rijk/ministeriele-regeling/regeling-aanwijzing-categorieën-duurzame-energieproductie-2011/BWBR0030034
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2011 BWBR0030034 ministeriele-regeling geldend 2011-06-02 https://wetten.overheid.nl/BWBR0030034 Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2011

Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2011

Paragraaf 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

    *algemene uitvoeringsregeling:* de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie;

    *allesvergisting:* de biologische afbraakreacties van biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2008, met uitzondering van de nummers 410, 420, 500, 550 tot en met 559;

    *besluit:* het Besluit stimulering duurzame energieproductie;

    *gewogen maandelijks rendement:* het rendement, bedoeld in artikel 1, vierde lid, van de Regeling garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit;

    *groen gas hub:* een verzameling van productie-installaties voor de productie van hernieuwbaar gas waarvoor voor de invoeding van het hernieuwbaar gas op een gasnet gezamenlijk een of meerdere aansluitingen worden gebruikt;

    *minister:* de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;

    *NTA 8003:* 2008: de Nederlandse Technische Afspraak 8003, Classificatie van biomassa voor energietoepassing, uitgegeven door het Nederlands Normalisatie-instituut, zoals deze luidde op 31 december 2008;

    *richtlijn hernieuwbare energie:*
    richtlijn nr. 2009/28/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en houdende wijziging en intrekking van Richtlijn 2001/77/EG en Richtlijn 2003/30/EG (PbEU 2009, L 140);

    *thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa:* de omzetting van vaste of vloeibare biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2008, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 500, 550 tot en met 559, 587 en 592 van de NTA 8003: 2008, in een productie-installatie waarin ten minste 95% van de energetische waarde van de brandstof biogeen is, door middel van:
  
    
      1°.
      verbranding,
    
    
      2°.
      een andere thermische behandeling dan bedoeld onder 1° ingeval de producten daarvan vervolgens worden verbrand of
    
    
      3°.
      de verbranding van producten die voortkomen uit thermische behandeling;

1°. 1°. verbranding, 2°. 2°. een andere thermische behandeling dan bedoeld onder 1° ingeval de producten daarvan vervolgens worden verbrand of 3°. 3°. de verbranding van producten die voortkomen uit thermische behandeling;

    *valhoogte:* het verschil in waterpeil voor en achter de installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van waterkracht waarbij het maximaal elektrisch ontwerpvermogen van de turbine of de generator wordt gerealiseerd;

    *vergisting en co-vergisting van dierlijke mest:* de biologische afbraakreacties van in hoofdzaak verpompbare vaste en vloeibare uitwerpselen van dieren, al dan niet aangevuld met een of meer producten genoemd in de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet, bijlage Aa, onderdeel IV;

    *warmtebenuttingscoëfficiënt:* de hoeveelheid gedurende een kalenderjaar door een productie-installatie geproduceerde en nuttig aangewende warmte als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel v, van de Regeling garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit, gedeeld door de hoeveelheid gedurende hetzelfde kalenderjaar geproduceerde en op het elektriciteitsnet ingevoede hernieuwbare elektriciteit.

Paragraaf 2. Algemene bepalingen

Artikel 2

1. Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit op grond van de artikelen 4, eerste lid, 10 eerste lid,16, eerste lid, 21, eerste lid, 26, eerste lid, 31, eerste lid, 35, eerste lid, 40, eerste lid, 44, eerste lid, 48, eerste lid, 52, eerste lid, en 56, eerste lid, die is aangevraagd in de periode van 1 juli 2011 tot 30 december 2011, 17:00 uur, bedraagt € 500.000.000.

2. De minister verdeelt het bedrag, genoemd in het eerste lid, op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

3. Per categorie productie-installaties kan in de periode, bedoeld in het eerste lid, per adres waarop een productie-installatie wordt geplaatst maximaal één aanvraag worden ingediend.

4. De minister beslist afwijzend op een aanvraag om subsidie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit door een productie-installatie van een categorie als bedoeld in het eerste lid indien op het moment van indienen van de aanvraag geen toestemming van de eigenaar van de beoogde locatie is verkregen voor het plaatsen van de productie-installatie.

5. De periode waarover subsidie wordt verstrekt vangt niet later aan dan de dag na afloop van de op grond van artikel 61, eerste lid, van het besluit vastgestelde periode waarin de productie-installatie in gebruik dient te worden genomen.

Artikel 3

1. Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidie voor de productie van hernieuwbaar gas op grond van de artikelen 80, eerste lid, en 86, eerste lid, die is aangevraagd in de periode van 1 juli 2011 tot 30 december 2011, 17:00, bedraagt € 1.000.000.000.

2. De minister verdeelt het bedrag, genoemd in het eerste lid, op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

3. Per categorie productie-installaties kan in de periode, bedoeld in het eerste lid, per adres waarop een productie-installatie is of wordt geplaatst maximaal één aanvraag worden ingediend.

4. De minister beslist afwijzend op een aanvraag om subsidie voor de productie van hernieuwbaar gas door een productie-installatie van een categorie als bedoeld in het eerste lid indien op het moment van indienen van de aanvraag geen toestemming van de eigenaar van de beoogde locatie is verkregen voor het plaatsen van de productie-installatie.

5. De periode waarover subsidie wordt verstrekt vangt niet later aan dan de dag na afloop van de op grond van artikel 61, eerste lid, van het besluit vastgestelde periode waarin de productie-installatie in gebruik dient te worden genomen.

Paragraaf 3. Hernieuwbare elektriciteit

Paragraaf 3.1. Afvalverbranding

Artikel 4

1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd uit warmte die uitsluitend of in hoofdzaak is geproduceerd door:

a. a. de verbranding van afvalstoffen, b. b. een andere thermische behandeling van afvalstoffen dan bedoeld onder 1° ingeval de producten daarvan vervolgens worden verbrand of c. c. de verbranding van producten die voortkomen uit thermische behandeling van afvalstoffen.

2. Aanvragen om subsidie als bedoeld in het eerste lid, worden ontvangen in de periode van 1 juli 2011 tot 30 december 2011, 17:00 uur.

3. Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1.

Artikel 5

Voor subsidie als bedoeld in artikel 4, eerste lid, is de verplichting, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de algemene uitvoeringsregeling niet van toepassing.

Artikel 6

1. Subsidie als bedoeld in artikel 4, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2. De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 4, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

Artikel 7

Het maximaal aantal vollasturen voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 4, eerste lid, bedraagt 4080 uren per jaar.

Artikel 8

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 4, eerste lid, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 4, tweede lid, bij een gewogen maandelijks rendement dat groter is dan genoemd in kolom 1 en kleiner is dan of gelijk is aan genoemd in kolom 2, het bedrag in euro per kWh, genoemd in kolom 3.

Artikel 9

De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 4, eerste lid, bedraagt € 0,081 per kWh.

Paragraaf 3.2. Stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties

Artikel 10

1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd uit gas dat vrijkomt tengevolge van biologische afbraakreacties:

a. a. uit gestorte afvalstoffen of b. b. bij de zuivering van huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater en afvloeiend hemelwater.

2. Aanvragen om subsidie als bedoeld in het eerste lid, worden ontvangen in de periode van 1 juli 2011 tot 30 december 2011, 17:00 uur.

3. Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1.

Artikel 11

Voor subsidie als bedoeld in artikel 10, eerste lid, is de verplichting, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de algemene uitvoeringsregeling niet van toepassing.

Artikel 12

1. Subsidie als bedoeld in artikel 10, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

2. De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 10, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

Artikel 13

Het maximaal aantal vollasturen voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 10, eerste lid, bedraagt 8000 uren per jaar.

Artikel 14

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 10, eerste lid, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 10, tweede lid, € 0,060 per kWh.

Artikel 15

De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 10, eerste lid, bedraagt € 0,041 per kWh.

Paragraaf 3.3. Waterkracht

Artikel 16

1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee door hydro-mechanisch-elektrische omzetting hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd uit potentiële dan wel kinetische energie van stromend water dat niet specifiek ten behoeve van de elektriciteitsproductie omhoog is gepompt:

a. a. in installaties met een valhoogte gelijk aan of groter dan 50 centimeter en kleiner dan 5 meter; b. b. in installaties met een valhoogte gelijk aan of groter dan 5 meter.

2.

Aanvragen om subsidie als bedoeld in:

a. a. het eerste lid, onderdeel a, worden ontvangen in de periode van 31 oktober 2011, 17:00 uur, tot 30 december 2011, 17:00 uur; b. b. het eerste lid, onderdeel b, worden ontvangen in de periode van 1 juli 2011 tot 30 december 2011, 17:00 uur.

3. Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2.

Artikel 17

1. Subsidie als bedoeld in artikel 16, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2. De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 16, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

Artikel 18

Het maximaal aantal vollasturen voor een productie-installatie als bedoeld in:

a. a.

    artikel 16, eerste lid, onderdeel a, bedraagt 3800 uren per jaar.

b. b.

    artikel 16, eerste lid, onderdeel b, bedraagt 4800 uren per jaar.

Artikel 19

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 16, eerste lid, bedraagt voor een productie-installatie als bedoeld in:

a. a.

    artikel 16, eerste lid, onderdeel a, in de periode, genoemd in artikel 16, tweede lid, onderdeel a: € 0,122 per kWh;

b. b.

    artikel 16, eerste lid, onderdeel b, in de periode, genoemd in artikel 16, tweede lid, onderdeel b: € 0,071 per kWh.

Artikel 20

De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdelen a en b, bedraagt € 0,041 per kWh.

Paragraaf 3.4. Biomassa

Artikel 21

1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit door:

a. a. verbranding van het biogas uit vergisting en co-vergisting van dierlijke mest; b. b. verbranding van het biogas uit allesvergisting; c. c. inzet van warmte verkregen uit thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa met een nominaal elektrisch vermogen groter dan 10 MW.

2. De minister verstrekt uitsluitend subsidie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, voor productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van vloeibare biomassa indien de producent aantoont dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.

3.

Aanvragen om subsidie als bedoeld in:

a. a. het eerste lid, onderdeel a, worden ontvangen in de periode van 30 november 2011, 17:00 uur, tot 30 december 2011, 17:00 uur; b. b. het eerste lid, onderdelen b, worden ontvangen in de periode van 31 oktober 2011, 17:00 uur, tot 30 december 2011, 17:00 uur; c. c. het eerste lid, onderdeel c, worden ontvangen in de periode van 31 oktober 2011, 17:00 uur, tot 30 december 2011, 17:00 uur.

4. Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1.

Artikel 22

1. Subsidie als bedoeld in artikel 21, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

2. De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 21, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

Artikel 23

Het maximaal aantal vollasturen voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 21, eerste lid, bedraagt 8000 uren per jaar.

Artikel 24

1.

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 21, eerste lid, onderdeel a, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 21, derde lid, onderdeel a, bij een warmtebenuttingscoëfficiënt groter dan genoemd in kolom 1 en kleiner dan of gelijk aan genoemd in kolom 2 een bedrag in euro per kWh, genoemd in kolom 3.

Kolom 1 Kolom 2 Kolom 3
0,00 MJ/kWh 0,150
0,00 MJ/kWh 0,25 MJ/kWh 0,150
0,25 MJ/kWh 0,50 MJ/kWh 0,160
0,50 MJ/kWh 0,75 MJ/kWh 0,171
0,75 MJ/kWh 1,0 MJ/kWh 0,181
1,0 MJ/kWh 1,25 MJ/kWh 0,190
1,25 MJ/kWh 1,50 MJ/kWh 0,193
1,50 MJ/kWh 1,75 MJ/kWh 0,197
1,75 MJ/kWh 2,0 MJ/kWh 0,201
2,0 MJ/kWh Onbepaald 0,205

2.

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 21, eerste lid, onderdeel b, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 21, derde lid, onderdeel b, bij een warmtebenuttingscoëfficiënt groter dan genoemd in kolom 1 en kleiner dan of gelijk aan genoemd in kolom 2 een bedrag in euro per kWh, genoemd in kolom 3.

Kolom1 Kolom 2 Kolom 3
0,00 MJ/kWh 0,129
0,00 MJ/kWh 0,25 MJ/kWh 0,129
0,25 MJ/kWh 0,50 MJ/kWh 0,132
0,50 MJ/kWh 0,75 MJ/kWh 0,134
0,75 MJ/kWh 1,0 MJ/kWh 0,136
1,0 MJ/kWh 1,25 MJ/kWh 0,139
1,25 MJ/kWh 1,50 MJ/kWh 0,141
1,50 MJ/kWh 1,75 MJ/kWh 0,144
1,75 MJ/kWh 2,0 MJ/kWh 0,146
2,0 MJ/kWh Onbepaald 0,149

3.

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 21, eerste lid, onderdeel c, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 21, derde lid, onderdeel c, bij een warmtebenuttingscoëfficiënt groter dan genoemd in kolom 1 en kleiner dan of gelijk aan genoemd in kolom 2 een bedrag in euro per kWh, genoemd in kolom 3.

Kolom 1 Kolom 2 Kolom 3
0,00 MJ/kWh 0,115
0,00 MJ/kWh 0,25 MJ/kWh 0,115
0,25 MJ/kWh 0,50 MJ/kWh 0,117
0,50 MJ/kWh 0,75 MJ/kWh 0,120
0,75 MJ/kWh 1,0 MJ/kWh 0,122
1,0 MJ/kWh 1,25 MJ/kWh 0,124
1,25 MJ/kWh 1,50 MJ/kWh 0,127
1,50 MJ/kWh 1,75 MJ/kWh 0,129
1,75 MJ/kWh 2,0 MJ/kWh 0,132
2,0 MJ/kWh 2,25 MJ/kWh 0,134
2,25 MJ/kWh 2,50 MJ/kWh 0,137
2,50 MJ/kWh 2,75 MJ/kWh 0,139
2,75 MJ/kWh 3,0 MJ/kWh 0,142
3,0 MJ/kWh 3,25 MJ/kWh 0,144
3,25 MJ/kWh 3,50 MJ/kWh 0,147
3,50 MJ/kWh 3,75 MJ/kWh 0,149
3,75 MJ/kWh 4,0 MJ/kWh 0,152
4,0 MJ/kWh Onbepaald 0,154

Artikel 25

De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 21, eerste lid, bedraagt € 0,041 per kWh.

Paragraaf 3.5. Windenergie op land

Artikel 26

1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd met behulp van windenergie die niet is opgericht in de territoriale zee of in de Nederlandse exclusieve economische zone:

a. a. met een nominaal vermogen per turbine kleiner dan 6,0 MW; b. b. met een nominaal vermogen per turbine gelijk aan of groter dan 6,0 MW.

2. Aanvragen om subsidie als bedoeld in het eerste lid worden ontvangen in de periode van 31 augustus 2011, 17:00 uur, tot 30 december 2011, 17:00 uur.

3. Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.

Artikel 27

1. Subsidie als bedoeld in artikel 26, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2. De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 26, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

Artikel 28

Het maximaal aantal vollasturen voor een productie-installatie als bedoeld in:

a. a.

    artikel 26, eerste lid, onderdeel a, bedraagt 1760 uren per jaar;

b. b.

    artikel 26, eerste lid, onderdeel b, bedraagt 2400 uren per jaar.

Artikel 29

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 26, eerste lid, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 26, tweede lid, € 0,120 per kWh.

Artikel 30

De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 26, eerste lid, bedraagt voor een productie- installatie als bedoeld in:

a. a.

    artikel 26, eerste lid, onderdeel a: € 0,046 per kWh;

b. b.

    artikel 26, eerste lid, onderdeel b: € 0,047 per kWh.

Paragraaf 3.6. Vrije categorie

Paragraaf 3.6.1. Productie-installaties uitsluitend in vrije categorie
Paragraaf 3.6.1.1. Wind in meer

Artikel 31

1. De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie met een nominaal vermogen per turbine gelijk aan of groter dan 3,0 MW en waarvan de fundering in een meer van minimaal één vierkante kilometer staat.

2. Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.

Artikel 32

1. Subsidie als bedoeld in artikel 31, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2. De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 31, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

Artikel 33

Het maximaal aantal vollasturen voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 31, eerste lid, bedraagt 2000 uren per jaar.

Artikel 34

De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 31, eerste lid, bedraagt € 0,047 per kWh.

Paragraaf 3.6.1.2. Wind op zee

Artikel 35

1. De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie op zee.

2. Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.

Artikel 36

1. Subsidie als bedoeld in artikel 35, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2. De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 35, eerste lid, binnen 5 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

Artikel 37

Het maximaal aantal vollasturen voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 35, eerste lid, bedraagt 3180 uren per jaar.

Artikel 38

De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 35, eerste lid, bedraagt € 0,048050 per kWh.

Artikel 39

De beschikking tot verlenen van een subsidie als bedoeld in artikel 35, eerste lid, wordt verleend onder de opschortende voorwaarde dat binnen acht weken na afgifte van deze beschikking een uitvoeringsovereenkomst overeenkomstig de overeenkomst opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 7 tot stand is gekomen tussen de Staat en de subsidie-aanvrager.

Paragraaf 3.6.1.3. Fotovoltaïsche zonnepanelen

Artikel 40

1. De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonlicht met behulp van fotovoltaïsche zonnepanelen met een vermogen groter dan of gelijk aan 15 kWp.

2. Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 15, vierde lid, van het besluit.

3. Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 4.

Artikel 41

1. Subsidie als bedoeld in artikel 40, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2. De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 40, eerste lid, binnen 3 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

Artikel 42

Het maximaal aantal vollasturen voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 40, eerste lid, bedraagt 1000 uren per jaar.

Artikel 43

De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 40, eerste lid, bedraagt: € 0,044 per kWh.

Paragraaf 3.6.1.4. Thermische conversie biomassa maximaal vermogen 10 MW

Artikel 44

1. De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit door inzet van warmte verkregen uit thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa met een nominaal elektrisch vermogen kleiner dan of gelijk aan 10 MW.

2. De minister verstrekt uitsluitend subsidie als bedoeld in het eerste lid voor productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van vloeibare biomassa indien de producent aantoont dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.

3. Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1.

Artikel 45

1. Subsidie als bedoeld in artikel 44, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

2. De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 44, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

Artikel 46

Het maximaal aantal vollasturen voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 44, eerste lid, bedraagt 8000 uren per jaar.

Artikel 47

De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 44, eerste lid, bedraagt € 0,041 per kWh.

Paragraaf 3.6.1.5. Osmose

Artikel 48

1. De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt gegenereerd uitsluitend ten gevolge van het verschil in zoutconcentratie tussen twee watermassas.

2. Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 5.

Artikel 49

1. Subsidie als bedoeld in artikel 48, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2. De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 48, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

Artikel 50

Het maximaal aantal vollasturen voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 48, eerste lid, bedraagt 8000 uren per jaar.

Artikel 51

De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 48, eerste lid, bedraagt € 0,041 per kWh.

Paragraaf 3.6.1.6. Geothermie

Artikel 52

1. De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd uit warmte die uitsluitend afkomstig is van een of meerdere geothermische bronnen met een diepte van minimaal 500 meter.

2. Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 5.

Artikel 53

1. Subsidie als bedoeld in artikel 52, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2. De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 52, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

Artikel 54

Het maximaal aantal vollasturen voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 52, eerste lid, bedraagt 6500 uren per jaar.

Artikel 55

De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 52, eerste lid, bedraagt € 0,041 per kWh.

Paragraaf 3.6.1.7. Vrije stromingsenergie

Artikel 56

1. De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee door hydro-mechanisch-elektrische omzetting hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd uit potentiële dan wel kinetische energie van stromend water dat niet specifiek ten behoeve van de elektriciteitsproductie omhoog is gepompt in installaties met een valhoogte kleiner dan 50 centimeter.

2. Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2.

Artikel 57

1. Subsidie als bedoeld in artikel 56, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2. De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 56, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

Artikel 58

Het maximaal aantal vollasturen voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 56, eerste lid, bedraagt 2250 uren per jaar.

Artikel 59

De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 56, eerste lid, bedraagt € 0,041 per kWh.

Paragraaf 3.6.2. Vrije categorie fase 1

Artikel 60

Aanvragen om subsidie als bedoeld in:

a. a.

    artikel 16, eerste lid, onderdeel a,

b. b.

    artikel 21, eerste lid, onderdeel a,

c. c.

    artikel 21, eerste lid, onderdeel b,

d. d.

    artikel 21, eerste lid, onderdeel c,

e. e.

    artikel 26, eerste lid,

f. f.

    artikel 31, eerste lid,

g. g.

    artikel 35, eerste lid,

h. h.

    artikel 40, eerste lid,

i. i.

    artikel 44, eerste lid,

j. j.

    artikel 48, eerste lid,

k. k.

    artikel 52, eerste lid, en

l. l.

    artikel 56, eerste lid,

worden ontvangen in de periode van 1 juli 2011 tot 31 augustus 2011, 17:00 uur.

Artikel 61

1. Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 60, onderdelen a, h, j, k en l, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 60: € 0,090 per kWh.

2. Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 60, onderdelen e tot en met g bedraagt in de periode, genoemd in artikel 60: € 0,113 per kWh.

3.

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 60, onderdelen b, c, d en i, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 60, bij een warmtebenuttingscoëfficiënt groter dan genoemd in kolom 1 en kleiner dan of gelijk aan genoemd in kolom 2 een bedrag in euro per kWh, genoemd in de kolom behorend bij het betreffende onderdeel van artikel 60.

Kolom 1 Kolom 2 Artikel 60, onderdeel
b c d i
0,00 MJ/kWh 0,090 0,090 0,090 0,090
0,00 MJ/kWh 0,25 MJ/kWh 0,090 0,090 0,090 0,090
0,25 MJ/kWh 0,50 MJ/kWh 0,096 0,096 0,096 0,096
0,50 MJ/kWh 0,75 MJ/kWh 0,103 0,103 0,103 0,103
0,75 MJ/kWh 1,00 MJ/kWh 0,109 0,109 0,109 0,109
1,00 MJ/kWh 1,25 MJ/kWh 0,115 0,115 0,115 0,115
1,25 MJ/kWh 1,50 MJ/kWh 0,121 0,121 0,121 0,121
1,50 MJ/kWh 1,75 MJ/kWh 0,128 0,128 0,128 0,128
1,75 MJ/kWh 2,00 MJ/kWh 0,134 0,134 0,132 0,134
2,00 MJ/kWh 2,25 MJ/kWh 0,140 0,140 0,134 0,140
2,25 MJ/kWh 2,50 MJ/kWh 0,140 0,140 0,137 0,140
2,50 MJ/kWh 2,75 MJ/kWh 0,140 0,140 0,139 0,140
2,75 MJ/kWh 3,00 MJ/kWh 0,140 0,140 0,142 0,140
3,00 MJ/kWh 3,25 MJ/kWh 0,140 0,140 0,144 0,140
3,25 MJ/kWh 3,50 MJ/kWh 0,140 0,140 0,147 0,140
3,50 MJ/kWh 3,75 MJ/kWh 0,140 0,140 0,149 0,140
3,75 MJ/kWh 4,00 MJ/kWh 0,140 0,140 0,152 0,140
4,00 MJ/kWh onbepaald 0,140 0,140 0,154 0,140
Paragraaf 3.6.3. Vrije categorie fase 2

Artikel 62

Aanvragen om subsidie als bedoeld in:

a. a.

    artikel 16, eerste lid, onderdeel a;

b. b.

    artikel 21, eerste lid, onderdeel a,

c. c.

    artikel 21, eerste lid, onderdeel b,

d. d.

    artikel 21, eerste lid, onderdeel c,

e. e.

    artikel 31, eerste lid,

f. f.

    artikel 35, eerste lid,

g. g.

    artikel 40, eerste lid,

h. h.

    artikel 44, eerste lid,

i. i.

    artikel 48, eerste lid,

j. j.

    artikel 52, eerste lid, en

k. k.

    artikel 56, eerste lid,

worden ontvangen in de periode van 31 augustus 2011, 17:00 uur, tot 31 oktober 2011, 17:00 uur.

Artikel 63

1. Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 62, onderdelen a, g, i, j en k, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 62: € 0,110 per kWh.

2. Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 62, onderdelen e en f, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 62: € 0,138 per kWh.

3.

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 62, onderdelen b, c, d en h, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 62, bij een warmtebenuttingscoëfficiënt groter dan genoemd in kolom 1 en kleiner dan of gelijk aan genoemd in kolom 2 een bedrag in euro per kWh, genoemd in de kolom behorend bij het betreffende onderdeel van artikel 62.

Kolom 1 Kolom 2 Artikel 62, onderdeel
b c d h
0,00 MJ/kWh 0,110 0,110 0,110 0,110
0,00 MJ/kWh 0,25 MJ/kWh 0,110 0,110 0,110 0,110
0,25 MJ/kWh 0,50 MJ/kWh 0,118 0,118 0,118 0,118
0,50 MJ/kWh 0,75 MJ/kWh 0,125 0,125 0,120 0,125
0,75 MJ/kWh 1,00 MJ/kWh 0,133 0,133 0,122 0,133
1,00 MJ/kWh 1,25 MJ/kWh 0,141 0,139 0,124 0,141
1,25 MJ/kWh 1,50 MJ/kWh 0,148 0,141 0,127 0,148
1,50 MJ/kWh 1,75 MJ/kWh 0,156 0,144 0,129 0,156
1,75 MJ/kWh 2,00 MJ/kWh 0,163 0,146 0,132 0,163
2,00 MJ/kWh 2,25 MJ/kWh 0,171 0,149 0,134 0,171
2,25 MJ/kWh 2,50 MJ/kWh 0,171 0,149 0,137 0,171
2,50 MJ/kWh 2,75 MJ/kWh 0,171 0,149 0,139 0,171
2,75 MJ/kWh 3,00 MJ/kWh 0,171 0,149 0,142 0,171
3,00 MJ/kWh 3,25 MJ/kWh 0,171 0,149 0,144 0,171
3,25 MJ/kWh 3,50 MJ/kWh 0,171 0,149 0,147 0,171
3,50 MJ/kWh 3,75 MJ/kWh 0,171 0,149 0,149 0,171
3,75 MJ/kWh 4,00 MJ/kWh 0,171 0,149 0,152 0,171
4,00 MJ/kWh onbepaald 0,171 0,149 0,154 0,171
Paragraaf 3.6.4. Vrije categorie fase 3

Artikel 64

Aanvragen om subsidie als bedoeld in:

a. a.

    artikel 21, eerste lid, onderdeel a,

b. b.

    artikel 31, eerste lid,

c. c.

    artikel 35, eerste lid,

d. d.

    artikel 40, eerste lid,

e. e.

    artikel 44, eerste lid,

f. f.

    artikel 48, eerste lid,

g. g.

    artikel 52, eerste lid, en

h. h.

    artikel 56, eerste lid,

worden ontvangen in de periode van 31 oktober 2011, 17:00 uur, tot 30 november 2011, 17:00 uur.

Artikel 65

1. Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 64, onderdelen d, f, g en h, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 64: € 0,130 per kWh.

2. Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 64, onderdelen b en c bedraagt in de periode, genoemd in artikel 64: € 0,163 per kWh.

3.

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 64, onderdelen a en e, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 64, bij een warmtebenuttingscoëfficiënt groter dan genoemd in kolom 1 en kleiner dan of gelijk aan genoemd in kolom 2 een bedrag in euro per kWh, genoemd in de kolom behorend bij het betreffende onderdeel van artikel 64.

Kolom 1 Kolom 2 Artikel 64, onderdeel
a e
0,00 MJ/kWh 0,130 0,130
0,00 MJ/kWh 0,25 MJ/kWh 0,130 0,130
0,25 MJ/kWh 0,50 MJ/kWh 0,139 0,139
0,50 MJ/kWh 0,75 MJ/kWh 0,148 0,148
0,75 MJ/kWh 1,00 MJ/kWh 0,157 0,157
1,00 MJ/kWh 1,25 MJ/kWh 0,166 0,166
1,25 MJ/kWh 1,50 MJ/kWh 0,175 0,175
1,50 MJ/kWh 1,75 MJ/kWh 0,184 0,184
1,75 MJ/kWh 2,00 MJ/kWh 0,193 0,191
2,00 MJ/kWh onbepaald 0,202 0,194
Paragraaf 3.6.5. Vrije categorie fase 4

Artikel 66

Aanvragen om subsidie als bedoeld in:

a. a.

    artikel 31, eerste lid,

b. b.

    artikel 35, eerste lid,

c. c.

    artikel 40, eerste lid,

d. d.

    artikel 44, eerste lid,

e. e.

    artikel 48, eerste lid,

f. f.

    artikel 52, eerste lid, en

g. g.

    artikel 56, eerste lid,

worden ontvangen in de periode van 30 november 2011, 17:00 uur, tot 30 december 2011, 17:00 uur.

Artikel 67

1. Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 66, onderdelen c, e, f en g, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 66: € 0,150 per kWh.

2. Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 66, onderdelen a en b bedraagt in de periode, genoemd in artikel 66: € 0,188 per kWh.

3.

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 66, onderdeel d, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 66, bij een warmtebenuttingscoëfficiënt groter dan genoemd in kolom 1 en kleiner dan of gelijk aan genoemd in kolom 2 een bedrag in euro per kWh, genoemd in kolom 3.

Kolom 1 Kolom 2 Kolom 3
0,00 MJ/kWh 0,150
0,00 MJ/kWh 0,25 MJ/kWh 0,150
0,25 MJ/kWh 0,50 MJ/kWh 0,160
0,50 MJ/kWh 0,75 MJ/kWh 0,171
0,75 MJ/kWh 1,00 MJ/kWh 0,177
1,00 MJ/kWh 1,25 MJ/kWh 0,180
1,25 MJ/kWh 1,50 MJ/kWh 0,184
1,50 MJ/kWh 1,75 MJ/kWh 0,187
1,75 MJ/kWh 2,00 MJ/kWh 0,191
2,00 MJ/kWh onbepaald 0,194

Paragraaf 3.7. Correctiebedragen voorschotverlening productie van hernieuwbare elektriciteit

Artikel 68

De correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 4, eerste lid, worden voor 2011 als volgt vastgesteld:

a. a. € 0,083 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit; b. b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.

Artikel 69

De correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 10, eerste lid, worden voor 2011 als volgt vastgesteld:

a. a. € 0,042 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit; b. b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.

Artikel 70

1.

De correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdeel a, worden voor 2011 als volgt vastgesteld:

a. a. € 0,042 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit; b. b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.

2.

De correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdeel b, worden voor 2011 als volgt vastgesteld:

a. a. € 0,042 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit; b. b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.

Artikel 71

1.

De correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 21, eerste lid, onderdeel a, worden voor 2011 als volgt vastgesteld:

a. a. € 0,042 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit; b. b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.

2.

De correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 21, eerste lid, onderdeel b, worden voor 2011 als volgt vastgesteld:

a. a. € 0,042 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit; b. b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.

3.

De correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 21, eerste lid, onderdeel c, worden voor 2011 als volgt vastgesteld:

a. a. € 0,042 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit; b. b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.

Artikel 72

1.

De correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 26, eerste lid, onderdeel a, worden voor 2011 als volgt vastgesteld:

a. a. € 0,047 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit; b. b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.

2.

De correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 26, eerste lid, onderdeel b, worden voor 2011 als volgt vastgesteld:

a. a. € 0,048 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit; b. b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.

Artikel 73

De correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 31, eerste lid, worden voor 2011 als volgt vastgesteld:

a. a. € 0,048 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit; b. b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.

Artikel 74

De correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 35, eerste lid, worden voor 2011 als volgt vastgesteld:

a. a. € 0,049037 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit; b. b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.

Artikel 75

De correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 40, eerste lid, worden voor 2011 als volgt vastgesteld:

a. a. € 0,046 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit; b. b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.

Artikel 76

De correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 44, eerste lid, worden voor 2011 als volgt vastgesteld:

a. a. € 0,042 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit; b. b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.

Artikel 77

De correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 48, eerste lid, worden voor 2011 als volgt vastgesteld:

a. a. € 0,042 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit; b. b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.

Artikel 78

De correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 52, eerste lid, worden voor 2011 als volgt vastgesteld:

a. a. € 0,042 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit; b. b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.

Artikel 79

De correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 56, eerste lid, worden voor 2011 als volgt vastgesteld:

a. a. € 0,042 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit; b. b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.

Paragraaf 4. Hernieuwbaar gas

Paragraaf 4.1. Stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties

Artikel 80

1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door:

a. a. een productie-installatie bestaande uit een installatie voor de productie van stortgas of een vergistingsinstallatie, en een installatie voor het opwerken van hernieuwbaar gas tot aardgaskwaliteit, waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd uit gas dat vrijkomt tengevolge van biologische afbraakreacties:

        1°.
        uit gestorte afvalstoffen of
      
      
        2°.
        bij de zuivering van huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater en afvloeiend hemelwater;

1°. 1°. uit gestorte afvalstoffen of 2°. 2°. bij de zuivering van huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater en afvloeiend hemelwater; b. b. een productie-installatie die onderdeel uitmaakt van een groen gas hub en waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd uit gas dat vrijkomt tengevolge van biologische afbraakreacties:

        1°.
        uit gestorte afvalstoffen of
      
      
        2°.
        bij de zuivering van huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater en afvloeiend hemelwater.

1°. 1°. uit gestorte afvalstoffen of 2°. 2°. bij de zuivering van huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater en afvloeiend hemelwater.

2. Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 56, eerste lid, tweede volzin, van het besluit.

3. Aanvragen om subsidie als bedoeld in het eerste lid worden ontvangen in de periode van 1 juli 2011 tot 30 december 2011, 17:00 uur.

4. Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 6.

Artikel 81

Voor subsidie als bedoeld in artikel 80, eerste lid, is de verplichting, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de algemene uitvoeringsregeling, niet van toepassing.

Artikel 82

1. Subsidie als bedoeld in artikel 80, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

2. De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 80, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

Artikel 83

Het maximaal aantal vollasturen voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 80, eerste lid, bedraagt 8000 uren per jaar.

Artikel 84

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 28 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 80, eerste lid, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 80, derde lid, voor een productie-installatie als bedoeld in:

a. a.

    artikel 80, eerste lid, onderdeel a: € 0,288 per Nm^3;

b. b.

    artikel 80, eerste lid, onderdeel b: € 0,170 per Nm^3.

Artikel 85

De basisgasprijs, bedoeld in artikel 29 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 80, eerste lid, bedraagt € 0,140 per Nm^3.

Paragraaf 4.2. Biomassa

Artikel 86

1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door:

a. a. een productie-installatie bestaande uit een vergistingsinstallatie en een installatie voor het opwerken van hernieuwbaar gas tot aardgaskwaliteit, waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd met gebruik van uitsluitend biogas uit allesvergisting; b. b. een productie-installatie bestaande uit een vergistingsinstallatie en een installatie voor het opwerken van hernieuwbaar gas tot aardgaskwaliteit, waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd met gebruik van uitsluitend biogas uit vergisting en co-vergisting van dierlijke mest; c. c. een productie-installatie die onderdeel uitmaakt van een groen gas hub en waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd met gebruik van uitsluitend biogas uit allesvergisting; d. d. een productie-installatie die onderdeel uitmaakt van een groen gas hub en waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd met gebruik van uitsluitend biogas uit vergisting en co-vergisting van dierlijke mest.

2. Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid, onderdelen c en d, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 56, eerste lid, tweede volzin, van het besluit.

3.

Aanvragen om subsidie als bedoeld in:

a. a. het eerste lid, onderdelen a en d, worden ontvangen in de periode van 31 augustus 2011, 17:00 uur, tot 30 december 2011, 17:00 uur; b. b. het eerste lid, onderdeel b, wordt ontvangen in de periode van 31 oktober 2011, 17:00 uur, tot 30 december 2011, 17:00 uur; c. c. het eerste lid, onderdeel c, wordt ontvangen in de periode van 1 juli 2011 tot 30 december 2011, 17:00 uur.

4. Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 6.

Artikel 87

1. Subsidie als bedoeld in artikel 86, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

2. De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 86, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

Artikel 88

Het maximaal aantal vollasturen voor een productie-installatie bedoeld in artikel 86, eerste lid, bedraagt 8000 uren per jaar.

Artikel 89

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 28 van het besluit, bedraagt voor subsidie als bedoeld in:

a. a.

    artikel 86, eerste lid, onderdeel a, in de periode, genoemd in artikel 86, derde lid, onderdeel a: € 0,637 per Nm^3;

b. b.

    artikel 86, eerste lid, onderdeel b, in de periode, genoemd in artikel 86, derde lid, onderdeel b: € 0,767 per Nm^3;

c. c.

    artikel 86, eerste lid, onderdeel c, in de periode, genoemd in artikel 86, derde lid, onderdeel c: € 0,579 per Nm^3;

d. d.

    artikel 86, eerste lid, onderdeel d, in de periode, genoemd in artikel 86, derde lid, onderdeel a: € 0,713 per Nm^3.

Artikel 90

De basisgasprijs, bedoeld in artikel 29 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 86, eerste lid, bedraagt € 0,140 per Nm^3.

Paragraaf 4.3. Vrije categorie

Paragraaf 4.3.1. Vrije categorie fase 1

Artikel 91

Aanvragen om subsidie als bedoeld in:

a. a.

    artikel 86, eerste lid, onderdeel a,

b. b.

    artikel 86, eerste lid, onderdeel b, en

c. c.

    artikel 86, eerste lid, onderdeel d,

worden ontvangen in de periode van 1 juli 2011 tot 31 augustus 2011, 17:00 uur.

Artikel 92

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 28 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 91 bedraagt in de periode, genoemd in artikel 91: € 0,620 per Nm^3.

Paragraaf 4.3.2. Vrije categorie fase 2

Artikel 93

Aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 86, eerste lid, onderdeel b, worden ontvangen in de periode van 31 augustus 2011, 17:00 uur, tot 31 oktober 2011, 17:00 uur.

Artikel 94

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 28 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 93 bedraagt in de periode, genoemd in artikel 100: € 0,760 per Nm^3.

Paragraaf 4.4. Correctiebedragen voorschotverlening productie van hernieuwbaar gas

Artikel 95

De correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 80 worden voor 2011 als volgt vastgesteld:

a. a. € 0,186 per Nm^3 voor wat betreft de gasprijs, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel a, van het besluit. b. b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel b, van het besluit.

Artikel 96

De correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 86 worden voor 2011 als volgt vastgesteld:

a. a. € 0,186 per Nm^3 voor wat betreft de gasprijs, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel a, van het besluit. b. b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel b, van het besluit.

Paragraaf 5. Slotbepalingen

Artikel 97

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 98

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2011.

Bijlage 1. behorende bij de

[afbeelding]

[afbeelding]

[afbeelding]

[afbeelding]

[afbeelding]

[afbeelding]

[afbeelding]

Bijlage 2. behorende bij de

[afbeelding]

[afbeelding]

[afbeelding]

[afbeelding]

[afbeelding]

[afbeelding]

[afbeelding]

Bijlage 3. behorende bij de

[afbeelding]

[afbeelding]

[afbeelding]

[afbeelding]

[afbeelding]

[afbeelding]

[afbeelding]

Bijlage 4. behorende bij

[afbeelding]

[afbeelding]

[afbeelding]

[afbeelding]

[afbeelding]

[afbeelding]

[afbeelding]

Bijlage 5. behorende bij de

[afbeelding]

[afbeelding]

[afbeelding]

[afbeelding]

[afbeelding]

[afbeelding]

[afbeelding]

Bijlage 6. behorende bij de

[afbeelding]

[afbeelding]

[afbeelding]

[afbeelding]

[afbeelding]

[afbeelding]

[afbeelding]

[afbeelding]

Bijlage 7. behorende bij