekendmaking verplicht of uit zijn taak bij deze werkzaamheden de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit.

Artikel 12

Rapporten, notities, verslagen en andere producten welke door of namens de commissie worden vervaardigd, worden niet door de commissie openbaargemaakt, maar uitsluitend aan de Minister en de Minister van Economische Zaken uitgebracht.

Artikel 13

De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de directie Onderzoek en Wetenschapsbeleid van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Artikel 14

1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 1 oktober 2007.

2. Dit besluit vervalt met ingang van 1 februari 2008.

Artikel 15

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Commissie Onderzoek Duurzame Energie.