40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling aanvraag- en verdeelprocedure vergunningen kavels A7, B38 en C08 met bijbehorende vergunningen voor digitale radio-omroep | BWBR0033308 | ministeriele-regeling | geldend | 2013-04-24 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0033308 | Regeling aanvraag- en verdeelprocedure vergunningen kavels A7, B38 en C08 met bijbehorende vergunningen voor digitale radio-omroep |
Regeling aanvraag- en verdeelprocedure vergunningen kavels A7, B38 en C08 met bijbehorende vergunningen voor digitale radio-omroep
Paragraaf 1. Algemeen
Artikel 1
1.
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a.
*minister:* Minister van Economische Zaken;
b. b.
*bekendmakingsbesluit:* het besluit van de Minister van Economische Zaken van 19 april 2013, nr. AT-EZ/6807463, inzake de uitgifte van drie vergunningen voor analoge commerciële radio-omroep (voor de kavels A7, B38 en C08) en drie vergunningen voor digitale radio-omroep (Stcrt. 2013, 11036);
c. c.
*vergunning kavel A7:* vergunning als omschreven in bijlage A van het bekendmakingsbesluit;
d. d.
*vergunning kavel B38:* vergunning als omschreven in bijlage B van het bekendmakingsbesluit;
e. e.
*vergunning kavel C08:* vergunning als omschreven in bijlage C van het bekendmakingsbesluit;
f. f.
*vergunning kavel 11C:* vergunning als omschreven in bijlage I van het bekendmakingsbesluit;
g. g.
*vergunning allotment 7A:* vergunning als omschreven in bijlage J van het bekendmakingsbesluit;
h. h.
*doorgifte-overeenkomst:* een schriftelijke overeenkomst, gesloten tussen een houder van vergunning B38 of van vergunning C08 en een houder van een vergunning voor digitale omroep die betrekking heeft op de frequentieband 219,496-221,208 MHz of op de in de tabel behorende bij nationale voetnoot 002 van het Nationaal Frequentieplan 2005 bedoelde frequentiebanden, voor de gelijktijdige en ongewijzigde doorgifte door de houder van de vergunning voor digitale omroep van radioprogramma’s van de houder van vergunning B38 onderscheidenlijk van vergunning C08;
i. i.
*bod:* financieel bod voor de vergunning waarop de aanvraag betrekking heeft, bestaande uit een eerste bod en aanvullende biedingen, zoals bedoeld in de biedkaart die deel uitmaakt van bijlage 1;
j. j.
*groep:* een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
2. Onder een groep wordt mede verstaan een rechtspersoon of andere juridische entiteit waarin twee of meer aanvragers gelijke aandelen houden of gelijke juridische zeggenschap hebben.
Paragraaf 2. Vergunningen voor frequentieruimte in de FM-band en de middengolfband
Artikel 2
1.
Ingevolge het bekendmakingsbesluit zijn de volgende vergunningen beschikbaar om door middel van een veiling te worden verdeeld:
a. a. vergunning kavel A7; b. b. vergunning kavel B38; c. c. vergunning kavel C08.
2.
Een aanvraag krachtens deze paragraaf heeft uitsluitend betrekking op:
a. a. één van de in het eerste lid genoemde vergunningen; b. b. vergunning A7 en vergunning C08; of c. c. vergunning B38 en vergunning C08.
Artikel 3
1.
Een aanvraag wordt uiterlijk op 22 mei 2013 om 14.00 uur per post ontvangen op dan wel door middel van persoonlijke overhandiging ingediend op het volgende adres en met de volgende adressering:
Agentschap Telecom
Ter attentie van: projectteam uitgifte kavels A7, B38 en C08
Emmasingel 1
9726 AH Groningen
2. De aanvraag omvat een bod voor elke vergunning waarop de aanvraag betrekking heeft. Het bod kan na indiening van de aanvraag niet worden aangepast. Het bod is onvoorwaardelijk voor zover dit het eerste bod, bedoeld in bijlage 1, betreft.
3. Bij persoonlijke overhandiging van de aanvraag wordt een bewijs van ontvangst afgegeven dat is voorzien van datum en tijdstip van ontvangst en ondertekening.
4. Met elkaar verbonden instellingen als bedoeld in artikel 6.24, tweede lid, van de Mediawet 2008 dienen maar één aanvraag in.
5. De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het als bijlage 1 bij deze regeling gevoegde model en gaat vergezeld van de in bijlage 1 bedoelde gegevens en bescheiden.
6.
Bij de aanvraag maakt de aanvrager van vergunning kavel B38 of vergunning kavel C08 kenbaar of hij aan de in nationale voetnoot 004 van het Nationaal Frequentieplan 2005 bedoelde koppeling voldoet en blijft voldoen:
a. a. door middel van een vergunning allotment 7A; of b. b. door middel van doorgifte op basis van een doorgifte-overeenkomst.
7. De aanvraag is in de Nederlandse taal gesteld.
8. De aanvrager informeert de minister per brief, die wordt geadresseerd op de in het eerste lid genoemde wijze, onverwijld over wijzigingen met betrekking tot de in bijlage 1 bedoelde gegevens en bescheiden, onverlet het tweede lid.
9. Met de gegevens en bescheiden, bedoeld in het vijfde lid, worden gelijkgesteld zodanige gegevens en bescheiden, opgesteld krachtens het recht van een van de andere lidstaten van de Europese Unie of een van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.
10.
Teneinde te kunnen voldoen aan het Nationaal Frequentieplan 2005 doet de aanvrager die een aanvraag doet voor vergunning kavel A7 zijn aanvraag vergezeld gaan van een aanvraag voor vergunning kavel 11C.
Teneinde te kunnen voldoen aan het Nationaal Frequentieplan 2005 doet de aanvrager die een aanvraag doet voor vergunning kavel B38 of vergunning kavel C08, uitgaand van zijn in het zesde lid bedoelde keuze, zijn aanvraag vergezeld gaan van een aanvraag voor vergunning allotment 7A dan wel een kopie van een door hem gesloten doorgifte-overeenkomst die voldoet aan het gestelde in bijlage 2.
Indien de aanvrager zowel vergunning kavel B38 als vergunning kavel C08 aanvraagt, vraagt hij ten hoogste één vergunning voor allotment 7A aan.
11.
Het zesde en tiende lid zijn niet van toepassing op:
a. a. de aanvrager van vergunning kavel B38 die reeds houder is van een vergunning voor ten minste een achttiende deel van de capaciteit van de frequentieruimte binnen het frequentiebereik 188,160 MHz – 189,696 MHz (allotment 7A), en b. b. de aanvrager van vergunning kavel C08 die reeds houder is van een vergunning voor ten minste een achttiende deel van de capaciteit van de frequentieruimte binnen het frequentiebereik 188,160 MHz – 189,696 MHz (allotment 7A) of van een vergunning voor ten minste een negende deel van de capaciteit van de frequentieruimte binnen het frequentiebereik 219,584 MHz – 221,120 MHz (kavel 11C).
Artikel 4
1. Een aanvrager verstrekt als zekerheid voor de betaling van het bod voor elk van de aangevraagde vergunningen een waarborgsom of een bankgarantie waarvan de hoogte gelijk is aan een vierde deel van zijn eerste bod voor die vergunning onder vermelding van de desbetreffende vergunning.
2.
De zekerheid wordt verstrekt voor de periode tot:
a. a. in geval van afwijzing van de aanvraag, het tijdstip van die afwijzing; b. b. in geval van toewijzing van de aanvraag, het tijdstip waarop het bod volledig is betaald.
3.
Een aanvrager zorgt ervoor dat uiterlijk op 22 mei 2013 om 14.00 uur per aangevraagde vergunning:
a. a. de waarborgsom is ontvangen op bankrekeningnummer 569994039, IBAN: NL49RBOS0569994039, SWIFT: RBOSNL2A, ten name van Ministerie van Economische Zaken, Agentschap Telecom, Afdeling Finance & Control, onder vermelding van de desbetreffende vergunning, of b. b. de bankgarantie, verstrekt volgens het model, bedoeld in bijlage 3, is ontvangen op het in artikel 3, eerste lid, genoemde adres.
Artikel 5
1. Indien niet is voldaan aan artikel 3, eerste lid, wijst de minister de aanvraag af.
2. Voor zover niet is voldaan aan artikel 3, tweede lid, wijst de minister de aanvraag af.
Artikel 6
1. Indien de aanvraag niet is geweigerd op grond van artikel 5 en er is niet voldaan aan de in artikel 3, vierde, vijfde, zesde, zevende en tiende lid, en artikel 4 gestelde eisen, deelt de minister dit de aanvrager mee en stelt de minister de aanvrager overeenkomstig artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid het verzuim te herstellen.
2. Een aanvrager heeft gedurende acht werkdagen te rekenen vanaf de dag na dagtekening van de mededeling, bedoeld in het eerste lid, de gelegenheid het verzuim te herstellen.
3. De gegevens of bescheiden ten behoeve van het verzuimherstel worden per post ontvangen dan wel door middel van persoonlijke overhandiging ingediend op het adres, genoemd in artikel 3, eerste lid, binnen de in het tweede lid bedoelde termijn, met dien verstande dat de ontvangst geschiedt vóór 17.00 uur. Verzuimherstel aangaande een waarborgsom geschiedt binnen de termijn, bedoeld in het tweede lid, en voor de overige aspecten overeenkomstig artikel 4, derde lid.
4. Indien het verzuim niet binnen de termijn vermeld in het tweede lid en op de wijze vermeld in het derde lid, is hersteld of na herstel niet wordt voldaan aan de in artikel 3, vierde, vijfde, zesde, zevende en tiende lid, en artikel 4 gestelde eisen, kan de aanvraag overeenkomstig artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht buiten behandeling worden gelaten.
Artikel 7
1. Een aanvrager is een privaatrechtelijke rechtspersoon naar Nederlands recht of het equivalent daarvan naar het recht van een van de overige lidstaten van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en heeft zijn statutaire zetel, zijn hoofdbestuur of zijn hoofdvestiging binnen de Europese Economische Ruimte.
2.
Een aanvrager voldoet voorts aan de volgende eisen:
a. a. de aanvrager verkeert niet in staat van faillissement of liquidatie, b. b. de aanvrager is geen surseance van betaling verleend, noch is door de aanvrager surseance van betaling aangevraagd, en c. c. er is geen beslag gelegd op het vermogen dan wel op een of meer bedrijfsmiddelen van de aanvrager die een aanmerkelijk deel van het vermogen van de aanvrager vormen.
3. Met de eisen, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a, b en c, worden gelijkgesteld zodanige eisen volgens het recht van een van de andere lidstaten van de Europese Unie of een van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.
4. De aanvrager verstrekt een verklaring als bedoeld in bijlage 6 inzake de financiële draagkracht. Dit vereiste geldt niet voor de aanvrager die de in artikel 4, eerste lid, bedoelde zekerheid verstrekt ter hoogte van de helft van zijn eerste bod voor elke aangevraagde vergunning.
Artikel 8
Een aanvrager beschikt over de vereiste toestemming van het Commissariaat voor de Media, bedoeld in artikel 3.1 van de Mediawet 2008.
Artikel 9
1.
Een aanvrager van vergunning kavel A7 heeft zich blijkens een door hem ondertekende verklaring overeenkomstig bijlage 4, punt 1, bij deze regeling ertoe verplicht dat een krachtens deze regeling aan hem verleende vergunning zal worden gebruikt voor het uitzenden van een radioprogramma van een commerciële omroepinstelling:
a. a. dat, voor zover het gepresenteerde programmaonderdelen tussen 07.00 uur en 19.00 uur betreft, voor ten minste 50 procent in de Nederlandse of Friese taal wordt gepresenteerd, en b. b. waarin tussen 07.00 uur en 23.00 uur, voor zover in deze uren wordt uitgezonden, ten minste één maal per uur op het hele uur een programmaonderdeel geheel bestaande uit nieuws is opgenomen.
2. Een aanvrager van vergunning kavel B38 heeft zich blijkens een door hem ondertekende verklaring overeenkomstig bijlage 4, punt 2, bij deze regeling ertoe verplicht dat een krachtens deze regeling aan hem verleende vergunning zal worden gebruikt voor het uitzenden van een radioprogramma van een commerciële omroepinstelling dat, voor zover het gepresenteerde programmaonderdelen tussen 07.00 uur en 19.00 uur betreft, voor ten minste 50 procent in de Nederlandse of Friese taal wordt gepresenteerd.
Artikel 10
1. Een aanvrager verklaart door middel van een door hem ondertekende verklaring overeenkomstig bijlage 5 bij deze regeling dat hij en, indien hij behoort tot een groep, de andere leden van de groep waartoe hij behoort, zich voorafgaand aan de indiening van de aanvraag hebben onthouden van afspraken of onderling afgestemde feitelijke gedragingen die afbreuk doen of kunnen doen aan de mededinging in het kader van de veilingprocedure en zich voor de datum, bedoeld in artikel 3, eerste lid, zullen onthouden van het maken van dergelijke afspraken of het verrichten van dergelijke gedragingen.
2. De minister kan een aanvraag afwijzen als naar zijn oordeel aannemelijk is dat de aanvrager of, indien hij behoort tot een groep, andere leden van de groep waartoe hij behoort, afspraken hebben gemaakt of onderling afgestemde feitelijke gedragingen hebben verricht die afbreuk doen of kunnen doen of gedaan hebben of gedaan kunnen hebben aan de mededinging in het kader van de veilingprocedure.
Artikel 11
1. De minister stelt aan de hand van de door de aanvragers ingediende aanvragen vast welke aanvragers het hoogste toewijsbare bod hebben uitgebracht voor vergunning kavel A7, voor vergunning kavel B38 en voor vergunning kavel C08.
2.
Als toewijsbaar bod in de zin van het eerste lid wordt aangemerkt een bod:
a. a. dat deel uitmaakt van een aanvraag die niet is of wordt afgewezen op grond van artikel 5 of artikel 10, tweede lid, of artikel 3.18 van de wet, en die niet buiten behandeling is gelaten overeenkomstig artikel 6 en artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht, en b. b. dat is gedaan door een aanvrager die voldoet aan de artikelen 7, 8 en 10, eerste lid, en, indien de aanvrager vergunning kavel A7 of vergunning kavel B38 aanvraagt, tevens voldoet aan artikel 9.
3. Bij de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, gaat de minister uit van het eerste bod dat is uitgebracht. Indien meer dan één aanvrager hetzelfde eerste bod als hoogste eerste bod hebben uitgebracht en indien deze biedingen toewijsbaar zijn in de zin van het tweede lid, vindt de vaststelling plaats aan de hand van het eerste aanvullende bod van de desbetreffende aanvragers dat als zodanig is opgenomen op de biedkaart. Indien meer dan één aanvrager hetzelfde eerste aanvullende bod als hoogste eerste aanvullende bod hebben uitgebracht en indien deze biedingen toewijsbaar zijn in de zin van het tweede lid, vindt de vaststelling plaats aan de hand van het tweede aanvullende bod van de desbetreffende aanvragers dat als zodanig is opgenomen op de biedkaart. Indien meer dan één aanvrager hetzelfde tweede aanvullende bod als hoogste tweede aanvullende bod hebben uitgebracht en indien deze biedingen toewijsbaar zijn in de zin van het tweede lid, vindt de vaststelling plaats aan de hand van het derde aanvullende bod van de desbetreffende aanvragers dat als zodanig is opgenomen op de biedkaart.
4. Na de in het eerste lid bedoelde vaststelling worden vergunning kavel A7, vergunning kavel B38 en vergunning kavel C08 verleend aan de in het eerste lid bedoelde aanvragers.
5. Voor zover aanvragen niet op grond van het vierde lid voor toewijzing in aanmerking komen, worden ze afgewezen.
Artikel 12
1. Een aanvrager die vergunning kavel A7, vergunning B38 of vergunning kavel C08 verkrijgt, betaalt het door hem voor de vergunning uitgebrachte bod dat op grond van artikel 11 is aangemerkt als hoogste toewijsbare bod, uiterlijk zes weken na het tijdstip van de vergunningverlening.
2. Indien op verzoek van de verkrijger van de vergunning in afwijking van het eerste lid uitstel van betaling wordt verleend, wordt aan de beschikking tot uitstel van betaling het voorschrift verbonden dat het verschuldigde bedrag wordt betaald in vier gelijke termijnen waarvan de eerste termijn zes weken na het tijdstip van de vergunningverlening vervalt en de daaropvolgende termijnen steeds jaarlijks vervallen op 1 september, voor het eerst op 1 september 2014.
3. Betalingen worden verricht door overmaking op bankrekeningnummer 569994039, IBAN: NL49RBOS0569994039, SWIFT: RBOSNL2A, ten name van Ministerie van Economische Zaken, Agentschap Telecom, Afdeling Finance & Control, onder vermelding van de desbetreffende vergunning.
4. De minister kan een geldschuld jegens de aanvrager die verband houdt met een bij of krachtens hoofdstuk 3 van de Telecommunicatiewet genomen besluit, verrekenen met een vordering op grond van het eerste of het tweede lid.
Artikel 13
1. Indien de aanvraag voor een vergunning wordt toegewezen, vergoedt de minister de rente over de voor die vergunning gestorte waarborgsom vanaf de dag waarop hij de waarborgsom heeft ontvangen op het bankrekeningnummer, genoemd in artikel 4, derde lid, tot en met de dag waarop de vergunning wordt verleend.
2. Indien de aanvraag voor een vergunning wordt afgewezen, vergoedt de minister de rente over de voor die vergunning gestorte waarborgsom vanaf de dag waarop hij de waarborgsom heeft ontvangen op het bankrekeningnummer, genoemd in artikel 4, derde lid, tot en met de dag voorafgaand aan de dag waarop de waarborgsom door de minister wordt teruggestort.
3. De rente wordt berekend volgens actual/360 op basis van de door de Europese Centrale Bank vastgestelde Euro Overnight Index Average, minus 100 basispunten, met een minimum van 0%.
Paragraaf 3. Vergunningen voor frequentieruimte in band III
Artikel 14
1.
Ingevolge het bekendmakingsbesluit zijn de volgende vergunningen beschikbaar om te worden verleend:
a. a. voor een aanvrager van vergunning kavel A7: vergunning kavel 11C; b. b. voor een aanvrager van vergunning kavel B38 of van vergunning kavel C08: vergunning allotment 7A.
2. Voor de beschikbaarheid van vergunning allotment 7A gelden de beperkingen die voortvloeien uit artikel 3, tiende en elfde lid.
Artikel 15
1. Een aanvraag voor vergunning kavel 11 C of vergunning allotment 7A wordt ingediend met overeenkomstige toepassing van artikel 3, eerste lid, derde tot en met vijfde lid en zevende tot en met negende lid.
2. De artikelen 6 tot en met 10 zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat ook in het geval dat bij de aanvraag voor een vergunning voor digitale radio-omroep niet is voldaan aan artikel 3, eerste lid, de aanvrager in de gelegenheid wordt gesteld het verzuim te herstellen overeenkomstig artikel 6.
Artikel 16
1. Indien vergunning kavel A7 wordt verleend aan een aanvrager, verleent de minister gelijktijdig aan deze aanvrager vergunning kavel 11C.
2. Indien vergunning kavel C08 of vergunning kavel B38 wordt verleend aan een aanvrager, verleent de minister desgevraagd gelijktijdig aan deze aanvrager vergunning allotment 7A, onverlet het bepaalde in artikel 3, tiende lid, laatste volzin, en artikel 3, elfde lid.
Paragraaf 4. Slotbepalingen
Artikel 17
Wijzigt de Regeling aanwijzing en gebruik frequentieruimte commerciële radio-omroep 2003.
Artikel 18
De Beleidsregel optimalisatie commerciële FM-vergunningen en de Beleidsregel sancties frequentiegebruik radio-omroep worden ingetrokken.
Artikel 19
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 20
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanvraag- en verdeelprocedure vergunningen kavels A7, B38 en C08 met bijbehorende vergunningen voor digitale radio-omroep.