rijk/ministeriele-regeling/regeling-afwijkende-inschrijving-hoger-onderwijs-covid-19/BWBR0043920
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling afwijkende inschrijving hoger onderwijs COVID-19 BWBR0043920 ministeriele-regeling geldend 2022-07-04 https://wetten.overheid.nl/BWBR0043920 Regeling afwijkende inschrijving hoger onderwijs COVID-19

Regeling afwijkende inschrijving hoger onderwijs COVID-19

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a.

    *instellingsbestuur:* instellingsbestuur als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel j, van de wet;

b. b.

    *studiejaar:* tijdvak als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel k, van de wet;

c. c.

    *wet:*
    Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.

Artikel 2

Deze regeling heeft betrekking op het studiejaar 20222023.

Artikel 3

1. Van het niet kunnen voldoen aan de eisen ten gevolge van de uitbraak van COVID-19 als bedoeld in artikel 7.37e, eerste lid, onderdeel a of b, van de wet, is sprake indien de betreffende student of aspirant-student niet voldoet aan deze eisen, doordat onderwijs niet kon worden verzorgd, een stage niet kon worden voltooid, een of meerdere examens, tentamens of toetsen niet konden worden afgenomen of beoordeeld, het diploma om administratieve redenen niet tijdig kan worden afgegeven of de toelatingstoetsen voor de lerarenopleiding basis onderwijs met de eindexamens in het voortgezet onderwijs samenvallen, vanwege overheidsmaatregelen in verband met COVID-19.

2.

Het instellingsbestuur schrijft een student of aspirant-student die aantoont dat hij voldoet aan artikel 7.32, vijfde lid, onderdeel d, uitsluitend in op grond van artikel 7.37e, eerste lid, aanhef en onderdeel b van de wet, indien:

a. a. de student of aspirant-student op 1 september 2022 of een ander regulier inschrijfmoment in het studiejaar 20222023 beschikt over een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000 die is verleend onder de beperking verband houdend met studie als bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onderdeel m, van het Vreemdelingenbesluit 2000 of over een machtiging tot voorlopig verblijf als bedoeld in artikel 2p van de Vreemdelingenwet 2000 die is verleend met het oog op het volgen van een studie; of b. b. het instellingsbestuur namens de student vóór 1 september 2022 of een ander regulier inschrijfmoment in het studiejaar 20222023 een aanvraag heeft ingediend voor verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000 onder de beperking verband houdend met studie als bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onderdeel m, van het Vreemdelingenbesluit 2000 of voor verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf als bedoeld in artikel 2p van de Vreemdelingenwet 2000 met het oog op het volgen van een studie.

Artikel 4

Het beleid van het instellingsbestuur, bedoeld in artikel 7.37e, zesde lid, onderdeel b, van de wet, heeft in ieder geval betrekking op:

a. a. de wijze waarop aan de betreffende opleiding rekening gehouden wordt met de studeerbaarheid voor de student, gelet op de verplichtingen van de student in verband met het alsnog voldoen aan de vooropleidingseisen of toelatingseisen; en b. b. de wijze waarop de student of aspirant-student bij de inschrijving wordt geïnformeerd over de termijn waarbinnen alsnog aan de eisen, bedoeld in artikel 7.37e, eerste lid, onderdeel a of b, van de wet, moet worden voldaan.

Artikel 4a

De artikelen 2, 3 en 4, zoals deze luidde voor inwerkingtreding van de Regeling afwijkende inschrijving studiejaar 20222023, blijven van toepassing op een inschrijving op grond van artikel 7.37d, eerste lid, aanhef en onderdeel a of b.

Artikel 4b

Deze regeling berust mede op artikel 7.37e van de wet.

Artikel 5

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 september 2023.

Artikel 6

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling afwijkende inschrijving hoger onderwijs COVID-19.