40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Instellingsbesluit visitatiecommissies cultuurinstellingen 2009–2012 | BWBR0027638 | ministeriele-regeling | geldend | 2010-05-12 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0027638 | Instellingsbesluit visitatiecommissies cultuurinstellingen 2009–2012 |
Instellingsbesluit visitatiecommissies cultuurinstellingen 2009–2012
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
- Besluit aangewezen instellingen: Besluit van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 25 januari 2008/Nr. DK/B&B/2008/2993 houdende aanwijzing van instellingen als instellingen ten behoeve waarvan telkens voor een periode van vier kalenderjaren een subsidie wordt verstrekt (Stcrt. 2008, nr. 22),
- commissie: commissie of subcommissie als bedoeld in artikel 2,
- fonds: privaatrechtelijke rechtspersoon die is opgericht op grond van de machtiging van artikel 9 van de Wet op het specifiek cultuurbeleid,
- minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Artikel 2
1.
Er zijn de navolgende visitatiecommissies als bedoeld in artikel 4.3, tweede lid, van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid:
a. a. visitatiecommissie Cultuurfondsen en Sectorinstituten, die tot taak heeft visitaties uit te voeren bij de fondsen en bij de sectorinstituten, bedoeld in het Besluit aangewezen instellingen, b. b. visitatiecommissie Musea, die tot taak heeft visitaties uit te voeren bij de musea, bedoeld in het Besluit aangewezen instellingen, en c. c. visitatiecommissie Podiumkunsten, die tot taak heeft visitaties uit te voeren bij de dansgezelschappen, operagezelschappen en orkesten, bedoeld in het Besluit aangewezen instellingen.
2. De visitatiecommissie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, bestaat uit de subcommissies, genoemd onder A in de bijlage behorende bij dit besluit, die elk tot taak hebben een visitatie uit te voeren bij de daar genoemde fondsen onderscheidenlijk sectorinstituten.
3. De visitatiecommissie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, bestaat uit de subcommissies, genoemd onder B in de bijlage behorende bij dit besluit, die elk tot taak hebben een visitatie uit te voeren bij de daar genoemde musea.
4. De visitatiecommissie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, bestaat uit de subcommissies, genoemd onder C in de bijlage behorende bij dit besluit, die elk tot taak hebben een visitatie uit te voeren bij de daar genoemde dansgezelschappen, operagezelschappen onderscheidenlijk orkesten.
Artikel 3
1. De visitatiecommissie, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, bestaat uit vijf leden die ieder zitting hebben in de onder die visitatiecommissie ressorterende subcommissies, overeenkomstig de in de bijlage behorende bij dit besluit bepaalde samenstelling. Elke subcommissie als bedoeld in de vorige volzin bestaat daarnaast uit twee overige leden.
2. Een subcommissie van de visitatiecommissie, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, die behoort tot een van de clusters, genoemd onder I tot en met V in de bijlage behorende bij dit besluit, bestaat uit twee leden die beide zitting hebben in elk van de tot het betrokken cluster behorende subcommissies. Elke subcommissie als bedoeld in de vorige volzin bestaat daarnaast uit ten minste één overig lid.
3. Een subcommissie van de visitatiecommissie, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, die behoort tot het cluster, genoemd onder VI in de bijlage behorende bij dit besluit, bestaat uit drie leden.
4. Een subcommissie van de visitatiecommissie, bedoeld in artikel 2, het eerste lid, onderdeel c, bestaat uit vijf leden.
Artikel 4
1. Tot leden en voorzitters van de commissies worden benoemd de personen, genoemd in de bijlage behorende bij dit besluit. De leden van de commissies behorende tot de clusters, genoemd onder B in de bijlage behorende bij dit besluit, wijzen uit hun midden een voorzitter aan.
2. De benoeming geschiedt voor de periode tot en met de datum waarop de betrokken commissie haar visitatierapport aanbiedt aan de minister, doch uiterlijk tot en met 31 december van het jaar, genoemd in artikel 6, eerste lid onderscheidenlijk tweede lid, dan wel de datum tot welke de minister uitstel verleent op grond van artikel 6, derde lid.
3. Bij tussentijds vertrek van een lid kan de minister een ander lid benoemen.
Artikel 5
1. De commissies stellen hun eigen werkwijze vast, met in achtneming van een door de minister vast te stellen protocol.
2. De commissies, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, worden in hun werkzaamheden bijgestaan door de Mondriaan Stichting.
3. De commissies, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, worden in hun werkzaamheden bijgestaan door de Vereniging van Rijksgesubsidieerde Musea.
4. De commissies, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, worden in hun werkzaamheden bijgestaan door de vereniging Nederlandse Associatie voor de PodiumKunsten.
5. De commissies kunnen zich door andere personen doen bijstaan voor zover dat voor de vervulling van hun taak nodig is, waarbij, op persoonlijke titel, ambtelijke deskundigen.
Artikel 6
1. De visitatierapporten van de visitatiecommissies, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen a en c, worden uiterlijk 31 december 2010 aan de minister aangeboden.
2. De visitatierapporten van de visitatiecommissie, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, worden uiterlijk in 31 december 2012 aan de minister aangeboden.
3. Op verzoek van de voorzitter van een commissie kan de minister de visitatiecommissies, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen a en c, uitstel verlenen van aanbieding van een visitatierapport tot uiterlijk 31 december 2012.
Artikel 7
De commissies verstrekken aan de minister desgevraagd de door hem gewenste inlichtingen.
Artikel 8
1. De voorzitters en andere leden van de commissies, voor zover niet vallend onder de uitzondering van artikel 2, derde lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies, ontvangen per vergadering een vergoeding.
2. De vergoeding per vergadering van de leden van de commissies bedraagt 3% van het maximum van salarisschaal 18 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.
3. De vergoeding per vergadering van de voorzitters van de commissies bedraagt 130% van de hoogte van de vergoeding per vergadering die aan de andere leden van de commissies is toegekend.
4. De voorzitters en andere leden van de commissies ontvangen een vergoeding van reis- en verblijfkosten op de voet van het Reisbesluit binnenland en het Reisbesluit buitenland.
5. Aan het bestuur van de Mondriaan Stichting, het bestuur van de vereniging Nederlandse Associatie voor de PodiumKunsten en het bestuur van de Vereniging voor Rijksgesubsidieerde Musea wordt machtiging verleend om de vergoedingen, bedoeld in dit artikel, namens de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap betaalbaar te stellen.
Artikel 9
Visitatierapporten, notities, verslagen en andere producten welke door of namens de commissie worden vervaardigd, worden niet door de commissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de minister uitgebracht.
Artikel 10
De leden van de commissies werken mee aan het tot stand komen van een overeenkomst indien dit naar het oordeel van de minister noodzakelijk is om te komen tot het kosteloos overdragen aan de minister van rechten met betrekking tot intellectuele eigendom.
Artikel 11
De commissies draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de directie Concernondersteuning van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Artikel 12
Wijzigt dit besluit.
Artikel 13
1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt, voor wat betreft de subcommissies, genoemd in de bijlage bij dit besluit in onderdeel B, onder 21° tot en met 24°, terug tot en met 1 september 2009.
2. Artikel 12 treedt in werking met ingang van 1 juli 2010.
3. Dit besluit vervalt met ingang van 1 januari 2013.
Artikel 14
Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit visitatiecommissies cultuurinstellingen 2009–2012.