40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Instellingsbesluit Tijdelijke commissie beoordeling Nederlandse Hogeronderwijspremies 2021 | BWBR0044698 | ministeriele-regeling | geldend | 2021-01-14 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0044698 | Instellingsbesluit Tijdelijke commissie beoordeling Nederlandse Hogeronderwijspremies 2021 |
Instellingsbesluit Tijdelijke commissie beoordeling Nederlandse Hogeronderwijspremies 2021
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. a.
*Minister:* Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
b. b.
*commissie:* de Tijdelijke commissie beoordeling Nederlandse Hogeronderwijspremies 2021, bedoeld in artikel 2;
c. c.
*Nederlandse Hogeronderwijspremies 2021:* onderscheidingen die door de Minister kunnen worden uitgereikt aan bekostigde instellingen voor hoger onderwijs vanwege een voortreffelijke of bijzondere prestatie die door een onderwijsteam is geleverd ten aanzien van vernieuwing of verbetering van het hoger onderwijs.
Artikel 2
1. Er is een Tijdelijke commissie beoordeling Nederlandse Hogeronderwijspremies 2021;
2.
De commissie heeft tot taak:
a. a. een adviesrapport aan de Minister uit te brengen over de kwaliteit van de voordrachten voor de Nederlandse Hogeronderwijspremies 2021; en b. b. verantwoording af te leggen over diens werkwijze in een evaluatierapport.
Artikel 3
1. De commissie bestaat uit ten minste vijf leden, waaronder een voorzitter.
2. De leden hebben zitting op persoonlijke titel en oefenen hun functie uit zonder last of ruggespraak.
3. De voorzitter en de andere leden worden door de Minister benoemd en, in voorkomend geval, geschorst of ontslagen.
Artikel 4
1.
Met ingang van 1 januari 2021 wordt voor een periode van één jaar tot voorzitter van de commissie benoemd:
a. a. de heer dr. ir. M. H. W. (Marc) van Mil (voorzitter)
2.
Met ingang van 1 januari 2021 worden voor de periode tot en met 30 juni 2021 tot lid van de commissie benoemd:
a. a. de heer dr. F. C. (Frans) Hiddink (commissielid) b. b. mevrouw J. (Janique) Scharenborg (student-lid) c. c. mevrouw dr. D. M. A. (Dominique) Sluijsmans (commissielid) d. d. de heer T. L. (Thom) Teulings BA (student-lid) e. e. mevrouw mr. F. (Farshida) Zafar (commissielid)
Artikel 5
De Minister voorziet in het secretariaat van de commissie.
Artikel 6
1. De commissie legt haar werkwijze in een protocol vast.
2. De voorzitter van de commissie ondertekent het protocol namens de commissie.
3. De commissie verstrekt desgevraagd aan de Minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. De Minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.
Artikel 7
Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap verleent de commissie toegang tot alle informatie die zij nodig heeft met inachtneming van het in artikel 6, eerste lid, bedoelde protocol.
Artikel 8
1.
De leden van de commissie ontvangen voor hun werkzaamheden een vergoeding.
a. a. De onderwijsinstelling factureert als werkgever op basis van de salariskosten een vergoeding voor de werkzaamheden van de voorzitter, zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, gedurende een jaar (januari 2021 tot en met december 2021) een arbeidsduurfactor van 0,20. b. b. Het commissielid, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel a, c en e, declareert gedurende zes maanden (januari 2021 tot en met juni 2021) een vaste vergoeding per maand gebaseerd op schaal 14, trede 0, cao Rijk 2020 voor een arbeidsduurfactor van 0,11. c. c. Het student-lid, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel b en d, declareert gedurende zes maanden (januari 2021 tot en met juni 2021) een vaste vergoeding per maand gebaseerd op schaal 10, trede 0, cao Rijk 2020 voor een arbeidsduurfactor van 0,11.
2. Reis- en verblijfkosten worden vergoed volgens paragraaf 10.2 van de cao Rijk 2020.
Artikel 9
1. De commissie brengt het advies, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, uiterlijk vrijdag 19 januari 2021 uit aan de Minister.
2. De commissie brengt het evaluatierapport, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, uiterlijk dinsdag 1 juni 2021 uit aan de Minister.
3. In overeenstemming met de Minister mag de commissie afwijken van de in het eerste en tweede lid genoemde termijnen.
Artikel 10
Rapporten, notities, verslagen, adviezen en andere producten die door of namens de commissie worden vervaardigd of vergaard worden niet door de commissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de Minister uitgebracht of overgedragen.
Artikel 11
1. Het in artikel 5 bedoelde secretariaat draagt zorg voor het archiveren van alle documenten die te maken hebben met de werkzaamheden van de commissie.
2. De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de overige bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de directie Hoger Onderwijs en Studiefinanciering van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Artikel 12
1. Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2021. Indien de Staatscourant waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 2020, treedt het in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant het wordt geplaatst, en werkt het terug tot en met 1 januari 2021.
2. Dit besluit vervalt met ingang van 1 januari 2022.
Artikel 13
Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Tijdelijke commissie beoordeling Nederlandse Hogeronderwijspremies 2021.