rijk/ministeriele-regeling/regeling-aanvraag-en-veilingprocedure-vergunningen-700-1400-en-2100-mhz/BWBR0043242
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling aanvraag- en veilingprocedure vergunningen 700, 1400 en 2100 MHz BWBR0043242 ministeriele-regeling geldend 2020-03-07 https://wetten.overheid.nl/BWBR0043242 Regeling aanvraag- en veilingprocedure vergunningen 700, 1400 en 2100 MHz

Regeling aanvraag- en veilingprocedure vergunningen 700, 1400 en 2100 MHz

Paragraaf 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

    *aanvrager:* degene die een aanvraag heeft ingediend;

    *activiteitsniveau:* totaal aantal activiteitspunten waarover een deelnemer op een gegeven moment in de veiling kan beschikken en welk aantal de maximale biedbevoegdheid van die deelnemer bepaalt om actief te zijn of te blijven in de veiling;

    *activiteitspunt:* aan een te veilen vergunning op grond van artikel 2, tweede lid, toegekend punt ten behoeve van het bepalen van het activiteitsniveau van een deelnemer;

    *bekendmakingsbesluit:*
    Besluit bekendmaking veiling vergunningen 700, 1400 en 2100 MHz;

    *bod:* bieding of biedingen, uitgebracht door een deelnemer via het elektronisch veilingsysteem van de minister en bevestigd door middel van dit elektronisch veilingsysteem;

    *capregeling:*
    Capregeling frequenties mobiele communicatie 2020;

    *deelnemer:* in artikel 8 tot en met 20: aanvrager die toegelaten is tot de veiling, in artikel 21 tot en met 25: winnende deelnemer;

    *minister:* Minister van Economische Zaken en Klimaat;

    *onderband:* met betrekking tot vergunning K: 703-733 MHz, met betrekking tot vergunning M: 1920-1980 MHz;

    *rente:* de rente, zoals die vergoed wordt door de bank waar de in artikel 6, derde lid, genoemde kwaliteitsrekening van de door de minister aangewezen notaris wordt aangehouden, met een minimum van 0%;

    *verbonden rechtspersoon:* verbonden rechtspersoon in de zin van artikel 3 van de capregeling;

    *vergunning K:* vergunning voor het gebruik van frequentieruimte van twee keer 5 MHz binnen het frequentiebereik 703-733 MHz gepaard met 758-788 MHz waarbij tussen beide frequentieruimten van 5 MHz steeds een afstand is van 55 MHz, als omschreven in bijlage 1 van het bekendmakingsbesluit;

    *vergunning L:* vergunning voor het gebruik van frequentieruimte van 5 MHz binnen het frequentiebereik 1452-1492 MHz, als omschreven in bijlage 2 van het bekendmakingsbesluit;

    *vergunning M:* vergunning voor het gebruik van frequentieruimte van twee keer 5 MHz binnen het frequentiebereik 1920-1980 MHz gepaard met 2110-2170 MHz waarbij tussen beide frequentieruimten van 5 MHz steeds een afstand is van 190 MHz, als omschreven in bijlage 3 van het bekendmakingsbesluit;

    *voorlopig winnende bieding:* bieding die overeenkomstig artikel 18 is aangemerkt als voorlopig winnende bieding;

    *winnende bieding:* bieding die op grond van artikel 20, tweede lid, is aangemerkt als winnende bieding;

    *winnende deelnemer:* deelnemer wiens bieding is aangemerkt als winnende bieding.

Paragraaf 2. Beschikbare vergunningen

Artikel 2

1.

Ingevolge het bekendmakingsbesluit zijn beschikbaar om door middel van een veiling te worden verdeeld:

a. a. zes vergunningen K; b. b. acht vergunningen L; c. c. twaalf vergunningen M.

2.

Een vergunning komt overeen met het volgende aantal activiteitspunten:

a. a. vergunning K: 10 activiteitspunten; b. b. vergunning L: 5 activiteitspunten; c. c. vergunning M: 10 activiteitspunten.

3. Aan een aanvrager worden niet meer activiteitspunten toegekend dan overeenkomt met de maximale hoeveelheid frequentieruimte die de aanvrager gelet op artikel 4, eerste lid, van de capregeling in de veiling kan verkrijgen.

4. Aan een aanvrager worden niet meer vergunningen K verleend dan overeenkomt met de maximale hoeveelheid frequentieruimte lager dan 1 GHz die de aanvrager gelet op artikel 4, tweede lid, van de capregeling in de veiling kan verkrijgen.

Paragraaf 3. Vergunningaanvraag en zekerheidstelling (inschrijvingsfase)

Artikel 3

1. Degene die voor een vergunning als bedoeld in artikel 2, eerste lid, in aanmerking wil komen, dient een aanvraag in.

2.

Een aanvraag wordt uiterlijk op 6 april 2020 om 12:00 uur:

a. a. per aangetekende post ontvangen op het volgende adres en met de volgende adressering: Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V., t.a.v. mr C.A. de Zeeuw, notaris, Postbus 11756, 2502 AT Den Haag; dan wel b. b. door middel van persoonlijke overhandiging ingediend op het volgende adres en met de volgende adressering: Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V., t.a.v. mr C.A. de Zeeuw, notaris, Bezuidenhoutseweg 57, 2594 AC Den Haag.

3. De persoonlijke overhandiging, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, vindt in de genoemde periode plaats op werkdagen tussen 8:30 uur en 18:00 uur. Bij persoonlijke overhandiging van de aanvraag wordt een bewijs van ontvangst afgegeven dat is voorzien van datum en tijdstip van ontvangst en ondertekening.

Artikel 4

1. Een aanvrager dient ten hoogste één aanvraag in.

2. Voor de toepassing van het eerste lid worden verbonden rechtspersonen als één aanvrager gezien.

3. In de aanvraag worden de namen vermeld van ten minste één en ten hoogste vier natuurlijke personen, die ieder voor zich zelfstandig bevoegd zijn om namens de aanvrager handelingen te verrichten gedurende de veiling en die daartoe beschikken over een rechtsgeldige en toereikende volmacht.

4. De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het in bijlage I opgenomen model en gaat, onverminderd de overigens in deze regeling gestelde eisen, vergezeld van de in dit model genoemde gegevens en bescheiden.

5. De aanvraag is in de Nederlandse taal gesteld.

6. Met de gegevens en bescheiden, bedoeld in het vierde lid, worden gelijkgesteld zodanige gegevens en bescheiden krachtens het recht van een van de andere lidstaten van de Europese Unie of een van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

7. De gegevens en bescheiden, bedoeld in het zesde lid, mogen in afwijking van het vijfde lid, in een van de officiële talen van de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte worden gesteld. In dat geval worden die gegevens en bescheiden vergezeld van een Nederlandse vertaling van die gegevens en bescheiden.

Artikel 5

1. De aanvrager informeert de minister onmiddellijk over een wijziging met betrekking tot de gegevens en bescheiden, bedoeld in bijlage I. Hij informeert de minister op de wijze beschreven in artikel 3, tweede lid.

2. Indien de aanvrager niet heeft voldaan aan de in artikel 4 of artikel 6 gestelde eisen deelt de minister dit de aanvrager mee en stelt hij de aanvrager in de gelegenheid het verzuim te herstellen.

3. De aanvrager heeft gedurende zeven werkdagen, te rekenen vanaf de dag nadat de mededeling, bedoeld in het tweede lid, is verstuurd, de gelegenheid het verzuim te herstellen, met dien verstande dat de ontvangst geschiedt vóór 18.00 uur van de laatste werkdag van die termijn.

4. De gegevens ten behoeve van het verzuimherstel worden ingediend op de wijze beschreven in artikel 3, tweede lid. Artikel 3, derde lid, is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat als datum en tijdstip van ontvangst gelden de datum en het tijdstip waarop de gegevens en bescheiden, bedoeld in het tweede lid, zijn ontvangen. Verzuimherstel aangaande de waarborgsom geschiedt met gebruikmaking van het bankrekeningnummer genoemd in artikel 6, derde lid.

5. Indien het verzuim niet binnen de termijn, genoemd in het derde lid, en op de wijze, vermeld in het vierde lid, is hersteld of na herstel niet wordt voldaan aan de in artikel 4 of artikel 6 gestelde eisen, kan de minister besluiten de aanvraag overeenkomstig artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht niet te behandelen.

6.

Onverminderd het bepaalde in artikel 3.18 van de wet, wijst de minister de aanvraag af indien:

a. a. niet is voldaan aan artikel 3, tweede lid; b. b. de aanvrager op grond van artikel 11, vijfde lid, is uitgesloten van deelname aan de veiling.

Artikel 6

1. Een aanvrager verstrekt als zekerheid voor de betaling van zijn bod een waarborgsom of een bankgarantie ter grootte van € 35.279.000,.

2.

De waarborgsom wordt verstrekt voor de periode tot:

a. a. in geval van afwijzing van de aanvraag, de datum van de afwijzing; b. b. in geval van niet in behandeling nemen van de aanvraag, de datum van het besluit om de aanvraag niet te behandelen; c. c. in geval van toewijzing van de aanvraag, de datum waarop de totaalprijs als bedoeld in artikel 25, derde lid, volledig is betaald.

3.

Een aanvrager zorgt ervoor dat uiterlijk op het in artikel 3, tweede lid, bedoelde tijdstip:

a. a. de waarborgsom is ontvangen op bankrekeningnummer NL72ABNA0213013495 ten name van Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn inzake Derdengelden Notariaat (Bic-code: ABNANL2A), onder vermelding van Veiling 700, 1400 en 2100 MHz, of b. b. de bankgarantie, verstrekt volgens het model, bedoeld in bijlage II onderdeel A of B, is ontvangen op het in artikel 3, tweede lid, genoemde adres.

4. Uiterlijk binnen twee weken nadat de minister overeenkomstig artikel 5, vijfde lid, heeft besloten de aanvraag niet te behandelen, de aanvraag heeft afgewezen op grond van artikel 5, zesde lid, of artikel 7, vijfde lid, de aanvraag heeft geweigerd op grond van artikel 3.18 van de wet, of een aanvrager of deelnemer heeft uitgesloten van deelname of verdere deelname op grond van artikel 11, vijfde lid, of artikel 13, vierde lid, stort de minister de waarborgsom terug aan de betreffende aanvrager of stuurt de minister een schriftelijke verklaring dat de bankgarantie vervalt aan de bank van die aanvrager die ter zekerstelling een bankgarantie heeft overgelegd. De minister stuurt een kopie van deze verklaring aan de aanvrager. Artikel 29, derde lid, is van overeenkomstige toepassing. De minister vergoedt aan de aanvrager rente over het gestorte bedrag over de periode vanaf de dag na de dag dat de minister heeft besloten de aanvraag niet te behandelen, de aanvraag heeft afgewezen of geweigerd, of de aanvrager of deelnemer heeft uitgesloten van deelname of verdere deelname tot en met de dag voorafgaand aan de dag waarop de waarborgsom door de minister wordt teruggestort. Deze rente wordt op dezelfde dag teruggestort als de dag waarop hij de waarborgsom terugstort.

Artikel 7

1. De aanvrager is een privaatrechtelijke rechtspersoon naar Nederlands recht of het equivalent daarvan naar het recht van een van de overige lidstaten van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en heeft zijn statutaire zetel, zijn hoofdbestuur of zijn hoofdvestiging binnen de Europese Economische Ruimte.

2.

De aanvrager voldoet voorts aan de volgende eisen:

a. a. de aanvrager verkeert niet in staat van faillissement of liquidatie, en b. b. de aanvrager is geen surseance van betaling verleend, noch is door de aanvrager surseance van betaling aangevraagd.

3. Met de eisen van het tweede lid worden gelijkgesteld zodanige eisen volgens het recht van een van de andere lidstaten van de Europese Unie of een van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

4. Binnen zes weken na het tijdstip, bedoeld in artikel 3, tweede lid, stelt de minister vast of de aanvrager wiens aanvraag in behandeling is genomen, voldoet aan de eisen, bedoeld in het eerste en tweede lid. Deze termijn kan eenmalig met ten hoogste vier weken worden verlengd.

5. Indien uit de aanvraag niet blijkt dat aan de eisen, bedoeld in het eerste en tweede lid, is voldaan, wijst de minister de aanvraag af.

Paragraaf 4. Toelating tot de veiling

Artikel 8

1.

De minister deelt de aanvrager wiens aanvraag niet buiten behandeling is gesteld, afgewezen, of op grond van artikel 3.18 van de wet is geweigerd, schriftelijk mee:

a. a. dat hij als deelnemer wordt toegelaten tot de veiling; b. b. het maximale aantal MHz waarvoor de deelnemer overeenkomstig artikel 2, derde lid, vergunningen kan verwerven en het aantal activiteitspunten waarover de deelnemer dientengevolge aan het begin van de veiling kan beschikken; c. c. het maximale aantal vergunningen K dat de deelnemer overeenkomstig artikel 2, vierde lid, kan verwerven, en het aantal activiteitspunten dat de deelnemer dientengevolge maximaal kan inzetten ten behoeve van vergunningen K.

2. Bij de in het eerste lid, onder b en c, genoemde toepassing van artikel 2, derde en vierde lid, wordt uitgegaan van de hoeveelheid frequentieruimte die de aanvrager en met de aanvrager verbonden rechtspersonen gebruiken in de zin van de capregeling op de datum van inwerkingtreding van deze regeling.

Paragraaf 5. Algemene bepalingen omtrent de veiling

Artikel 9

1. De veiling vindt plaats via internet, met behulp van een elektronisch veilingsysteem.

2. Biedingen worden uitsluitend uitgebracht door middel van het elektronisch veilingsysteem.

3. Andere communicatie vindt plaats via het elektronisch veilingsysteem dan wel telefonisch of per beveiligde e-mail, waarbij de deelnemer bereikbaar is op het door hem in zijn aanvraag opgegeven telefoonnummer en e-mailadres met bijbehorende publieke beveiligingssleutel en de minister bereikbaar is op het telefoonnummer en e-mailadres met bijbehorende publieke beveiligingssleutel bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel d.

4. De veiling wordt uitsluitend op werkdagen gehouden.

5. De minister leidt de veiling en draagt zorg voor een goed verloop van de veiling.

Artikel 10

1.

De minister deelt een deelnemer uiterlijk drie weken voor aanvang van de veiling schriftelijk mee:

a. a. de datum en de aanvangstijd van de eerste biedronde in de primaire fase; b. b. de duur van die eerste biedronde; c. c. de voor de veiling benodigde programmatuur; d. d. het telefoonnummer en het e-mailadres met bijbehorende publieke beveiligingssleutel waarop de minister bereikbaar is.

2.

De minister deelt een deelnemer uiterlijk twee weken voor aanvang van de veiling schriftelijk mee:

a. a. de combinatie van een gebruikersnaam en wachtwoord van de deelnemer, en b. b. het internetadres waarop de deelnemer inlogt teneinde aan de veiling deel te nemen.

Artikel 11

1. Een aanvrager of deelnemer, inbegrepen diegene die een aanvrager of deelnemer ten behoeve van de veiling bijstaat of een met de aanvrager of deelnemer verbonden rechtspersoon, onthoudt zich voorafgaand aan en gedurende de veilingprocedure van afspraken of onderling afgestemde feitelijke gedragingen die afbreuk doen of kunnen doen aan een goed verloop van de veiling, de mededinging in het kader van de veilingprocedure daaronder begrepen.

2. Een aanvrager of deelnemer, inbegrepen diegene die een aanvrager of deelnemer ten behoeve van de veiling bijstaat of een met de aanvrager of deelnemer verbonden rechtspersoon, maakt voorafgaand aan en gedurende de veilingprocedure tot de mededeling bedoeld in artikel 28, eerste lid, is gedaan geen informatie openbaar, en verspreidt geen informatie en doet geen informatie verspreiden aan derden, met betrekking tot diens strategie, budget, gewenste of verkregen hoeveelheid, soort of combinatie van vergunningen, en verwachte, gewenste of te betalen prijzen in de veiling. De vorige volzin staat er niet aan in de weg dat een aanvrager of deelnemer de daar genoemde informatie verstrekt aan diens aandeelhouders voorzover hij daar contractueel, statutair of anderszins toe verplicht is. De aanvrager of deelnemer draagt er in dat geval zorg voor dat de informatie zo veel mogelijk vertrouwelijk wordt verstrekt om verdere verspreiding ervan te voorkomen.

3. Een aanvrager of deelnemer, inbegrepen diegene die een aanvrager of deelnemer ten behoeve van de veiling bijstaat of een met de aanvrager of deelnemer verbonden rechtspersoon, maakt voorafgaand aan en gedurende de veilingprocedure tot de mededeling bedoeld in artikel 28, eerste lid, informatie over het al dan niet deelnemen aan de veiling en de indiening van de aanvraag daartoe, onverwijld volledig openbaar zodra deze door hem aan een of meer derden bekend is gemaakt.

4. De minister kan de veiling stopzetten of opschorten indien naar zijn oordeel sprake is van afspraken of gedragingen in strijd met het eerste, tweede of derde lid, of informatieverstrekking bedoeld in het tweede lid, tweede volzin, of indien de minister gegronde vermoedens heeft dat daar sprake van is.

5. Indien een aanvrager of deelnemer naar het oordeel van de minister in strijd heeft gehandeld met het eerste, tweede of derde lid, kan de minister de betrokken aanvrager of deelnemer uitsluiten van deelname of verdere deelname aan de veiling en het bod of de biedingen van de betrokken deelnemer uit een of meerdere biedronden ongeldig verklaren. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op de aanvrager of deelnemer die in de hoedanigheid van aandeelhouder in een andere aanvrager of deelnemer door laatstgenoemde aanvrager of deelnemer ter nakoming van een daartoe strekkende verplichting, op de hoogte is gesteld van informatie genoemd in artikel 11, tweede lid.

6. Onverminderd het vijfde lid, kan de minister, indien een deelnemer naar het oordeel van de minister in strijd heeft gehandeld met het eerste, tweede of derde lid, de uitkomst van of alle biedingen uitgebracht in een of meer biedronden ongeldig verklaren en besluiten dat een of meer biedronden opnieuw moeten worden gehouden. Hierbij wordt indien nodig opnieuw toepassing gegeven aan artikel 18 met betrekking tot de biedronde voorafgaand aan de opnieuw te houden biedronde, met uitsluiting van ongeldig verklaarde biedingen.

7. Indien niet eerder dan na afloop van de veiling blijkt dat een deelnemer naar het oordeel van de minister in strijd heeft gehandeld met het eerste, tweede, of derde lid kan de minister de winnende biedingen van die deelnemer ongeldig verklaren.

Artikel 12

1. De minister bepaalt wanneer de biedronden van de veiling plaatsvinden en de duur van die biedronden.

2. Een biedronde in de primaire fase eindigt zodra de door de minister vastgestelde duur van de biedronde, bedoeld in het eerste lid, is verstreken.

3. De biedronde in de toewijzingsfase eindigt zodra de door de minister vastgestelde duur van de biedronde, bedoeld in het eerste lid, is verstreken of indien dat eerder is: zodra alle deelnemers die daartoe gerechtigd zijn een bod hebben uitgebracht.

4. Een deelnemer is onvoorwaardelijk en onherroepelijk aan zijn bieding gebonden.

Artikel 13

1. De minister kan de veiling opschorten indien zich naar zijn oordeel bijzondere omstandigheden voordoen buiten de beïnvloedingssfeer van de minister of de deelnemers of indien technische problemen optreden waardoor de veiling tijdelijk geen doorgang kan vinden. Een bijzondere omstandigheid of technisch probleem wordt door een deelnemer onverwijld maar uiterlijk binnen 10 minuten na afloop van een biedronde per telefoon gemeld aan de minister.

2. Indien de technische problemen optreden bij een deelnemer, kan de minister verlangen dat zijn biedingen worden uitgebracht door middel van een computer die de minister ter beschikking stelt op een door hem te bepalen locatie.

3. Indien de veiling wordt opgeschort, kan de minister ten aanzien van de biedronde waarin of waarna de bijzondere omstandigheden of technische problemen zijn opgetreden besluiten dat die biedronde en alle daarin uitgebrachte biedingen ongeldig worden verklaard en de biedronde opnieuw moet worden gehouden.

4. De minister kan een aanvrager of deelnemer die niet langer voldoet aan de eisen die in artikel 4, eerste lid, en artikel 7 zijn gesteld aan een aanvrager, uitsluiten van deelname of van verdere deelname aan de veiling. Artikel 11, vijfde en zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 14

1.

Een ongeldige bieding wordt niet in aanmerking genomen bij:

a. a. het vaststellen van de voorlopig winnende biedingen op grond van artikel 18; b. b. het vaststellen van de finale winnende biedingen op grond van artikel 24.

2.

Onverminderd het bepaalde in artikel 11, vijfde en zesde lid, en artikel 13, derde lid, is een bieding ongeldig wanneer niet is voldaan aan de volgende voorwaarden:

a. a. de bieding is uitgebracht en bevestigd door middel van het elektronisch veilingsysteem via internet; b. b. de bieding voldoet aan het in artikel 16, eerste lid, bepaalde activiteitsniveau; c. c. de bieding is niet in strijd met artikel 16, tweede tot en met vierde lid; d. d. de bieding is tijdig ingediend.

3. Indien een deelnemer niet heeft voldaan aan de in het tweede lid, onder a tot en met c, gestelde voorwaarden, deelt de minister dit de deelnemer mee en stelt hij de deelnemer in de gelegenheid het verzuim door middel van het elektronisch veilingsysteem te herstellen binnen de duur van de betrokken biedronde.

Paragraaf 6. De primaire fase

Artikel 15

1. De primaire fase bestaat uit één of meer biedronden.

2. Een deelnemer brengt in de primaire fase per biedronde ten hoogste één bod uit.

3. Een bod wordt uitgedrukt in het aantal biedingen van de deelnemer op vergunningen K, L, respectievelijk M, voor de voor die biedronde vastgestelde rondeprijzen.

Artikel 16

1.

Het activiteitsniveau van een deelnemer bedraagt:

a. a. in de eerste biedronde, het aantal activiteitspunten dat hem op grond van artikel 8, onderdeel b, is medegedeeld; b. b. in biedronden volgend op de eerste biedronde, het aantal activiteitspunten van het bod van de deelnemer in de voorgaande biedronde, vermeerderd met het aantal activiteitspunten van de voorlopig winnende biedingen van de deelnemer bij aanvang van de voorgaande biedronde in een categorie waarin hij in de voorgaande biedronde geen nieuwe bieding heeft uitgebracht.

2. Een deelnemer brengt in een biedronde geen bod uit dat hoger is dan het activiteitsniveau van de deelnemer in die biedronde.

3. Een deelnemer brengt geen bod uit dat betrekking heeft op meer vergunningen K dan overeenkomt met het voor die deelnemer op grond van artikel 8, eerste lid, onderdeel c, met betrekking tot die categorie vergunningen vastgestelde maximum aantal activiteitspunten.

4.

Een deelnemer die in een categorie een voorlopig winnende bieding heeft brengt in de betreffende categorie:

a. a. geen bod uit dat betrekking heeft op een lager aantal vergunningen dan het aantal voorlopig winnende biedingen van de deelnemer in die categorie indien de rondeprijs hoger is dan de rondeprijs in de biedronde waarin de deelnemer zijn voorlopig winnende biedingen uitbracht; en b. b. geen bod uit dat betrekking heeft op een gelijk of lager aantal vergunningen dan het aantal voorlopig winnende biedingen van de deelnemer in die categorie indien de rondeprijs gelijk is aan de rondeprijs in de biedronde waarin de deelnemer zijn voorlopig winnende biedingen uitbracht.

5. Wanneer een deelnemer in een biedronde geen bod uitbrengt en het aantal activiteitspunten van diens voorlopig winnende biedingen bij aanvang van die biedronde lager is dan zijn activiteitsniveau zet de elektronische veilingsoftware automatisch een pasmogelijkheid namens de betreffende deelnemer in.

6. In afwijking van het eerste lid behoudt een deelnemer het activiteitsniveau in de biedronde waarin overeenkomstig het vijfde lid namens hem een pasmogelijkheid werd ingezet als activiteitsniveau in de daarop volgende biedronde.

7. Per deelnemer wordt ten hoogste drie maal een pasmogelijkheid ingezet.

8. Een ingezette pasmogelijkheid wordt niet in mindering gebracht op het aantal beschikbare pasmogelijkheden van de deelnemer op grond van het zevende lid wanneer deze is ingezet in een biedronde die op grond van artikel 11, zesde lid, of artikel 13, derde lid, opnieuw wordt gehouden.

9. De minister kan besluiten een ingezette pasmogelijkheid niet in mindering te brengen op het aantal beschikbare pasmogelijkheden van de deelnemer wanneer deze is ingezet in een biedronde waarin of waarna de veiling op grond van artikel 13, eerste lid, werd opgeschort, maar waarbij de biedronde niet opnieuw wordt gehouden.

Artikel 17

1.

De rondeprijzen in de eerste primaire biedronde bedragen:

a. a. € 75.180.000, per vergunning K; b. b. € 5.030.000, per vergunning L; c. c. € 35.279.000, per vergunning M.

2. In de tweede en volgende primaire biedronden verhoogt de minister de rondeprijzen, bedoeld in het eerste lid, overeenkomstig het derde lid.

3. De rondeprijs voor een vergunning wordt verhoogd met een door de minister vast te stellen bedrag indien voor alle vergunningen in die categorie een voorlopig winnende bieding is uitgebracht voor de in de voorgaande biedronde voor die categorie geldende rondeprijs.

Artikel 18

1. Na elke biedronde stelt de minister per vergunningcategorie de voorlopig winnende biedingen vast overeenkomstig het bepaalde in het tweede tot en met vijfde lid, waarbij de daar genoemde lotingen worden voltrokken met gebruikmaking van de veilingsoftware.

2. In de eerste biedronde uitgebrachte biedingen worden gegroepeerd per deelnemer in een door middel van loting bepaalde volgorde in een biedingenrij geplaatst.

3. In elke biedronde volgend op de eerste biedronde worden de in die biedronde uitgebrachte biedingen gegroepeerd per deelnemer in een door middel van loting bepaalde volgorde in een biedingenrij geplaatst, waarna de voorlopig winnende biedingen uit de biedingenrij uit de voorgaande biedronde in de daar gehanteerde volgorde daarachter worden geplaatst.

4. Een in een voorgaande biedronde uitgebrachte voorlopig winnende bieding wordt uitsluitend in een biedingenrij geplaatst zo lang de betreffende deelnemer geen nieuwe bieding uitbrengt op een vergunning uit dezelfde categorie.

5. De eerst geplaatste x biedingen in een biedingenrij worden aangemerkt als voorlopig winnende bieding, waarbij x gelijk is aan het aantal beschikbare vergunningen in de betreffende categorie.

Artikel 19

1.

De minister deelt elke deelnemer zo spoedig mogelijk na het einde van een biedronde mee:

a. a. het rondenummer van die biedronde; b. b. het door de deelnemer in die biedronde uitgebrachte bod, of het gebrek daaraan; c. c. de voorlopig winnende bieding of biedingen van de deelnemer; d. d. het activiteitsniveau van de deelnemer in de volgende biedronde; e. e. het aantal beschikbare pasmogelijkheden van de deelnemer; f. f. of er een volgende biedronde volgt; g. g. per vergunningcategorie: de rondeprijs die in de volgende biedronde geldt; h. h. per vergunningcategorie: het aantal biedingen in de biedingenrij bedoeld in artikel 18; i. i. de aanvangstijd en de duur van de volgende biedronde, en j. j. het rondenummer van de volgende biedronde.

2.

In afwijking van het eerste lid, deelt de minister zo spoedig mogelijk na het einde van de laatste primaire biedronde bedoeld in artikel 20, eerste lid, elke deelnemer mee:

a. a. dat de primaire fase is afgelopen, b. b. de winnende bieding of biedingen van de deelnemer c. c. de voor de deelnemer vastgestelde basisprijzen en het totaal daarvan.

Artikel 20

1. De laatste primaire biedronde is de eerste biedronde waarin geen pasmogelijkheid is ingezet en in alle categorieën het aantal biedingen in de biedingenrij bedoeld in artikel 18, kleiner of gelijk is aan het aantal beschikbare vergunningen in de betreffende categorie.

2. De minister merkt de voorlopig winnende bieding in de laatste primaire biedronde aan als winnende bieding voor die vergunning.

3. De basisprijs van een vergunning is gelijk aan de rondeprijs waarvoor de winnende bieding voor die vergunning is uitgebracht.

Paragraaf 7. De toewijzingsbiedronde

Artikel 21

1. De toewijzingsbiedronde bestaat uit een enkele biedronde waarin geboden kan worden op combinaties van de vergunningen K, L en M tezamen, en waarin wordt bepaald voor welke frequentieruimte een deelnemer een vergunning verkrijgt.

2.

Zo spoedig mogelijk na het einde van de laatste primaire biedronde, deelt de minister elke deelnemer mee:

a. a. de datum en de aanvangstijd van de toewijzingsbiedronde; b. b. de duur van de toewijzingsbiedronde.

3. De minister deelt voorts elke deelnemer voor aanvang van de toewijzingsbiedronde mee wat de alternatieven zijn waarop de betreffende deelnemer op grond van artikel 23, eerste lid, kan bieden.

4. Een deelnemer kan in de toewijzingsbiedronde uitsluitend bieden op alternatieve combinaties van frequentieruimte zoals voorkomend op de voor hem samengestelde lijst met alternatieven, bedoeld in artikel 23, eerste lid.

5. De aanvang van de toewijzingsbiedronde is niet eerder dan drie werkdagen na de mededeling bedoeld in het derde lid.

Artikel 22

1. De toewijzingsbiedronde vindt niet plaats indien er bij toepassing van artikel 23, eerste en tweede lid, voor geen van de deelnemers meer dan één alternatieve combinatie van frequentieruimte is.

2. In afwijking van artikel 24 bestaat de finale combinatie van winnende biedingen indien er geen toewijzingsbiedronde plaatsvindt uit de verdeling voortvloeiend uit de toepassing van artikel 23, eerste en tweede lid.

3. In afwijking van artikel 25 bedraagt de extra prijs indien er geen toewijzingsbiedronde plaatsvindt, nul euro.

Artikel 23

1. De minister stelt op basis van artikel 20, tweede lid, en met inachtneming van het tweede lid, voor iedere deelnemer een lijst samen met de alternatieve combinaties van frequentieruimte waarop hij, gezien de aantallen vergunningen K, L en M die hij heeft gewonnen, in de toewijzingsbiedronde kan bieden.

2.

De vergunningen worden zodanig verleend dat:

a. a. vergunningen L per deelnemer aaneengesloten zijn en vergunningen K en M per deelnemer in de onderband aaneengesloten zijn, en b. b. onverkochte vergunningen L aaneengesloten zijn en onverkochte vergunningen K en M in de onderband aaneengesloten zijn.

3. Een deelnemer brengt in de toewijzingsbiedronde per alternatieve combinatie van frequentieruimte als bedoeld in het eerste lid ten hoogste één bieding uit.

4. Een bieding wordt uitgedrukt in hele euros en bedraagt minimaal nul euro.

5. Indien voor een alternatieve combinatie van frequentieruimte als bedoeld in het eerste lid geen bieding wordt ontvangen, wordt voor die alternatieve combinatie uitgegaan van een biedbedrag van nul euro.

Artikel 24

1. De minister stelt overeenkomstig het tweede en derde lid de finale combinatie van winnende biedingen vast.

2.

De finale combinatie van winnende biedingen is de combinatie van biedingen die zijn uitgebracht in de toewijzingsbiedronde die voldoet aan de volgende voorwaarden:

a. a. de biedingen in de combinatie betreffen alternatieve combinaties voor frequentieruimte die voorkomen op de lijst, bedoeld in artikel 23, eerste lid, b. b. de combinatie is in overeenstemming met artikel 23, tweede lid, en c. c. de combinatie heeft de hoogste opbrengst.

3. Indien meerdere combinaties van winnende biedingen voldoen aan het tweede lid, wordt door middel van loting tussen al deze combinaties van winnende biedingen vastgesteld wat de finale combinatie van winnende biedingen is.

Artikel 25

1. Nadat de finale combinatie van winnende biedingen is vastgesteld, bepaalt de minister de extra prijzen overeenkomstig het tweede lid.

2.

De extra prijs voor een deelnemer bestaat uit het verschil tussen:

de som van de biedingen van de andere deelnemers in de combinatie van winnende biedingen die de hoogste opbrengst zou hebben wanneer de biedingen van de betreffende deelnemer buiten beschouwing zouden worden gelaten, en de som van de biedingen van de andere deelnemers in de finale combinatie van winnende biedingen

en voldoet aan de voorwaarden, beschreven in bijlage III.

3. De totaalprijs die een winnende deelnemer verschuldigd is voor de door hem gewonnen vergunningen, bestaat uit de op grond van artikel 20, derde lid, vastgestelde basisprijs voor die vergunningen en de extra prijs voor die vergunningen.

Artikel 26

De minister deelt de deelnemers zo spoedig mogelijk na het bepalen van de extra prijzen, bedoeld in artikel 25, eerste lid, en het bepalen van de totaalprijzen, bedoeld in artikel 25, derde lid, mee:

a. a. dat de veiling is afgelopen; b. b. de identiteit van de winnende deelnemers en de door hen gewonnen vergunningen, en c. c. de totaalprijzen die op grond van artikel 25, derde lid, zijn vastgesteld, inclusief een overzicht van basisprijzen en extra prijzen.

Paragraaf 8. Vergunningverlening na de veiling

Artikel 27

1. Na beëindiging van de veiling, verleent de minister een winnende deelnemer een vergunning voor de door hem gewonnen vergunningen.

2. De minister wijst de aanvraag van een deelnemer die ingevolge artikel 20, tweede lid, geen winnende bieding heeft uitgebracht af.

Artikel 28

1. De minister maakt uiterlijk de eerste werkdag na de veiling de informatie, bedoeld in artikel 26, openbaar.

2. De minister maakt binnen een week na de veiling een overzicht van de biedingen van alle deelnemers in de primaire biedronden en in de toewijzingsbiedronde openbaar, waarbij de identiteit van een deelnemer die ingevolge artikel 20, tweede lid, geen winnende bieding heeft uitgebracht niet openbaar wordt gemaakt.

Artikel 29

1.

Uiterlijk twee weken nadat de mededeling, bedoeld in artikel 26, is gedaan:

a. a. stort de minister de waarborgsom van iedere deelnemer aan wie geen vergunning is verleend, terug; b. b. stuurt de minister per aangetekende brief aan de bank van iedere deelnemer aan wie geen vergunning wordt verleend en die ter zekerheidstelling een bankgarantie heeft overgelegd, een schriftelijke verklaring dat de bankgarantie vervalt. Een kopie van voornoemde verklaring stuurt de minister aan de deelnemer.

2. De deelnemer aan wie een vergunning is verleend, betaalt het op grond van artikel 25, derde lid, door hem verschuldigde bedrag binnen twee weken nadat de vergunning aan hem is verleend op de wijze die is bepaald in zijn vergunning.

3. Indien de deelnemer aan wie een vergunning is verleend een bankgarantie heeft verstrekt, stuurt de minister, zodra het verschuldigde bedrag als bedoeld in artikel 25, derde lid, van de deelnemer is ontvangen op de wijze die is bepaald in zijn vergunning, per aangetekende brief aan de bank van die deelnemer een schriftelijke verklaring dat de bankgarantie vervalt. Een kopie van voornoemde verklaring stuurt de minister aan de deelnemer.

4.

Indien de deelnemer aan wie een vergunning is verleend een waarborgsom heeft gestort wordt de waarborgsom aangewend voor de betaling van het voor de vergunning verschuldigde bedrag met dien verstande dat:

a. a. indien de waarborgsom van een deelnemer minder dan het voor de vergunning verschuldigde bedrag bedraagt, die deelnemer het restant van het verschuldigde bedrag betaalt en b. b. indien de waarborgsom van een deelnemer meer dan het voor de vergunning verschuldigde bedrag bedraagt, het bedrag van de waarborgsom dat resteert, aan die deelnemer wordt teruggestort uiterlijk twee weken nadat de mededeling, bedoeld in artikel 26, is gedaan.

5.

De minister vergoedt de rente over de gestorte waarborgsom vanaf de dag waarop hij de waarborgsom heeft ontvangen op het bankrekeningnummer, genoemd in artikel 6, derde lid, onder a, met dien verstande dat de rente wordt vergoed tot en met de dag:

a. a. voorafgaand aan de dag waarop de waarborgsom door de minister wordt teruggestort: voor de deelnemer aan wie geen vergunning wordt verleend, of b. b. waarop de mededeling, bedoeld in artikel 26, is gedaan: voor de deelnemer aan wie de vergunning wordt verleend, met dien verstande dat er alleen rente wordt betaald over het door de deelnemer gestorte bedrag.

6. De minister vergoedt voorts aan een deelnemer van wie de waarborgsom meer bedraagt dan het voor de vergunning verschuldigde bedrag, rente over het restant, bedoeld in het vierde lid, onderdeel b, over de periode vanaf de dag na de dag dat de mededeling, bedoeld in artikel 26, is gedaan tot en met de dag voorafgaand aan de dag waarop de waarborgsom door de minister wordt teruggestort, met dien verstande dat alleen rente wordt betaald over dat restant.

7. De minister stort de rente, bedoeld in het vijfde en zesde lid, terug op dezelfde dag waarop hij de waarborgsom of het bedrag dat resteert van de waarborgsom, terugstort.

Paragraaf 9. Slotbepalingen

Artikel 30

Wijzigt de Regeling vergoedingen Agentschap Telecom 2020.

Artikel 31

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 32

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanvraag- en veilingprocedure vergunningen 700, 1400 en 2100 MHz.

Bijlage I. als bedoeld in

Bijlage II. als bedoeld in artikel in

Bijlage III. als bedoeld in