40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Nadere regels indiening en bekendmaking van kennisgeving en overige gegevens van hoofdstuk 2 Wet milieugevaarlijke stoffen | BWBR0004074 | ministeriele-regeling | geldend | 1987-01-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0004074 | Nadere regels indiening en bekendmaking van kennisgeving en overige gegevens van hoofdstuk 2 Wet milieugevaarlijke stoffen |
Nadere regels indiening en bekendmaking van kennisgeving en overige gegevens van hoofdstuk 2 Wet milieugevaarlijke stoffen
Paragraaf 1. Algemene bepaling
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
Paragraaf 2. Wijze van indiening van kennisgevingen en bijbehorende stukken
Artikel 2
1. Een kennisgeving als bedoeld in artikel 3 van de wet wordt bij het bureau ingediend.
2. De gegevens die bij een zodanige kennisgeving worden overgelegd, worden op schriftelijke of elektronische wijze verstrekt.
3.
Indien de gegevens, bedoeld in het tweede lid, schriftelijk worden verstrekt:
a. a. wordt gebruik gemaakt van het formulier getiteld 'samenvatting van de kenninsgeving van een nieuwe chemische stof', dat bij het bureau verkrijgbaar is; b. b. wordt het in onderdeel a bedoelde formulier in de Nederlandse taal in vijfvoud en in de Engelse taal in tweevoud ingediend en c. c. wordt, indien van toepassing, een tweede tekst als bedoeld in artikel 56, vierde lid, van de wet, in de Nederlandse taal in tweevoud ingediend.
4.
Indien de gegevens bedoeld in het tweede lid, elektronisch worden verstrekt:
a. a. wordt gebruik gemaakt van het software-programma 'kennisgeving nieuwe stoffen', dat bij het bureau verkrijgbaar is; b. b. wordt ten minste één bestand overgelegd, waarin alle bij de kennisgeving over te leggen gegevens in de Engelse taal zijn weergegeven; c. c. wordt, indien van toepassing, een bestand overgelegd, waarin een in de Engelse taal gestelde tweede tekst als bedoeld in artikel 56, vierde lid, van de wet, is opgenomen; d. d. wordt een door de kennisgever ondertekende uitdraai van de in de onderdelen b en c bedoelde bestanden verstrekt.
Artikel 3
1. De bij de kennisgeving over te leggen onderzoekrapporten en de beschrijving van de gebruikte onderzoekmethoden, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder b of d, van het besluit, dienen in vijfvoud te worden ingediend en te zijn gesteld in de Nederlandse, Franse, Engelse of Duitse taal.
2. De coördinatoren voeren namens genoemde ministers tevens de taken en bevoegdheden uit, bedoeld in de artikelen 11, 16, eerste en vierde lid, 17, 18, tweede lid, en 20, eerste lid, van de richtlijn en de artikelen 2, 16 en 18 tot en met 23 van de Regeling risicobeoordeling nieuwe stoffen Wet milieugevaarlijke stoffen.
3. Het verwijzen naar onderzoekrapporten van een eerdere kennisgever is slechts toegestaan indien de betreffende rapporten samen met de verklaring van de eerdere kennisgever bij kennisgeving aan het bureau ter beschikking worden gesteld, ofwel deze rapporten reeds aan het bureau ter beschikking staan.
Paragraaf 3. Wijze van indienen van aanvullende gegevens
Artikel 4
1. De gegevens, bedoeld in de artikelen 13, eerste lid, onder b tot en met e, 14, 15 en 16 van de wet, alsmede de nadere gegevens bedoeld in die artikelen en de gegevens, bedoeld in artikel 6, eerste, tweede en derde lid, van het besluit dienen in de Nederlandse taal in vijfvoud en in de Engelse taal in tweevoud te worden ingediend bij het bureau.
2. Onderzoekrapporten, behorende bij de gegevens als bedoeld in het eerste lid, dienen in de Nederlandse, Franse, Duitse of Engelse taal in vijfvoud te worden ingediend; daarbij dient een aparte samenvatting van die rapporten, overeenkomstig het bij het bureau verkrijgbare formulier BMS3, in de Nederlandse taal in drievoud en in de Engelse taal in tweevoud te worden gevoegd.
3. De tweede tekst als bedoeld in artikel 56, vierde lid, van de wet, van de gegevens bedoeld in het eerste lid, onderscheidenlijk van de samenvatting als bedoeld in het tweede lid, dient in de Nederlandse taal in tweevoud te worden ingediend.
4. Artikel 3, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Paragraaf 4. Wijze van indienen van beperkte meldingen
Artikel 5
1. ????-??? Een melding als bedoeld in de artikelen 10, 11, derde lid, 12, zesde lid van het besluit wordt gedaan bij het bureau.
2. De gegevens die bij een zodanige melding worden overgelegd, worden op schriftelijke of elektronische wijze verstrekt.
3.
Indien de gegevens, bedoeld in het tweede lid, schriftelijk worden verstrekt:
a. a. wordt gebruik gemaakt van het formulier getiteld 'beperkte melding van een nieuwe chemische stof' dat bij het bureau verkrijgbaar is; b. b. wordt het in onderdeel a bedoelde formulier in vijfvoud ingediend en wordt het gesteld in de Nederlandse, Duitse, Engelse of Franse taal
4.
Indien de gegevens, bedoeld in het tweede lid, elektronisch worden verstrekt:
a. a. wordt gebruik gemaakt van het software-programma 'kennisgeving nieuwe stoffen', dat bij het bureau verkrijgbaar is; b. b. wordt ten minste één bestand overgelegd, waarin de gegevens in ieder geval in één van de talen, genoemd in het derde lid, onderdeel b. in enkelvoud zijn opgenomen en c. c. wordt ten minste één door de kennisgever ondertekende uitdraai van het in onderdeel b bedoelde bestand verstrekt.
Paragraaf 5. Wijze van bekendmaking
Artikel 6
Een exemplaar van de kennisgeving en van de overige stukken, bedoeld in artikel 11 van de wet, en van de ontwerp-opdrachten tot het overleggen van nadere gegevens, van definitieve opdrachten en van ingediende nadere gegevens, bedoeld in de artikelen 14, tweede, derde, vijfde en zesde lid, 15, tweede lid, en 16, eerste en derde lid, van de wet, kunnen door een ieder worden ingezien bij het Bureau Persoonlijke Voorlichting (DVEB) in de Centrale Hal van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer te 's-Gravenhage, op werkdagen tijdens de werkuren van 9.00–17.00 uur en buiten de werkuren, op telefonisch verzoek, tot 20.00 uur
Paragraaf 6. Slotbepalingen
Artikel 7
Deze regeling wordt bekendgemaakt in de Nederlandse Staatscourant en treedt in werking op het tijdstip waarop hoofdstuk 2 van de wet in werking treedt.