40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling BCH-Code Schepenbesluit 1965 | BWBR0009575 | ministeriele-regeling | geldend | 1998-05-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0009575 | Regeling BCH-Code Schepenbesluit 1965 |
Regeling BCH-Code Schepenbesluit 1965
Artikel 1
1. In deze regeling wordt verstaan onder:
2. In de BCH-Code wordt verstaan onder:
Artikel 2
1. Chemicaliëntankschepen die zijn gebouwd vóór 1 juli 1986 voldoen aan de bepalingen van de BCH-Code. Zij hebben een exemplaar van de BCH-Code aan boord.
2. Het eerste lid geldt niet ten aanzien van de artikelen 1.1, 1.5, 1.6.1, 1.6.5, 1.6.6.2.3, 1.6.6.8.1, 1.6.6.8.2 en 1.8 van de BCH-Code.
Artikel 3
1. Een chemicaliëntankschip als bedoeld in artikel 2, eerste lid, is voorzien van een certificaat van geschiktheid voor het vervoer van gevaarlijke vloeistoffen in bulk (Certificate of Fitness for the Carriage of Dangerous Chemicals in Bulk). Het model van het certificaat is het model, opgenomen in de appendix van de BCH-Code, zoals gewijzigd bij resolutie MSC. 18(58) van 24 mei 1990 van de Maritieme Veiligheidscommissie van de IMO.
2. Een chemicaliëntankschip als bedoeld in artikel 2, eerste lid, vervoert slechts die gevaarlijke vloeistoffen in bulk, die op het in het eerste lid bedoelde certificaat van het desbetreffende schip staan vermeld. Het vervoer geschiedt volgens de bepalingen van de BCH-Code.
Artikel 4
1. Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie kan ontheffing verlenen van artikel 3, tweede lid. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.
2.
Bij de aanvrage van een ontheffing worden in elk geval de volgende gegevens overgelegd:
a. a. de juiste technische benaming van de stof of van de componenten van het mengsel, b. b. in geval van een mengsel: de verhouding waarin de componenten voorkomen, en c. c. de gevaren die de stof of het mengsel oplevert.
Artikel 5
1.
De medische uitrusting, bedoeld in artikel 130h van het Schepenbesluit 1965, wordt op de schepen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, aangevuld met de navolgende hoeveelheid zuurstof:
a. a. 3 flessen met een inhoud van ten minste 2 liter, gevuld met zuurstof onder een druk van 200 bar als reserve voor de draagbare apparatuur, en b. b. 1 fles met een inhoud van ten minste 40 liter, gevuld met zuurstof onder een druk van 200 bar, opgesteld nabij het hospitaal of verblijf waarin zich de ziekenkooi bevindt en zodanig aangesloten dat de beademingsapparatuur in het hospitaal of in het bedoelde verblijf zuurstof uit deze fles kan betrekken.
2. De berging van de reservezuurstof geschiedt op een wijze die passend is in verband met het brandgevaar dat zuurstof onder druk kan opleveren.
3. De bergruimte is ingericht om alle reserve-cilinders te bevatten. De 40-literfles is verticaal opgesteld.
4. De inrichting van de bergruimte stemt zo veel mogelijk overeen met het hierna als voorbeeld geschetste.
5. De sleutel voor de afsluiter van de 40-literfles is opgeborgen bij de fles, met dien verstande dat deze sleutel tijdens het gebruik op de afsluiter is aangebracht. De sleutel van de afsluitbare deur is op een opvallende plaats binnen het hospitaal of binnen het verblijf waarin zich de ziekenkooi bevindt, opgeborgen.
6. De hogedrukleiding is zo kort mogelijk. Indien door de ligging van het hospitaal of van het verblijf waarin zich de ziekenkooi bevindt, een korte verbinding niet mogelijk is, worden met betrekking tot de opstelling van zuurstofflessen de aanwijzingen van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie ter zake gevolgd.
7. Bij ingebruikstelling wordt ervoor gezorgd dat de leidingen volkomen schoon en vetvrij zijn.
Artikel 6
1. De ringdouches, bedoeld in artikel 3.16.12 van de BCH-Code, zijn voorzien van een bediening door middel van een voetpedaal en zij zijn aangesloten op de zoetwaterleiding. Tijdens het laden en lossen zijn zij voor onmiddellijk gebruik gereed.
2. De ringdouches en de middelen voor het spoelen van de ogen, bedoeld in artikel 3.16.12 van de BCH-Code, zijn onder alle weersomstandigheden te gebruiken.
3. De middelen voor het spoelen van de ogen worden ten genoegen van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie uitgevoerd.
Artikel 7
De in hoofdstuk IV, artikel 4.7.22, van de BCH-Code bedoelde op afstand bedienbare afsluiter behoeft slechts te zijn aangebracht indien propyleenoxide wordt vervoerd.
Artikel 8
1. Gedurende het laden en lossen worden alle deuren, patrijspoorten en andere openingen waardoor mogelijk gassen kunnen binnendringen in dekhuizen en opbouwen, gesloten gehouden.
2. De deuren die gesloten moeten worden gehouden zijn voorzien van een daartoe strekkend opschrift.
3. De ventilatie wordt zodanig geregeld dat, rekening houdend met de atmosferische omstandigheden, voorkomen wordt dat gassen in de verblijven en dienstruimten binnendringen.
4. Bij het laden en lossen wordt uitsluitend gebruik gemaakt van de laad- en losleidingen van het schip.
5. Er worden geen slangen met open einden gebruikt.
6. Gedurende het laden en lossen wordt er voor zorggedragen dat de mogelijke gevaren, voortvloeiend uit electrostatische oplading, tot een minimum worden beperkt.
Artikel 9
De slangen, bedoeld in paragraaf 2.12 van de BCH-code, bezitten voldoende elektrisch geleidend vermogen om electrostatische oplading te voorkomen.
Artikel 10
1. Deze regeling is niet van toepassing op schepen die zijn overgeschreven van een scheepsregister in een andere lid-staat van de Europese Unie of in een staat die partij is bij de Overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte naar een scheepsregister in Nederland, voorzover deze regeling voorschriften bevat die afwijken van de voorschriften die door een andere lid-staat van de Europese Unie dan wel door of vanwege een staat die partij is bij de Overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte ter uitvoering van de BCH-Code zijn vastgesteld.
2. Schepen als bedoeld in het eerste lid voldoen aan de voorschriften die een staat als bedoeld in het eerste lid ter uitvoering van de BCH-Code heeft vastgesteld, voorzover deze voorschriften afwijken van de voorschriften in deze regeling.
Artikel 11
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 mei 1998.
Artikel 12
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling BCH-Code Schepenbesluit 1965.