40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling aanvraag- en veilingprocedure teruggekomen niet-landelijke commerciële FM-vergunningen 2017 | BWBR0039578 | ministeriele-regeling | geldend | 2017-05-25 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0039578 | Regeling aanvraag- en veilingprocedure teruggekomen niet-landelijke commerciële FM-vergunningen 2017 |
Regeling aanvraag- en veilingprocedure teruggekomen niet-landelijke commerciële FM-vergunningen 2017
Paragraaf 1. Algemeen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a.
*aanvrager:* degene die een aanvraag heeft ingediend;
b. b.
*activiteitsniveau:* totaal aantal activiteitspunten waarover een deelnemer op een gegeven moment in de veiling kan beschikken en welk aantal de maximale biedbevoegdheid van die deelnemer bepaalt om actief te zijn of te blijven in de veiling;
c. c.
*activiteitspunt:* aan een te veilen FM-vergunning op grond van artikel 3, derde lid, toegekend punt ten behoeve van het bepalen van het activiteitsniveau van een deelnemer;
d. d.
*bekendmakingsbesluit:* besluit van de minister op grond van artikel 3.10, derde lid, van de wet, omtrent de keuze en het tijdstip van aanvang van de verdeling van de in dat besluit omschreven vergunning of vergunningen voor niet-landelijke commerciële radio met toepassing van de procedure, bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, onder f, van de wet;
e. e.
*beschikbare demografische ruimte:* maximaal demografisch bereik minus het demografisch bereik van de vergunning of vergunningen voor niet-landelijke commerciële radio, waarover degene die in aanmerking voor een FM-vergunning wil komen en een met diegene verbonden rechtspersoon ten tijde van zijn aanvraag beschikt, uitgaande van het demografisch bereik van vergunningen voor niet-landelijke commerciële radio zoals op de dag na inwerkingtreding van het bekendmakingsbesluit door de minister in de Staatscourant kenbaar is gemaakt;
f. f.
*bod:* bieding, uitgebracht door een deelnemer via het elektronisch veilingsysteem van de minister en bevestigd door middel van dit elektronisch veilingsysteem;
g. g.
*deelnemer:* aanvrager die toegelaten is tot de betrokken veiling;
h. h.
*FM-vergunning:* vergunning voor niet-landelijke commerciële radio, die ingevolge een bekendmakingsbesluit zal worden verdeeld;
i. i.
*maximaal demografisch bereik:* maximaal demografisch bereik, bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel a, van de Regeling aanwijzing en gebruik frequentieruimte commerciële radio-omroep 2003;
j. j.
*minister:* minister van Economische Zaken en Klimaat;
k. k.
*rente:* volgens actual/360 berekende rente op basis van de door de Europese Centrale Bank vastgestelde Euro Overnight Index Average, minus 100 basispunten, met een minimum van 0%;
l. l.
*rondeprijs:* minimaal te bieden bedrag, vastgesteld per FM-vergunning, per biedronde.
m. m.
*verbonden rechtspersoon:* rechtspersoon als bedoeld in artikel 3.11, tweede lid, van de wet;
n. n.
*vergunning voor digitale radio-omroep:* vergunning voor het gebruik van 1/18e deel van de capaciteit van het frequentieblok dat of één van de frequentieblokken die ingevolge nationale voetnoot HOL006 van het Nationaal Frequentieplan 2014 gekoppeld is of zijn aan de FM-vergunning of FM-vergunningen;
o. o.
*vergunning voor niet-landelijke commerciële radio:* vergunning voor frequentieruimte in de FM-band, aangewezen in artikel 7, tweede lid, van de Regeling aanwijzing en gebruik frequentieruimte commerciële radio-omroep 2003.
Paragraaf 2. Beschikbaarheid en aanvraag vergunningen
Artikel 2
1. Aan een aanvrager wordt geen FM-vergunning verleend indien het demografisch bereik van die FM-vergunning de beschikbare demografische ruimte van de betrokken aanvrager overschrijdt.
2. Aan een aanvrager wordt geen combinatie van FM-vergunningen verleend, indien het gezamenlijke demografische bereik van die combinatie van FM-vergunningen de beschikbare demografische ruimte van de aanvrager overschrijdt.
3. Elke FM-vergunning komt overeen met 1 activiteitspunt. Een aanvrager kan over niet meer activiteitspunten beschikken dan het aantal dat overeenkomt met de grootst mogelijke combinatie van FM-vergunningen die voor een aanvrager mogelijk is binnen zijn beschikbare demografische ruimte.
Artikel 3
1. Degene die voor een FM-vergunning in aanmerking wil komen, dient daartoe een aanvraag in.
2.
Een aanvraag wordt binnen de periode van vier weken, die aanvangt op de dag van aanvang van de procedure, vermeld in het betrokken bekendmakingsbesluit, per aangetekende post ontvangen dan wel door middel van persoonlijke overhandiging ingediend op het volgende adres en met de volgende adressering:
Agentschap Telecom
Ter attentie van: Projectteam uitgifte FM-vergunningen
Emmasingel 1
9726 AH Groningen
3. De persoonlijke overhandiging, bedoeld in het tweede lid, vindt in de genoemde periode plaats op werkdagen tussen 10.00 uur en 12.00 uur of tussen 13.30 uur en 16.00 uur. Bij persoonlijke overhandiging van de aanvraag wordt een bewijs van ontvangst afgegeven dat is voorzien van datum en tijdstip van ontvangst en ondertekening.
4. In de aanvraag wordt, voor zover van toepassing, vermeld van welke vergunningen voor landelijke of niet-landelijke commerciële radio in de FM-band de aanvrager en een met de aanvrager verbonden rechtspersoon reeds houder zijn. Daarbij vermeldt de aanvrager tevens zijn beschikbare demografische ruimte.
5. In de aanvraag wordt vermeld op welk aantal FM-vergunningen de aanvraag betrekking heeft.
6. De aanvraag heeft betrekking op het aantal activiteitspunten dat gelijk is aan het aantal FM-vergunningen waar de aanvraag ingevolge het vijfde lid betrekking op heeft.
7. In de aanvraag wordt, ten behoeve van het vaststellen van de noodzaak van veilen overeenkomstig artikel 13, tweede lid, vermeld welke FM-vergunning of FM-vergunningen de aanvrager bij voorkeur wenst te verwerven, uitgaande van het aantal waar de aanvraag ingevolge het vijfde lid betrekking op heeft.
8. In de aanvraag worden de namen vermeld van ten minste één en ten hoogste vier natuurlijke personen, die ieder voor zich zelfstandig bevoegd zijn om namens de aanvrager handelingen te verrichten gedurende de veilingprocedure en die daartoe beschikken over een rechtsgeldige en toereikende volmacht.
9. De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het in bijlage I opgenomen model en gaat, onverminderd de overigens in deze regeling gestelde eisen, vergezeld van de in dit model genoemde gegevens en bescheiden.
10. Bij het invullen van de aanvraag neemt de aanvrager het bepaalde in artikel 2 in acht.
11. De aanvraag is in de Nederlandse taal gesteld.
12. Met de gegevens en bescheiden, bedoeld in het negende lid, worden gelijkgesteld zodanige gegevens en bescheiden, opgesteld krachtens het recht van een van de andere lidstaten van de Europese Unie of een van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.
13. De gegevens en bescheiden, bedoeld in het twaalfde lid, mogen in afwijking van het elfde lid, in een van de officiële talen van de Europese Unie of Europese Economische Ruimte worden gesteld. In dat geval worden die gegevens en bescheiden vergezeld van een Nederlandse vertaling van die gegevens en bescheiden.
14. De aanvrager informeert de minister per aangetekende brief, die wordt geadresseerd op de in het tweede lid genoemde wijze, onverwijld over wijzigingen met betrekking tot de in bijlage I bedoelde gegevens en bescheiden.
15. Op de termijn, bedoeld in het tweede lid, is artikel 1, eerste lid, van de Algemene termijnenwet van overeenkomstige toepassing.
Artikel 4
1. Teneinde te kunnen voldoen aan het Nationaal Frequentieplan 2014 doet de aanvrager die een aanvraag doet voor een FM-vergunning, zijn aanvraag, bedoeld in artikel 3, vergezeld gaan van een aanvraag voor een vergunning voor digitale radio-omroep per FM-vergunning waar de aanvraag ingevolge artikel 3, vijfde lid, betrekking op heeft, onder de voorwaarde dat aan hem op grond van artikel 13, artikel 26, of artikel 26a een FM-vergunning wordt verleend.
2. De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt ingediend met gebruikmaking van het daartoe in bijlage I, onderdeel C, opgenomen model.
Artikel 5
1.
Onverminderd het bepaalde in artikel 3.18 van de wet, wijst de minister de aanvraag volledig af indien:
a. a. de aanvrager op grond van zijn beschikbare demografische ruimte geen van de FM-vergunningen kan verwerven; b. b. niet is voldaan aan artikel 3, tweede lid.
2. De aanvraag wordt gedeeltelijk geweigerd met betrekking tot een FM-vergunning waarvoor de betrokken aanvrager niet in aanmerking kan komen, omdat verlening daarvan in strijd zou komen met artikel 2, eerste lid.
3. De aanvraag wordt gedeeltelijk geweigerd voor het aantal FM-vergunningen dat ingevolge het bepaalde in artikel 2 niet aan hem kan worden verleend. Het aantal activiteitspunten waar de aanvrager over kan beschikken, wordt met hetzelfde aantal verminderd. Bij deze gedeeltelijke afwijzing vermeldt de minister op welk aantal FM-vergunningen de aanvraag als gevolg van deze gedeeltelijke weigering betrekking heeft.
Artikel 6
1. Een aanvrager verstrekt als zekerheid voor de betaling van het bod en teneinde te borgen dat de vergunning wordt verleend aan een financieel bestendige vergunninghouder een waarborgsom of een bankgarantie per FM-vergunning waar de aanvraag ingevolge artikel 3, vijfde lid, of, voor zover van toepassing, na toepassing van artikel 5, tweede of derde lid, betrekking op heeft, ter grootte van € 10.000,– of, indien het demografisch bereik van de vergunning groter is dan 10%, € 15.000,–.
2.
De waarborgsom wordt verstrekt voor de periode tot:
a. a. in geval van afwijzing van de aanvraag, het tijdstip van de afwijzing; b. b. in geval van niet in behandeling nemen van de aanvraag, het tijdstip van het besluit om de aanvraag niet te behandelen; c. c. in geval van toewijzing van de aanvraag, het tijdstip waarop het winnende bod als bedoeld in artikel 25, vierde lid, volledig is betaald.
3.
Een aanvrager zorgt ervoor dat uiterlijk op het in artikel 3, tweede lid, bedoelde tijdstip:
a. a. de waarborgsom is ontvangen op bankrekeningnummer 705001199, IBAN: NL41INGB0705001199, BIC: INGBNL2A, ten name van Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, Agentschap Telecom, Afdeling Finance & Control, onder vermelding van naam en nummer van het betrokken bekendmakingsbesluit, of b. b. de bankgarantie, verstrekt volgens het model, bedoeld in bijlage II, is ontvangen op het in artikel 3, tweede lid, genoemde adres.
4. In geval blijkt dat voor meer FM-vergunningen een waarborgsom is gestort dan het aantal waar de aanvraag na een gedeeltelijke weigering op grond van artikel 5, tweede of derde lid, betrekking op heeft, wordt het te hoog gestorte bedrag aan de betrokken aanvrager teruggestort uiterlijk twee weken na de gedeeltelijke weigering. De minister vergoedt aan de aanvrager rente over dat te hoog gestorte bedrag over de periode vanaf de dag na de dag dat de gedeeltelijke weigering op grond van artikel 5, tweede of derde lid is gedaan tot en met de dag voorafgaand aan de dag waarop het te hoog gestorte bedrag door de minister wordt teruggestort. Deze rente wordt op dezelfde dag teruggestort als de dag waarop hij het te hoog gestorte bedrag terugstort.
Artikel 7
1. Indien de aanvrager niet heeft voldaan aan een van de in artikel 3, vierde tot en met negende lid, elfde lid of dertiende lid, artikel 4, artikel 6, of artikel 8, onderdeel b, gestelde eisen, deelt de minister dit de aanvrager mee en stelt de minister de aanvrager in de gelegenheid het verzuim te herstellen.
2. De aanvrager heeft gedurende tien werkdagen, te rekenen vanaf de dag na dagtekening van de mededeling, bedoeld in het eerste lid, de gelegenheid het verzuim te herstellen.
3. De gegevens of bescheiden ten behoeve van het verzuimherstel worden per aangetekende post ontvangen dan wel door middel van persoonlijke overhandiging ingediend op het adres, genoemd in artikel 3, tweede lid, binnen de in het tweede lid bedoelde termijn, met dien verstande dat de ontvangst geschiedt vóór 16.00 uur van de laatste werkdag van die termijn.
4. Verzuimherstel aangaande de waarborgsom geschiedt binnen dezelfde termijn, en met gebruikmaking van het bankrekeningnummer, genoemd in artikel 6, derde lid.
5. Artikel 3, derde lid, is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat als datum en tijdstip van ontvangst gelden de datum en het tijdstip waarop de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, zijn ontvangen.
6. Indien het verzuim niet binnen de termijn, bedoeld in het tweede en het derde lid, en op de wijze, vermeld in het derde lid, is hersteld of indien na herstel niet wordt voldaan aan de in artikel 3, vierde tot en met negende lid, elfde lid of dertiende lid, artikel 4 of artikel 6, gestelde eisen, kan de minister besluiten de aanvraag met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht niet te behandelen.
Artikel 8
Een aanvrager verstrekt ter onderbouwing van zijn financiële draagkracht om te kunnen voldoen aan diens aan de vergunning voor digitale radio-omroep verbonden verplichtingen en de daaruit voortvloeiende investeringen:
a. a. een bankverklaring overeenkomstig bijlage III, of b. b. een kopie van een bankafschrift van de rekening op naam van de aanvrager waaruit ten hoogste vier weken voorafgaande aan het indienen van de aanvraag een positief saldo blijkt van ten minste € 15.000,– per FM-vergunning waar zijn aanvraag ingevolge artikel 3, vijfde lid, of, voor zover van toepassing, na toepassing van artikel 5, tweede of derde lid, betrekking op heeft.
Artikel 9
Een aanvrager heeft zich blijkens een door hem ondertekende verklaring overeenkomstig bijlage IV bij deze regeling ertoe verplicht dat een krachtens deze regeling aan hem verleende FM-vergunning zal worden gebruikt voor het uitzenden van een radioprogramma van een commerciële omroepinstelling dat, voor zover het gepresenteerde programmaonderdelen tussen 07.00 uur en 19.00 uur betreft, voor ten minste 50 procent in de Nederlandse of Friese taal wordt gepresenteerd.
Artikel 10
De aanvrager beschikt over de vereiste toestemming van het Commissariaat voor de Media, bedoeld in artikel 3.1 van de Mediawet 2008.
Artikel 11
1. De aanvrager is een privaatrechtelijke rechtspersoon naar Nederlands recht of het equivalent daarvan naar het recht van een van de overige lidstaten van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en heeft zijn statutaire zetel, zijn hoofdbestuur of zijn hoofdvestiging binnen de Europese Economische Ruimte.
2.
De aanvrager voldoet voorts aan de volgende eisen:
a. a. de aanvrager verkeert niet in staat van faillissement of liquidatie, noch is door de aanvrager faillissement aangevraagd, en b. b. de aanvrager is geen surseance van betaling verleend, noch is door de aanvrager surseance van betaling aangevraagd.
3. Met de eisen, bedoeld in het tweede lid, worden gelijkgesteld zodanige eisen volgens het recht van een van de andere lidstaten van de Europese Unie of een van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.
4. De minister wijst de aanvraag af, indien uit de aanvraag niet blijkt dat aan de eisen, bedoeld in het eerste en tweede lid is voldaan.
Artikel 12
1. Een aanvrager verklaart door middel van een door hem ondertekende verklaring, overeenkomstig bijlage V bij deze regeling, dat hij zich voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft onthouden van afspraken of onderling afgestemde feitelijke gedragingen die afbreuk doen of kunnen doen aan de mededinging in het kader van de veilingprocedure en zich na het indienen van de aanvraag zal onthouden van het maken van dergelijke afspraken of het verrichten van dergelijke gedragingen.
2. De minister kan een aanvraag afwijzen als naar zijn oordeel aannemelijk is dat de aanvrager afspraken heeft gemaakt of onderling afgestemde feitelijke gedragingen heeft verricht die afbreuk doen of kunnen doen of gedaan hebben of gedaan kunnen hebben aan de mededinging in het kader van de veilingprocedure.
Paragraaf 3. Vaststelling eventuele schaarste
Artikel 13
1. In geval blijkens het bekendmakingsbesluit één FM-vergunning verdeeld wordt en de minister ten aanzien van die FM-vergunning vaststelt dat, uitgezonderd de aanvragers waarvan de aanvraag buiten behandeling is gesteld, de aanvraag is afgewezen, of waarvan de aanvraag op grond van artikel 3.18 van de wet is geweigerd, slechts één aanvraag voldoet aan de in paragraaf 2 van deze regeling gestelde eisen, vindt geen veiling van de FM-vergunning plaats en wordt die FM-vergunning aan de betreffende aanvrager om niet verleend.
2. In geval blijkens het bekendmakingsbesluit twee of meer FM-vergunningen worden verdeeld en de minister voor een FM-vergunning vaststelt dat, uitgezonderd de aanvraag die buiten behandeling is gesteld, de aanvraag die geheel is afgewezen, de aanvraag van de aanvrager aan wie de betrokken FM-vergunning gelet op artikel 2, eerste lid, niet kan worden verleend, of de aanvraag die op grond van artikel 3.18 van de wet is geweigerd, in slechts één aanvraag een voorkeur is uitgesproken voor die FM-vergunning, wordt die FM-vergunning aan de betreffende aanvrager om niet verleend.
3. Indien de aanvrager aan wie op grond van het eerste of tweede lid een FM-vergunning om niet is verleend ter zekerheidsstelling een waarborgsom heeft verstrekt, wordt uiterlijk twee weken na de verlening van de FM-vergunning een bedrag van € 10.000,– aan de betrokken aanvrager teruggestort per FM-vergunning die hem om niet is verleend. De minister vergoedt aan de aanvrager rente over dat bedrag over de periode vanaf de dag dat hij de waarborgsom heeft ontvangen op het bankrekeningnummer, genoemd in artikel 6, derde lid, onderdeel a, tot en met de dag voorafgaand aan de dag waarop de waarborgsom door de minister wordt teruggestort. Deze rente wordt op dezelfde dag gestort als de dag waarop de waarborgsom wordt terugstort.
4.
Indien de aanvrager aan wie op grond van het eerste of tweede lid een vergunning om niet is verleend ter zekerheidsstelling een bankgarantie heeft verstrekt, stuurt de minister, uiterlijk twee weken na de verdeling van de betrokken FM-vergunning aan de bank van de aanvrager een schriftelijke verklaring dat de bankgarantie vervalt, indien als gevolg van de verlening om niet:
a. a. ten aanzien van geen enkele FM-vergunning op grond van het vijfde lid de noodzaak van veilen is komen vast te staan, of b. b. de betrokken aanvrager, gelet op het bepaalde in artikel 14, derde lid, niet over voldoende activiteitspunten beschikt om toegelaten te worden tot de veiling.
5. Ten aanzien van een FM-vergunning die blijkens het bekendmakingsbesluit wordt verdeeld en die niet op grond van het eerste of tweede lid om niet wordt verleend, is de noodzaak van veilen komen vast te staan.
Artikel 14
1. Indien na toepassing van artikel 13 de noodzaak van veilen van een FM-vergunning is komen vast te staan, deelt de minister de aanvragers, uitgezonderd de aanvragers waarvan de aanvraag buiten behandeling is gesteld, de aanvraag is afgewezen, of waarvan de aanvraag op grond van artikel 3.18 van de wet is geweigerd, schriftelijk mee dat zij als deelnemer worden toegelaten tot de veiling.
2.
Bij de mededeling, bedoeld in het eerste lid, wordt tevens bekendgemaakt:
a. a. het totaal aantal deelnemers aan de veiling; b. b. de FM-vergunning of de FM-vergunningen waarop de deelnemer geen bod kan uitbrengen, omdat verlening van die vergunning of vergunningen aan de deelnemer in strijd zou komen met artikel 2; c. c. het aantal activiteitspunten waarover de deelnemer aan het begin van de veiling kan beschikken; d. d. de beschikbare demografische ruimte van de deelnemer; e. e. in geval meerdere FM-vergunningen worden verdeeld, de combinaties van FM-vergunningen waarop de deelnemer bij aanvang van de veiling uitsluitend een bod kan uitbrengen.
3. Het aantal activiteitspunten van een deelnemer, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, is gelijkluidend aan het aantal FM-vergunningen waar zijn aanvraag ingevolge artikel 3, vijfde lid betrekking op heeft of zoveel minder als waar de aanvraag na een gedeeltelijke weigering op grond van artikel 5, tweede of derde lid, betrekking op heeft, verminderd met het aantal FM-vergunningen dat hem op grond van artikel 13, tweede lid, om niet is verleend. Indien het aantal activiteitspunten van een deelnemer nul bedraagt, wordt hij niet toegelaten tot de veiling.
Paragraaf 4. De veiling
Artikel 15
1. De veiling vindt plaats via internet, met behulp van een elektronisch veilingsysteem, en geschiedt door middel van een simultane meerrondenveiling.
2. Biedingen worden uitsluitend uitgebracht door middel van het elektronisch veilingsysteem.
3. Andere communicatie vindt plaats via het elektronisch veilingsysteem dan wel telefonisch of per e-mail, waarbij de deelnemer bereikbaar is op het door hem in zijn aanvraag opgegeven telefoonnummer en e-mailadres en de minister bereikbaar is op het telefoonnummer en e-mailadres bedoeld in artikel 16, onderdeel d.
4. De veiling wordt uitsluitend op werkdagen gehouden.
5. De minister leidt de veiling en draagt zorg voor een goed verloop van de veiling.
Artikel 16
De minister deelt een deelnemer uiterlijk twee weken voor de aanvang van de veiling schriftelijk mee:
a. a. de datum, de aanvangstijd van de eerste biedronde; b. b. de duur van de eerste biedronde en, voor zover van toepassing, dat de biedronde overeenkomstig artikel 18, derde lid, niet eerder eindigt dan nadat die duur is verstreken; c. c. de voor de veiling benodigde programmatuur; d. d. het telefoonnummer en het e-mailadres waarop de minister bereikbaar is; e. e. de combinatie van een gebruikersnaam en wachtwoord van de deelnemer, en f. f. het internetadres waarop de deelnemer inlogt teneinde aan de veiling deel te nemen.
Artikel 17
1. Een deelnemer, inbegrepen diegene die een deelnemer ten behoeve van de veiling bijstaat, onthoudt zich van afspraken of onderling afgestemde feitelijke gedragingen die afbreuk doen of kunnen doen aan de mededinging in het kader van de veilingprocedure. Daaronder worden mede verstaan afspraken of gedragingen die leiden tot een, ten opzichte van de situatie ten tijde van de aanvraag van de deelnemer, nieuwe verbonden rechtspersoon waaraan verlening van een FM-vergunning of een combinatie van FM-vergunningen in strijd zou komen met artikel 3.11, eerste lid, van de wet of tot een zodanige wijziging van een bestaande verbonden rechtspersonen dat verlening van een FM-vergunning of een combinatie van FM-vergunningen daaraan in strijd zou komen met artikel 3.11, eerste lid, van de wet, voor zover als gevolg van die nieuwe of gewijzigde verbondenheid de informatie, bedoeld in artikel 14, tweede lid, vermeld in de mededeling aan de betrokken deelnemer niet langer juist is.
2. De minister kan de veiling stopzetten of opschorten indien naar zijn oordeel sprake is van afspraken of gedragingen in strijd met het eerste lid.
3. Indien een deelnemer naar het oordeel van de minister in strijd heeft gehandeld met het eerste lid, kan de minister de betrokken deelnemer uitsluiten van verdere deelname aan de veiling en het bod of de biedingen van de betrokken deelnemer uit een of meerdere biedronden ongeldig verklaren.
4. Onverminderd het derde lid, kan de minister, indien een deelnemer naar het oordeel van de minister in strijd heeft gehandeld met het eerste lid, de uitkomst van een of meer biedronden ongeldig verklaren en besluiten dat een of meer biedronden opnieuw moeten worden gehouden.
Artikel 18
1. De minister bepaalt wanneer de biedronden van de veiling plaatsvinden en de duur van die biedronden.
2. Onverminderd het bepaalde in artikel 19, eindigt een biedronde zodra de door de minister vastgestelde duur van de biedronde, bedoeld in het eerste lid, is verstreken, of zoveel eerder als alle deelnemers, die op grond van hun beschikbare activiteitsniveau daartoe gerechtigd zijn, een bod hebben uitgebracht.
3. In afwijking van het tweede lid, kan de minister bij het vaststellen van de duur van een biedronde, bedoeld in het eerste lid, bepalen dat de biedronde niet eerder eindigt dan nadat de door hem vastgestelde duur van die biedronde is verstreken, ongeacht of alle deelnemers die op grond van hun beschikbare activiteitsniveau daartoe gerechtigd zijn eerder dan het verstrijken van de biedronde een bod hebben uitgebracht.
Artikel 19
1. Indien een deelnemer een biedronde laat verstrijken zonder dat hij een bod uitbrengt op een of meerdere vergunningen, wordt die biedronde voor die deelnemer eenmalig van rechtswege verlengd met een termijn van 30 minuten.
2. Een verlenging als bedoeld in het eerste lid vindt in ten hoogste twee biedronden per deelnemer plaats, niet meegerekend biedronden waarvoor de minister op grond van artikel 17, vierde lid, of artikel 20, derde lid, heeft besloten dat deze opnieuw moeten worden gehouden.
3. In de situatie dat alle actieve deelnemers een bod in de biedronde of verlengde biedronde hebben uitgebracht, bedoeld in artikel 20, derde lid, aanhef en onder a, maar een deelnemer daartoe gebruik heeft moeten maken van een verlenging, bedoeld in het eerste lid, omdat technische problemen zijn ontstaan voor het verstrijken van de biedronde, kan de minister, onverminderd het bepaalde in het tweede lid, besluiten dat die verlengde biedronde overeenkomstig het tweede lid niet wordt meegerekend.
4. Een op grond van het eerste lid verlengde biedronde is afgelopen zodra de termijn van de verlengde biedronde, bedoeld in het eerste lid, is verstreken, of zoveel eerder als alle deelnemers wiens biedronde is verlengd, een bod hebben uitgebracht.
5. De minister deelt in het geval, bedoeld in het eerste lid, zo spoedig mogelijk aan alle deelnemers mee dat de biedronde ten behoeve van een of meer deelnemers is verlengd.
Artikel 20
1. De minister kan de veiling opschorten indien zich naar zijn oordeel bijzondere omstandigheden voordoen buiten de beïnvloedingssfeer van de minister of de deelnemers of indien technische problemen optreden waardoor de veiling tijdelijk geen doorgang kan vinden. Een bijzondere omstandigheid of technisch probleem wordt door een deelnemer onverwijld maar uiterlijk binnen 10 minuten na afloop van een biedronde of verlengde biedronde per telefoon gemeld aan de minister.
2. Indien de technische problemen optreden bij een deelnemer, kan de minister verlangen dat zijn biedingen worden uitgebracht door middel van een computer die de minister ter beschikking stelt op een door hem te bepalen locatie.
3.
Indien de veiling wordt opgeschort, kan de minister ten aanzien van de biedronde of verlengde biedronde waarin of waarna de bijzondere omstandigheden of technische problemen zijn opgetreden besluiten dat:
a. a. alle biedingen uitgebracht in die ronde ongeldig worden verklaard, tenzij alle nog actieve deelnemers reeds een bod in die ronde hebben uitgebracht; b. b. die biedronde ongeldig wordt verklaard en opnieuw moet worden gehouden.
Artikel 21
1.
Het activiteitsniveau van een deelnemer bedraagt:
a. a. in de eerste biedronde, het aantal activiteitspunten dat hem op grond van artikel 14, tweede lid, onderdeel c, is medegedeeld. b. b. in biedronden volgend op de eerste biedronde, het aantal activiteitspunten van de bieding van de deelnemer in de voorgaande ronde.
2.
In afwijking van het eerste lid bedraagt het activiteitsniveau van een deelnemer:
a. a. in de biedronde volgend op de biedronde waarin een of meer biedingen van de deelnemer als hoogste bod is aangemerkt, het aantal activiteitspunten van de bieding van de deelnemer in de voorgaande ronde minus het aantal activiteitspunten van de FM-vergunning of FM-vergunningen waarvoor de deelnemer het hoogste bod in de voorafgaande ronde heeft uitgebracht; b. b. in de biedronde volgend op een biedronde waarin het hoogste bod van de deelnemer is overboden, het aantal activiteitspunten van de bieding van de deelnemer in de voorgaande ronde plus het aantal activiteitspunten van de FM-vergunning of FM-vergunningen ten aanzien waarvan zijn hoogste bod is overboden.
3.
Een deelnemer brengt in een biedronde geen bieding uit:
a. a. die hoger is dan het activiteitsniveau van de deelnemer in die biedronde; b. b. op een FM-vergunning als bedoeld in artikel 14, tweede lid, onderdeel b; c. c. op een combinatie van FM-vergunningen, waarvan het gezamenlijke demografisch bereik zoals bekendgemaakt op de dag na inwerkingtreding van het bekendmakingsbesluit, zijn beschikbare demografische ruimte, bedoeld in artikel 14, tweede lid, onderdeel d, overschrijdt; d. d. op een FM-vergunning waarvoor de deelnemer het hoogste bod heeft.
4. Het derde lid, onderdeel d, is niet van toepassing in de laatste biedronde die door de minister is aangekondigd, bedoeld in artikel 25, eerste lid, onderdeel b.
Artikel 22
1. Een bieding wordt afgerond op eenheden van honderd euro en bedraagt minimaal de voor die biedronde vastgestelde rondeprijs.
2. Een deelnemer is onvoorwaardelijk en onherroepelijk aan zijn bod gebonden.
3. De rondeprijs bedraagt in de eerste biedronde € 0,– per FM-vergunning.
4. De rondeprijs voor een FM-vergunning in de volgende biedronden is gelijk aan het in de voorgaande biedronde hoogst geboden bedrag voor die vergunning, vermeerderd met een door de minister vast te stellen bedrag.
5. Het eerste lid is niet van toepassing op een bieding in de laatste biedronde die door de minister is aangekondigd, bedoeld in artikel 25, eerste lid, onderdeel b.
Artikel 23
1. Na elke biedronde stelt de minister per FM-vergunning het hoogst geboden bedrag voor die vergunning vast als hoogste bod.
2. Indien in een biedronde twee of meer deelnemers hetzelfde hoogste bedrag voor eenzelfde FM-vergunning hebben geboden, wordt door middel van loting met gebruikmaking van de veilingsoftware vastgesteld wie van hen wordt aangemerkt als de deelnemer die het hoogste bod in die ronde op die FM-vergunning heeft uitgebracht.
Artikel 24
1.
De minister deelt elke deelnemer zo spoedig mogelijk na het einde van een biedronde mee:
a. a. het rondenummer van de vorige biedronde; b. b. per FM-vergunning, of 1 of meer biedingen zijn uitgebracht; c. c. per FM-vergunning, het hoogste bod; d. d. het aantal deelnemers dat nog actief is in de veiling, waarbij de code van de deelnemers wordt vermeld, maar de identiteit van de deelnemers geheim blijft; e. e. per FM-vergunning de rondeprijs die in de volgende biedronde geldt; f. f. de aanvangstijd en de duur van de volgende biedronde en in hoeverre in die biedronde op grond van artikel 18, derde lid, afgeweken wordt van artikel 18, tweede lid, en g. g. het rondenummer van de volgende biedronde.
2.
In aanvulling op het eerste lid deelt de minister elke deelnemer zo spoedig mogelijk na het einde van een biedronde mee:
a. a. zijn in die biedronde uitgebrachte bieding of biedingen, of het gebrek daaraan; b. b. in hoeverre zijn bieding is aangemerkt als hoogste bod, met vermelding van de betrokken FM-vergunning; c. c. het activiteitsniveau van de deelnemer in de volgende biedronde; d. d. zijn verlengingsmogelijkheden in de volgende biedronde.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid, wordt geen informatie over een volgende biedronde gegeven indien de biedronden op grond van artikel 25, eerste lid, definitief eindigen.
Artikel 25
1.
De laatste biedronde is:
a. a. de eerste biedronde waarin op geen enkele vergunning een bod is uitgebracht, of b. b. die door de minister als laatste ronde is aangekondigd.
2. De minister kan de ronde, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, aankondigen indien naar het oordeel van de minister het verloop van de veiling zodanig is dat de vergunningen niet binnen een redelijke termijn kunnen worden verleend.
3. De ronde, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt door de minister minimaal tien ronden voorafgaand aan die ronde aangekondigd aan de deelnemers.
4. Het in de ronde voorafgaande aan de laatste biedronde uitgebrachte hoogste bod, of, in geval de laatste ronde door de minister is aangekondigd, het in die laatste biedronde uitgebrachte hoogste bod, wordt aangemerkt als winnend bod voor die vergunning.
Paragraaf 5. Vergunningverlening na veiling
Artikel 26
1. Na beëindiging van de veiling, verleent de minister de betreffende FM-vergunning, aan de deelnemer die ingevolge artikel 25 het winnende bod voor die FM-vergunning heeft uitgebracht, nadat hij het door hem verschuldigde bedrag, bedoeld in het vierde lid, heeft betaald. De minister deelt alle deelnemers mee wie het hoogste bod heeft uitgebracht.
2. Nadat de FM-vergunning is verleend, wijst de minister de overige aanvragen voor de betreffende FM-vergunning af.
3.
Uiterlijk twee weken nadat de vergunning is verleend:
a. a. stort de minister de waarborgsom van iedere deelnemer aan wie geen FM-vergunning is verleend, terug; b. b. stuurt de minister aan de bank van iedere deelnemer aan wie geen vergunning wordt verleend en die ter zekerheidstelling een bankgarantie heeft overgelegd, een schriftelijke verklaring dat de bankgarantie vervalt. Een kopie van voornoemde verklaring stuurt de minister aan de deelnemer.
4. Het door de deelnemer aan wie de FM-vergunning op grond van het eerste lid wordt verleend, verschuldigde bedrag is gelijk aan het winnende bod, bedoeld in artikel 25, vierde lid.
5. De deelnemer, bedoeld in het eerste lid, eerste volzin, betaalt het door hem verschuldigde bedrag binnen twee weken na de mededeling, bedoeld in het eerste lid, laatste volzin, door overmaking op het bankrekeningnummer, genoemd in artikel 6, derde lid, onderdeel a, onder vermelding van de naam en het nummer van het betrokken bekendmakingsbesluit.
6. Indien de deelnemer, bedoeld in het eerste lid, een bankgarantie heeft verstrekt, stuurt de minister, zodra het verschuldigde bedrag ingevolge het vijfde lid van de deelnemer is ontvangen, per aangetekende brief een schriftelijke verklaring dat de bankgarantie vervalt aan de bank van die deelnemer. Een kopie van voornoemde verklaring stuurt de minister aan de deelnemer.
7.
Indien de deelnemer, bedoeld in het eerste lid, een waarborgsom heeft gestort wordt de waarborgsom aangewend voor de betaling van het voor de vergunning verschuldigde bedrag, bedoeld in het vierde lid, met dien verstande dat:
a. a. indien de waarborgsom van een deelnemer minder dan het voor de vergunning verschuldigde bedrag bedraagt, die deelnemer het restant van het verschuldigde bedrag betaalt overeenkomstig het vijfde lid, en b. b. indien de waarborgsom van een deelnemer meer dan het voor de vergunning verschuldigde bedrag bedraagt, het bedrag van de waarborgsom dat resteert, aan die deelnemer wordt teruggestort uiterlijk twee weken nadat de mededeling, bedoeld in het eerste lid, is gedaan.
8.
De minister vergoedt de rente over de gestorte waarborgsom vanaf de dag waarop hij de waarborgsom heeft ontvangen op het bankrekeningnummer, genoemd in artikel 6, derde lid, onder a, met dien verstande dat de rente wordt vergoed tot en met de dag:
a. a. voorafgaand aan de dag waarop de waarborgsom door de minister wordt teruggestort: voor de deelnemer aan wie geen vergunning wordt verleend, of b. b. waarop de mededeling, bedoeld in het eerste lid, is gedaan: voor de deelnemer aan wie de vergunning wordt verleend, met dien verstande dat er alleen rente wordt betaald over het door de deelnemer gestorte bedrag.
9. De minister vergoedt voorts aan een deelnemer van wie de waarborgsom meer bedraagt dan het voor de vergunning verschuldigde bedrag, rente over het restant, bedoeld in het zevende lid, onderdeel b, over de periode vanaf de dag na de dag dat de mededeling, bedoeld in het eerste lid, is gedaan tot en met de dag voorafgaand aan de dag waarop de waarborgsom door de minister wordt teruggestort, met dien verstande dat alleen rente wordt betaald over dat restant.
10. De minister stort de rente, bedoeld in het achtste en negende lid, terug op dezelfde dag waarop hij de waarborgsom of het bedrag dat resteert van de waarborgsom, terugstort.
Artikel 26a
1.
Indien de deelnemer, bedoeld in artikel 26, eerste lid, eerste volzin, het door hem verschuldigde bedrag niet, niet geheel of niet tijdig heeft betaald, wordt de vergunning opnieuw geveild. De artikelen 14 tot en met 26 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de minister ten aanzien van de deelnemer, bedoeld in de eerste volzin:
a. a. diens waarborgsom niet terugstort, of b. b. diens bank geen schriftelijke verklaring stuurt dat de bankgarantie vervalt.
2. Deelname aan de veiling, bedoeld in het eerste lid, is voorbehouden aan de resterende deelnemers aan de veiling van de desbetreffende vergunning. De deelnemer, bedoeld in het eerste lid, eerste volzin, is van deelname uitgesloten.
3. Indien slechts één deelnemer in aanmerking komt voor deelname aan de veiling, bedoeld in het eerste lid, wordt de vergunning niet geveild, maar om niet verleend aan de desbetreffende deelnemer.
Paragraaf 6. Vergunningen voor frequentieruimte in band III
Artikel 27
Op grond van de aanvraag, bedoeld in artikel 4, wordt aan de deelnemer aan wie op grond van artikel 13, 26, of 26a een FM-vergunning is verleend, een vergunning verleend voor digitale radio-omroep, die ingevolge het Nationaal Frequentieplan 2014 aan de verleende FM-vergunning is gekoppeld.
Paragraaf 7. Slotbepalingen
Artikel 28
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte in de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 29
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanvraag- en veilingprocedure teruggekomen niet-landelijke commerciële FM-vergunningen 2017.
Bijlage I. behorend bij
Bijlage II. behorend bij
Bijlage III. behorend bij
Bijlage IV. behorend bij
Ondergetekende verklaart dat hij, indien aan hem een FM-vergunning als opgenomen in het Bekendmakingsbesluit ....... <> zal worden verleend met toepassing van de Regeling aanvraag- en veilingprocedure teruggekomen niet-landelijke commerciële FM-vergunningen 2017, hij deze vergunning zal gebruiken voor het uitzenden van een commercieel radioprogramma dat, voor zover het gepresenteerde programmaonderdelen tussen 07.00 uur en 19.00 uur betreft, voor ten minste 50 procent in de Nederlandse of Friese taal wordt gepresenteerd.
Naam aanvrager:
Naam ondergetekende:
Handtekening:
Bijlage V. behorend bij
Ondergetekende verklaart dat hij en, indien er sprake is van een met hem verbonden rechtspersoon als bedoeld in artikel 3 van de Tijdelijke regeling gebruiksbeperking commerciële radio-omroep, de andere leden van de verbonden rechtspersoon waartoe hij behoort, zich voorafgaand aan de indiening van de aanvraag hebben onthouden van afspraken of onderling afgestemde feitelijke gedragingen die afbreuk doen of kunnen doen aan de mededinging in het kader van de veilingprocedure en zich zullen onthouden van het maken van dergelijke afspraken of het doen van dergelijke gedragingen.
Naam aanvrager:
Naam ondergetekende:
Handtekening: