rijk/ministeriele-regeling/mandaatbesluit-gemeenschappelijke-landelijke-diensten-ro-en-rechterlijke-ambtena/BWBR0013715
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Mandaatbesluit gemeenschappelijke landelijke diensten R.O. en rechterlijke ambtenaren in opleiding BWBR0013715 ministeriele-regeling geldend 2002-06-02 https://wetten.overheid.nl/BWBR0013715 Mandaatbesluit gemeenschappelijke landelijke diensten R.O. en rechterlijke ambtenaren in opleiding

Mandaatbesluit gemeenschappelijke landelijke diensten R.O. en rechterlijke ambtenaren in opleiding

Hoofdstuk I. Algemeen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel 2

De bevoegdheden toegedeeld krachtens dit besluit kunnen uitsluitend worden aangewend ter uitvoering van het Convenant gemeenschappelijke landelijke diensten rechterlijke organisatie van 13 maart 2002, dan wel in het kader van het aanstellen en opleiden van rechterlijke ambtenaren in opleiding.

Hoofdstuk II. Gemeenschappelijke landelijke diensten

Artikel 3

1.

De Raad en namens de Minister het College gezamenlijk zijn bevoegd tot het instandhouden van de volgende diensten:

a. a. de ICT Rechterlijke Organisatie (ICTRO), gevestigd te Zeist; b. b. de dienst Prisma, gevestigd te Amersfoort.

2. In afwijking van het eerste lid zijn de Raad en het College niet bevoegd, indien in het Convenant gemeenschappelijke landelijke diensten rechterlijke organisatie anders is overeengekomen.

Artikel 4

De Raad en het College gezamenlijk zijn bevoegd de bij of krachtens de Ambtenarenwet aan het bevoegde gezag toegekende bevoegdheden uit te oefenen ten aanzien van de bij artikel 3, eerste lid, genoemde diensten werkzame ambtenaren.

Artikel 5

De Raad en namens de Minister het College gezamenlijk zijn bevoegd om namens de Staat privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten voor zover die voortvloeien uit het beheer van het deel van de Justitiebegroting dat betrekking heeft op de in artikel 3 genoemde diensten, tenzij bij of krachtens de wet is bepaald dat een andere minister dan onze minister de rechtshandeling verricht.

Artikel 6

De Voorzitter van de Raad en de Voorzitter van het College gezamenlijk zijn bevoegd de Staat in rechte te vertegenwoordigen ten aanzien van besluiten, genomen op grond van de bevoegdheden die ingevolge dit besluit zijn gemandateerd.

Artikel 7

1. De Raad en het College gezamenlijk kunnen ondermandaat of een nadere volmacht verlenen aan de Raad van opdrachtgevers voor wat betreft de in artikel 3 t/m 6 van dit besluit genoemde bevoegdheden.

2. De Raad van opdrachtgevers kan de leiding van de dienst ondermandaat of een nadere volmacht verlenen.

3. Het ondermandaat, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt schriftelijk verleend en aan de Minister ter kennis gebracht.

Hoofdstuk III. Rechterlijke ambtenaren in opleiding (Raio's)

Artikel 8

Aan de Raad en het College gezamenlijk wordt mandaat verleend om namens de Minister besluiten te nemen met betrekking tot de individuele rechtspositie van rechterlijke ambtenaren in opleiding.

Artikel 9

1. Ten aanzien van de in artikel 8 bedoelde bevoegdheden kunnen de Raad en het College gezamenlijk ondermandaat verlenen aan de Raad van opdrachtgevers van het Studiecentrum Rechtspleging.

2. De Raad van opdrachtgevers van het Studiecentrum Rechtspleging kan het krachtens het eerste lid verleend ondermandaat doorgeven aan de leiding van het Studiecentrum Rechtspleging, met uitzondering van het nemen van beslissingen inzake ontslag, anders dan op eigen verzoek.

3. De leiding van het Studiecentrum Rechtspleging kan krachtens het tweede lid verleend ondermandaat doorgeven aan onder haar ressorterende functionarissen.

4. Verlening of doorgeven van ondermandaat geschiedt schriftelijk en wordt ter kennis gebracht van de Minister.

Artikel 10

Het Mandaatbesluit opleiding rechterlijke ambtenaren van 2 juni 1998 wordt ingetrokken.

Hoofdstuk IV. Slotbepalingen

Artikel 11

Vervallen

Artikel 12

Deze regeling laat onverlet de rechten als bedoeld in hoofdstuk 8 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren en de rechten van de ondernemingsraden als bedoeld in de Wet op de ondernemingsraden.

Artikel 13

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 1 januari 2002.

Artikel 14

Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatbesluit gemeenschappelijke landelijke diensten R.O. en rechterlijke ambtenaren in opleiding.