40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling bezoldiging en beheerskosten bestuursorganen volksgezondheid | BWBR0019253 | ministeriele-regeling | geldend | 2006-12-12 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0019253 | Regeling bezoldiging en beheerskosten bestuursorganen volksgezondheid |
Regeling bezoldiging en beheerskosten bestuursorganen volksgezondheid
Hoofdstuk 1. Bezoldiging en rechtspositie bestuursleden
Artikel 1
De artikelen 2 tot en met 7 zijn, voorzover daarvan niet bij beschikking is afgeweken, van toepassing op de bestuursleden van de volgende bestuursorganen:
a. a.
Dit onderdeel is nog niet in werking getreden.
b. b. Nederlandse Zorgautoriteit; c. c. College sanering zorginstellingen; d. d. College bouw zorginstellingen.
Artikel 2
1. De bezoldiging van de voorzitter bedraagt maximaal de bezoldiging van een lid van de topmanagementgroep van een departement van algemeen bestuur als bedoeld in Bijlage A van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, hierna BBRA, met dien verstande dat deze bezoldiging geldt voor een veertig-urige werkweek.
2. De bezoldiging van een bestuurslid bedraagt maximaal schaal 17 van het BBRA, met dien verstande dat deze bezoldiging geldt voor een veertig-urige werkweek.
3. De voorzitter en de leden hebben recht op een vakantie-uitkering overeenkomstig de artikelen 21 en 22 van het BBRA. De opbouw van vakantie-uren, de opname en het overboeken daarvan naar een volgend jaar vinden plaats overeenkomstig de artikelen 22 en 23 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement.
4. De voorzitter en de leden hebben recht op een eindejaarsuitkering overeenkomstig artikel 20a van het BBRA.
5. De bezoldiging, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt uitbetaald in gelijke maandelijkse termijnen. De vakantie- en eindejaarsuitkering worden eens per jaar uitbetaald, in de maanden mei respectievelijk december van ieder jaar.
6. De voorzitter en de leden worden aangemeld als volwaardig deelnemer bij het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds.
Artikel 3
1. De voorzitter en de leden hebben ten behoeve van de werkzaamheden voor het college recht op een vergoeding van reis- en verblijfkosten overeenkomstig het Reisbesluit binnenland en het Reisbesluit buitenland.
2. De voorzitter en de leden ontvangen een representatievergoeding overeenkomstig het Besluit vergoeding representatiekosten rijkspersoneel. Deze wordt maandelijks uitgekeerd.
3. De voorzitter kan voor het vervoer tussen zijn standplaats en zijn woonplaats en voor het vervoer ten behoeve van dienstreizen aanspraak maken op dienstvervoer per auto.
4. De leden kunnen voor het vervoer tussen de standplaats en de woonplaats en voor het vervoer ten behoeve van dienstreizen aanspraak maken op een jaarkaart openbaar vervoer eerste klasse.
Artikel 4
De bestuurders hebben aanspraak op de verloffaciliteiten die gelden voor de sector rijk. Het Algemeen rijksambtenarenreglement is van toepassing.
Artikel 5
In geval van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte, gebreken, zwangerschap of bevalling zijn de bepalingen ten aanzien van doorbetaling van de bezoldiging van het Algemeen rijksambtenarenreglement, alsmede de suppletieregeling gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid van de sector rijk, van overeenkomstige toepassing.
Artikel 6
1. In geval van niet herbenoeming dan wel tussentijds ontslag, anders dan op eigen verzoek en anders dan ten gevolge van eigen schuld of toedoen, hebben de voorzitters en de leden van de colleges genoemd in artikel 1, in aanvulling op de reguliere aanspraak op een uitkering krachtens de Werkloosheidswet aanspraak op een bovenwettelijke uitkering.
2. De hoogte en duur van deze uitkering worden vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van het Besluit bovenwettelijke uitkering bij werkloosheid voor de sector Rijk.
Artikel 7
1. De voorzitter en de leden onthouden zich van het openbaren van gedachten of gevoelens, indien daardoor de goede vervulling van hun functie of het goede functioneren van de openbare dienst, voorzover deze in verband staat met hun functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd.
2. Het is de voorzitter en de leden verboden nevenbetrekkingen te vervullen die ongewenst zijn met het oog op een goede vervulling van hun functie of de handhaving van zijn onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin.
3. De voorzitter en de leden melden bestaande en voorgenomen nevenfuncties aan de minister.
4. De nevenfuncties van de voorzitter en de leden worden openbaar gemaakt in het jaarverslag van het college.
5. Het is de voorzitter en de leden in hun ambt verboden vergoedingen, beloningen, giften of beloften van derden te vorderen, te verzoeken of aan te nemen.
Artikel 8
Vervallen
Hoofdstuk 2. Beheerskosten en jaarstukken bestuursorganen
Artikel 9
Dit hoofdstuk is van toepassing op het budget voor de beheerskosten, het jaarplan en de jaarverantwoording van de volgende bestuursorganen:
a. a. College voor zorgverzekeringen; b. b. Nederlandse Zorgautoriteit; c. c.
Vervallen;
d. d. College bouw zorginstellingen; e. e. College sanering zorginstellingen.
Artikel 10
1. Het budget wordt vastgesteld op grond van de ingediende begroting, waarbij de begroting is gebaseerd op het prijspeil van het lopende jaar.
2. In de loop van het begrotingsjaar kan besloten worden tot verhoging van het budget op grond van gestegen kosten.
Artikel 11
Het werkprogramma bevat een zodanige beschrijving van de voorgenomen activiteiten dat een goed beeld gevormd kan worden van werkzaamheden die het bestuursorgaan van plan is uit te gaan voeren, alsmede de inzet van de beschikbare financiële en personele middelen.
Artikel 12
1.
In de begroting en de meerjarenraming worden de volgende kostensoorten en baten onderscheiden:
a. a. personele kosten; b. b. huisvestingskosten; c. c. automatiseringskosten; d. d. bureaukosten; e. e. overige kosten; f. f. baten.
2. De in het eerste lid genoemde groepen van kostensoorten en baten worden in de begroting zodanig uitgesplitst dat een goed beeld ontstaat van de samenstelling daarvan.
Artikel 13
1.
Per begrotingspost worden naast de begrote bedragen van het begrotingsjaar opgenomen:
a. a. het begrote bedrag van het lopende jaar; b. b. het vermoedelijke beloop van het bedrag van het lopende jaar; c. c. het gerealiseerde bedrag van het jaar voorafgaand aan het lopende jaar.
2. In de meerjarenraming worden zoveel mogelijk de financiële gevolgen tot uitdrukking gebracht van hetgeen ten grondslag ligt aan de bedragen die zijn opgenomen in de begroting.
Artikel 14
De begroting gaat vergezeld van een toelichting waarin:
a. a. wordt ingegaan op de voorgenomen werkzaamheden die leiden tot een wijziging van de hoogte van de beheerskosten ten opzicht van het voorafgaande jaar; b. b. per begrotingspost, voor zover mogelijk, een cijfermatige specificatie en onderbouwing wordt gegeven, waarbij kosten van afschrijvingen, rentelasten en dotaties aan voorzieningen worden toegelicht; c. c. de gevolgen voor de beheerskosten worden aangegeven ten aanzien van de werkzaamheden die vervallen ten opzichte van het voorafgaande jaar; d. d. de investeringsplannen voor het begrotingsjaar en de vier daaropvolgende jaren worden vermeld, waarbij per investering wordt aangegeven welke afschrijvingsmethode en afschrijvingstermijn worden gehanteerd; e. e. de gronden worden vermeld waarop de meerjarenraming is gebaseerd, waaronder een meerjarig overzicht van de geraamde ontwikkeling van de formatie, welke zoveel mogelijk is uitgesplitst naar de werkzaamheden, bedoeld in artikel 11; f. f. substantiële schommelingen in de meerjarenraming worden toegelicht.
Artikel 15
1. De jaarrekening bestaat uit de balans en de exploitatierekening, alsmede uit de toelichting op beide.
2. Boek 2, Titel 9, van het Burgerlijk Wetboek is op de jaarrekening zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de winst- en verliesrekening wordt vervangen door de exploitatierekening.
3. In de toelichting op de jaarrekening wordt de bezoldiging van iedere individuele bestuurder opgenomen.
4. De accountantscontrole ten behoeve van het afgeven van een verklaring bij de jaarrekening van de in artikel 9 genoemde organen geschiedt met inachtneming van het in de bijlage van deze regeling opgenomen protocol.
Artikel 16
1. De inrichting van de exploitatierekening sluit aan op de inrichting van de begroting.
2. De inrichting van het jaarverslag sluit aan bij de indeling van het werkprogramma.
Artikel 17
Indien een begrote groep van kostensoorten of baten is over- of onderschreden, wordt dit per groep van kostensoorten of baten nader toegelicht.
Artikel 18
1. De jaarrekening geeft de omvang van de egalisatiereserve weer.
2.
Uit de jaarrekening blijkt dat:
a. a. de omvang van de egalisatiereserve maximaal 5% van het totale begrotingsbedrag bedraagt; b. b. het verschil tussen de begroting en de realisatie ten laste of ten bate komt van de egalisatiereserve voorzover daarmee de genoemde 5% niet wordt overschreden.
3. In de toelichting op de jaarrekening wordt ingegaan op de besteding van de egalisatiereserve.
Hoofdstuk 3. Slotbepalingen
Artikel 19
De volgende regelingen of onderdelen daarvan worden ingetrokken:
a. a.
Vergoedingenregeling voor de leden van het bestuur van het College tarieven gezondheidszorg;
b. b.
Vergoedingenregeling voor de leden van het bestuur van het College bouw ziekenhuisvoorzieningen;
c. c.
Vergoedingenregeling voor de leden van het bestuur van het College sanering ziekenhuisvoorzieningen;
d. d. de artikelen 6.1.1 tot en met 6.1.8 van de Regeling zorgverzekering.
Artikel 19a
De Regeling begroting en verantwoording beheerskosten uitvoeringsorganen volksgezondheid, zoals die luidde onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet marktordening gezondheidszorg, blijft van toepassing op de in die regeling bedoelde begroting over het jaar 2006 en kan desgewenst worden gewijzigd.
Artikel 20
1. Hoofdstuk 1 treedt in werking met ingang van 1 januari 2006, met uitzondering van artikel 1, onder a, dat in werking treedt met ingang van 1 januari 2007.
2. Hoofdstuk 2 treedt in werking met ingang van 1 januari 2006, met dien verstande dat het voor het eerst betrekking heeft op de begroting voor 2007 en de jaarverantwoording over het jaar 2006 en dat voor de jaarverantwoording over 2005 de regels van toepassing blijven die van kracht waren onmiddellijk voor de inwerkingtreding van hoofdstuk 2.
3. Artikel 19 treedt in werking met ingang van 1 januari 2006, met uitzondering van onderdeel d, dat in werking treedt met ingang van 1 januari 2007.
Artikel 21
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bezoldiging en beheerskosten bestuursorganen volksgezondheid.