40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2010 | BWBR0027115 | ministeriele-regeling | geldend | 2010-01-26 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0027115 | Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2010 |
Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2010
Paragraaf 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
– –
*minister:* de Minister van Economische Zaken;
– –
*besluit:* het Besluit stimulering duurzame energieproductie;
– –
*algemene uitvoeringsregeling:* de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie;
– –
*gewogen maandelijks rendement:* het rendement, bedoeld in artikel 1, vierde lid, van de Regeling garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit;
– –
*NTA 8003:* 2008: de Nederlandse Technische Afspraak 8003, Classificatie van biomassa voor energietoepassing, uitgegeven door het Nederlands Normalisatie-instituut, zoals deze luidde op 31 december 2008;
– –
*overige vergisting:* de biologische afbraakreacties van biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2008, met uitzondering van de nummers 410, 420, 430, 500, 550 tot en met 559, 587, 592, 600, 610 en 620;
– –
*productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van afvalverbranding:* een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd uit de warmte die uitsluitend of in hoofdzaak is geproduceerd door:
1°.
de verbranding van afvalstoffen,
2°.
een andere thermische behandeling van afvalstoffen dan bedoeld onder 1° ingeval de producten daarvan vervolgens worden verbrand, of
3°.
de verbranding van producten die voortkomen uit thermische behandeling van afvalstoffen;
1°. 1°. de verbranding van afvalstoffen, 2°. 2°. een andere thermische behandeling van afvalstoffen dan bedoeld onder 1° ingeval de producten daarvan vervolgens worden verbrand, of 3°. 3°. de verbranding van producten die voortkomen uit thermische behandeling van afvalstoffen; – –
*productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met gebruik van stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties:* een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd:
1°.
uit gas dat vrijkomt tengevolge van biologische afbraakreacties uit gestorte afvalstoffen, of
2°.
uit gas dat vrijkomt tengevolge van biologische afbraakreacties bij de zuivering van huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater en afvloeiend hemelwater;
1°. 1°. uit gas dat vrijkomt tengevolge van biologische afbraakreacties uit gestorte afvalstoffen, of 2°. 2°. uit gas dat vrijkomt tengevolge van biologische afbraakreacties bij de zuivering van huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater en afvloeiend hemelwater; – –
*productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van waterkracht:* een productie-installatie waarmee door hydro-mechanisch-elektrische omzetting hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd uit potentiële dan wel kinetische energie van stromend water dat niet specifiek ten behoeve van de elektriciteitsproductie omhoog is gepompt;
– –
*productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie op land:* een productie-installatie die niet is opgericht in de territoriale zee of in de Nederlandse exclusieve economische zone, waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd met behulp van windenergie en die geen productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie is als bedoeld in artikel 1, onderdeel o, van het besluit;
– –
* productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas met gebruik van stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties:* een productie-installatie waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd:
1°.
uit gas dat vrijkomt tengevolge van biologische afbraakreacties uit gestorte afvalstoffen, of
2°.
uit gas dat vrijkomt tengevolge van biologische afbraakreacties bij de zuivering van huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater en afvloeiend hemelwater;
1°. 1°. uit gas dat vrijkomt tengevolge van biologische afbraakreacties uit gestorte afvalstoffen, of 2°. 2°. uit gas dat vrijkomt tengevolge van biologische afbraakreacties bij de zuivering van huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater en afvloeiend hemelwater; – –
*valhoogte:* het verschil in waterpeil voor en achter de installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van waterkracht waarbij het maximaal elektrisch ontwerpvermogen van de turbine of de generator wordt gerealiseerd;
– –
*thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa:* de omzetting van vaste of vloeibare biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2008, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 500, 550 tot en met 559, 587 en 592 van de NTA 8003: 2008, door middel van:
1°.
verbranding,
2°.
een andere thermische behandeling dan bedoeld onder 1° ingeval de producten daarvan vervolgens worden verbrand, of
3°.
de verbranding van producten die voortkomen uit thermische behandeling;
1°. 1°. verbranding, 2°. 2°. een andere thermische behandeling dan bedoeld onder 1° ingeval de producten daarvan vervolgens worden verbrand, of 3°. 3°. de verbranding van producten die voortkomen uit thermische behandeling; – –
* vergisting en co-vergisting van dierlijke mest:* de biologische afbraakreacties van in hoofdzaak verpompbare vaste en vloeibare uitwerpselen van dieren, al dan niet aangevuld met een of meer producten genoemd in de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet, bijlage Aa, onderdeel IV;
– –
*vergisting van groente-, fruit- en tuinafval:* de biologische afbraakreacties van biomassa als bedoeld in de nummers 251, 252, 253, 254, 600, 610, 620 van de NTA 8003:2008;
– –
* warmtebenuttingscoëfficiënt:* de hoeveelheid gedurende een kalenderjaar door een productie-installatie geproduceerde en nuttig aangewende warmte als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel v, van de Regeling garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit, gedeeld door de hoeveelheid gedurende hetzelfde kalenderjaar geproduceerde en op het elektriciteitsnet ingevoede hernieuwbare elektriciteit;
– –
* STEG:* een productie-installatie bestaande uit één of meerdere stoom- en gasturbines, waarbij de warmte uit de gasturbine uitsluitend of in hoofdzaak wordt aangewend voor de productie van stoom, waarmee achtereenvolgens een stoomturbine wordt aangedreven;
– –
* industriële processen:* een proces waarbij materiële goederen worden vervaardigd, met uitzondering van de teelt van gewassen.
Paragraaf 2. Hernieuwbare elektriciteit
Paragraaf 2.1. Windenergie op land
Artikel 2
1.
De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan producenten van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie op land:
a. a. met een nominaal vermogen per turbine kleiner dan 6,0 MW; b. b. met een nominaal vermogen per turbine gelijk aan of groter dan 6,0 MW.
2. Aanvragen om subsidie als bedoeld in het eerste lid, worden ontvangen in de periode van 1 maart 2010 tot en met 1 november 2010, 17:00 uur.
3. Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1.
Artikel 3
1. Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidie die is aangevraagd in de periode, bedoeld in artikel 2, tweede lid, bedraagt € 937.000.000,–.
2. De minister verdeelt het bedrag, genoemd in het eerste lid, op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
Artikel 4
1. Subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.
2. De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie op land binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.
Artikel 5
1. Het maximaal aantal vollasturen voor productie-installaties als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, bedraagt 1760 uren per jaar.
2. Het maximaal aantal vollasturen voor productie-installaties als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, bedraagt 2476 uren per jaar.
Artikel 6
Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, bedraagt voor productie- installaties als bedoeld in:
a. a.
artikel 2, eerste lid, onderdeel a: € 0,120 per kWh;
b. b.
artikel 2, eerste lid, onderdeel b: € 0,120 per kWh.
Artikel 7
De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, bedraagt voor productie- installaties als bedoeld in:
a. a.
artikel 2, eerste lid, onderdeel a: € 0,049 per kWh;
b. b.
artikel 2, eerste lid, onderdeel b: € 0,050 per kWh.
Paragraaf 2.2. Fotovoltaïsche zonnepanelen
Artikel 8
1.
De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan producenten van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonlicht met behulp van fotovoltaïsche zonnepanelen met een vermogen:
a. a. groter dan of gelijk aan 1,0 kWp en kleiner dan of gelijk aan 15 kWp; b. b. groter dan 15 kWp en kleiner dan of gelijk aan 100 kWp, welke zijn geplaatst op of tegen een gebouw als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Woningwet.
2. Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 15, vierde lid, en 56, eerste lid, tweede volzin, van het besluit.
3. Aanvragen om subsidie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, worden ontvangen in de periode van 1 maart 2010 tot en met 1 november 2010, 17:00 uur.
4. Aanvragen om subsidie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, worden ontvangen in de periode van 31 mei 2010 tot en met 1 november 2010, 17:00 uur. Aanvragen, ingediend via www.agentschapnl.nl/sde in de periode van 18 mei 2010 tot en met 30 mei 2010, worden geacht te zijn ontvangen op 31 mei 2010.
5. Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2.
6. Een gebundelde aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 56, eerste lid, tweede volzin, van het besluit wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.
7. Een aanvraag om subsidie als bedoeld in het vijfde lid en zesde lid, wordt geacht een aanvraag tot het verstrekken van een voorschot te zijn, tenzij de aanvrager te kennen geeft een aparte aanvraag tot het verstrekken van een voorschot te willen indienen of aangeeft geen voorschot te willen ontvangen.
Artikel 9
Voor subsidie als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, is de rapportageverplichting, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de algemene uitvoeringsregeling niet van toepassing.
Artikel 10
1. Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidie die is aangevraagd in de periode, bedoeld in artikel 8, derde lid, bedraagt voor productie-installaties als bedoeld artikel 8, eerste lid, onderdeel a, € 69.000.000,–.
2. Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidie die is aangevraagd in de periode, bedoeld in artikel 8, vierde lid, bedraagt voor productie-installaties als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, € 24.000.000,–.
3. De minister verdeelt de bedragen, genoemd in het eerste en tweede lid, op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
Artikel 11
1. Subsidie als bedoeld in artikel 8, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.
2. De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonlicht met behulp van fotovoltaïsche zonnepanelen binnen 18 maanden na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.
3. Deze periode kan in uitzonderlijke gevallen eenmaal met een periode van een jaar worden verlengd.
Artikel 12
Het maximaal aantal vollasturen voor productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonlicht met behulp van fotovoltaïsche zonnepanelen bedraagt 850 uren per jaar.
Artikel 13
Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 8, eerste lid, bedraagt voor productie-installaties als bedoeld in:
a. a.
artikel 8, eerste lid, onderdeel a, voor de productie tot en met 6375 kWh per jaar: € 0,474 per kWh;
b. b.
artikel 8, eerste lid, onderdeel a, voor de productie boven 6375 kWh per jaar: € 0,00 per kWh;
c. c.
artikel 8, eerste lid, onderdeel b: € 0,430 per kWh.
Artikel 14
De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 8, eerste lid, bedraagt voor productie-installaties als bedoeld in:
a. a.
artikel 8, eerste lid, onderdeel a: € 0,202 per kWh;
b. b.
artikel 8, eerste lid, onderdeel b: € 0,053 per kWh.
Paragraaf 2.3. Afvalverbranding
Artikel 15
1. De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan producenten van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van afvalverbranding.
2. Aanvragen om subsidie als bedoeld in het eerste lid, worden ontvangen in de periode van 1 maart 2010 tot en met 1 november 2010, 17:00 uur.
3. Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 4.
Artikel 16
Voor subsidie als bedoeld in artikel 15, eerste lid, is de rapportageverplichting, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de algemene uitvoeringsregeling niet van toepassing.
Artikel 17
1. Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidie die is aangevraagd in de periode, bedoeld in artikel 15, tweede lid, bedraagt € 238.000.000,–.
2. De minister verdeelt het bedrag, genoemd in het eerste lid, op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
Artikel 18
1. Subsidie als bedoeld in artikel 15, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.
2. De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van afvalverbranding binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.
Artikel 19
Het maximaal aantal vollasturen voor productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van afvalverbranding bedraagt 3920 uren per jaar.
Artikel 20
Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 15, eerste lid, bedraagt bij een gewogen maandelijks rendement dat groter is dan genoemd in kolom 1 en kleiner is dan of gelijk is aan genoemd in kolom 2, het bedrag in euro per kWh, genoemd in kolom 3.
Artikel 21
De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 15, eerste lid, bedraagt € 0,090 per kWh.
Paragraaf 2.4. Stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties
Artikel 22
1. De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan producenten van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met gebruik van stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties.
2. Aanvragen om subsidie als bedoeld in het eerste lid, worden ontvangen in de periode van 1 maart 2010 tot en met 1 november 2010, 17:00 uur.
3. Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 4.
Artikel 23
Voor subsidie als bedoeld in artikel 22, eerste lid, is de rapportageverplichting, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de algemene uitvoeringsregeling niet van toepassing.
Artikel 24
1. Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidie die is aangevraagd in de in artikel 22, tweede lid, bedoelde periode, bedraagt € 13.000.000,–.
2. De minister verdeelt het bedrag, genoemd in het eerste lid, op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
Artikel 25
1. Subsidie als bedoeld in artikel 22, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.
2. De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met gebruik van stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.
Artikel 26
Het maximaal aantal vollasturen voor een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met gebruik van stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties bedraagt 8000 uren per jaar.
Artikel 27
Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 22, eerste lid, bedraagt € 0,059 per kWh.
Artikel 28
De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 22, eerste lid, bedraagt € 0,044 per kWh.
Paragraaf 2.5. Biomassa
Artikel 29
1.
De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan producenten van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit door:
a. a. verbranding van het biogas uit vergisting en co-vergisting van dierlijke mest of de inzet van warmte verkregen uit thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa met uitzondering van plantaardige en dierlijke restvetten en restoliën als bedoeld in de NTA 8003:2008 met nummers 560 tot en met 572 met een nominaal elektrisch vermogen kleiner dan of gelijk aan 10 MW; b. b. verbranding van het biogas uit vergisting van groente-, fruit- en tuinafval, waarbij ten hoogste 50 procent van de massa bestaat uit biomassastromen als bedoeld in de NTA 8003:2008, met uitzondering van de nummers 410, 420, 430, 500, 550 tot en met 559, 587 en 592; c. c. verbranding van het biogas uit overige vergisting; d. d. inzet van warmte verkregen uit thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa met een nominaal elektrisch vermogen kleiner dan of gelijk aan 10 MW; e. e. inzet van warmte verkregen uit thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa met een nominaal elektrisch vermogen groter dan 10 MW en kleiner dan of gelijk aan 50 MW.
2. Aanvragen om subsidie als bedoeld in het eerste lid, worden ontvangen in de periode van 1 maart 2010 tot en met 1 november 2010, 17:00 uur.
3. Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 4.
Artikel 30
1. Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidie die is aangevraagd in de in artikel 29, tweede lid, bedoelde periode, bedraagt € 400.000.000,–.
2. De minister verdeelt het bedrag, genoemd in het eerste lid, op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
Artikel 31
1. Subsidie als bedoeld in artikel 29, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.
2. De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit bedoeld in artikel 30, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.
Artikel 32
Het maximaal aantal vollasturen voor productie-installaties als bedoeld in artikel 29, eerste lid, bedraagt 8000 uren per jaar.
Artikel 33
1.
Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 29, eerste lid, onderdeel a, bedraagt bij een warmtebenuttingscoëfficiënt groter dan genoemd in kolom 1 en kleiner dan of gelijk aan genoemd in kolom 2 een bedrag in euro per kWh, genoemd in kolom 3.
| Kolom 1 | Kolom 2 | Kolom 3 |
|---|---|---|
| 0,00 MJ/kWh | 0,25 MJ/kWh | 0,165 |
| 0,25 MJ/kWh | 0,50 MJ/kWh | 0,168 |
| 0,50 MJ/kWh | 0,75 MJ/kWh | 0,172 |
| 0,75 MJ/kWh | 1,0 MJ/kWh | 0,176 |
| 1,0 MJ/kWh | 1,25 MJ/kWh | 0,179 |
| 1,25 MJ/kWh | 1,50 MJ/kWh | 0,183 |
| 1,50 MJ/kWh | 1,75 MJ/kWh | 0,186 |
| 1,75 MJ/kWh | 2,0 MJ/kWh | 0,190 |
| 2,0 MJ/kWh | Onbepaald | 0,193 |
2.
Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 29, eerste lid, onderdeel b, bedraagt bij een warmtebenuttingscoëfficiënt groter dan genoemd in kolom 1 en kleiner dan of gelijk aan genoemd in kolom 2 een bedrag in euro per kWh, genoemd in kolom 3.
| Kolom1 | Kolom 2 | Kolom 3 |
|---|---|---|
| 0,00 MJ/kWh | 0,25 MJ/kWh | 0,129 |
| 0,25 MJ/kWh | 0,50 MJ/kWh | 0,132 |
| 0,50 MJ/kWh | 0,75 MJ/kWh | 0,134 |
| 0,75 MJ/kWh | 1,0 MJ/kWh | 0,136 |
| 1,0 MJ/kWh | 1,25 MJ/kWh | 0,139 |
| 1,25 MJ/kWh | 1,50 MJ/kWh | 0,141 |
| 1,50 MJ/kWh | 1,75 MJ/kWh | 0,144 |
| 1,75 MJ/kWh | 2,0 MJ/kWh | 0,146 |
| 2,0 MJ/kWh | Onbepaald | 0,149 |
3. Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 29, eerste lid, onderdeel c, bedraagt € 0,158 per kWh.
4.
Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 29, eerste lid, onderdeel d, bedraagt bij een warmtebenuttingscoëfficiënt groter dan genoemd in kolom 1 en kleiner dan of gelijk aan genoemd in kolom 2 een bedrag in euro per kWh, genoemd in kolom 3.
| Kolom 1 | Kolom 2 | Kolom 3 |
|---|---|---|
| 0,00 MJ/kWh | 0,25 MJ/kWh | 0,151 |
| 0,25 MJ/kWh | 0,50 MJ/kWh | 0,154 |
| 0,50 MJ/kWh | 0,75 MJ/kWh | 0,157 |
| 0,75 MJ/kWh | 1,0 MJ/kWh | 0,160 |
| 1,0 MJ/kWh | 1,25 MJ/kWh | 0,163 |
| 1,25 MJ/kWh | 1,50 MJ/kWh | 0,166 |
| 1,50 MJ/kWh | 1,75 MJ/kWh | 0,169 |
| 1,75 MJ/kWh | 2,0 MJ/kWh | 0,173 |
| 2,0 MJ/kWh | Onbepaald | 0,176 |
5.
Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 29, eerste lid, onderdeel e, bedraagt bij een warmtebenuttingscoëfficiënt groter dan genoemd in kolom 1 en kleiner dan of gelijk aan genoemd in kolom 2 een bedrag in euro per kWh, genoemd in kolom 3.
| Kolom 1 | Kolom 2 | Kolom 3 |
|---|---|---|
| 0,00 MJ/kWh | 0,25 MJ/kWh | 0,114 |
| 0,25 MJ/kWh | 0,50 MJ/kWh | 0,116 |
| 0,50 MJ/kWh | 0,75 MJ/kWh | 0,119 |
| 0,75 MJ/kWh | 1,0 MJ/kWh | 0,121 |
| 1,0 MJ/kWh | 1,25 MJ/kWh | 0,123 |
| 1,25 MJ/kWh | 1,50 MJ/kWh | 0,126 |
| 1,50 MJ/kWh | 1,75 MJ/kWh | 0,128 |
| 1,75 MJ/kWh | 2,0 MJ/kWh | 0,131 |
| 2,0 MJ/kWh | 2,25 MJ/kWh | 0,133 |
| 2,25 MJ/kWh | 2,50 MJ/kWh | 0,136 |
| 2,50 MJ/kWh | 2,75 MJ/kWh | 0,138 |
| 2,75 MJ/kWh | 3,0 MJ/kWh | 0,141 |
| 3,0 MJ/kWh | 3,25 MJ/kWh | 0,143 |
| 3,25 MJ/kWh | 3,50 MJ/kWh | 0,146 |
| 3,50 MJ/kWh | 3,75 MJ/kWh | 0,148 |
| 3,75 MJ/kWh | 4,0 MJ/kWh | 0,151 |
| 4,0 MJ/kWh | Onbepaald | 0,153 |
Artikel 34
De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 29, eerste lid, bedraagt € 0,044 per kWh.
Paragraaf 2.6. Waterkracht
Artikel 35
1.
De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan producenten van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van waterkracht:
a. a. in installaties met een valhoogte kleiner dan 5 meter; b. b. in installaties met een valhoogte gelijk aan of groter dan 5 meter.
2. Aanvragen om subsidie als bedoeld in het eerste lid, worden ontvangen in de periode van 1 maart 2010 tot en met 30 december 2010, 17:00 uur.
3. Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 5.
Artikel 36
1. Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidie die is aangevraagd in de in artikel 35, tweede lid, bedoelde periode, bedraagt € 63.000.000,–.
2. De minister verdeelt het bedrag, genoemd in het eerste lid, op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
Artikel 37
1. Subsidie als bedoeld in artikel 35, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.
2. De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van waterkracht binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.
Artikel 38
Het maximaal aantal vollasturen voor productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van waterkracht als bedoeld in:
a. a.
artikel 35, eerste lid, onderdeel a, bedraagt 3800 uren per jaar;
b. b.
artikel 35, eerste lid, onderdeel b, bedraagt 4800 uren per jaar.
Artikel 39
Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 35, eerste lid, bedraagt voor productie-installaties als bedoeld in:
a. a.
artikel 35, eerste lid, onderdeel a: € 0,123 per kWh;
b. b.
artikel 35, eerste lid, onderdeel b: € 0,072 per kWh.
Artikel 40
De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 35, eerste lid, onderdelen a en b, bedraagt € 0,044 per kWh.
Paragraaf 2.7. Correctiebedragen voorschotverlening productie van hernieuwbare elektriciteit
Artikel 41
1.
De correcties op het basisbedrag voor subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, worden voor 2010 als volgt vastgesteld:
a. a. € 0,052 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit; b. b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.
2.
De correcties op het basisbedrag voor subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, worden voor 2010 als volgt vastgesteld:
a. a. € 0,054 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit; b. b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.
Artikel 42
1.
De correcties op het basisbedrag voor subsidie als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, worden voor 2010 als volgt vastgesteld:
a. a. € 0,225 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit; b. b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.
2.
De correcties op het basisbedrag voor subsidie als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, worden voor 2010 als volgt vastgesteld:
a. a. de basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12 van het besluit zoals vastgesteld in artikel 14, onder b, van deze regeling op € 0,053 per kWh; b. b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.
Artikel 43
De correcties op het basisbedrag voor subsidie als bedoeld in artikel 15, eerste lid, worden voor 2010 als volgt vastgesteld:
a. a. € 0,096 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit; b. b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.
Artikel 44
De correcties op het basisbedrag voor subsidie als bedoeld in artikel 22, eerste lid, worden voor 2010 als volgt vastgesteld:
a. a. € 0,047 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit; b. b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.
Artikel 45
De correcties op het basisbedrag voor subsidie als bedoeld in artikel 29, eerste lid, worden voor 2010 als volgt vastgesteld:
a. a. € 0,047 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit; b. b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.
Artikel 46
De correcties op het basisbedrag voor subsidie als bedoeld in artikel 35, eerste lid, worden voor 2010 als volgt vastgesteld:
a. a. € 0,047 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit; b. b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.
Paragraaf 3. Hernieuwbaar gas
Paragraaf 3.1. Stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties
Artikel 47
1. De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan producenten van hernieuwbaar gas geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas met gebruik van stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties.
2. Aanvragen om subsidie als bedoeld in het eerste lid, worden ontvangen in de periode van 1 maart 2010 tot en met 1 november 2010, 17:00 uur.
3. Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 4.
Artikel 48
Voor subsidie als bedoeld in artikel 47, eerste lid, is de rapportageverplichting, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de algemene uitvoeringsregeling niet van toepassing.
Artikel 49
1. Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidie die is aangevraagd in de in artikel 47, tweede lid, bedoelde periode, bedraagt € 24.000.000,–.
2. De minister verdeelt het bedrag, genoemd in het eerste lid, op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
Artikel 50
1. Subsidie als bedoeld in artikel 47, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.
2. De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas met gebruik van stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.
Artikel 51
Het maximaal aantal vollasturen voor productie-installaties voor de productie van hernieuwbaar gas met gebruik van stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties bedraagt 8000 uren per jaar.
Artikel 52
Het basisbedrag, bedoeld in artikel 28 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 47, eerste lid, bedraagt € 0,218 per Nm^3.
Artikel 53
De basisgasprijs, bedoeld in artikel 29 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 47, eerste lid, bedraagt € 0,147 per Nm^3.
Paragraaf 3.2. Biomassa
Artikel 54
1.
De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan producenten van hernieuwbaar gas geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas met gebruik van uitsluitend:
a. a. biogas uit vergisting van groente, fruit- en tuinafval, waarbij ten hoogste 50 procent van de massa bestaat uit biomassastromen als bedoeld in de NTA 8003:2008, met uitzondering van de nummers 410, 420, 430, 500, 550 tot en met 559, 587 en 592; b. b. biogas uit vergisting en co-vergisting van dierlijke mest; c. c. biogas uit overige vergisting.
2. Aanvragen om subsidie als bedoeld in het eerste lid, worden ontvangen in de periode van 1 maart 2010 tot en met 1 november 2010, 17:00 uur.
3. Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 4.
Artikel 55
1. Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidie die is aangevraagd in de in artikel 54, tweede lid, bedoelde periode, bedraagt € 190.000.000,–.
2. De minister verdeelt het bedrag, genoemd in het eerste lid, op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
Artikel 56
1. Subsidie als bedoeld in artikel 54, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.
2. De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas bedoeld in artikel 54, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.
Artikel 57
Het maximaal aantal vollasturen voor productie-installaties bedoeld in artikel 54, eerste lid, bedraagt 8000 uren per jaar.
Artikel 58
Het basisbedrag, bedoeld in artikel 28 van het besluit, bedraagt voor subsidie als bedoeld in:
a. a.
artikel 54, eerste lid, onderdeel a: € 0,465 per Nm^3;
b. b.
artikel 54, eerste lid, onderdeel b: € 0,635 per Nm^3;
c. c.
artikel 54, eerste lid, onderdeel c: € 0,583 per Nm^3.
Artikel 59
De basisgasprijs, bedoeld in artikel 29 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 54, eerste lid, bedraagt € 0,147 per Nm^3.
Paragraaf 3.3. Correctiebedragen voorschotverlening productie van hernieuwbaar gas
Artikel 60
De correcties op het basisbedrag voor de subsidie, bedoeld in artikel 47, eerste lid, worden voor 2010 als volgt vastgesteld:
a. a. € 0,208 per Nm^3 voor wat betreft de gasprijs, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel a, van het besluit; b. b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel b, van het besluit.
Artikel 61
De correcties op het basisbedrag voor de subsidie, bedoeld in artikel 54, eerste lid worden voor 2010 als volgt vastgesteld:
a. a. € 0,208 per Nm^3 voor wat betreft de gasprijs, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel a, van het besluit; b. b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel b, van het besluit.
Paragraaf 4. Warmtekrachtkoppeling
Artikel 62
1.
De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan producenten die elektriciteit opwekken in een installatie voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling als bedoeld in artikel 1, onderdeel ab, van de Elektriciteitswet 1998, die voldoet aan de volgende kenmerken:
a. a. de installatie is van het type STEG; b. b. de installatie heeft een elektrisch vermogen groter dan 150 MWe; c. c. de installatie is in staat bij maximale productie van nuttige warmte, nuttige warmte en elektriciteit te produceren met een verhouding groter of gelijk aan 0,6. d. d. de installatie is in staat in vollastbedrijf bij een minimale verhouding tussen nuttige warmte en elektriciteit van 0,6 een besparing op primaire energie op te leveren van ten minste 10% ten opzichte van de referenties van gescheiden opwekking als bedoeld in Richtlijn 2004/8/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 11 februari 2004 inzake de bevordering van warmtekrachtkoppeling op basis van de vraag naar nuttige warmte binnen de interne energiemarkt en tot wijziging van richtlijn 92/94/EEG (PbEG L 52); e. e. de installatie wordt voor minimaal 90% op aardgas gestookt, en f. f. minimaal 90% van de door de installatie geproduceerde nuttige warmte wordt gebruikt in industriële processen.
2. Aanvragen om subsidie als bedoeld in het eerste lid, worden ontvangen in de periode van 1 maart 2010 van deze regeling tot 31 augustus 2010, 17:00 uur.
3. Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 6.
Artikel 63
Voor subsidie als bedoeld in artikel 62, eerste lid, is de rapportageverplichting, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de algemene uitvoeringsregeling niet van toepassing.
Artikel 64
1. Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidie die is aangevraagd in de in artikel 62, tweede lid, bedoelde periode, bedraagt € 168.000.000,–.
2. De minister verdeelt het bedrag, genoemd in het eerste lid, op volgorde van rangschikking van de aanvragen.
3. De criteria voor rangschikking, bedoeld in artikel 60, eerste lid, onderdelen c en e, van het besluit zijn niet van toepassing.
Artikel 65
1. Subsidie als bedoeld in artikel 62, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.
2. De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie voor de productie van elektriciteit door middel van warmtekrachtkoppeling, bedoeld in artikel 62, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.
Artikel 66
Het maximaal aantal vollasturen voor productie-installaties voor de productie van elektriciteit door middel van warmtekrachtkoppeling bedoeld in artikel 62, eerste lid en tweede lid, bedraagt 5900 uren per jaar.
Artikel 67
Het subsidiebedrag, bedoeld in artikel 52, eerste lid, van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 62, eerste en tweede lid, bedraagt voor het kalenderjaar 2010 € 0,0097 per kWh.
Artikel 68
Het bedrag, bedoeld in artikel 55, eerste lid, van het besluit, bedraagt € 0,0097 per kWh.
Paragraaf 5. Slotbepalingen
Artikel 69
Wijzigt de Regeling garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit.
Artikel 70
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 71
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2010.