rijk/ministeriele-regeling/organisatie-en-mandaatbesluit-inspectie-leefomgeving-en-transport-2020/BWBR0043289
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Organisatie- en mandaatbesluit Inspectie Leefomgeving en Transport 2020 BWBR0043289 ministeriele-regeling geldend 2020-03-20 https://wetten.overheid.nl/BWBR0043289 Organisatie- en mandaatbesluit Inspectie Leefomgeving en Transport 2020

Organisatie- en mandaatbesluit Inspectie Leefomgeving en Transport 2020

Paragraaf 1. Algemene bepalingen organisatie en mandaat

Artikel 1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

    *aan de inspecteur-generaal gemandateerde bevoegdheden:* aan de inspecteur-generaal krachtens artikel 27, eerste lid, van het Organisatie- en mandaatbesluit Infrastructuur en Waterstaat 2023 gemandateerde bevoegdheden;

    *directeuren:* de directeur Informatiepositie en programmeren, de directeur Omgeving en dienstverlening en vergunningen, de directeur Toezicht en opsporing tevens coördinerend directeur ILT-Luchtvaartautoriteit, de directeur Publieke instituties en control en de directeur Autoriteit woningcorporatie, zijnde dienstonderdeelhoofden als bedoeld in artikel 1 van het Organisatie- en mandaatbesluit Infrastructuur en Waterstaat 2023;

    *IG-team:* de inspecteur-generaal en de directeuren;

    *ILT-Luchtvaartautoriteit:* alle onderdelen van de portefeuilles, bedoeld in artikel 2, tweede lid, die belast zijn met de taken bedoeld in artikel 22, vierde lid, onderdelen a en b, voorzover het luchtvaart betreft, en vijfde lid, onderdeel c, van het Organisatie en Mandaatbesluit Infrastructuur en Waterstaat 2023 onder de coördinatie van de coördinerende directeur ILT-Luchtvaartautoriteit;

    *inspecteur-generaal:* inspecteur-generaal Leefomgeving en Transport, bedoeld in artikel 22, eerste lid, van het Organisatie- en mandaatbesluit Infrastructuur en Waterstaat 2023;

    *inspecteur ILT:* strategisch inspecteur, coördinerend/specialistisch inspecteur, senior inspecteur en inspecteur/medewerker toezicht van de Inspectie Leefomgeving en Transport;

    *portefeuille:* het totaal aan verantwoordelijkheid van een directeur voor afdelingen, gecombineerd met diens functionele verantwoordelijkheid voor programmas of projecten;

    *programmamanager:* functionaris belast met de leiding van een tijdelijk samenstel van activiteiten en projecten die zijn gericht op het bereiken van een of meer samenhangende doelstellingen.

Paragraaf 2. Organisatie

Artikel 2

1.

De Inspectie Leefomgeving en Transport, bestaat uit:

a. a. het IG-team; b. b. afdelingen al dan niet onderverdeeld in teams.

2. De directeuren zijn ieder verantwoordelijk voor een portefeuille.

3. De afdelingen staan onder leiding van een afdelingshoofd.

4. De teams staan onder leiding van een teamleider.

5. De Inspectie Leefomgeving en Transport is ingedeeld volgens de structuur, bedoeld in de bijlage bij dit besluit.

6. In afwijking van de bijlage bij dit besluit kan de inspecteur-generaal elk van de directeuren schriftelijk belasten met andere taken en verantwoordelijkheden naast de verantwoordelijkheden voor de eigen portefeuille.

Artikel 3

1. Bij afwezigheid of verhindering van de inspecteur-generaal is de directeur Toezicht en opsporing bevoegd om als diens plaatsvervanger op te treden.

2. Bij afwezigheid of verhindering van een directeur zijn de overige directeuren bevoegd om als plaatsvervanger op te treden.

3. Bij afwezigheid of verhindering van een afdelingshoofd zijn de overige afdelingshoofden bevoegd om als plaatsvervanger op te treden.

4. Bij afwezigheid of verhindering van een teamleider zijn de overige teamleiders van de desbetreffende afdeling bevoegd om als plaatsvervanger op te treden.

5. Plaatsvervanging geschiedt voor het overige overeenkomstig daartoe strekkende instructies van de inspecteur-generaal.

Paragraaf 3. Mandaat en machtiging

Artikel 4

1. Aan de directeuren, afdelingshoofden, programmamanagers en teamleiders worden de aan de inspecteur-generaal gemandateerde bevoegdheden die behoren bij hun taken, in mandaat verleend.

2. Aan de inspecteurs ILT worden de aan de inspecteur-generaal gemandateerde bevoegdheden die behoren bij hun taken, eveneens in mandaat verleend.

3. Aan de daartoe door de inspecteur-generaal aangewezen functionarissen van de afdeling Juridische zaken wordt machtiging verleend voor het behandelen van bezwaarschriften, beroepschriften en hoger beroepschriften en het voeren van procedures bij de rechter over de op grond van het eerste en tweede lid genomen besluiten.

4. Aan de medewerkers verwerken en behandelen en de medewerkers behandelen en ontwikkelen worden de aan de inspecteur-generaal gemandateerde bevoegdheden die behoren bij hun taken, eveneens in mandaat verleend.

Artikel 5

1. Aan de directeuren, afdelingshoofden, programmamanagers en teamleiders worden de aan de inspecteur-generaal geattribueerde bevoegdheden die behoren bij hun taken, in mandaat verleend.

2. Aan de inspecteurs ILT worden de aan de inspecteur-generaal geattribueerde bevoegdheden die behoren bij hun taken, eveneens in mandaat verleend.

3. Aan de daartoe door de inspecteur-generaal aangewezen functionarissen van de afdeling Juridische zaken wordt machtiging verleend voor het behandelen van bezwaarschriften, beroepschriften en hoger beroepschriften en het voeren van procedures bij de rechter over de op grond van het eerste en tweede lid genomen besluiten.

4. Aan de medewerkers verwerken en behandelen en de medewerkers behandelen en ontwikkelen worden de aan de inspecteur-generaal geattribueerde bevoegdheden die behoren bij hun taken, eveneens in mandaat verleend.

Paragraaf 4. Overige bepalingen mandaat, volmacht en machtiging

Artikel 6

Het op grond van dit besluit aan de inspecteurs ILT verleende mandaat omvat niet mede de bevoegdheid tot het beslissen op bezwaar.

Artikel 7

Voor personele aangelegenheden wordt volmacht verleend aan uitsluitend de directeuren, afdelingshoofden en teamleiders.

Artikel 8

Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt met de verlening van mandaat gelijkgesteld de verlening van:

a. a. volmacht tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen, en b. b. machtiging om in naam van de bewindspersoon of, in geval van artikel 5, in naam van de inspecteur-generaal handelingen te verrichten die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.

Artikel 9

1. Mandaat en volmacht tot het aangaan van financiële verplichtingen wordt, voor zover het behoort bij hun taken, verleend aan de directeuren, de afdelingshoofden, de programmamanagers en de teamleiders.

2. Aan de in artikel 7 bedoelde functionarissen wordt ten behoeve van het aan hen verleende mandaat van personele aangelegenheden volmacht verleend tot het aangaan van financiële verplichtingen.

3.

De uitoefening van bevoegdheden die in dit artikel zijn verleend, geschiedt met inachtneming van:

a. a. de gestelde kaders ten aanzien van inkoop en aanbesteding; b. b. de van toepassing zijnde begrotingswet en de daarbij gegeven financiële ruimte; c. c. de toegekende budgetten op basis van het geldende jaarplan.

Artikel 10

1. De inspecteur-generaal kan instructies geven terzake van de uitoefening van de bevoegdheden die verleend zijn bij dit besluit.

2. De in het eerste lid bedoelde instructies hebben in ieder geval betrekking op de verantwoordingscyclus binnen de Inspectie Leefomgeving en Transport.

3. De bij of krachtens dit besluit gemandateerde bevoegdheden worden uitgeoefend met inachtneming van de gegeven instructies.

Artikel 11

1.

Het in een document vastleggen van een besluit, een privaatrechtelijke rechtshandeling of een andere handeling, geschiedt op briefpapier van het ministerie met het hoofd:

INSPECTIE LEEFOMGEVING EN TRANSPORT

MINISTERIE VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT.

2.

In geval van mandaat of machtiging op grond van de artikelen 4, 7 en 9, eerste lid, luidt de ondertekening:

DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT,

namens deze,

gevolgd door de aanduiding van de gemandateerde of gemachtigde functionaris.

3.

In geval van mandaat of machtiging op grond van artikel 5 luidt de ondertekening als volgt:

DE INSPECTEUR-GENERAAL LEEFOMGEVING EN TRANSPORT,

namens deze,

gevolgd door de aanduiding van de gemandateerde of gemachtigde functionaris.

4.

In geval van volmacht op grond van de artikelen 4, 7 en 9, eerste lid, luidt de ondertekening:

NAMENS DE STAAT DER NEDERLANDEN

DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT,

namens deze,

gevolgd door de aanduiding van de gevolmachtigde functionaris.

5.

In geval van volmacht op grond van artikel 5 luidt de ondertekening als volgt:

NAMENS DE STAAT DER NEDERLANDEN

DE INSPECTEUR-GENERAAL LEEFOMGEVING EN TRANSPORT,

namens deze,

gevolgd door de aanduiding van de gemandateerde of gemachtigde functionaris.

6.

In geval van mandaat, volmacht of machtiging voor een aangelegenheid die behoort tot de verantwoordelijkheid van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, wordt de in het tweede, onderscheidenlijk vierde lid voorgeschreven vermelding van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat vervangen door:

DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT.

7. In geval van plaatsvervanging overeenkomstig dit besluit bevat de ondertekening zowel een aanduiding van de plaatsvervanger als de functionaris die bij afwezigheid of verhindering wordt vervangen.

8. Indien de ondertekening, bedoeld in het tweede tot en met vijfde lid, betrekking heeft op de uitoefening van de taken van de ILT-Luchtvaartautoriteit, genoemd in artikel 1, wordt aan de ondertekening toegevoegd ILT-Luchtvaartautoriteit.

Paragraaf 5. Slotbepalingen

Artikel 12

Het Organisatie- en mandaatbesluit Tijdelijke werkorganisatie Inspectie Leefomgeving en Transport wordt ingetrokken.

Artikel 13

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2020.

Artikel 14

Dit besluit wordt aangehaald als: Organisatie- en mandaatbesluit Inspectie Leefomgeving en Transport 2020.

Bijlage . behorende bij

Inspecteur-generaal

Informatie en programmeren

Omgeving, Dienstverlening en Vergunningen

Toezicht en Opsporing

Publieke instituties en control

Autoriteit Woningcorporaties