40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling benoemingseisen examencommissieleden | BWBR0005545 | ministeriele-regeling | geldend | 2005-03-21 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0005545 | Regeling benoemingseisen examencommissieleden |
Regeling benoemingseisen examencommissieleden
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In deze ministeriële regeling wordt verstaan onder:
Paragraaf 2. De commissie voor het niveau brandwacht
Artikel 2
Tot voorzitter kan worden benoemd degene die:
a. a. aangesteld is in ten minste de rang van adjunct-hoofdbrandmeester, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel f, van het Besluit brandweerpersoneel (Stb. 1991, 276), of, waar het een persoon aangesteld bij een bedrijfsbrandweer betreft, in een daaraan gelijkwaardige rang; b. b. binnen drie jaar voorafgaand aan de benoeming ten minste één jaar gefungeerd heeft als lid van de commissie op het te examineren niveau.
Artikel 3
Tot lid van de commissie voor de eindopdracht van de modules repressie, persoonlijke bescherming en levensreddende handelingen I, bedoeld in artikel 2 van het Examenreglement brandwacht, kan worden benoemd degene die:
a. a. beschikt over ten minste het diploma onderbrandmeester, bedoeld in artikel 5 van het Examenreglement onderbrandmeester, of een daaraan gelijkwaardig diploma; b. b. aangesteld is in ten minste de rang van onderbrandmeester, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder d, van het Besluit brandweerpersoneel, of, waar het een persoon aangesteld bij een bedrijfsbrandweer betreft, in een daaraan gelijkwaardige rang; c. c. ten minste drie jaar ervaring heeft in het geven van instructie, waarbij de laatste instructie binnen de afgelopen drie jaar heeft plaats gevonden; en d. d. relevante ervaring heeft in ten minste de operationele functie bevelvoerder.
Artikel 4
Vervallen
Paragraaf 3. De commissie voor het niveau brandwacht eerste klasse
Artikel 5
Tot voorzitter kan worden benoemd degene die:
a. a. aangesteld is in ten minste de rang van adjunct-hoofdbrandmeester, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel f, van het Besluit brandweerpersoneel, of, waar het een persoon aangesteld bij een bedrijfsbrandweer betreft, in een daaraan gelijkwaardige rang; b. b. binnen drie jaar voorafgaand aan de benoeming ten minste één jaar gefungeerd heeft als lid van de commissie op het te examineren niveau.
Artikel 6
Tot lid van de commissie voor de module-examens repressie, pompbediener, hulpverlener, centralist, vliegtuigbrandbestrijding, gaspakdrager en hulpverlening bij grootschalig optreden, bedoeld in artikel 2, onderdelen a tot en met g, van het Examenreglement brandwacht eerste klasse, kan worden benoemd degene die:
a. a. beschikt over ten minste het diploma hoofdbrandwacht, bedoeld in artikel 5 van het Examenreglement hoofdbrandwacht, of een daaraan gelijkwaardig diploma; b. b. aangesteld is in ten minste de rang van hoofdbrandwacht, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit brandweerpersoneel, of, waar het een persoon aangesteld bij een bedrijfsbrandweer betreft, in een daaraan gelijkwaardige rang; c. c. ten minste drie jaar ervaring heeft in het geven van instructie, waarbij de laatste instructie binnen de afgelopen drie jaar heeft plaats gevonden; d. d. binnen drie jaar voorafgaand aan de benoeming ten minste één keer in de te examineren module les gegeven heeft.
Paragraaf 4. De commissie voor het niveau hoofdbrandwacht
Artikel 7
Tot voorzitter kan worden benoemd degene die:
a. a. aangesteld is in ten minste de rang van adjunct-hoofdbrandmeester eerste klasse, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel g, van het Besluit brandweerpersoneel, of, waar het een persoon aangesteld bij een bedrijfsbrandweer betreft, in een daaraan gelijkwaardige rang; b. b. binnen drie jaar voorafgaand aan de benoeming ten minste één jaar gefungeerd heeft als lid van de commissie op het te examineren niveau.
Artikel 8
Tot lid van de commissie van de module-examens organisatie en leiding geven, repressie, preventiecontrolefunctionaris, verkenner gevaarlijke stoffen, hulpverlening, bronbestrijder en salvage bedoeld in artikel 2, onderdelen a tot en met g, van het Examenreglement hoofdbrandwacht, kan worden benoemd degene die:
a. a. beschikt over ten minste het diploma onderbrandmeester, bedoeld in artikel 5 van het Examenreglement onderbrandmeester (Stcrt. 1992, 111) of een daaraan gelijkwaardig diploma; b. b. aangesteld is in ten minste de rang van onderbrandmeester, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel d, van het Besluit brandweerpersoneel, of, waar het een persoon aangesteld bij een bedrijfsbrandweer betreft, in een daaraan gelijkwaardige rang; c. c. ten minste drie jaar ervaring heeft in het geven van instructie, waarbij de laatste instructie binnen de afgelopen drie jaar heeft plaats gevonden; d. d. binnen drie jaar voorafgaand aan de benoeming ten minste één keer in de te examineren module les gegeven heeft.
Paragraaf 5. De commissie voor het niveau onderbrandmeester
Artikel 9
Tot voorzitter kan worden benoemd degene die:
a. a. aangesteld is in ten minste de rang van hoofdbrandmeester, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel h, van het Besluit brandweerpersoneel, of, waar het een persoon aangesteld bij een bedrijfsbrandweer betreft, in een daaraan gelijkwaardige rang; b. b. binnen drie jaar voorafgaand aan de benoeming ten minste één jaar gefungeerd heeft als lid van de commissie op het te examineren niveau.
Artikel 10
Tot lid van de commissie voor de module-examens verbranding en blussing, organisatie, gevaarlijke stoffen, repressie, materieel, sociale vaardigheden (schriftelijk deel), vliegtuigbrandbestrijding, petro/chemie, tankincidenten en repressie keuze, bedoeld in artikel 2, onderdelen a tot en met j, van het Examenreglement onderbrandmeester, kan worden benoemd degene die:
a. a. beschikt over ten minste het diploma brandmeester, bedoeld in artikel 5 van het Examenreglement brandmeester, of een daaraan gelijkwaardig diploma; b. b. aangesteld is in ten minste de rang van brandmeester, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel e, van het Besluit brandweerpersoneel, of, waar het een persoon aangesteld bij een bedrijfsbrandweer betreft, in een daaraan gelijkwaardige rang; c. c. ten minste drie jaar ervaring heeft in het geven van instructie, waarbij de laatste instructie binnen de afgelopen drie jaar heeft plaats gevonden; d. d. binnen drie jaar voorafgaand aan de benoeming ten minste één keer in de te examineren module les gegeven heeft.
Artikel 11
Tot lid van de commissie voor het module-examen sociale vaardigheden (projectopdracht), bedoeld in artikel 2, onderdeel e, van het Examenreglement onderbrandmeester, kan worden benoemd degene die:
a. a. beschikt over:
1º
een getuigschrift van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een opleiding die is verbonden aan een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.2, onderdelen a en b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, of een overeenkomstig getuigschrift, dat respectievelijk is verkregen, of op grond van artikel 16.2, eerste lid, van voornoemde wet kan worden geacht te zijn verkregen, op grond van voornoemde wet; of
2º
een getuigschrift of diploma van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een andere opleiding, dat naar het oordeel van het bestuur vergelijkbaar is met een getuigschrift als bedoeld onder 1°; en
1º 1º een getuigschrift van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een opleiding die is verbonden aan een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.2, onderdelen a en b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, of een overeenkomstig getuigschrift, dat respectievelijk is verkregen, of op grond van artikel 16.2, eerste lid, van voornoemde wet kan worden geacht te zijn verkregen, op grond van voornoemde wet; of 2º 2º een getuigschrift of diploma van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een andere opleiding, dat naar het oordeel van het bestuur vergelijkbaar is met een getuigschrift als bedoeld onder 1°; en b. b. ten minste drie jaar ervaring heeft in het geven van instructie op het terrein van sociale vaardigheden, waarbij de laatste instructie binnen de afgelopen drie jaar heeft plaats gevonden.
Paragraaf 6. De commissie voor het niveau brandmeester
Artikel 12
Tot voorzitter kan worden benoemd degene die:
a. a. aangesteld is in ten minste de rang van hoofdbrandmeester eerste klasse, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van het Besluit brandweerpersoneel, of, waar het een persoon aangesteld bij een bedrijfsbrandweer betreft, in een daaraan gelijkwaardige rang; b. b. binnen drie jaar voorafgaand aan de benoeming ten minste één jaar gefungeerd heeft als lid van de commissie op het te examineren niveau.
Artikel 13
Tot lid van de commissie voor de module-examens sociale vaardigheden (schriftelijk deel), organisatie, technische dienst en repressie keuze, bedoeld in de onderdelen a, b, f en g van het Examenreglement brandmeester, kan worden benoemd degene die:
a. a. beschikt over ten minste het diploma adjunct-hoofdbrandmeester, bedoeld in artikel 13 van het Examenreglement adjunct-hoofdbrandmeester 1993, of een daaraan gelijkwaardig diploma; b. b. aangesteld is in ten minste de rang van adjunct-hoofdbrandmeester, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel f, van het Besluit brandweerpersoneel, of, waar het een persoon aangesteld bij een bedrijfsbrandweer betreft, in een daaraan gelijkwaardige rang; c. c. ten minste drie jaar ervaring heeft in het geven van instructie, waarbij de laatste instructie binnen de afgelopen drie jaar heeft plaats gevonden; d. d. binnen drie jaar voorafgaand aan de benoeming ten minste één keer in de te examineren module les gegeven heeft.
Artikel 14
Tot lid van de commissie voor het module-examen sociale vaardigheden (projectopdracht) bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van het Examenreglement brandmeester, kan worden benoemd degene die:
a. a. beschikt over:
1º
een getuigschrift van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een opleiding die is verbonden aan een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.2, onderdelen a en b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, of een overeenkomstig getuigschrift, dat respectievelijk is verkregen, of op grond van artikel 16.2, eerste lid, van voornoemde wet kan worden geacht te zijn verkregen, op grond van voornoemde wet; of
2º
een getuigschrift of diploma van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een andere opleiding, dat naar het oordeel van het bestuur vergelijkbaar is met een getuigschrift als bedoeld onder 1°; en
1º 1º een getuigschrift van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een opleiding die is verbonden aan een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.2, onderdelen a en b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, of een overeenkomstig getuigschrift, dat respectievelijk is verkregen, of op grond van artikel 16.2, eerste lid, van voornoemde wet kan worden geacht te zijn verkregen, op grond van voornoemde wet; of 2º 2º een getuigschrift of diploma van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een andere opleiding, dat naar het oordeel van het bestuur vergelijkbaar is met een getuigschrift als bedoeld onder 1°; en b. b. ten minste drie jaar ervaring heeft in het geven van instructie op het terrein van sociale vaardigheden, waarbij de laatste instructie binnen de afgelopen drie jaar heeft plaatsgevonden.
Artikel 14a
Tot lid van de commissie voor de module-examens preventie, opleiding, oefening en voorlichting en verbindingen, bedoeld in artikel 2, onderdelen c tot en met e, van het Examenreglement brandmeester, kan worden benoemd degene die voldoet aan de eisen, genoemd in artikel 13 dan wel artikel 14.
Paragraaf 7. De commissie voor het niveau adjunct-hoofdbrandmeester
Artikel 15
Tot voorzitter kan worden benoemd degene die:
a. a. aangesteld is in ten minste de rang van commandeur, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel j, van het Besluit brandweerpersoneel, of, waar het een persoon aangesteld bij een bedrijfsbrandweer betreft, in een daaraan gelijkwaardige rang; b. b. binnen drie jaar voorafgaand aan de benoeming ten minste één jaar gefungeerd heeft als lid van de commissie op het te examineren niveau.
Artikel 16
Tot lid van de commissie voor de module-examens organisatie, repressie, operationeel management (schriftelijk deel), logistiek/technische dienst, preventie, preparatie/opleiding en oefening, officier kleine brandweerorganisatie en basis-repressie II (schriftelijke deel), bedoeld in artikel 2, onderdelen a tot en met g, alsmede onderdeel i, van het Examenreglement adjunct-hoofdbrandmeester 1993, kan worden benoemd degene die:
a. a.
1º
beschikt over ten minste het diploma adjunct-hoofdbrandmeester, bedoeld in artikel 13 van het Examenreglement adjunct-hoofdbrandmeester 1993 of een daaraan gelijkwaardige diploma;
2º
aangesteld is in ten minste de rang van adjunct-hoofdbrandmeester eerste klasse, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel g, van het Besluit brandweerpersoneel, of, waar het een persoon aangesteld bij een bedrijfsbrandweer betreft, in een daaraan gelijkwaardige rang;
3º
ten minste drie jaar ervaring heeft in het geven van instructie, waarbij de laatste instructie binnen de afgelopen drie jaar heeft plaatsgevonden;
4º
binnen drie jaar voorafgaand aan de benoeming ten minste één keer in de te examineren module les gegeven heeft; dan wel
1º 1º beschikt over ten minste het diploma adjunct-hoofdbrandmeester, bedoeld in artikel 13 van het Examenreglement adjunct-hoofdbrandmeester 1993 of een daaraan gelijkwaardige diploma; 2º 2º aangesteld is in ten minste de rang van adjunct-hoofdbrandmeester eerste klasse, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel g, van het Besluit brandweerpersoneel, of, waar het een persoon aangesteld bij een bedrijfsbrandweer betreft, in een daaraan gelijkwaardige rang; 3º 3º ten minste drie jaar ervaring heeft in het geven van instructie, waarbij de laatste instructie binnen de afgelopen drie jaar heeft plaatsgevonden; 4º 4º binnen drie jaar voorafgaand aan de benoeming ten minste één keer in de te examineren module les gegeven heeft; dan wel b. b. ten minste drie jaar ervaring heeft in het geven van instructie op het terrein van de te examineren module, waarbij de laatste instructie binnen de afgelopen drie jaar heeft plaatsgevonden, en beschikt over:
1º
een getuigschrift van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een opleiding die is verbonden aan een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.2, onderdelen a en b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, of een overeenkomstig getuigschrift, dat respectievelijk is verkregen, of op grond van artikel 16.2, eerste lid, van voornoemde wet kan worden geacht te zijn verkregen, op grond van voornoemde wet; of
2º
een getuigschrift of diploma van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een andere opleiding, dat naar het oordeel van het bestuur vergelijkbaar is met een getuigschrift als bedoeld onder 1°.
1º 1º een getuigschrift van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een opleiding die is verbonden aan een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.2, onderdelen a en b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, of een overeenkomstig getuigschrift, dat respectievelijk is verkregen, of op grond van artikel 16.2, eerste lid, van voornoemde wet kan worden geacht te zijn verkregen, op grond van voornoemde wet; of 2º 2º een getuigschrift of diploma van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een andere opleiding, dat naar het oordeel van het bestuur vergelijkbaar is met een getuigschrift als bedoeld onder 1°.
Artikel 17
Tot lid van de commissie voor het module-examen operationeel management (projectopdracht), bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van het Examenreglement adjunct-hoofdbrandmeester 1993, kan worden benoemd degene die:
a. a. beschikt over:
1º
een getuigschrift van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een opleiding die is verbonden aan een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.2, onderdelen a en b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, of een overeenkomstig getuigschrift, dat respectievelijk is verkregen, of op grond van artikel 16.2, eerste lid, van voornoemde wet kan worden geacht te zijn verkregen, op grond van voornoemde wet; of
2º
een getuigschrift of diploma van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een andere opleiding, dat naar het oordeel van het bestuur vergelijkbaar is met een getuigschrift als bedoeld onder 1°; en
1º 1º een getuigschrift van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een opleiding die is verbonden aan een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.2, onderdelen a en b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, of een overeenkomstig getuigschrift, dat respectievelijk is verkregen, of op grond van artikel 16.2, eerste lid, van voornoemde wet kan worden geacht te zijn verkregen, op grond van voornoemde wet; of 2º 2º een getuigschrift of diploma van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een andere opleiding, dat naar het oordeel van het bestuur vergelijkbaar is met een getuigschrift als bedoeld onder 1°; en b. b. ten minste drie jaar ervaring heeft in het geven van instructie op het terrein van de te examineren module, waarbij de laatste instructie binnen de afgelopen drie jaar heeft plaats gevonden.
Artikel 17a
Tot lid van de commissie voor het module-examen basis-repressie I, bedoeld in artikel 2, onderdeel h, van het Examenreglement adjunct-hoofdbrandmeester 1993, kan worden benoemd degene die:
a. a.
1º
beschikt over ten minste het diploma hoofdbrandwacht, bedoeld in artikel 5 van het Examenreglement hoofdbrandwacht, of een daaraan gelijkwaardig diploma;
2º
aangesteld is in ten minste de rang van hoofdbrandwacht, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit brandweerpersoneel, of, waar het een persoon aangesteld bij een bedrijfsbrandweer betreft, in een daaraan gelijkwaardige rang;
3º
ten minste drie jaar ervaring heeft in het geven van instructie, waarbij de laatste instructie binnen de afgelopen drie jaar heeft plaats gevonden;
4º
binnen drie jaar voorafgaand aan de benoeming ten minste één keer in de te examineren module les gegeven heeft, dan wel
1º 1º beschikt over ten minste het diploma hoofdbrandwacht, bedoeld in artikel 5 van het Examenreglement hoofdbrandwacht, of een daaraan gelijkwaardig diploma; 2º 2º aangesteld is in ten minste de rang van hoofdbrandwacht, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit brandweerpersoneel, of, waar het een persoon aangesteld bij een bedrijfsbrandweer betreft, in een daaraan gelijkwaardige rang; 3º 3º ten minste drie jaar ervaring heeft in het geven van instructie, waarbij de laatste instructie binnen de afgelopen drie jaar heeft plaats gevonden; 4º 4º binnen drie jaar voorafgaand aan de benoeming ten minste één keer in de te examineren module les gegeven heeft, dan wel b. b.
1º
lid is van de Vereniging arts-docenten in de EHBO, of
2º
in het bezit is van de aantekening kader-instructeur van de EHBO dat afgegeven is door het Oranje Kruis en van een geldig getuigschrift reanimatie, bedoeld in onderdeel 6.6 van de regeling, houdende vaststelling richtlijnen reanimatie-onderwijs aan leken en EHBO-ers van de Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, of
3º
in het bezit is van het diploma ambulance-verpleegkundige van de Stichting Opleidingen en Scholing ten behoeve van het Ambulancevervoer, als ambulance-verpleegkundige werkzaam is en ten minste drie jaar ervaring heeft in het geven van instructie, waarbij de laatste instructie binnen de afgelopen drie jaar heeft plaats gevonden.
1º 1º lid is van de Vereniging arts-docenten in de EHBO, of 2º 2º in het bezit is van de aantekening kader-instructeur van de EHBO dat afgegeven is door het Oranje Kruis en van een geldig getuigschrift reanimatie, bedoeld in onderdeel 6.6 van de regeling, houdende vaststelling richtlijnen reanimatie-onderwijs aan leken en EHBO-ers van de Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, of 3º 3º in het bezit is van het diploma ambulance-verpleegkundige van de Stichting Opleidingen en Scholing ten behoeve van het Ambulancevervoer, als ambulance-verpleegkundige werkzaam is en ten minste drie jaar ervaring heeft in het geven van instructie, waarbij de laatste instructie binnen de afgelopen drie jaar heeft plaats gevonden.
Artikel 17b
Tot lid van de commissie voor het module-examen basis-repressie II (praktisch deel), bedoeld in artikel 2, onderdeel i, van het Examenreglement adjunct-hoofdbrandmeester 1993 kan worden benoemd degene die:
a. a. beschikt over ten minste het diploma brandmeester, bedoeld in artikel 5 van het Examenreglement brandmeester, of een daaraan gelijkwaardig diploma;
1°.
ten minste het diploma onderbrandmeester, bedoeld in artikel 5 van het Examenreglement onderbrandmeester, of een daaraan gelijkwaardig diploma tezamen met de certificaten of de verklaringen tot vrijstelling van de modulen repressie verplicht en repressie keuze, bedoeld in artikel 2, onderdelen c en h, van het Examenreglement brandmeester, of daaraan gelijkwaardige certificaten, dan wel
2°.
ten minste het diploma brandmeester, bedoeld in artikel 5 van het Examenreglement brandmeester, of een daaraan gelijkwaardig diploma;
1°. 1°. ten minste het diploma onderbrandmeester, bedoeld in artikel 5 van het Examenreglement onderbrandmeester, of een daaraan gelijkwaardig diploma tezamen met de certificaten of de verklaringen tot vrijstelling van de modulen repressie verplicht en repressie keuze, bedoeld in artikel 2, onderdelen c en h, van het Examenreglement brandmeester, of daaraan gelijkwaardige certificaten, dan wel 2°. 2°. ten minste het diploma brandmeester, bedoeld in artikel 5 van het Examenreglement brandmeester, of een daaraan gelijkwaardig diploma; b. b. aangesteld is in ten minste de rang van brandmeester, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel e, van het Besluit brandweerpersoneel, of, waar het een persoon aangesteld bij een bedrijfsbrandweer betreft, in een daaraan gelijkwaardige rang; c. c. ten minste drie jaar ervaring heeft in het geven van instructie, waarbij de laatste instructie binnen de afgelopen drie jaar heeft plaats gevonden; d. d. binnen drie jaar voorafgaand aan de benoeming ten minste één keer in de te examineren module les gegeven heeft.
Paragraaf 8. De commissie voor het niveau hoofdbrandmeester
Artikel 18
Tot voorzitter kan worden benoemd degene die:
a. a. aangesteld is in ten minste de rang van commandeur, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel j, van het Besluit brandweerpersoneel, of, waar het een persoon aangesteld bij een bedrijfsbrandweer betreft, in een daaraan gelijkwaardige rang; b. b. binnen drie jaar voorafgaand aan de benoeming ten minste één jaar gefungeerd heeft als lid van de commissie op het te examineren niveau.
Artikel 19
Tot lid van de commissie voor de module-examens repressie, management/beleidskunde, proactie/preventie/preparatie I, proactie/preventie/preparatie II, opleidings- en oefenbeleid, informatie- en communicatietechnologie beheer, regionaal officier gevaarlijke stoffen en waarschuwings- en verkenningsdienstdeskundige, bedoeld in artikel 2, onderdelen a tot en met h, van het Examenreglement hoofdbrandmeester 1993, kan worden benoemd degene die:
a. a.
1º
beschikt over ten minste het diploma hoofdbrandmeester, bedoeld in artikel 10 van het Examenreglement hoofdbrandmeester 1993 of een daaraan gelijkwaardig diploma;
2º
aangesteld is in ten minste de rang van hoofdbrandmeester eerste klasse, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van het Besluit brandweerpersoneel, of, waar het een persoon aangesteld bij een bedrijfsbrandweer betreft, in een daaraan gelijkwaardige rang;
3º
ten minste drie jaar ervaring heeft in het geven van instructie, waarbij de laatste instructie binnen de afgelopen drie jaar heeft plaatsgevonden;
4º
binnen drie jaar voorafgaand aan de benoeming ten minste één keer in de te examineren module les gegeven heeft; dan wel
1º 1º beschikt over ten minste het diploma hoofdbrandmeester, bedoeld in artikel 10 van het Examenreglement hoofdbrandmeester 1993 of een daaraan gelijkwaardig diploma; 2º 2º aangesteld is in ten minste de rang van hoofdbrandmeester eerste klasse, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van het Besluit brandweerpersoneel, of, waar het een persoon aangesteld bij een bedrijfsbrandweer betreft, in een daaraan gelijkwaardige rang; 3º 3º ten minste drie jaar ervaring heeft in het geven van instructie, waarbij de laatste instructie binnen de afgelopen drie jaar heeft plaatsgevonden; 4º 4º binnen drie jaar voorafgaand aan de benoeming ten minste één keer in de te examineren module les gegeven heeft; dan wel b. b. ten minste drie jaar ervaring heeft in het geven van instructie op het terrein van de te examineren module, waarbij de laatste instructie binnen de afgelopen drie jaar heeft plaatsgevonden, en beschikt over:
1º
een getuigschrift van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een opleiding die is verbonden aan een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.2, onderdelen a en b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, of een overeenkomstig getuigschrift, dat respectievelijk is verkregen, of op grond van artikel 16.2, eerste lid, van voornoemde wet kan worden geacht te zijn verkregen, op grond van voornoemde wet; of
2º
een getuigschrift of diploma van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een andere opleiding, dat naar het oordeel van het bestuur vergelijkbaar is met een getuigschrift als bedoeld onder 1°.
1º 1º een getuigschrift van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een opleiding die is verbonden aan een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.2, onderdelen a en b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, of een overeenkomstig getuigschrift, dat respectievelijk is verkregen, of op grond van artikel 16.2, eerste lid, van voornoemde wet kan worden geacht te zijn verkregen, op grond van voornoemde wet; of 2º 2º een getuigschrift of diploma van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een andere opleiding, dat naar het oordeel van het bestuur vergelijkbaar is met een getuigschrift als bedoeld onder 1°.
Paragraaf 8a. De commissie voor het niveau commandeur
Artikel 19a
De voorzitter van de commissie voor het module-examen basisrepressie commandeur, bedoeld in artikel 10 van het Examenreglement commandeur 1998:
a. a. is aangesteld in ten minste de rang van commandeur, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel j, van het Besluit brandweerpersoneel, of, waar het een persoon aangesteld bij een bedrijfsbrandweer betreft, in een daaraan gelijkwaardige rang en b. b. heeft binnen drie jaar voorafgaand aan de benoeming ten minste één jaar gefungeerd als lid van de commissie op het niveau hoofdbrandmeester.
Artikel 19b
De leden van de commissie voor het module-examen basisrepressie commandeur, bedoeld in artikel 10 van het Examenreglement commandeur 1998:
a. a.
1º.
beschikken over ten minste het diploma hoofdbrandmeester, bedoeld in artikel 10 van het Examenreglement hoofdbrandmeester 1993, of een daaraan gelijkwaardig diploma;
2º.
zijn aangesteld in ten minste de rang van hoofdbrandmeester eerste klasse, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van het Besluit brandweerpersoneel, of, waar het een persoon aangesteld bij een bedrijfsbrandweer betreft, in een daaraan gelijkwaardige rang;
3º.
hebben ten minste drie jaar ervaring in het geven van instructie, waarbij de laatste instructie binnen de afgelopen drie jaar heeft plaatsgevonden, en
4º.
hebben binnen drie jaar voorafgaand aan de benoeming ten minste één keer in de module repressie, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van het Examenreglement hoofdbrandmeester 1993, les gegeven of
1º. 1º. beschikken over ten minste het diploma hoofdbrandmeester, bedoeld in artikel 10 van het Examenreglement hoofdbrandmeester 1993, of een daaraan gelijkwaardig diploma; 2º. 2º. zijn aangesteld in ten minste de rang van hoofdbrandmeester eerste klasse, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van het Besluit brandweerpersoneel, of, waar het een persoon aangesteld bij een bedrijfsbrandweer betreft, in een daaraan gelijkwaardige rang; 3º. 3º. hebben ten minste drie jaar ervaring in het geven van instructie, waarbij de laatste instructie binnen de afgelopen drie jaar heeft plaatsgevonden, en 4º. 4º. hebben binnen drie jaar voorafgaand aan de benoeming ten minste één keer in de module repressie, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van het Examenreglement hoofdbrandmeester 1993, les gegeven of b. b. hebben ten minste drie jaar ervaring in het geven van instructie op het terrein van de module repressie, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van het Examenreglement hoofdbrandmeester 1993, waarbij de laatste instructie binnen de afgelopen drie jaar heeft plaatsgevonden, en beschikken over:
1º.
een getuigschrift van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een opleiding die is verbonden aan een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.2, onderdelen a en b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, of een overeenkomstig getuigschrift, dat respectievelijk is verkregen, of op grond van artikel 16.2, eerste lid, van voornoemde wet kan worden geacht te zijn verkregen, op grond van voornoemde wet, of
2º.
een getuigschrift of diploma van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een andere opleiding, dat naar het oordeel van het bestuur gelijkwaardig is aan een getuigschrift als bedoeld onder 1°.
1º. 1º. een getuigschrift van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een opleiding die is verbonden aan een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.2, onderdelen a en b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, of een overeenkomstig getuigschrift, dat respectievelijk is verkregen, of op grond van artikel 16.2, eerste lid, van voornoemde wet kan worden geacht te zijn verkregen, op grond van voornoemde wet, of 2º. 2º. een getuigschrift of diploma van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een andere opleiding, dat naar het oordeel van het bestuur gelijkwaardig is aan een getuigschrift als bedoeld onder 1°.
Artikel 19c
De voorzitter van de commissie voor de beoordeling van de eindopdracht, bedoeld in artikel 11 van het Examenreglement commandeur 1998:
a. a.
1º.
is werkzaam als universitair hoofddocent of is gepromoveerd op een academisch proefschrift; en
2º.
heeft ten minste drie jaar ervaring in het geven van instructie op het terrein van een of meer modulen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met f, van het Examenreglement commandeur 1998, die voor de te beoordelen eindopdracht relevant zijn; of
1º. 1º. is werkzaam als universitair hoofddocent of is gepromoveerd op een academisch proefschrift; en 2º. 2º. heeft ten minste drie jaar ervaring in het geven van instructie op het terrein van een of meer modulen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met f, van het Examenreglement commandeur 1998, die voor de te beoordelen eindopdracht relevant zijn; of b. b.
1º.
is aangesteld in ten minste de rang van adjunct-hoofdcommandeur, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel, van het Besluit brandweerpersoneel, of, waar het een persoon aangesteld bij een bedrijfsbrandweer betreft, in een daaraan gelijkwaardige rang; en
2º.
heeft een universitaire studie met goed gevolg afgerond.
1º. 1º. is aangesteld in ten minste de rang van adjunct-hoofdcommandeur, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel, van het Besluit brandweerpersoneel, of, waar het een persoon aangesteld bij een bedrijfsbrandweer betreft, in een daaraan gelijkwaardige rang; en 2º. 2º. heeft een universitaire studie met goed gevolg afgerond.
Artikel 19d
De leden van de commissie voor de beoordeling van de eindopdracht, bedoeld in artikel 11 van het Examenreglement commandeur 1998:
a. a. hebben een universitaire studie met goed gevolg afgerond; b. b. hebben ten minste drie jaar ervaring in het geven van instructie op het terrein van een of meer van de modulen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met f, van het Examenreglement commandeur 1998, die voor de te beoordelen eindopdracht relevant zijn; en c. c. zijn aangesteld als kerndocent aan de opleiding commandeur.
Artikel 20
Vervallen
Paragraaf 9. De commissie voor het examen brandweerduiker
Artikel 20a
Tot voorzitter kan worden benoemd degene die:
a. a. aangesteld is in ten minste de rang van adjunct-hoofdbrandmeester, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel f, van het Besluit brandweerpersoneel of, waar het een persoon aangesteld bij een bedrijfsbrandweer betreft, in een daaraan gelijkwaardige rang; b. b. binnen drie jaar voorafgaand aan de benoeming ten minste één jaar gefungeerd heeft als lid van de commissie voor het examen brandweerduiker.
Artikel 20b
Tot lid van de commissie voor de module-examens, bedoeld in artikel 2, van het Examenreglement brandweerduiker 1995, kan worden benoemd degene die:
a. a. beschikt over ten minste het diploma hoofdbrandwacht, bedoeld in artikel 5 van het Examenreglement hoofdbrandwacht, of een daaraan gelijkwaardig diploma; b. b. aangesteld is in ten minste de rang van hoofdbrandwacht, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit brandweerpersoneel, of, waar het een persoon aangesteld bij een bedrijfsbrandweer betreft, in een daaraan gelijkwaardige rang; c. c. in het bezit is van
1º
het certificaat instructeur-duiker van de Stichting Brandweeropleiding in Nederland, of van het Nederlands instituut voor brandweer en rampenbestrijding, of
2º
een erkenning tot instructeur-duiker die afgegeven is door de hoofdinspecteur van het brandweerwezen alsmede
3º
een geldig brevet duiker bij de brandweer of een diploma brandweerduiker;
1º 1º het certificaat instructeur-duiker van de Stichting Brandweeropleiding in Nederland, of van het Nederlands instituut voor brandweer en rampenbestrijding, of 2º 2º een erkenning tot instructeur-duiker die afgegeven is door de hoofdinspecteur van het brandweerwezen alsmede 3º 3º een geldig brevet duiker bij de brandweer of een diploma brandweerduiker; d. d. ten minste drie jaar ervaring heeft in het geven van instructie, waarbij de laatste instructie binnen de afgelopen drie jaar heeft plaats gevonden; e. e. ten minste één keer de te examineren module heeft onderwezen in de afgelopen twee jaar.
Paragraaf 9a. De commissie voor het examen brandweerchauffeur
Artikel 20c
Tot voorzitter kan worden benoemd degene die:
a. a. aangesteld is in ten minste de rang van adjunct-hoofdbrandmeester, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel f, van het Besluit brandweerpersoneel, of, waar het een persoon aangesteld bij een bedrijfsbrandweer betreft, in een daaraan gelijkwaardige rang; en b. b. ten minste één jaar, waaronder het direct aan de benoeming voorafgaande jaar, gefungeerd heeft als lid van de commissie voor het examen brandweerchauffeur.
Artikel 20d
Tot lid van de commissie voor de module-examens, bedoeld in artikel 2, van het Examenreglement brandweerchauffeur 1997, kan worden benoemd degene die:
a. a.
1º
beschikt over ten minste het diploma hoofdbrandwacht, bedoeld in artikel 5 van het Examenreglement hoofdbrandwacht, of een daaraan gelijkwaardig diploma;
2º
aangesteld is in ten minste de rang van hoofdbrandwacht bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit brandweerpersoneel, of, waar het een persoon aangesteld bij een bedrijfsbrandweer betreft, in een daaraan gelijkwaardige rang;
3º
in het bezit is van het geldig instructeurscertificaat B of C, bedoeld in artikel 7 van de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993;
4º
ten minste drie jaar ervaring heeft in het geven van instructie, waarbij de laatste instructie binnen de afgelopen drie jaar is gegeven; en
5º
binnen twee jaar voorafgaand aan de benoeming ten minste één keer de te examineren module heeft onderwezen; dan wel
1º 1º beschikt over ten minste het diploma hoofdbrandwacht, bedoeld in artikel 5 van het Examenreglement hoofdbrandwacht, of een daaraan gelijkwaardig diploma; 2º 2º aangesteld is in ten minste de rang van hoofdbrandwacht bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit brandweerpersoneel, of, waar het een persoon aangesteld bij een bedrijfsbrandweer betreft, in een daaraan gelijkwaardige rang; 3º 3º in het bezit is van het geldig instructeurscertificaat B of C, bedoeld in artikel 7 van de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993; 4º 4º ten minste drie jaar ervaring heeft in het geven van instructie, waarbij de laatste instructie binnen de afgelopen drie jaar is gegeven; en 5º 5º binnen twee jaar voorafgaand aan de benoeming ten minste één keer de te examineren module heeft onderwezen; dan wel b. b.
1º
in het bezit is van het geldig instructeurscertificaat B of C, bedoeld in artikel 7 van de Wet rijonderricht motorvoertuigen 1993;
2º
aangesloten is bij de BOVAG;
3º
ten minste drie jaar ervaring heeft in het geven van instructie, waarbij de laatste instructie binnen de afgelopen drie jaar is gegeven; en
4º
binnen twee jaar voorafgaand aan de benoeming ten minste één keer de te examineren module heeft onderwezen.
1º 1º in het bezit is van het geldig instructeurscertificaat B of C, bedoeld in artikel 7 van de Wet rijonderricht motorvoertuigen 1993; 2º 2º aangesloten is bij de BOVAG; 3º 3º ten minste drie jaar ervaring heeft in het geven van instructie, waarbij de laatste instructie binnen de afgelopen drie jaar is gegeven; en 4º 4º binnen twee jaar voorafgaand aan de benoeming ten minste één keer de te examineren module heeft onderwezen.
Paragraaf 9b. De commissie voor het examen instructeur
Artikel 20e
De voorzitter van de commissie voor het module-examen instructeur, bedoeld in artikel 2 van het Examenreglement instructeur 1993:
a. a. is aangesteld in ten minste de rang van hoofdbrandmeester, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel h, van het Besluit brandweerpersoneel, of, waar het een persoon aangesteld bij een bedrijfsbrandweer betreft, in een daaraan gelijkwaardige rang; en b. b. heeft binnen drie jaar voorafgaand aan de benoeming ten minste één jaar gefungeerd als lid van de commissie op het niveau onderbrandmeester.
Artikel 20f
De leden van de commissie voor het schriftelijk deel van het module-examen instructeur, bedoeld in artikel 2 van het Examenreglement instructeur 1993:
a. a. beschikken over ten minste het diploma brandmeester, bedoeld in artikel 5 van het Examenreglement brandmeester, of een daaraan gelijkwaardig diploma; b. b. zijn aangesteld in ten minste de rang van brandmeester, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel e, van het Besluit brandweerpersoneel, of waar het een persoon aangesteld bij een bedrijfsbrandweer betreft, in een daaraan gelijkwaardige rang; c. c. hebben ten minste drie jaar ervaring in het geven van instructie, waarbij de laatste instructie binnen de afgelopen drie jaar heeft plaatsgevonden; en d. d. hebben binnen drie jaar voorafgaand aan de benoeming ten minste één keer in de te examineren module les gegeven.
Artikel 20g
Tot lid van de commissie voor het praktisch deel van het module-examen, bedoeld in artikel 2, van het Examenreglement instructeur 1993, kan worden benoemd degene die ten minste drie jaar ervaring heeft in het geven van instructie, waarbij de laatste instructie binnen de afgelopen drie jaar heeft plaats gevonden, en binnen drie jaar voorafgaand aan de benoeming ten minste één keer in de te examineren module les gegeven heeft, en:
a. a. beschikt over ten minste het diploma brandmeester, bedoeld in artikel 5 van het Examenreglement brandmeester, of een daaraan gelijkwaardig diploma, in combinatie met het certificaat van de keuzemodule opleiding, oefening en voorlichting, bedoeld in artikel 2, onderdeel d, van het Examenreglement brandmeester en is aangesteld in ten minste de rang van brandmeester, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel e, van het Besluit brandweerpersoneel, of, waar het een persoon aangesteld bij een bedrijfsbrandweer betreft, in een daaraan gelijkwaardige rang; of b. b.
1º.
beschikt over een getuigschrift van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een opleiding die is verbonden aan een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.2, onderdelen a en b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, of een overeenkomstig getuigschrift, dat respectievelijk is verkregen, of op grond van artikel 16.2, eerste lid, van voornoemde wet kan worden geacht te zijn verkregen, op grond van voornoemde wet; of
2º.
beschikt over een getuigschrift of diploma van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een andere opleiding, dat naar het oordeel van het bestuur vergelijkbaar is met een getuigschrift als bedoeld onder 1°.
1º. 1º. beschikt over een getuigschrift van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een opleiding die is verbonden aan een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.2, onderdelen a en b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, of een overeenkomstig getuigschrift, dat respectievelijk is verkregen, of op grond van artikel 16.2, eerste lid, van voornoemde wet kan worden geacht te zijn verkregen, op grond van voornoemde wet; of 2º. 2º. beschikt over een getuigschrift of diploma van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een andere opleiding, dat naar het oordeel van het bestuur vergelijkbaar is met een getuigschrift als bedoeld onder 1°.
Paragraaf 9c. De commissie voor het examen duikploegleider
Artikel 20h
Tot voorzitter kan worden benoemd degene die:
a. a. aangesteld is in ten minste de rang van adjunct-hoofdbrandmeester, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel f, van het Besluit brandweerpersoneel of, waar het een persoon aangesteld bij een bedrijfsbrandweer betreft, in een daaraan gelijkwaardige rang; en b. b. binnen drie jaar voorafgaand aan de benoeming ten minste één jaar gefungeerd heeft als lid van de commissie voor het examen brandweerduiker.
Artikel 20i
Tot lid van de commissie voor de module-examens, bedoeld in artikel 2, van het Examenreglement duikploegleider 2004, kan worden benoemd degene die:
a. a. beschikt over ten minste het diploma onderbrandmeester, bedoeld in artikel 5 van het Examenreglement onderbrandmeester, of een daaraan gelijkwaardig diploma; b. b. in het bezit is van een geldig rijksdiploma brandweerduiker; c. c. aangesteld is in ten minste de rang van onderbrandmeester, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel d van het Besluit brandweerpersoneel of, waar het een persoon aangesteld bij een bedrijfsbrandweer betreft, in een daaraan gelijkwaardige rang; d. d. in het bezit is van
1°.
het certificaat instructeur-duiker van de Stichting Brandweeropleiding in Nederland of van het Nederlands instituut voor brandweer en rampenbestrijding, of
2°.
een erkenning tot instructeur-duiker die afgegeven is door de hoofdinspecteur van het brandweerwezen, of
3°.
een certificaat specialisatie instructeur duiken afgegeven door het Nederlands bureau brandweerexamens;
1°. 1°. het certificaat instructeur-duiker van de Stichting Brandweeropleiding in Nederland of van het Nederlands instituut voor brandweer en rampenbestrijding, of 2°. 2°. een erkenning tot instructeur-duiker die afgegeven is door de hoofdinspecteur van het brandweerwezen, of 3°. 3°. een certificaat specialisatie instructeur duiken afgegeven door het Nederlands bureau brandweerexamens; e. e. ten minste drie jaar ervaring heeft in het geven van instructie, waarbij de laatste instructie binnen de afgelopen drie jaar heeft plaats gevonden; en f. f. ten minste drie jaar operationeel leiding heeft gegeven aan een duikploeg.
Paragraaf 9d. De commissie voor het examen veiligheidsmanager
Artikel 20j
De voorzitter van de commissie voor de beoordeling van de eindopdracht, bedoeld in artikel 26 van het Examenreglement veiligheidsmanager 2004:
a. a.
1°
is werkzaam als universitair hoofddocent of is gepromoveerd op een academisch proefschrift; en
2°.
heeft tenminste drie jaar ervaring in het geven van instructie op het terrein van een of meer modulen, bedoeld in artikel 2 onderdelen g tot en met u van het Examenreglement veiligheidsmanager 2004, die voor de te beoordelen eindopdracht relevant zijn, of
1° 1° is werkzaam als universitair hoofddocent of is gepromoveerd op een academisch proefschrift; en 2°. 2°. heeft tenminste drie jaar ervaring in het geven van instructie op het terrein van een of meer modulen, bedoeld in artikel 2 onderdelen g tot en met u van het Examenreglement veiligheidsmanager 2004, die voor de te beoordelen eindopdracht relevant zijn, of b. b.
1°
is aangesteld in tenminste de rang van adjunct-hoofdcommandeur, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel l, van het Besluit brandweerpersoneel, of, waar het een persoon aangesteld bij een bedrijfsbrandweer betreft, in een daaraan gelijkwaardige rang; en
2°.
heeft een universitaire studie met goed gevolg afgerond.
1° 1° is aangesteld in tenminste de rang van adjunct-hoofdcommandeur, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel l, van het Besluit brandweerpersoneel, of, waar het een persoon aangesteld bij een bedrijfsbrandweer betreft, in een daaraan gelijkwaardige rang; en 2°. 2°. heeft een universitaire studie met goed gevolg afgerond.
Artikel 20k
De leden van de commissie voor de beoordeling van de eindopdracht, bedoeld in artikel 26 van het Examenreglement veiligheidsmanager 2004:
a. a. hebben een universitaire studie met goed gevolg afgerond, en b. b. hebben tenminste drie jaar ervaring in het geven van instructie op het terrein van een of meer van de modulen, bedoeld in artikel 2, onderdelen g tot en met u, van het Examenreglement veiligheidsmanager 2004, die voor de te beoordelen eindopdracht relevant zijn.
Paragraaf 9e. De commissie voor het examen brandweercentralist
Artikel 20l
Tot voorzitter kan worden benoemd degene die:
a. a. aangesteld is in ten minste de rang van adjunct-hoofdbrandmeester, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel f, van het Besluit brandweerpersoneel, of, waar het een persoon aangesteld bij een bedrijfsbrandweer betreft, in een daaraan gelijkwaardige rang; en b. b. ten minste één jaar, waaronder het direct aan de benoeming voorafgaande jaar, gefungeerd heeft als lid van de commissie voor het examen Brandweercentralist.
Artikel 20m
Tot lid van de commissie voor de module-examens, bedoeld in artikel 2 van het Examenreglement brandweercentralist 2004, kan worden benoemd degene die:
a. a. beschikt over ten minste het diploma onderbrandmeester of een daaraan gelijkwaardig diploma; b. b. aangesteld is in ten minste de rang van onderbrandmeester, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit brandweerpersoneel, of, waar het een persoon aangesteld bij een bedrijfsbrandweer betreft, in een daaraan gelijkwaardige rang; c. c. ten minste drie jaar ervaring heeft in het geven van instructie, waarbij de laatste instructie binnen de afgelopen drie jaar is gegeven; en d. d. binnen twee jaar voorafgaand aan de benoeming ten minste één keer de te examineren module heeft onderwezen.
Paragraaf 10. Slotbepalingen
Artikel 21
De Regeling benoemingseisen examencommissieleden (Stcrt. 1990, 39) wordt ingetrokken.
Artikel 22
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 1992.
Artikel 23
Deze regeling kan worden aangehaald als Regeling benoemingseisen examencommissieleden.
Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst.