rijk/ministeriele-regeling/regeling-grondverwerving-in-oost-groningen-en-de-gronings-drentse-veenkoloniën/BWBR0004015
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling grondverwerving in Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën BWBR0004015 ministeriele-regeling geldend 1986-08-19 https://wetten.overheid.nl/BWBR0004015 Regeling grondverwerving in Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën

Regeling grondverwerving in Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën

Artikel 1

Voor de toepassing van de regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

1. Ter zake van de overdracht in eigendom of ter zake van verpachtingen van gronden, gelegen in een blok in Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën, aan het bureau, kan nadat het herinrichtingsplan is vastgesteld en voordat de lijst van rechthebbenden vast is komen te staan dan wel de pachtregistratie heeft plaatsgevonden, zolang de mogelijkheid, bedoeld in artikel 58, tweede lid, van de wet, voordien niet is gesloten, aan de gebruiker van die grond een toeslag worden verleend op de voet van de navolgende bepalingen.

2. Het eerste lid is de gedeelten van Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën waarin geen herverkaveling plaatsvindt, van overeenkomstige toepassing, tot een op voorstel van de centrale commissie door de minister te bepalen tijdstip.

3. De minister maakt het in het tweede lid bedoelde tijdstip bekend in de Staatscourant, in ten minste twee dag- of nieuwsbladen, die in het gebied worden verspreid en in de gemeenten, die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen in zodanig gebied, op de aldaar gebruikelijke wijze.

Artikel 3

De grond dient te behoren tot een bedrijf, waarvan op het tijdstip van de aanvrage ten minste 50% van de oppervlakte in het blok of het gebied, bedoeld in artikel 2, is gelegen.

Artikel 4

1. De gebruiker dient de grond, waarop hij zijn bedrijf uitoefent en waarvan hij eigenaar is, in zijn geheel aan het bureau in eigendom over te dragen.

2. Indien tot het bedrijf van de gebruiker grond behoort waarvan hij geen eigenaar is, dient de eigenaar deze grond aan het bureau in eigendom over te dragen of onder door het bureau te stellen voorwaarden voor een door het bureau te bepalen termijn, welke ten minste 12 jaar zal bedragen, te verpachten, dan wel deze grond voor een door de directeur goed te keuren termijn te verpachten aan of op deze grond een zakelijk recht te vestigen ten behoeve van een in overeenstemming met de directeur aan te wijzen persoon, dan wel onder door de directeur te stellen voorwaarden deze grond zelf in gebruik te nemen.

3. In bijzondere gevallen kan de directeur toestemming verlenen, dat in afwijking van het in het eerste en tweede lid bepaalde de gebruiker een gedeelte van de aldaar bedoelde grond in eigendom of gebruik behoudt. Aan deze toestemming kunnen voorwaarden worden verbonden.

Artikel 5

Voor zover de tot het bedrijf van de gebruiker behorende gebouwen niet aan het bureau worden verkocht, dienen deze, behoudens ontheffing door de directeur, aan het gebruik voor de landbouw te worden onttrokken.

Artikel 6

1. De gebruiker dient uiterlijk aan het einde van het kalenderjaar, waarin de grond aan het bureau in eigendom overgedragen of verpacht wordt, zijn bedrijf te beëindigen, behoudens voor zover het bedrijf wordt uitgeoefend op het gedeelte van de grond, dat de gebruiker krachtens het derde lid van artikel 4 behoudt.

2. a. a. Mits de grond, waarvan de gebruiker eigenaar is in zijn geheel aan het bureau in eigendom wordt overgedragen, kan de directeur, voor zover de Grondkamer goedkeuring verleent aan één of meer pachtovereenkomsten voor de duur van ten hoogste één jaar, onder door hem te stellen voorwaarden, toestemming verlenen, dat het bedrijf na het in het eerste lid bedoelde tijdstip wordt beëindigd. Dit vindt slechts toepassing indien de gebruiker op het tijdstip van het verzoek om een toeslag de 50-jarige leeftijd heeft bereikt. b. b. Het bedrijf, gelegen in een blok, bedoeld in artikel 2, eerste lid, dient beëindigd te worden uiterlijk aan het einde van de pachtovereenkomst tijdens de geldigheidsduur waarvan de lijst van rechthebbenden vast is komen te staan of de pachtregistratie heeft plaatsgevonden, dan wel de mogelijkheid, bedoeld in artikel 58, tweede lid, van de wet is gesloten. c. c. Het bedrijf, gelegen in een gebeid, bedoeld in artikel 2, tweede lid, dient beëindigd te worden uiterlijk aan het einde van de pachtovereenkomst tijdens de geldigheidsduur waarvan het besluit omtrent het tijdstip, bedoeld in artikel 2, tweede lid, wordt genomen.

Artikel 7

1. De gebruiker alsmede diens echtgenoot mogen na het in artikel 6, eerste lid, bedoelde tijdstip, waarop het bedrijf dient te zijn beëindigd, de landbouw niet meer bedrijfsmatig uitoefenen anders dan op het gedeelte van de grond dat de gebruiker krachtens artikel 4, derde lid, en artikel 6, tweede lid, behoudt.

2. Onder meer degene, die in de landbouw zijn hoofdbestaan vindt en tevens ten minste één hectare cultuurgrond in gebruik heeft, dan wel een tuinbouwbedrijf uitoefent, dan wel ten minste één rund, één fokvarken, drie mestvarkens of drie schapen, dan wel ten minste één en vijftig stuks hoenders of eenden houdt, oefent bedrijfsmatig de landbouw uit.

Artikel 8

1.

De toeslag aan de gebruiker, die op het tijdstip van de aanvrage om een toeslag de 65-jarige leeftijd niet heeft bereikt, bedraagt:

a. a. tienmaal de pachtwaarde, indien de gebruiker zijn gehele bedrijf beëindigt uiterlijk aan het einde van het jaar, waarin de grond aan het bureau in eigendom overgedragen of verpacht wordt; b. b. zevenmaal de pachtwaarde, indien de gebruiker krachtens het tweede lid van artikel 6 zijn gehele bedrijf beëindigt na het onder a bedoelde tijdstip; c. c. zesmaal de pachtwaarde, indien de gebruiker niet zijn gehele bedrijf beëindigt.

2. De toeslag aan de gebruiker, die op het tijdstip van de aanvrage om een toeslag de 65-jarige leeftijd heeft bereikt, bedraagt de in eerste lid bedoelde toeslag, verminderd met 10% daarvan voor elk jaar of gedeelte van een jaar, dat is verstreken sinds het bereiken van de 65-jarige leeftijd, doch in totaal verminderd met ten hoogste 70% van die toeslag.

3. De minister kan in afwijking van het eerste en tweede lid beslissen dat in bijzondere gevallen de toeslag vijftien keer de pachtwaarde bedraagt.

Artikel 9

Indien de gebruiker of diens echtgenoot het in artikel 7 bepaalde overtreedt kan de toeslag worden teruggevorderd, verhoogd met een boete van 10% van de toeslag voor elk jaar of gedeelte van een jaar, vallende tussen het tijdstip van de toekenning van de toeslag en dat van de terugvordering daarvan.

Artikel 10

Indien het voornemen bestaat aan de gebruiker een toeslag toe te kennen wordt tussen de Staat en de gebruiker een overeenkomst gesloten, waarin de rechten en verplichtingen van partijen worden vastgelegd.

Artikel 11

1. De in artikel 10 genoemde overeenkomst wordt vanwege de Staat door of namens de directeur gesloten.

2. Het verzoek om een toeslag wordt schriftelijk ingediend bij de inspecteur Landinrichting in de provincie, waarin het blok of het gebied, bedoeld in artikel 2 of het grootste gedeelte daarvan, is gelegen.

3. Het verzoek wordt om advies aan de herinrichtingscommissie voorgelegd.

4. De directeur beslist op het verzoek. Indien hij zich niet met het in het derde lid bedoelde advies kan verenigen beslist hij niet voordat hij de centrale commissie heeft gehoord.

5. Van de beslissingen worden de verzoeker en de herinrichtingscommissie in kennis gesteld.

6. Indien het verzoek wordt afgewezen wordt de beslissing met redenen omkleed.

7. Tegen de beslissing kan de verzoeker binnen 30 dagen na de dag waarop de beslissing is verzonden bij de minister bezwaar maken door het indienen van een met redenen omkleed en ondertekend bezwaarschrift.

8. Aan de centrale commissie wordt periodiek een overzicht van de toegekende toeslagen verstrekt.

Artikel 12

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag van haar bekendmaking in de Nederlandse Staatscourant en werkt terug tot en met 15 oktober 1985.