rijk/ministeriele-regeling/mandaatbesluit-inspectie-jenv-ministerie-van-justitie-en-veiligheid-2019/BWBR0042135
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Mandaatbesluit Inspectie JenV Ministerie van Justitie en Veiligheid 2019 BWBR0042135 ministeriele-regeling geldend 2019-04-24 https://wetten.overheid.nl/BWBR0042135 Mandaatbesluit Inspectie JenV Ministerie van Justitie en Veiligheid 2019

Mandaatbesluit Inspectie JenV Ministerie van Justitie en Veiligheid 2019

Artikel 1

1.

Van het ingevolge artikel 1 van het Mandaatbesluit hoofden clusters Ministerie van Justitie en Veiligheid aan de inspecteur-generaal van de Inspectie Justitie en Veiligheid verleende ondermandaat wordt ten aanzien van de aangelegenheden die hun dienstonderdeel betreffen ondermandaat verleend aan:

a. a. hoofdinspecteur Rechtsbescherming en Executie; b. b. hoofdinspecteur Politie en Crisisbeheersing; c. c. hoofdinspecteur Migratie, Cyber en Security; d. d. directeur Strategie, Kwaliteit en Bedrijfsvoering.

2. Van het ingevolge artikel 1 van het Mandaatbesluit hoofden clusters Ministerie van Justitie en Veiligheid aan de inspecteur-generaal van de Inspectie Justitie en Veiligheid verleende ondermandaat wordt ten aanzien van de aangelegenheden bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdeel a, van het Organisatiebesluit Ministerie van Justitie en Veiligheid, ondermandaat verleend aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken.

Artikel 2

Als bevoegd gezag als bedoeld in het Algemeen Rijksambtenarenreglement, worden aangewezen de functionarissen, genoemd in kolom 1 van bijlage 1 bij dit besluit, voor zover het betreft de uitoefening van de bevoegdheden, vermeld in kolom 2 van die bijlage.

Artikel 3

Als bevoegd om te beschikken over bedragen voor het aangaan van verplichtingen en voor het verrichten van uitgaven, worden aangewezen de functionarissen, genoemd in kolom 1 van bijlage 2 bij deze regeling voor zover het betreft de bedragen, genoemd in kolom 2 van die bijlage.

Artikel 4

Aan de inspecteur-generaal blijft voorbehouden:

a. a. de bevoegdheid om beslissingen te nemen inzake aanstelling, bevordering en ontslag van alsmede treffen van disciplinaire maatregelen jegens functionarissen op managementfuncties van schaal 14 en hoger; b. b. de bevoegdheid tot inhuur van interim-management, organisatie- en formatieadvies, communicatieadvies en beleidsadvies.

Artikel 5

De in artikel 1, eerste lid, genoemde functionarissen wordt toegestaan elkaar volledig te vervangen. Zij treden daarbij in elkaars bevoegdheden.

Artikel 6

De Mandaatregeling IVenJ Ministerie van Veiligheid en Justitie 2018 wordt ingetrokken.

Artikel 7

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 8

Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatbesluit Inspectie JenV Ministerie van Justitie en Veiligheid 2019.

Bijlage 1. Behorend bij

De functionarissen bij wie in kolom 2 de letter A is geplaatst, zijn, onverminderd artikel 4 van dit besluit bevoegd tot uitoefening van alle bevoegdheden die in of krachtens het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR) aan het bevoegd gezag zijn toegekend.

De functionarissen bij wie in kolom 2 de letter B is geplaatst zijn, onverminderd artikel 4 van dit besluit bevoegd tot uitoefening van alle bevoegdheden die in of krachtens het ARAR aan het bevoegd gezag zijn toegekend, met uitzondering van de bevoegdheden tot aanstelling (hoofdstuk II, paragraaf 2, ARAR), bevorderen naar een hogere salarisschaal (artikel 8 BBRA), het opleggen van disciplinaire straffen (artikel 80, derde lid ARAR) en ontslag (artikel 93 ARAR), alsmede het nemen van besluiten over de toekenning van een persoonsgebonden dienstauto.

Bijlage 2. Behorend bij

De functionarissen genoemd in kolom 1 zijn bevoegd in overeenstemming met artikel 3 van de Regeling financieel beheer van het Rijk tot het aangaan van verplichtingen en het doen van uitgaven.

Indien in kolom 2 een bedrag is opgenomen betreft dit het maximumbedrag waarvoor de functionarissen telkens een verplichting of uitgave mag doen.

Indien in kolom 2 geen bedrag is opgenomen, geldt geen maximumbedrag.