rijk/ministeriele-regeling/regeling-compensatie-inkomensachteruitgang-ex-banenpoolers/BWBR0010784
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling compensatie inkomensachteruitgang ex-banenpoolers BWBR0010784 ministeriele-regeling geldend 1999-10-27 https://wetten.overheid.nl/BWBR0010784 Regeling compensatie inkomensachteruitgang ex-banenpoolers

Regeling compensatie inkomensachteruitgang ex-banenpoolers

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

1. De minister verstrekt over de periode van 1 juli 1999 tot en met 30 juni 2000, de periode van 1 juli 2000 tot en met 30 juni 2001 en de periode van 1 juli 2001 tot en met 30 juni 2002 op aanvraag aan de persoon, bedoeld in artikel 24, derde lid, van de Wet inschakeling werkzoekenden, een compensatie in de vorm van een subsidie, indien die persoon uitsluitend ten gevolge van het vervallen van het recht op premievrijstelling, bedoeld in genoemde bepaling, met ingang van 1 juli 1999 minder aanspraak kan maken op huursubsidie.

2.

De subsidie voor de perioden, bedoeld in het eerste lid, wordt uitsluitend verstrekt, indien de persoon, bedoeld in het eerste lid, desgewenst op verzoek van de minister, aantoont dat hij telkens op 1 januari van de jaren 1999, 2000 en 2001:

a. a. een dienstbetrekking heeft als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel g, van de Wet inschakeling werkzoekenden, en b. b. huurder is.

Artikel 3

1. De persoon, bedoeld in artikel 2, eerste lid, ontvangt van de minister ambtshalve een aanvraagformulier voor de subsidie.

2. De persoon, bedoeld in artikel 2, eerste lid, die op 1 januari 2000 geen aanvraagformulier heeft ontvangen kan tot 1 maart 2000 een aanvraagformulier aanvragen bij de minister.

3. Aanvraagformulieren die na 1 april 2000 door de minister zijn ontvangen worden niet meer in behandeling genomen.

4. Het aanvraagformulier is ingericht overeenkomstig de bijlage bij deze regeling.

Artikel 4

1. Over de periode van 1 juli 1999 tot en met 30 juni 2000 wordt door de minister zo mogelijk vóór 1 januari 2000, aan de persoon, bedoeld in artikel 2, eerste lid, bij wijze van voorschot een voorlopige subsidie verstrekt en betaalbaar gesteld, indien een volledig ingevuld aanvraagformulier vóór 15 november 1999 door de minister is ontvangen.

2. De subsidie over de periode van 1 juli 1999 tot en met 30 juni 2000 wordt door de minister ambtshalve definitief vastgesteld vóór 1 september 2000.

3. De subsidie over de periode van 1 juli 2000 tot en met 30 juni 2001 wordt door de minister ambtshalve vastgesteld vóór 1 september 2000. De definitieve subsidie over de periode van 1 juli 1999 tot en met 30 juni 2000 en de subsidie over de periode van 1 juli 2000 tot en met 30 juni 2001 wordt betaalbaar gesteld vóór 1 september 2000. Met de betaalbaarstelling van de definitieve subsidie over de periode van 1 juli 1999 tot en met 30 juni 2000 en de subsidie over de periode van 1 juli 2000 tot en met 30 juni 2001 wordt een verstrekt voorschot over de periode van 1 juli 1999 tot en met 30 juni 2000 verrekend.

4. De subsidie over de periode van 1 juli 2001 tot en met 30 juni 2002 wordt door de minister ambtshalve vastgesteld en betaalbaar gesteld vóór 1 september 2001.

Artikel 5

1.

De voorlopige subsidie over de periode van 1 juli 1999 tot en met 30 juni 2000 wordt als volgt berekend:

a. a. het rekeninkomen over 1997 wordt vermenigvuldigd met 0,95, daardoor ontstaat een fictief rekeninkomen over 1998; b. b. de rekenhuur over 1998 wordt vermenigvuldigd met 1,029, daardoor ontstaat een fictieve rekenhuur over 1999; c. c. met behulp van het fictief rekeninkomen over 1998 en de fictieve rekenhuur over 1999 wordt de huursubsidie berekend, daardoor ontstaat de huursubsidie A; d. d. door het tabelloon, bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdeel e, van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1995, over 1997 te vermenigvuldigen met 0,223 en van de uitkomst daarvan f 1.947,86 af te trekken ontstaat een vrijlatingsbedrag; e. e. het vrijlatingsbedrag wordt opgeteld bij het fictief rekeninkomen 1998, daardoor ontstaat een nieuw fictief rekeninkomen over 1998; f. f. met behulp van het nieuwe fictief rekeninkomen over 1998 en de fictieve rekenhuur over 1999 wordt de huursubsidie opnieuw berekend, daardoor ontstaat de huursubsidie B; g. g. van de huursubsidie A wordt vervolgens afgetrokken de huursubsidie B, de uitkomst daarvan wordt vermenigvuldigd met 12, daardoor ontstaat de voorlopige subsidie over de periode van 1 juli 1999 tot en met 30 juni 2000.

2.

De definitieve subsidie over de periode van 1 juli 1999 tot en met 30 juni 2000 wordt als volgt berekend:

a. a. met behulp van het rekeninkomen over 1998 en de rekenhuur over 1999 wordt de huursubsidie berekend, daardoor ontstaat de huursubsidie C; b. b. het vrijlatingsbedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, wordt afgetrokken van het rekeninkomen over 1998, hierdoor ontstaat een nieuw rekeninkomen over 1998; c. c. met behulp van het nieuwe rekeninkomen over 1998 en de rekenhuur over 1999 wordt de huursubsidie opnieuw berekend, daardoor ontstaat de huursubsidie D; d. d. van de huursubsidie D wordt vervolgens afgetrokken de huursubsidie C, de uitkomst daarvan wordt vermenigvuldigd met 12, daardoor ontstaat de definitieve subsidie over de periode van 1 juli 1999 tot en met 30 juni 2000.

3. Indien bij de berekening van de voorlopige subsidie over de periode van 1 juli 1999 tot en met 30 juni 2000 het tabelloon, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, nog niet bekend is, wordt bij de berekening van de voorlopige subsidie uitgegaan van een fictief tabelloon van f 27.000,-.

4. Bij de toepassing van het derde lid, wordt bij de berekening van de definitieve subsidie het vrijlatingsbedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, alsnog berekend met het in dat lid bedoelde tabelloon. De uitkomst van die berekening is vervolgens het vrijlatingsbedrag, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b.

5. De subsidie over de periode van 1 juli 2000 tot en met 30 juni 2001 bedraagt 2/3 deel van de definitieve subsidie over de periode van 1 juli 1999 tot en met 30 juni 2000.

6. De subsidie over de periode van 1 juli 2001 tot en met 30 juni 2002 bedraagt 1/3 deel van de definitieve subsidie over de periode van 1 juli 1999 tot en met 30 juni 2000.

7. De subsidie wordt naar boven afgerond op hele guldens.

Artikel 6

1. De over de subsidie verschuldigde belasting op grond van de Wet inkomstenbelasting 2001 en de Wet op de loonbelasting 1964 alsmede de premie voor de volksverzekeringen op grond van de Wet financiering volksverzekeringen, komen ten laste van het Rijk.

2. De subsidie blijft buiten beschouwing bij de verlening van op het inkomen afgestemde publiekrechtelijke uitkeringen of verstrekkingen.

Artikel 7

1. De subsidie over de periode van 1 juli 1999 tot en met 30 juni 2000 komt niet tot uitbetaling, indien deze voorlopig wordt berekend op een bedrag van minder dan f 120,- en definitief wordt vastgesteld op een bedrag van minder dan f 120,-.

2. De subsidie over de periode van 1 juli 2000 tot en met 30 juni 2001 en de periode van 1 juli 2001 tot en met 30 juni 2002 komt niet tot uitbetaling, indien de subsidie over de periode van 1 juli 1999 tot en met 30 juni 2000 definitief is vastgesteld op een bedrag van minder dan f 120,-.

Artikel 8

1.

De minister kan de subsidie geheel of gedeeltelijk terugvorderen dan wel verrekenen met de subsidie over enige periode, indien:

a. a. de subsidie wordt verstrekt aan een persoon die niet tot de doelgroep, bedoeld in artikel 2, eerste lid, behoort; b. b. door de persoon, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onjuiste gegevens zijn verstrekt ten gevolge waarvan die persoon ten onrechte een subsidie heeft ontvangen; c. c. anderszins in strijd met deze regeling subsidie is verstrekt.

2. Onverminderd het eerste lid, wordt, indien de voorlopige subsidie f 120,- of meer bedraagt en de definitieve subsidie wordt vastgesteld op minder dan f 120,-, de voorlopige subsidie niet teruggevorderd.

Artikel 9

De Algemene Regeling SZW-subsidies is niet van toepassing.

Artikel 10

1. De minister mandateert het hoofd van de Cluster Overige Regelingen van de Afdeling Uitvoering Volkshuisves-tingsregelingen van de Directie Reken- en Administratiecentrum van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer tot het nemen van besluiten krachtens deze regeling, met uitzondering van besluiten genoemd in het derde lid van dit artikel, en tot het afdoen van alle op deze besluiten betrekking hebbende stukken.

2.

De ondertekening van de in het eerste lid genoemde besluiten luidt als volgt:

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

namens deze:

Het hoofd van de Cluster Overige Regelingen van de Afdeling Uitvoering Volkshuisvestingsregelingen van de Directie Reken- en Administratiecen-trum van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer gevolgd door de handtekening en de naam van de betrokken functionaris.

3. De minister mandateert het hoofd van de Afdeling Uitvoering Volkshuis-vestingsregelingen van de Directie Reken- en Administratiecentrum van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer tot het beslissen op bezwaarschriften tegen besluiten als bedoeld in het eerste lid en tot het afdoen van alle op deze beslissingen betrekking hebbende stukken.

4.

De ondertekening van de in het derde lid genoemde beslissingen luidt als volgt:

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

namens deze:

Het hoofd van de Afdeling Uitvoering Volkshuisvestingsregelingen van de Directie Reken- en Administratiecen-trum van het ministerie van Volkshuis-vesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer gevolgd door de handtekening en de naam van de betrokken functionaris.

Artikel 11

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 12

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling compensatie inkomensachteruitgang ex-banenpoolers.

Bijlage . behorende bij artikel 3, vierde lid, van de Regeling compensatie inkomensachteruitgang ex-banenpollers