40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling aanvraagprocedure en veiling gebruiksrecht frequentieruimte voor PAMR | BWBR0018687 | ministeriele-regeling | geldend | 2005-09-03 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0018687 | Regeling aanvraagprocedure en veiling gebruiksrecht frequentieruimte voor PAMR |
Regeling aanvraagprocedure en veiling gebruiksrecht frequentieruimte voor PAMR
Paragraaf 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a. minister: Minister van Economische Zaken; b. b. PAMR: Public Access Mobile Radio, een openbaar elektronisch communicatienetwerk voor mobiele communicatiedienstverlening ten behoeve van besloten gebruikersgroepen; c. c. besloten gebruikersgroep: een besloten gebruikersgroep bestaat uit gebruikers van elektronische communicatiediensten die onderling een duurzame professionele relatie hebben en daardoor binnen de groep een communicatiebehoefte hebben die voortvloeit uit het gemeenschappelijke belang dat aan deze duurzame relatie ten grondslag ligt. De duurzame professionele relatie omvat meer dan alleen het gezamenlijk afnemen van elektronische communicatiediensten en de besloten gebruikersgroep is niet uitsluitend opgezet om elektronische communicatiediensten af te nemen; d. d. informatiedocument: een overzicht van en een toelichting op het geheel van toepasselijke regels voor de aanvraag van een vergunning, de veilingprocedure alsmede de aan de te verlenen vergunning verbonden rechten en plichten; e. e. aanvrager: degene die een aanvraag voor een vergunning voor PAMR doet; f. f. deelnemer: aanvrager die gerechtigd is een bod uit te brengen.
Paragraaf 2. Vergunningaanvraag
Artikel 2
Ingevolge het besluit van de minister van 22 augustus 2005, (Stcrt. 2005, 169) is voor PAMR de volgende vergunning beschikbaar die door middel van een veiling zal worden verleend: 451,76875–454,76875 MHz en 461,76875–464,76875 MHz. Een ontwerp van de vergunning is als bijlage 1 bij deze regeling gevoegd.
Artikel 3
1. Degene die de beschikking wil hebben over het informatiedocument, kan een daartoe strekkend verzoek per brief of per elektronische post bij de minister indienen. Het informatiedocument kan worden opgevraagd met ingang van 12 september 2005, 09.00 uur. Het informatiedocument kan worden afgehaald op het in het vierde lid genoemde adres, of wordt, indien daar expliciet om is verzocht, toegezonden.
2.
Het verzoek wordt als volgt geadresseerd:
De Minister van Economische Zaken,
p/a notaris mr. C.A. de Zeeuw,
Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn
Postbus 11756
2502 AT Den Haag
e-mail: pamr@pelsrijcken.nl
3. Voor de beschikbaarstelling van het informatiedocument is een bedrag van € 25,– verschuldigd. Het bedrag kan worden voldaan door middel van contante betaling bij het afhalen van het informatiedocument dan wel door middel van overboeking onder vermelding van ‘informatiedocument vergunning PAMR’ naar het volgende bankrekeningnummer: 21.30.13.495 (Fortis bank Nederland N.V., Den Haag, t.n.v. Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn, inzake derdengelden notariaat).
4.
Beschikbaarstelling van het informatiedocument door overhandiging bij het afhalen dan wel door toezending geschiedt nadat het in het derde lid genoemde bedrag is voldaan.
Het afhalen geschiedt op het volgende adres:
De Minister van Economische Zaken,
p/a notaris mr. C.A. de Zeeuw,
Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn
Koningin Julianaplein 30
Gebouw Babylon
Kantoren A, receptie vijfde verdieping
2595 AA Den Haag
5. Het bedrag, genoemd in het derde lid, wordt niet geretourneerd.
Artikel 4
1. Een ieder aan wie overeenkomstig artikel 3 een informatiedocument is verstrekt, kan met betrekking tot dat document per brief of per elektronische post en per brief vragen stellen aan de minister. Indien er verschillen bestaan tussen de schriftelijke en de elektronische versie van de vragen, is de schriftelijke versie bepalend. De vragen worden uiterlijk op 23 september 2005, om 14.00 uur door tussenkomst van de notaris op het in artikel 3, tweede lid, genoemde adres, door de minister ontvangen. Na voornoemde datum en voornoemd tijdstip ontvangen vragen worden niet beantwoord.
2. De vragen worden op niet tot de vragensteller te herleiden briefpapier gesteld en zodanig geformuleerd dat ook daaruit niet de identiteit van de vragensteller kan worden herleid. De vragen worden in de Nederlandse taal gesteld. De identiteit van de vragensteller is uitsluitend aan de notaris bekend.
3. Uiterlijk op 11 oktober 2005 zendt de minister aan een ieder aan wie een informatiedocument is verstrekt schriftelijk antwoord op de vragen die tijdig zijn ontvangen, die voldoen aan de eisen, bedoeld in het eerste en tweede lid, en betrekking hebben op het informatiedocument, vergezeld van de gestelde vragen.
Artikel 5
1. De aanvraag bevat de gegevens en bescheiden, bedoeld in de bij deze regeling behorende bijlage 2, en wordt overeenkomstig het model in die bijlage ingedeeld.
2. De aanvraag is in de Nederlandse taal gesteld en aangeduid als het originele exemplaar. Dit exemplaar wordt door de aanvrager ondertekend.
3. De aanvraag gaat vergezeld van drie als zodanig aangeduide afschriften. Indien er verschillen bestaan tussen het originele exemplaar en de afschriften, is het originele exemplaar bepalend.
4. De aanvrager informeert de minister per brief onverwijld over wijzigingen met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde gegevens en bescheiden.
5. Met de gegevens en bescheiden, bedoeld in het eerste lid, worden gelijkgesteld zodanige gegevens en bescheiden krachtens het recht van een van de andere lidstaten van de Europese Unie of een van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.
Artikel 6
1. Elke aanvrager dient slechts één aanvraag in.
2. De aanvraag wordt vanaf 12 september 2005 tot uiterlijk op 18 oktober 2005 om 14.00 uur per post dan wel door middel van persoonlijke overhandiging ontvangen op het adres, genoemd in artikel 3, tweede respectievelijk vierde lid.
3. De minister bevestigt onverwijld schriftelijk de ontvangst van de aanvraag.
Artikel 7
Indien de aanvrager niet heeft voldaan aan de in artikel 6, tweede lid, gestelde eisen, wordt de aanvraag niet in behandeling genomen.
Artikel 8
1. Indien de aanvrager niet heeft voldaan aan de in artikel 5 of artikel 6, eerste lid, gestelde eisen, deelt de minister de aanvrager dit schriftelijk mee.
2. De aanvrager heeft gedurende vijf werkdagen, te rekenen vanaf de dag nadat de mededeling, bedoeld in het eerste lid, is verstuurd, de gelegenheid dit verzuim te herstellen.
3. De gegevens ten behoeve van het verzuimherstel, bedoeld in het eerste lid, worden per post dan wel door middel van persoonlijke overhandiging ingediend bij het adres, genoemd in artikel 3, tweede respectievelijk vierde lid.
4. Indien het verzuim, bedoeld in het eerste lid, binnen de termijn, genoemd in het tweede lid, niet is hersteld of de aanvraag na herstel niet voldoet aan de in artikel 5 of artikel 6, eerste lid, gestelde eisen, wordt de aanvraag niet in behandeling genomen.
Artikel 9
1. De minister deelt de aanvrager uiterlijk op 8 november 2005 schriftelijk mee of zijn aanvraag in behandeling wordt genomen.
2. Indien is voldaan aan de in artikel 5 en 6 gestelde eisen, wordt de aanvrager getoetst aan de eisen, bedoeld in artikel 10.
Artikel 10
Een aanvrager voldoet aan de volgende eisen:
a. a. de aanvrager is een rechtspersoon, opgericht in overeenstemming met het recht van een van de lidstaten van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en heeft zijn statutaire zetel, zijn hoofdbestuur of zijn hoofdvestiging binnen de Europese Economische Ruimte; b. b. wat betreft de financiële positie van de aanvrager:
1°.
de aanvrager verkeert niet in staat van faillissement, noch is een verzoek tot faillietverklaring van de aanvrager ingediend,
2°.
de aanvrager heeft geen surcéance van betaling aangevraagd, en
3°.
geen substantieel beslag is gelegd op bedrijfsmiddelen van de aanvrager.
1°. 1°. de aanvrager verkeert niet in staat van faillissement, noch is een verzoek tot faillietverklaring van de aanvrager ingediend, 2°. 2°. de aanvrager heeft geen surcéance van betaling aangevraagd, en 3°. 3°. geen substantieel beslag is gelegd op bedrijfsmiddelen van de aanvrager.
Artikel 11
1. De minister stelt uiterlijk 15 november 2005 vast of de aanvrager voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 10.
2. Indien uit de aanvraag niet blijkt dat aan de eisen, bedoeld in artikel 10 is voldaan, wijst de minister de aanvraag af. De minister stelt de desbetreffende aanvrager schriftelijk op de hoogte van zijn besluit.
Paragraaf 3. Vaststelling schaarste
Artikel 12
Na de vaststelling, bedoeld in artikel 11, eerste lid, stelt de minister vast of de voor PAMR beschikbare vergunning zonder toepassing van een veiling kan worden verleend. Dit is het geval indien in totaal slechts één aanvrager die aan de eisen, bedoeld in artikel 10, voldoet, een aanvraag heeft ingediend.
Artikel 13
1. Indien uit de aanvraag blijkt dat is voldaan aan de eisen, bedoeld in artikel 10, en na toepassing van artikel 12 de noodzaak van veiling is komen vast te staan, stelt de minister de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis.
2. Bij de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, wordt aan de aanvrager tevens bekend gemaakt hoeveel deelnemers er in totaal zijn.
Paragraaf 4. De notaris
Artikel 14
Voor het geval na toepassing van artikel 12 de noodzaak van veilen is komen vast te staan, sluit de minister een overeenkomst met een notaris die zorg draagt voor een goed en ordelijk verloop van de veiling.
Paragraaf 5. Algemene bepalingen omtrent de veiling
Artikel 15
1. Een deelnemer onthoudt zich voorafgaand aan en gedurende de veilingprocedure van afspraken of onderling afgestemde feitelijke gedragingen die afbreuk doen aan de tot stand te brengen mededinging in de veilingprocedure.
2. De minister kan een deelnemer die handelt in strijd met het eerste lid van deelname aan de veiling uitsluiten.
3. Een tijdens de veiling uitgebracht bod door een van deelname aan de veiling uitgesloten deelnemer is ongeldig.
Artikel 16
1. De minister kan de veiling opschorten.
2. De minister kan onder meer tot opschorting van de veiling overgaan indien naar zijn oordeel sprake is van afspraken of gedragingen in strijd met artikel 15, eerste lid.
Artikel 17
1. De vergunning wordt via een veiling met gesloten bod geveild.
2. De veiling met gesloten bod omvat één veilingronde.
Artikel 18
Een deelnemer is vanaf het moment dat hij een bod heeft uitgebracht tot en met het tijdstip waarop de veiling is afgerond onvoorwaardelijk en onherroepelijk aan zijn bod gebonden, tenzij hij op grond van artikel 15, tweede lid, wordt uitgesloten van verdere deelname aan de veiling.
Paragraaf 6. De veilingprocedure
Artikel 19
1. Gelijktijdig met de kennisgeving, bedoeld in artikel 13, eerste lid, wordt aan iedere deelnemer een biedkaart verstrekt. Het model van deze biedkaart is als bijlage 3 bij deze regeling gevoegd.
2.
Bij het verstrekken van de biedkaart wordt tevens vermeld:
a. a. vanaf welk tijdstip de biedkaart kan worden ingediend; b. b. op welk tijdstip de biedkaart uiterlijk moet zijn ingediend; c. c. op welk adres de biedkaart per post dan wel door middel van persoonlijke overhandiging moet worden ingediend.
3. Een bod wordt uitsluitend uitgebracht door middel van de in het eerste lid bedoelde biedkaart op het in het tweede lid, onder c, bedoelde adres.
4. De biedkaart wordt in de Nederlandse taal ingevuld.
5.
Het bedrag van het bod wordt in letters geschreven en wordt vermeld in hele euro’s.
Biedingen boven een bedrag van nul euro eindigen niet op een nul.
6. De deelnemer aan de veiling die een bod uitbrengt, voldoet een bedrag ter hoogte van zijn bod tot zekerheid van de gestanddoening van zijn bod. Uiterlijk op het in het tweede lid, onder b, bedoelde tijdstip, is het bedoelde bedrag, onder vermelding van ‘zekerheidstelling PAMR’ ontvangen op het bankrekeningnummer, genoemd in artikel 3, derde lid, of is voor het bedoelde bedrag ter zekerheidstelling een bankgarantie volgens het model dat als bijlage 4 bij deze regeling is gevoegd, overgelegd aan de notaris op het in artikel 3, vierde lid, genoemde adres.
Artikel 20
1.
Een bod wordt uitgebracht op een biedkaart die:
a. a. niet eerder dan het in artikel 19, tweede lid, onder a, bedoelde tijdstip en niet later dan het in artikel 19, tweede lid, onder b, bedoelde tijdstip wordt ingediend; b. b. volledig en op de juiste wijze is ingevuld en ondertekend.
2. De notaris stelt vast of de biedkaart niet eerder, onderscheidenlijk niet later dan de in het eerste lid, onder a, bedoelde tijdstippen is ingediend.
Artikel 21
1. Indien een bod niet voldoet aan de artikelen 19, derde, vierde, vijfde of zesde lid, of 20, eerste lid, onder b, wordt de deelnemer door de minister in de gelegenheid gesteld alsnog aan genoemde bepalingen te voldoen binnen een door de minister te stellen termijn.
2.
Een bod is ongeldig indien:
a. a. het niet voldoet aan artikel 20, eerste lid, onder a; b. b. na toepassing van het eerste lid nog niet is voldaan aan de daarin genoemde bepalingen.
Artikel 22
1. De notaris stelt na de veilingronde en na de door de minister op basis van artikel 21, eerste lid, gestelde termijn(en), vast welke deelnemer het hoogste bod heeft uitgebracht.
2. In geval twee of meer deelnemers eenzelfde hoogste bod hebben uitgebracht, stelt de notaris, na loting, vast welke deelnemer wordt aangemerkt als deelnemer met het hoogste bod.
Artikel 23
1. Na de vaststelling, bedoeld in artikel 22, verleent de minister onverwijld aan de deelnemer met het hoogste bod, bedoeld in artikel 22, de vergunning.
2. Tegelijk met de vergunningverlening, bedoeld in het eerste lid, verklaart de minister onverwijld de aanvragen waarbij een ongeldig bod is uitgebracht, bedoeld in artikel 21, tweede lid, niet ontvankelijk en wijst hij de overige aanvragen af. Daarbij maakt de minister bekend aan welke aanvrager de vergunning wordt verleend en wat de hoogte van zijn bod was.
3. De deelnemer, bedoeld in het eerste lid, die ter voldoening van het bedrag ter zekerheidstelling een bankgarantie heeft overgelegd, betaalt het door hem verschuldigde bedrag ter hoogte van zijn bod binnen twee weken volgend op de datum waarop de vergunning is verleend op het bankrekeningnummer, genoemd in artikel 3, derde lid, onder vermelding van ‘PAMR-veilingbod’. Zodra het verschuldigde bedrag is ontvangen, wordt de bankgarantie teruggegeven aan de bank die deze bankgarantie heeft afgegeven door middel van de procedure zoals beschreven in het als bijlage 4 bij deze regeling opgenomen model van de bankgarantie. De minister stelt de vergunninghouder onverwijld op de hoogte van het teruggeven van de bankgarantie.
4. Indien de deelnemer, bedoeld in het eerste lid, niet aan zijn betalingsverplichting als bedoeld in het tweede lid voldoet, wordt de door hem overgelegde bankgarantie voor de betaling aangewend.
5. Indien de deelnemer, bedoeld in het eerste lid, ter voldoening van het bedrag ter zekerheidstelling een waarborgsom heeft gestort, wordt de door hem gestorte waarborgsom voor de betaling van het door hem verschuldigde bedrag ter hoogte van zijn bod aangewend.
6. De minister betaalt de deelnemer aan wie geen vergunning wordt verleend, en die ter voldoening van het bedrag ter zekerheidstelling, een waarborgsom heeft gestort, deze waarborgsom vermeerderd met de rente van een éénmaandsdeposito terug of geeft, indien de deelnemer ter voldoening van het bedrag ter zekerheidstelling een bankgarantie heeft overgelegd, deze bankgarantie terug aan de bank die deze heeft afgegeven door middel van de procedure zoals beschreven in het als bijlage 4 bij deze regeling opgenomen model van de bankgarantie. De minister stelt de deelnemer onverwijld op de hoogte van het teruggeven van de bankgarantie.
Paragraaf 7. Wijziging andere regelingen
Artikel 24
Wijzigt de Regeling vergoedingen Agentschap Telecom 2005.
Paragraaf 8. Slotbepalingen
Artikel 25
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 26
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanvraagprocedure en veiling gebruiksrecht frequentieruimte voor PAMR.
Bijlage 1. als bedoeld in
Bijlage 2. als bedoeld in
Bijlage 3. als bedoeld in
[afbeelding]